Evenveel succes toegewenst!

Het is mij overkomen, zoals mij geregeld een en ander zomaar overkomt. Ik kreeg een telefoontje met de vraag of ik een cursus Literaire Creatie wilde geven aan de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans in Lier. Hoewel we toen in Sinaai woonden en Lier dus niet meteen bij de deur was, heb ik niet lang geaarzeld. Dat was in 1999. Sindsdien heb ik diezelfde cursus met evenzoveel invullingen als er cursisten waren, gegeven in Aalst, Hamme, Harelbeke, Grimbergen en inmiddels al een jaartje of zes in Sint-Niklaas. Mijn grootste frustratie was jarenlang dat er zo weinig cursisten voldoende gedreven bleken dat er ook maar sprake kon zijn van publicatie. Het grootste compliment dat ik ooit van een cursist heb gekregen was eigenlijk een verwijt dat hij me naar het hoofd slingerde: ‘Frank, je bent veel te fanatiek!’ Bovendien keken velen heel vreemd op wanneer ik vroeg of iemand er ooit aan gedacht had om voor kinderen te schrijven. Het zit blijkbaar nog steeds diep, de stupide gedachte dat voor kinderen schrijven minderwaardig is.

Gelukkig heb ik in de loop van de jaren enkele (oud-)cursisten zien publiceren. Met werk dat tijdens de lessen was ontstaan. En jawel, enkelen hebben zelfs de weg naar de kinder- en jeugdboeken gevonden. Het is dan ook niet zonder trots dat ik kan schrijven dat twee van mijn oud-cursisten momenteel genomineerd zijn voor de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen. Danny De Vos publiceerde vorig jaar zijn eerste kinderboek, Hoe Napoleon zijn verjaardag vierde (Manteau), en haalt daarmee meteen al een nominatie binnen. En Reine De Pelseneer verliet de veilige paden van de kinderboeken en wordt nu beloond voor haar eerste youngadultboek dat verscheen onder de titel Is liefde lastig? (De Eenhoorn). Aangezien hun boeken in een verschillende leeftijdscategorie genomineerd zijn, kan ik hen beiden evenveel succes toewensen!

Sst!

Vorige week was ik op bezoek bij de vijfdeklassers van GBS De Toren in Melsele. Toffe klassen, toffe juffen. Na afloop ging ik nog even bij de directeur langs. Hij vertelde enthousiast dat in zijn school op een heel eenvoudige, maar doeltreffende, manier aan leesbevordering gedaan werd. Met als gevolg: leesplezier voor iedereen. Het lijkt wel het Ei van Columbus: even eenvoudig als doeltreffend, en het kan op elke lagere school! Het project heet kilometerlezen, is bedacht in Nederland, maar de Melseelse school heeft er haar eigen draai aan gegeven. Ik citeer Juf Pascale, die speciaal voor deze blog haar artikel voor het schooltijdschrift vroeger heeft geschreven:

Elke dag, na de middagspeeltijd lezen de kinderen 10 minuten. Ze mogen zelf een boek kiezen naar hun eigen interesse. Ze lezen in stilte en genieten van het verhaal of de informatie die ze opdoen. ‘Sst …’ zeggen we dan, ‘… onze school leest.’ Dit geeft een echt samenhorigheidsgevoel. We zijn nu ongeveer een 4-tal weken bezig en ik hoor regelmatig de juffen en meesters zeggen dat veel leerlingen dit echt een leuk moment vinden. Leesplezier is zeer belangrijk om de kinderen aan het lezen te krijgen en te houden. Onze leesprestaties kleuren we op onze te volgen weg. Zo maken we onze leeskilometers zichtbaar. Hoe meer we iets doen, hoe beter we het kunnen. Zo geven we het leesniveau op onze school een extra boost.

Ik stel me graag voor dat dit in élke lagere school in heel Vlaanderen zou gebeuren. En wat mij betreft in elk bedrijf, in elke huiskamer, in alle rusthuizen … En dat op hetzelfde moment heel Vlaanderen fluistert: ‘Sst, we zijn aan het lezen…’

Duur werk

Een vraag die ik bijkans wekelijks krijg: kun je in Vlaanderen leven van je pen?? Wanneer ik dan bevestigend antwoord en eraan toevoeg dat ook mijn Vrouw een zelfstandige kinderboekenschrijver is, dan wordt de verbazing meteen dubbel zo groot. Uiteraard dien ik een en ander toe te lichten: zo is het voor schrijvers die geen werkbeurs krijgen welhaast onmogelijk om genoeg boeken te verkopen zodat kinderen voldoende te eten krijgen, een huis afbetaald geraakt, een auto geregeld van brandstof wordt voorzien, enzomeer. Wie dan wil leven van het schrijven, moet bereid zijn om ook de hort op te gaan en lezingen te geven in scholen en bibliotheken. Gelukkig doen Moniek en ik dat graag. (En vaak.) Wat is er fijner dan een groepje kinderen warm maken voor wat je zelf geschreven hebt? Aangevuld door de leuke reacties die je nadien in je mailbox vindt. Van de kinderen én van leerkrachten die schrijven dat Nona en Davy vroeger met geen stokken aan de boeken te krijgen waren en nu het ene na het andere boek van jou verslinden. En die enthousiaste berichten van bibliothecarissen, die je boeken niet aangesleept kunnen krijgen, die melden dat al wat ze van jou in de bib hebben staan al wékenlang uitgeleend is. Zalig!

Na een voorjaar vol lezingen hebben we doorgaans voldoende tijd gekocht om de rest van het jaar te kunnen schrijven. Nu en dan pleeg ik nog wel eens iets educatiefs of journalistieks. Zoals vorige week, toen ik een stukje mocht schrijven over een… wc. Jawel. Maanden geleden had ik de vraag gekregen of ik op 1 mei vrij was. Ja, dus. Of ik dan in het Hol van Pluto een wc wilde testen en erover schrijven – een publi-advertoral, copywriting, weet je wel. Eh, waarom niet? Om een nat verhaal droog te maken: de wc was heel bijzonder, de opdrachtgever, eh, ook. Afijn, na vele velletjes papier kon ik een en ander doorspoelen en mijn factuur sturen.

Maar Moniek vindt, met de glimlach, dat het nu welletjes geweest is met dat soort stukjesschrijverij. Toen ik jaren geleden een aantal streaming audio-apparaten mocht uittesten voor een artikel, kwam ik met mijn honorarium voor het stuk bijlange niet toe om mijn favoriete hifi-installatie aan te schaffen. Ze speelt hier nu al enkele jaren dagelijks mooie muziek. Een bedden-test zorgde ervoor dat we nu in een bijzonder goed bed slapen. En het toeval wil dat net nu onze wc-bril aan vervanging toe is…

Ja, schrijven in Vlaanderen is soms een dure job.

Vaas zonder bloemen…

Toen ik vorig jaar op vrijdag 10 juli mijn mailbox opende, zat daar een bericht van Kinder- en jeugdjury Vlaanderen in met de fijne mare dat mijn boek ‘Want een ezel is een voorbeeldig mens!’ was genomineerd. Ook Moniek had zo’n mail ontvangen; haar ‘Meester Frank en de draak’ stond eveneens op de nominatielijst. Het was bovendien Monieks verjaardag, de fles kon niet snel genoeg open.

Eilaas zat er een minder fijne passus in de mail: ‘Op het einde van het leesjaar gaan we op tournee en organiseren we ontmoetingen tussen auteurs en illustratoren en lezers op verschillende KJV-leesplekken in Vlaanderen. Dit vervangt het grote slotfeest dat in 2016 niet zal plaatsvinden.’ Ik herinner me dat ik meteen zei: ‘Als er geen slotfeest is, dan win ik de prijs!’

Laat me duidelijk zijn: ik ben ont-zet-tend content met de belangrijkste prijs die je als kinderboekenschrijver kunt winnen, want met louter kinderen in de jury. Ik blijf er echter een dubbel gevoel aan overhouden. Stel je voor dat je als wielrenner een belangrijke koers wint. Maar er is geen cérémonie protocolaire. Je mag de komende maanden wel in enkele parochiezalen over die koers en je overwinning gaan vertellen. Dat is toch niet hetzelfde. De euforie van het moment, de schittering, die zo’n overwinning glans geven, zijn verdwenen.

Natuurlijk heb ik al genoten van de plaatselijke KJV-feestjes, met lezingen voor zéér geïnteresseerde jonge gasten, met na afloop pannenkoeken, popcorn, ijsjes. Op alle plaatselijke KJV-slotfeestjes die ik al heb meegemaakt en die ik nog mag bijwonen, staat mijn boek op één, twee of drie. Het is, jawel, elke keer genieten. Ik probeer me echter ook voor te stellen hoe het is om genomineerd te zijn, maar niét in de plaatselijke en algemene top drie te prijken. Dan sta je daar toch enigszins voor Piet Snot bij de bekendmaking. Voor de komende Kinder- en Jeugdjury kan ik niet genomineerd worden wegens geen boek gepubliceerd in 2015. De KJV-organisatie kan me dus niet van eigenbelang verdenken wanneer ik hartstochtelijk wil smeken om volgend jaar toch weer een Groot Slotfeest te organiseren. Want een KJV-bekroning zonder Groot Slotfeest is als een, … eh, een… vaas zonder bloemen. Toch?