Luister maar

Voorlezen heb ik altijd iets fijns gevonden. Zowel om het zelf te doen, als om te genieten van een andere stem.
Toen ik drie jaar was, wou ik maar één boek voorgelezen krijgen: dit. Iedere avond las mijn mama het voor, tot ik het zelf woord voor woord kon meezeggen.  “Ik kom jullie iets heel fijns vertellen, luister maar.”

Achttien jaar en heel wat ook niet-christelijk geïnspireerde boeken later, ontmoette ik mijn huidig lief. Het zat meteen goed toen bleek dat hij hield van nachtelijk voorlezen. Na één week begon hij mij de gewaagde openingsscène van deze klassieker voor te lezen. Zo’n man laat je toch niet meer gaan? Na zeven jaar houden we nog steeds het ritueel van de slaapverhalen in stand.

Toen vier jaar geleden Boek.be het initiatief nam de allereerste Vlaamse cursus ‘shared reading’ te organiseren, heb ik niet lang moeten nadenken om mij in te schrijven. ‘Shared reading’ is een methodiek die vanuit het Engelse The Reader Organisation (een initiatief van Jane Davis) naar hier is overgewaaid. Het idee om – ook met mensen die niet gemakkelijk toegang hebben tot literatuur – samen te lezen aan de hand van krachtige (kort)verhalen en gedichten en met elkaar hierover van gedachten te wisselen, heeft ondertussen mooi ingang gevonden in Vlaanderen. Er werd een heus ‘Lezerscollectief’ opgericht dat heel diverse leesgroepen aanstuurt, er is het initiatief ‘samen lezen’ van het fantastische De Dagen, maar ook verschillende steden, zoals Antwerpen en Gent, organiseren samenleessessies. Vormingplus Gent-Eeklo zorgt onder de naam ‘Komen Lezen’ voor de ondersteuning van verschillende voorleesgroepen in het Gentse. In één van die groepen, ben ik ondertussen drie jaar actief als voorlezer.

Samen met mijn vriendin Annelore lees ik tweewekelijks op maandagavond voor in het allerfijnste kamertje van de Vooruit: de blauwe kamer op de derde verdieping. Er is thee, koffie, er zijn (iedere week andere!) koekjes, er is een fantastisch uitzicht over de Bagattenstraat, er is een kortverhaal, er is een gedicht. Meer is het niet. Maar meer is niet nodig voor een gezellige, verrijkende en vaak ook inspirerende avond. Want een iets is me doorheen die jaren erg duidelijk geworden: samen lees je zoveel méér. Niet alleen in de teksten die we hardop voorlezen, maar ook in de mensen die deelnemen aan je groep. Want voor je het goed en wel beseft, hoor je geheimen die je niet had verwacht. Zorgt een eenvoudig verhaal voor een bijzondere ontmoeting.

16754500_10158374006685106_1492663572_n

Ook gisterenavond was weer zo’n mooie komen lezen-avond, zo’n soort avond die ik niet meer zou kunnen missen. Annelore las het verhaal ‘Huppelen in groep’ uit de bundel ‘Groener Gras’ van Annelies Verbeke. Hierin zet Steven, samen met vijf andere deelnemers, al zijn hoop in op een huppelclub. Een onverwachte, hechte vriendschap brokkelt echter af wanneer de nationale competitie huppelen in zicht komt. Dit gegeven doet de jongste deelnemer verzuchten dat ze, “misschien ligt het aan mijn leeftijd”, steeds meer merkt hoe competitie in haar vriendengroep binnendringt. “Wie heeft de leukste job, wie gaat al samenwonen? Het lijkt wel een wedstrijd.” Volgens een andere deelnemer, een vrouw met twee huppelkinderen, heeft het niets met leeftijd te maken. Soms kijkt ze met verbazing naar zichzelf. Hoewel ze zichzelf lang niet als competitief beschouwt, betrapt ze zich er ook op te willen uitblinken, de beste te willen zijn.

De avond sluiten we altijd af met een gedicht. Ik lees twee keer na elkaar ‘De eierschaal’ van Thomas Lieske voor. Een man blijft hangen aan de woorden: ‘Hoe hij als kleine, nerveuze jongen die eierschaal al moest / dragen en een lied moest zingen terwijl alle anderen keken.’ Ze raken hem op een manier die hij niet kan uitleggen.
We praten over kwetsbaarheid, en hoe moeilijk het is die te bewaren. Kan je wel leven als je niet af en toe een barst toelaat? Hoewel, zo’n eitje heeft ook wel iets knus. Een goedlachse deelneemster neemt zich voor om de rest van de week in een eierschaal te kruipen, lekker gezellig. Johan, de deelnemer met de mooie stem, leest het gedicht nog een allerlaatste keer, vooraleer we elk naar huis gaan.

16754595_10158373946435106_1717735247_n

En mijn klein eiermomentje? Dat volgt op het einde van de dag, wanneer het aan mij is om te luisteren.

 

 

Groetjes van het administratieve hart

Dag iedereen!

Dit is Nanne:

2. Nanne

En ik ben Marieke (in het gezelschap van Karl Ove Knausgard).
1. Marieke

Met ons drieën vormen we het administratieve hart van auteurslezingen.be.
(Vergis u niet, Karl Ove is van onschatbare waarde als zwijgzaam, instemmend en bevestigend bordkartonnen klankbord.)

Waarin wij gespecialiseerd zijn? Ieder jaar 2.600 lezingen van Vlaamse en Nederlandse schrijvers, vertalers en illustratoren mee mogelijk maken.

Het Vlaams Fonds voor de Letteren legt 100 euro per lezing bij. Op die manier krijgen scholen, bibliotheken, sociale en culturele organisaties een mooie korting op de factuur met het auteurshonorarium. Zo verlagen we de drempel om een unieke ontmoeting tussen auteur en publiek mogelijk te maken.

De meeste lezingen die we ondersteunen (ruim 80%) worden gegeven door kinder- en jeugdauteurs en illustratoren. De jeugdboekenmaand is dan ook onze jaarlijkse hoogmis: ruim 1.000 lezingen vinden dan plaats met onze steun .

Wil je onze auteurs ontdekken? Neem een kijkje op onze auteurslijst.
Niet schrikken, we ondersteunen er meer dan 600! Dankzij enkele handige selectievakjes vind je de auteur die je zoekt. Een Oost-Vlaamse illustrator die lezingen geeft aan 10-jarigen met ‘humor’ als rode draad? Nils Pieters natuurlijk. Maar je kan Nanne of mij ook altijd mailen of bellen voor advies: nanne@vfl.be of marieke@vfl.be: simpel!

Vele 3. Samen paint vanlogo auteurslezingen!

 

 

Dag Tinneke, Hallo Marieke!

Liefde voor boeken, liefde voor lezen, liefde voor poëzie, liefde voor haar vak: elke post van Tinneke van Bergen stráálde ervan. Bedankt Tinneke, en veel plezier op studiereis, en moge alle studenten lerarenopleiding het Tinneke-virus te pakken krijgen.

Februari brengt ons Marieke, Marieke Roels, Marieke van het Fonds. Als u auteur of illustrator bent, of als u al eens een lezing hebt georganiseerd met steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren, dan kent u haar vast al. En dan bent u net als ons nieuwsgierig om haar en haar werk beter te leren kennen. En wie Marieke nog niet kent, moet dat dringend doen. Welkom, Marieke!

Dit is het einde, maar het is nog lang niet gedaan

De maand januari zit erop en dus ook mijn blog hier. Vanaf morgen kijk ik samen met jullie uit naar de schrijfsels van de volgende.

De vindeling van Wammerswald

Mijn betrokkenheid bij kinder- en jeugdliteratuur zal er echter niet op verminderen. Volgende week trek ik samen met een aantal studenten naar de University of Winchester voor een uitwisseling. We gaan er lessen bijwonen aan de universiteit en lesgeven in een plaatselijke basisschool. We werken in het thema vluchtelingen.

De Britten kozen om te werken rond The boat van Andrew Melrose, wij laten hen kennismaken met De vindeling van Wammerswald van Stefan Boonen en Tom Schoonooghe (ill.).

 

 

Jane Austen Tour

Daarnaast geef ik er ook gastcolleges over ‘cultural awareness through literature’. Exciting, isn’t it?

Tussendoor verkennen we de oude stad, met sporen van schrijfster Jane Austen en dichter John Keats en heel wat bezienswaardigheden en pubs…

 

 

 

En in maart is het jeugdboekenmaandafbeelding mvx

Noteer zeker al 18 maart, want dan is het kinderboekendag, een prachtig initiatief van Jan De Kinder, Stefan Boonen en Siska Goeminne. In 70 boekhandels in Vlaanderen zullen zo’n 100 auteurs en illustratoren voorlezen, vertellen, tekenen…

Kinderboekendag

Lang zullen we lezen!

Creativivrijheid

Boekbesprekingen? Saai! En toch wil ik dat toekomstige leraren kunnen praten over boeken en nog meer: dat ze boeken kunnen bespreken. Ik wil dat ze op een bewuste manier leren kijken naar verhalen. Wat je als lezer een goed (kinder)boek noemt, is in principe heel subjectief natuurlijk. Je kan allerlei redenen hebben om een boek goed te vinden. Wanneer mensen een boek beoordelen, hanteren ze daarbij vaak geen duidelijke criteria. Ze zeggen wat ze ervan vinden, maar niet op basis van welke kenmerken ze tot die conclusie komen. Toch kan je als leerkracht gebruik maken van een aantal min of meer objectieve criteria om te bepalen met welke boeken je kinderen in contact wil brengen.

Jonge lezers zijn zich vooral bewust van wat er in een verhaal gebeurt, hoe goed ze zich kunnen inleven, hoe spannend het is en welke gevoelens het verhaal bij hen oproept. Maar ook onbewust hebben verhalen een belangrijk effect op kinderen. Dat effect is enerzijds afhankelijk van de lezer zelf, anderzijds ook van de keuzes van de auteur en eventuele illustrator en de manier waarop het verhaal geschreven is. Ik wil dat mijn studenten kunnen inschatten in welke mate een verhaal literaire kwaliteit heeft of m.a.w. dat ze het onderscheid kunnen maken tussen echte literatuur en triviaal leesvoer of pulp fiction. Ik wil dat ze zich afvragen of de aanwezige thema’s op een genuanceerde manier benaderd worden, of het verhaal louter wensvervullend is of dat het de lezer aanzet tot nadenken, of de humor puur entertainment is of een middel om te helpen relativeren, of er enige psychologische diepgang in het verhaal zit, of niet alles draait om avontuur en actie, enz. Daarmee wil ik zeker niet suggereren dat enkel literaire verhalen goed zijn voor kinderen. Maar het is zoals met voeding: alle dagen fastfood is niet gezond.

Daarnaast wil ik die leraren in spe ook trainen in het herkennen van verschillende genres en het herkennen van waarden en normen die indirect in het verhaal meegegeven worden. Als ze dan ook nog iets zinvols kunnen zeggen over de opbouw van het verhaal (Wat zorgt ervoor dat je blijft lezen? Waar zit de climax?) en de psychologische uitdieping van de personages (Evolueren ze doorheen het verhaal?), ben ik helemaal tevreden.

Interessante gespreksonderwerpen voor in de lessen kinder- en jeugdliteratuur die tot boeiende discussies leiden. Maar niets stimuleert de denkontwikkeling van studenten zo sterk als iets op papier moeten zetten. Daarom wil ik dat ze ook schrijven over die onderwerpen. Een boekbespreking dus. Saai…tenzij je hen vrijheid geeft. Veel vrijheid. Zonder de lat lager te leggen, wel te verstaan. Laat ze zelf een boek kiezen – ik gaf hen een lange lijst waaruit ze mochten kiezen – en laat ze dat boek op een eigen creatieve manier verwerken, bv. in een lapbook.

IMG_0765 IMG_0767 IMG_0768 IMG_0770 IMG_0780 IMG_0781 IMG_0788

Mijn dochter kwam er gezellig bijzitten. Eerst om al die fraaie werkjes mee te bekijken, daarna om aantekeningen te maken in haar notitieboekje (van wie zou ze dat toch hebben?) en al snel om brieven te schrijven naar haar vrienden en die expressiekracht bij te zetten met stempels, tekeningen en decoraties van washi tape.

Vooraf had ik duidelijk gemaakt dat de inhoud gequoteerd zou worden en niet de vorm. Dit weerhield mijn studenten er echter niet van om zich volledig te laten gaan in die vormgeving, integendeel. Heerlijk! (Zo zie je maar dat studenten niet per definitie gemakzuchtig zijn.) Bovendien zorgde dit ervoor dat ze met elkaar praatten over de taak en dus over het boek dat ze gelezen hadden. Het enthousiasme en de trots die ik mocht aanschouwen bij het indienen van hun werk, ontroerde me. Dat boek zullen ze volgens mij alvast niet snel vergeten!

IMG_0789 IMG_0790

IMG_0791