Jeugdliteratuur.org

Auteursinfo

Anthony Horowitz

   

Leven

Wanneer Anthony Horowitz acht wordt, vraagt hij een typemachine, pennen en papier als verjaardagscadeau. Schrijven is voor hem de enige manier om te ontsnappen aan een (naar eigen zeggen) saaie jeugd in strenge kostscholen. Later studeert hij Engelse letterkunde aan de Universiteit van York. Hij werkt een tijdje als copywriter in een reclamebureau. Als hij genoeg geld verdient met zijn boeken en scenario’s, wordt hij voltijds auteur.

Anthony Horowitz woont met zijn vrouw in het noorden van Londen en heeft twee kinderen.

“Ik hou van een boek waar vaart, opwinding, humor en griezel in steken.”

   

Werk

Anthony Horowitz debuteert in 1978 met Enter Frederick K. Bower – in 1986 vertaald als Frederick K. Bower, etter. Dat boek gaat over een steenrijke wees van 12 die zich stierlijk verveelt en die met zijn rotstreken een onschuldige jonge held meesleurt in een levensgevaarlijk avontuur. Het zet meteen de toon voor Horowitz’ verdere werk: spannende boeken vol actie, griezeleffecten, cartoonesk geweld, filmische scènes en cliffhangers in combinatie met een flinke portie slapstick en tongue in cheek-humor.

Ruimte voor contemplatie of traag genieten is er niet bij in de boeken van Anthony Horowitz. De verhalen vliegen vooruit en gaan radicaal voor leesplezier. Karel Verleyen schrijft in Het Volk dat ze een tegenwicht bieden voor “het geëngageerde, strijdbare, maatschappijkritische boek dat beladen met problemen niet altijd voldoende aandacht heeft voor het doodgewone ‘leesplezier’”.

Doorgaans zwaaien kinderen – vaak jongens, zelden meisjes – de plak in zijn boeken. Ouders hebben ze niet (meer). Dat is nodig om de jonge helden boven zichzelf te laten uitstijgen, zo vermeldt Horowitz in meerdere interviews. Zelf groeit hij op in een milieu waarin kindermeisjes en bedienden voortdurend voor hem klaarstaan. Zo kweek je geen zelfstandige kinderen, aldus Horowitz. “De hoofdfiguren in mijn boek kunnen zich redden of een zaak oplossen, precies omdat ze op zichzelf zijn aangewezen,” zegt hij hierover in een interview met Bart Beckers.

De volwassenen in zijn boeken zijn zelden van goede wil. Meestal zijn het handlangers van het kwaad. Opvallend is dat die handlangers er zonder uitzondering ook karikaturaal slecht uitzien. Dat heeft Horowitz van zijn grote voorbeeld Charles Dickens geleerd, zo vertelt hij aan Bea de Koster in De Morgen: “Dickens heeft van die prachtige, groteske figuren, die toch een zekere waarheid belichamen. Dat probeer ik ook te doen. Het is een soort binnenweg naar het kwaad. Als je geen zes bladzijden wil doen over het beschrijven van een personage en zijn erfenis van ellende en miserie, is het makkelijker en wellicht ook zuiverder om hem als monster ten tonele te voeren. Dat is dus een techniek, mijn techniek.”

Niet dat het karakter van de ‘goeien’ zoveel psychologischer wordt uitgespit. Aan liefde of vriendschap doen de hoofdpersonages niet – tijdverlies! – en aan uitgebreide beschrijvingen van hun angst- of haatgevoelens heeft Horowitz ook een broertje dood. Dat verklaart Horowitz in een interview met Marita de Steck dan weer als een invloed van zijn held Hergé, de geestelijke vader van Kuifje: “Hergé tekende de decors doorgaans nauwkeuriger dan zijn personages. Ook mijn decors zijn meer realistisch dan mijn personages. Plaatsen zijn belangrijker dan personages en de plot is belangrijker dan de decors én de personages samen. Ik probeer mijn centrale figuren zo ongedefinieerd mogelijk te houden.”

Anthony Horowitz is een veelschrijver. Hij schrijft jeugdromans (Grieselstate en Grieselstate II, gebaseerd op zijn kostschoolervaring), horror- en griezelverhalen (Horowitz horror, Meer angst), bewerkingen van mythen en sagen (De honden van Aktaioon, De tien vingers van Sedna), adaptaties van historische volksverhalen (De kruisboog over Wilhelm Tell en Robin van Sherwood : de man met de kap over Robin Hood) en werk voor volwassenen (Het huis van zijde, William S). Daarnaast schrijft hij scenario’s, onder meer voor Hercule Poirot, Foyle’s War en Midsomer Murders.

Het bekendst wordt hij echter met drie omvangrijke series. Van de Pentagram-cyclus – dat moeten vijf griezelboeken rond vijf paranormaal begaafde kinderen uit de vijf continenten worden – verschijnen er uiteindelijk maar vier. In Kernenergie voor de duivel, De nacht van de schorpioen, De zilveren citadel en De dag van de draak redden kinderen met hun bijzondere krachten de wereld van de satanische Ouden. De reeks is onlangs herschreven en vertaald onder de noemer De kracht van vijf.

De reeksen over de broers Diamant en over Alex Rider illustreren Anthony Horowitz’ fascinatie en bewondering voor grootmeesters. De boeken over de niet al te snuggere detective Tim Diamant en zijn clevere broer Nick zijn gebaseerd op klassiekers uit de filmgeschiedenis, die Anthony Horowitz parodieert. Zo is De jongen die te veel wist, in het Engels South by South East, bijvoorbeeld een persiflage op North by North East van Alfred Hitchcock.

Meest populair is de tiendelige spionagereeks rond Alex Rider, één van de eerste jonge spionnen in de jeugdliteratuur. Uit die jonge James Bond – sportief, knap, intelligent en ondanks alles toch ‘een gewone jongen’ – blijkt Anthony Horowitz’ bewondering voor Bond-auteur Ian Fleming. Die reeks draait om de eeuwige strijd tussen goed en kwaad, waarin Alex Rider het onder meer opneemt tegen een Chinese misdaadorganisatie (in Cayo Esquelito) en een directeur van een exclusieve Zwitserse kostschool (in Point Blanc).

Vanwege de sterk visueel ingestelde scènes wordt Bolbliksem verfilmd als Operation Stormbreaker en in de jaren negentig wordt er een tv-reeks gemaakt over The Diamond Brothers, waarbij Anthony Horowitz telkens als scenarioschrijver betrokken is.

 

Bekroningen

1995: Boekenwelp voor Het oma-komplot

Bibliografie


Meer op bibliotheek.be

Anthony Horowitz op Boekenzoeker