Dagboek met fotootjes en zo

Een vakantiedag uit het immer zo avontuurlijke leven van een Kinderboekenschrijfster

De Kinderboekenschrijfster staat gezwind op om 7u. Nu ja, ze drukt vloekend de wekker uit, strompelt blindelings naar de keuken om de pup buiten te laten alvorens er sanitaire ongelukken kunnen gebeuren en sleept zichzelf vervolgens de trap op om Zoon 1 op tijd wakker te schudden voor zijn blokactiteiten. Daarna kruipt ze weer in bed, want 20 minuten extra slaap zijn per slot van rekening 20 minuten extra, dus waarom zou ze zichzelf die niet gunnen? Het is ten slotte vakantie, nietwaar. Om 7u20 drukt ze opnieuw vloekend de wekker uit, strompelt alweer blindelings naar de keuken om de pup binnen te laten, te voeren en te knuffelen tot haar badjas half in (natte) rafels hangt, want het enthousiasme van dat beest kent werkelijk geen grenzen. Een mens zou bijna gaan denken dat hij zonet na maanden eenzaam isolement uit een donkere kelder werd verlost. Daarna sleept ze zichzelf alweer de trap op om Zoon 1 iets hardhandiger wakker te schudden, want die is uiteraard weer in slaap gesukkeld zoals dat elke morgen tig keer gebeurt en de handeling zich eindeloos blijft herhalen. En ook de Dochter moet eraan geloven.

De Kinderboekenschrijfster doet dit niet uit leedvermaak – waarom zou haar arme dochter tijdens de zomervakantie om 7u25 uit bed moeten? Maar het kind wil mee naar haar moeders werk. Wat betekent: een dagje uit, om in 34° C (want de Kinderboekenschrijfster wist uiteraard niet dat dit de Warmste Dag van het Jaar zou worden – ze had het te druk met lezen en schrijven om het weerbericht te volgen, een mens kan toch niet alles tegelijk!) dik 140 km af te leggen naar Lier, om aldaar struisvogels te gaan fotograferen, de verzorgers enkele van hun geheimen te ontfutselen en dan diezelfde dik 140 km weer naar huis te rijden. Er komt namelijk een deadline dreigend dichterbij.

De Dochter had eerst getwijfeld of ze mee wil. De struisvogels bevinden zich op een Kinderboerderij, en aangezien de Dochter al bijna 14 is, vond ze dat toch enigszins beneden haar waardigheid. En haar moeder had toch zekers geen babysit nodig? En wat moest zij dan de hele tijd doen in de auto? Het was pas toen de Kinderboekenschrijfster haar lieflijke puber verzekerde dat de Kinderboerderij in de voormiddag gesloten was, dat de Dochter toegaf. Waarna ze bij aankomst – het is ondertussen na 10u – uiteraard zeer enthousiast een konijn of drie dient te knuffelen. En een ezel te aaien. En ‘Oh’ en ‘Ah’ te roepen bij ieder ander beest dat opdaagt, en dat zijn er nogal wat. Waardigheid blijkt een bijzonder flexibel begrip bij lieflijke pubers.

konijn

De Kinderboekenschrijfster doet ondertussen haar werk. Ze fotografeert, vraagt, luistert en noteert. En dan wordt haar gsm net niet uit haar handen gepikt door een struis. Het beest hapt behoorlijk gemeen. Het maakt zelfs een knappende geluid, waardoor de Kinderboekenschrijfster heel even gilt. Heel even maar, want goed voorbereid als ze is, weet ze uiteraard dat struisvogels geen tanden hebben. En dat ze gewoon nieuwsgierig zijn. Maar toch, gvd! Hadden ze haar niet even kunnen waarschuwen dat die nieuwsgierigheid zich niet door een omheining liet tegenhouden?

struis

Tegen 12u zit het werk erop en kunnen ze naar huis. Niet zonder een uur in de file te staan in Mortsel, uiteraard. Want de gps heeft haar daarlangs gestuurd. De Kinderboekenschrijfster had nog overwogen om een andere weg te nemen, maar de gps zou het wel beter weten. Duhuh. Enfin. Er wordt in het wegrestaurant een veel te duur en niet eens zo lekker broodje gekocht, dat de Kinderboekenschrijfster en haar Dochter puffend in de auto wegwerken, wegens geen plek in het airco-restaurant en vervolgens moet er een cello opgehaald worden in Gent. In een straat waar nooit parkeerplaats is en waar het ontzettend druk is en waar vieze oude mannen naar je kont staren en sissende geluiden maken, zo kunnen de Dochter en haar moeder gezamenlijk vaststellen.

Bent u er nog?

Er waren namelijk ook bijzonder mooie momenten te beleven. Zo was er een lichtblauw autootje met wimpers (Echt Waar!), een camouflage-garage, een winkel met een wel erg vreemde naam én ijsjes bij thuiskomst om 15u30. En daarna mocht de Kinderboekenschrijfster – hoera, hoera! – nog boodschappen doen (want de Echtgenoot was een en ander vergeten) en Zoon 1 naar het station voeren (want anders kon hij zijn trein niet meer halen) en geld afhalen om de afspraak van de Echtgenoot bij de kinesist te gaan betalen (want de Echtgenoot zelf kon zijn portefeuille nergens vinden en afspreken om morgen te gaan betalen was toch wel een beetje onnozel).

camouflage winkel

Om 19u crasht de Kinderboekenschrijfster in de hangmat. Gelukkig is het mooi weer, de Echtgenoot staat te koken, de Dochter ruimt op, Zoon 1 studeert, Zoon 2 gaat uit en de pup ligt hijgend in een koel, donker hoekje. Het leven kan schoon zijn, soms.

En voor straks staat de gin tonic koud.

 

Bucket list

De meest waanzinnige dingen gebeuren wanneer je ze het minst verwacht.

Zo beslisten wij om deze zomer maar eens niet op reis te gaan. Ik had massa’s schrijfopdrachten, we kregen een nieuwe pup en er moest van alles en nog wat geklust worden aan en rond het huis. Het zou een rustige, misschien wel beetje saaie vakantie worden. En toen gebeurde dit.

Het stond niet meteen op mijn bucket list, maar ik kan het sinds gisteren desalniettemin schrappen: op 45-jarige leeftijd een badscène filmen met een 19-jarige danser. Daar kwam een en ander bij kijken, namelijk: een opkomende band, bevriende filmers-in-opleiding, een razend enthousiaste dochter die in een andere scène meedeed, 84 flessen water van 2L (wegens geen stromend water in het pand), 2 flessen badschuim, talloze sigaretten, een tiental wierookstokjes, valse wimpers en pakweg 35 lagen make-up. Het was een duur bad, dat kan ik u wel vertellen.

Het filmen zelf was… bijzonder. Ik had er werkelijk geen idee van hoeveel er geroerd moet worden om voldoende schuim te maken in een bad zonder stromend water. En hoe snel dat schuim ook weer verdwijnt. Waarna er weer geroerd moet worden. Waardoor er spetters water op je make-up komen, die dan weer moet bijgewerkt. Maar ook: hoe vindingrijk, onvermoeibaar, enthousiast en vol overgave jonge creatieven bezig zijn. Met hart en ziel en een toewijding waarvan je tranen in de ogen krijgt. Ook zonder sigarettenrook en opspattend badschuim.

Nee, ik heb geen ambities in de film- of videoclipwereld. Maar voor zo’n projectje met jonge mensen mogen ze mij altijd vragen. Ook al leek ik naar het schijnt nogal op Patsy uit Absolutely Fabulous. (Ik heb iets minder gedronken, maar minstens evenveel gerookt. En mijn haar en schmink waren even onwaarschijnlijk!)

bucket list

P.S. Sorry voor de Engelse titel. Die’ bucket list’ schijnt in het Nederlands een ‘loodjeslijst’ te zijn, maar geef toe: dat klinkt toch een stuk minder cool?

Elke dag een beetje angst

Ik ben een schijtlaars. Dat is ooit anders geweest, maar nu is het wat het is: ik heb schrik van alles. Dat moet ik zien te overwinnen, en daar schreef ik eerder al een stukje over.

Angst overwinnen is iets wat je elke dag moet doen. Stapje voor stapje. Beetje bij beetje. Want met grote happen tegelijk lukt het niet. Dus probeer ik dagelijks mijn angsten iets minder impact op mijn leven te laten hebben. Door wél dat telefoontje te doen waar ik zo tegenop zie. Door tóch mijn huis uit te gaan en onder de mensen te komen, ook al heb ik daar totaal geen zin in. Door telkens opnieuw dingen te proberen die mij ontzettend schrik aanjagen, omdat ik denk dat ik ze niet kan, dat ik door de mand zal vallen en een mal figuur zal slaan. In de ogen van de anderen, maar vooral in die van mijzelf.

Elke dag opnieuw.

En dus heb ik besloten om vandaag te figureren in een videoclip. Serieus. Gewapend met allerlei attributen – een sigarettenhouder, valse wimpers, een waterkoker en een Amy-Winehouse-dot – ga ik vanavond op pad.

Ik hou u op de hoogte van het resultaat. Zelfs als het onvoorstelbaar slecht is. Want ik durf dat!

2016-08-18 16.13.16-2

Creatieve boekhouding

Ik zat naar schatting aan mijn derde kop koffie deze morgen – soms durf ik ze uit eerlijke schaamte voor mijn toch-wel-een-beetje-verslaving niet meer te tellen – en ik had al zomaar eventjes 5 (VIJF!) aanzetten voor gedichten geschreven. Ik was dus dringend aan een pauze toe. En toen kwam ik op FB deze tegen:

2016-08-16 13.14.35

Een meer accurate definitie van wat een schrijver is, heb ik in lange tijd niet gezien. Want zeg nu zelf: 3 koppen (zelfs al waren het er 4!) koffie voor 5 bijna-gedichten. Daarvoor kun je toch niet sukkelen?

Wat mij meteen bij het volgende brengt: is het niet hoog tijd dat wij schrijvers onze koffiekosten als officiële aftrekpost kunnen inbrengen? Ik bedoel maar. Ik ben totaal niet thuis in dat soort dinges, maar bedrijven kunnen dat volgens mij wél. Terwijl het geenszins bewezen is dat het de productiviteit van hun werknemers vergroot. Laat staan hun creativiteit.

Nu ik erover nadenk: ik denk niet dat er schrijvers bestaan die geen koffie drinken. Ik ben ze alvast nog niet tegengekomen. Of ze durven zich niet als dusdanig te uiten, dat kan natuurlijk ook. Ik ken trouwens ook geen (jeugd)schrijvers die geen wijn drinken. Of cava of champagne. Zou je dat ook in literatuur kunnen omzetten?

Dan wordt het volgend jaar een héél creatieve boekhouding!

Een kwestie van opvoeding

Onze Pablo is een dikke 13 weken oud. Omgerekend in mensenjaren is dat net geen twee jaar, dus het is eigenlijk niet verwonderlijk dat zijn gedrag bij tijden onuitstaanbaar is – hij nadert de Terrible Two. Al wie kinderen heeft (of andermans kinders af en toe over de vloer krijgt voor – laten we zeggen – langer dan anderhalf uur) weet wat dit betekent: een mens zou er krijsend van de gordijnen in kruipen.

Nu heb ik al wel enige opvoedkundige ervaring. Mijn eigen kinders zijn 19, 17 en 14, ze leven nog steeds en bovendien kunnen ze zich doorgaans vrij goed gedragen. Lees: ze breken ons noch andermans kot af, zijn proper op zichzelf en spreken meestal met twee woorden (‘duhuh’ laat ik gemakshalve even buiten beschouwing, en de uitdrukking ‘moh écht’ bestaat per slot van rekening toch ook uit twee min of meer echte woorden).

Met puppy’s heb ik zelfs nog meer ervaring: Pablo is mijn nummer 9. Maar eerlijk: het wordt er niet makkelijker op. Voor zover je de opvoeding van een pup met die van kinders vergelijkt, valt het wel mee: je maakt ze zindelijk, zorgt dat ze hun spuitjes krijgen, voedert en knuffelt ze en geeft ze massa’s liefde. Wanneer ze te opdringerig hengelen naar aandacht probeer je ze te negeren en bij puberale weerspannigheid is het een kwestie van standvastig voet bij stuk te houden. Daarna kun je alleen maar hopen dat ze op hun pootjes terecht komen.

Tot daar de theorie. Want onze nummer 9 is hors catégorie. Pablo is er namelijk van overtuigd dat hij bij de mensenkinders-clan hoort, en niet bij de honden. Dat maakt hij duidelijk door continu bij ons te willen zitten, tegen ons te praten in een taal die het midden houdt tussen kreunen, blaffen en grommen, met onze spullen aan de haal te gaan en te weigeren om bij de andere honden te slapen. Toegegeven: een en ander is niet de schuld van de pup, maar van de Echtgenoot die zijn opstandig gedrag niet alleen oogluikend goedkeurt, maar ook nog eens aanmoedigt.

Het resultaat is dat deze zomer geen mens meer veilig is in onze hangmat. Enfin, ik toch niet. Zitten de kinders er niet in, dan wel de hond. Dus ben ik voorlopig voor mijn lees- en schrijfwerk verbannen naar een ander hoekje van de tuin.

2016-08-14 15.43.45-2  2016-08-14 15.44.58-2