De collega’s

De eerste weken wist ik het niet. Ze (ver)bouwen huizen, zorgen voor hun kinderen en kijken tv. (Uitzonderlijk hebben ze een persoonlijke windmolen in hun tuin.) Ik kwam thuis, twijfelend. Mijn (onzichtbare) vriendje lachte. Ik was nauwelijks gerustgesteld.

~

De eerste keer dat iemand over boeken spreekt, is boven dampende borden (elke dag is er keuze tussen vijf warme maaltijden!). Er zijn toevallig alleen maar mannen aan tafel, en ik. Het gesprek over voetbal pingpongt over en weer. De spelers. De trainers. Iemand weet steeds allerlei details uit het leven van voetballer X en coach Y op te dissen. Hoe weet jij al die dingen, vraag ik. Voetbalbiografieën, luidt het antwoord. Gelukkig heb ik net mijn ijsje uit de verpakking gehaald.

~

Ik sta achter I. aan te schuiven aan de kassa. Ik heb al een gesprekje met haar proberen aanknopen omdat ik haar dialect herkende, maar dat is op niets uitgedraaid. Ze werpt een blik op mijn dienblad. Jij eet niet vaak warm, stelt ze vast. Ik kook graag, zeg ik, ‘s avonds. Ze knikt geamuseerd. Je hebt geen kinderen, concludeert ze. Nee, zeg ik, op mijn beurt geamuseerd. En kook je soms uit kookboeken? Haar vraag overvalt me zo dat ik een paar titels die ik recent uit de bib heb meegenomen opnoem en ze knikt weer want ze kent ze. We gaan zitten met onze vegetarische loempia’s (die gevuld blijken met dezelfde rijst die naast de loempia op onze borden ligt). En ik heb geen idee meer hoe het ter sprake komt, maar ze heeft De boekendief van Markus Zusak gelezen. En Je moet dansen op mijn graf van Aidan Chambers (‘Ik wou dat ik dat boek had kunnen lezen toen ik vijftien was’). En de boeken van John Green. Ik moet me een beetje inhouden, want ik kan ook heel uitbundig zijn en dat is vast ongepast in een stampvol werkrestaurant.

~

De meeste collega’s keren naar huis en ik kruis I. in de gang met haar jas en tas aan en een dik boek in haar hand. O, wat heb je daar, vraag ik. Maar voor ze kan antwoorden heb ik het wetboek (flashback naar mijn vorige tijdelijke baan) al herkend en trek ik een gezicht. Ze lacht en loopt verder om het ergens op een rek te zetten terwijl ze vertrekt uit het kantoor. Ik zit al weer voor mijn scherm als ze met haar jas aan op haar stappen terugkeert en zegt: Op de trein lees ik Tonio vanavond. Ik dacht dat het heel zwaarmoedig zou zijn, maar dat is het niet. En het is zo mooi geschreven.

20160718_080555

Zwemmen met schrijvers

Sinds een jaar of twee probeer ik minstens een keer per week te zwemmen. Aanvankelijk deed ik dat op mijn eentje, in een stedelijk zwembad waar de kluisjes met figuren zijn gemarkeerd (als het kluisje met Hercules op vrij was, dan was dat een goeie zwemdag). Een half jaar later, op het congres van de Vlaamse Auteursvereniging, kruiste mijn pad dat van twee auteurs die ook wekelijks baantjes trekken. Sindsdien is ‘Zwemmen met schrijvers’ een vaste afspraak in onze agenda’s. We zijn al lang niet meer met drie en de badmeester, die ons inmiddels bij onze voornaam kent, is ongerust als we een keertje overslaan.

Uit dat zwemmen met schrijvers is sinds kort een podcast over literatuur ontstaan. Die heet Boeken Toe en je kunt de eerste aflevering alvast beluisteren op onze website of via onze facebookpagina. In de podcast hoor je (jeugd)auteurs aan het woord, dichters, illustratoren, vertalers, boekhandelaars…

Voor de volgende aflevering van de rubriek Zwemmen met schrijvers (want die zit er natuurlijk ook in) trokken L. en ik gisteren naar hartje Amsterdam. De auteur die we interviewen is helemaal niet dol op water, maar waagt met ons toch de sprong in het diepe. Hier zie je hem met zijn zwemtas voor de ingang van Het Marnix. Kun je zijn naam raden?

20160716_125441

Eilanddagen

20160707_161101

Ik ben al een aantal dagen in Ierland. We (dat zijn S., M. en ik) rijden het ganse eiland om. Dat begon met van Dublin over Wicklow naar de Ring of Kerry, Dingle, de Cliffs of Moher en The Burren. Straks gaat de reis verder noordwaarts, naar het Connemara National Park.

20160709_192238

Op de minor roads tussen de heggen mag je 100 km/u. De linkerzijspiegel van de huurauto hangt vol groenresten en rond de pook liggen koekkruimels. Door de raampjes zie je kusten, bergen, kliffen, schapen met zwarte gezichtjes en koeien die als Charlie Chaplin verkleed gaan.

20160708_100355

Op roadtrips kom ik niet veel aan lezen toe. In mijn valiesje zit De oude wegen van Robert MacFarlane (een boek waarin ik beginnen lezen was op een andere reis, door Zuid-Engeland, en dat me verrast heeft), De olifantsberg van Els Pelgrom (door de vorige post kreeg ik natuurlijk weer zin in een boek van Els Pelgrom) en nog een ander boek waarvan ik de titel niet ga verklappen (als je goed kijkt vind je ‘m in dit bericht), maar dat veel te maken heeft met wat ik aanstaande zaterdag ga doen.

Etenstijd

Ik hou van eten. Als ik ooit voor het dilemma goed eten of goede boeken zou staan, dan weet ik niet zomaar wat ik zou kiezen. Voorlopig laaf ik me aan voldoende (variatie) van beide en daar prijs ik me gelukkig om.

Omdat ik best veel aandacht heb voor wat ik eet, let ik ook vaak op wat personages eten. Ik heb in geen achttien jaar een boek uit Ann M. Martins Babysittersclubreeks vastgehad, maar dat Joke Kishi zich graag op taco’s stort, verdwijnt maar niet uit mijn geheugen (ik had toen geen idee van wat taco’s waren, maar het was klaar als een klontje dat dat iets heel lekkers moest zijn). Zowel in Met je hoofd boven water (Gideon Samson) als in Paard met laarzen (Jef Aerts) krijgen de kinderen koffie als ze toe zijn aan een opkikkertje. Koffie: ik drink het (zelfs nu ik 29 ben) zelden, maar wat een aantrekkingskracht en troost gaat ervan uit! In hetzelfde boek van Jef Aerts is er trouwens een crisis tussen Fieke en haar ouders en wanneer een gezinsoverleg zich opdringt, trekt de moeder (geloof ik) een zak chips open. Ik zie de chips daar liggen op die volledig opengescheurde aluminium verpakking zodat iedereen rond de tafel er goed naar kan grijpen, hoewel ze eigenlijk te boos zijn of net boos genoeg om chips te eten (laat staan om die eerst in een schaaltje te doen). Kijk, zie daar, als ik mag wijzen, voor mij klopt dat, dat eten, dat detail.

Vandaag dus op de menukaart: titels die ik voor de vuist weg kan opnoemen waarin het eten voor mij klopt (en heel het boek):

  • Els Pelgrom – De eikelvreters (dit behoort tot het allerbeste dat ik heb gelezen)
  • Markus Zusak – De Wolfe Brothers Trilogie: De underdog; De vechter; Als honden huilen (worstjes en conservegroente à volonté)
  • Willy Vlautin – De ruwe weg (de Hamburger-Helper en een keur aan Amerikaanse microgolfovenmaaltijden)
  • Finn-Ole Heinrich & Rán Flygenring – Het leven is een pannenkoek (McDonalds! Ik twijfel een beetje of de Generaal-voor-kaas klopt. Ik gun hem het voordeel van de twijfel omdat ook hij koffie schenkt voor zijn kleindochter)

Als ik die boeken en hun keuken hier opgesomd zie, valt het me op dat het nooit om gezond eten gaat. Ook hebben de boeken op dit lijstje allemaal meer ‘honger’ dan eten erin, misschien.

Jullie kennen ongetwijfeld nog meer titels.

Pendelen

Een van de fijnste dingen aan mijn nieuwe job vind ik het pendelen. De meerderheid van de mensen die elke dag de trein nemen, verklaart me vast gek, maar eerlijk: ik geniet ervan. Van in de auto lezen geef ik gegarandeerd over (daar moet ik zelfs niet voor lezen) en op de fiets is het vreselijk onhandig, maar wanneer die drummende massa zijn plekje heeft gevonden en hazenslaapjes en oortjes de wagon overnemen, sla ik mijn slag en de bladzijden om en is het beste halfuur van de voormiddag aangebroken.

Dit las ik op de trein van 9 mei tot vandaag:

Alain de Botton – Ode aan de arbeid (een dame steekt haar duim naar me op bij het afstappen – was ze fan of dacht ze dat ik een statement wou maken tijdens de periode van treinstaking?)
Peter Theunynck en Lies Van Gasse – Nel (veel andere pendelaars lezen mee over mijn schouder)
Timothée de Fombelle – Het schrift van Perle
Kurt Vonnegut – Slachthuis Vijf, of De kinderkruistocht (‘Uw dossier werd automatisch afgesloten, omdat uw voorwerp(en) na 8 weken nog steeds niet werd(en) terug-gevonden’. Ik kocht een nieuw exemplaar)
Gideon Samson – Overspoeld
Richard Yates – Cold Spring Harbor
Harrie Geelen – Toen Sjoerd naar de dierentuin ging (hardop gelachen in de fietsenwagon en drie keer herlezen)
Bibi Dumon Tak en Annemarie Van Haeringen - Siens hemel
Primo Levi – Is dit een mens (voor drie euro gevonden in de Pljoesjkin!)
Edward van de Vendel – Oliver
Gideon Samson – Met je hoofd boven water

(Cold Spring Harbor heb ik al teruggegeven aan D. / Ode aan de arbeid leverde me een boete op bij de bib. Voor de foto verving ik 'm door het eerste boek dat ik van de Boton las.)

(Cold Spring Harbor heb ik al teruggegeven aan D. / Ode aan de arbeid leverde me een boete op bij de bib. Voor de foto verving ik ‘m door het eerste boek dat ik van de Botton las.)