Bye bye blog, hello thesis!

Ik besef het maar al te goed. Dit is mijn laatste blogbericht. Ik zou kunnen zeggen dat ik meer stukjes had willen schrijven. Ik zou kunnen zeggen dat ik kladjes heb liggen over treinlezen, de Vlaamse Carry Slee, mijn favoriete leesplekjes en Ivan Bilibin. Maar wat hebben we aan onsamenhangende, niet gerealiseerde ideeën? Liever blik ik terug op de jeugdliteraire bedenkingen die ik wél uitwerkte en vooruit op de (universitaire) avonturen van het komende jaar.

Wat ik deed

Ik overdacht mijn keuze voor de masteropleiding Jeugdliteratuur en bestudeerde hoe Pinocchio’s leren lezen. Ik besefte dat ik aan een ernstige vorm van tsundoku lijd en hield een pleidooi voor blote koningen en rimpelvlinders. Ik promootte mijn favoriete Tilburgse boekhandels, herontdekte het verband tussen jeugdliteratuur & wiskunde en snoepte stripgedichten.

Wat me te wachten staat

Ik bereid me voor op een spetterend Kinder- en Jeugdjury-jaar en selecteer nog een tiental toffe titels voor Boekenzoeker. Ik begin met plezier aan een paper over Mattias de Leeuws Circusnacht en recenseer weer voor MappaLibri. Mijn steen en De cycloop staan vooraan in het lijstje. Er zijn echter Twee Grote Projecten die bijzondere aandacht verdienen.

  • Children’s Literature Summer School aan de Universiteit Antwerpen: samen met Vanessa Joosen, Frauke Pauwels en drie andere stagiaires ga ik mijn uiterste best doen om dit zevendaagse jeugdliteraire festijn in goede banen te leiden! Geïnteresseerden kunnen zich via childlit@uantwerpen.be aanmelden voor de nieuwsbrief.
  • De Thesis: aka de grootste schrijfuitdaging tot nu toe

Over mijn thesis kan ik nog niet veel kwijt. Momenteel vertoef ik in een verkennende leesfase. De bedoeling is dat ik een aantal jeugdliteraire stadsromans onder de loep neem (eerder analyseerde ik de stedelijke ruimte in Michael de Cocks Rosie en Moussazie ‘De grootstad in Playmobilformaat’ in Literatuur zonder leeftijd 103). Daarbij zal ik me wellicht beperken tot hedendaagse jeugdboeken die zich in Antwerpen en Gent afspelen. Titels die in aanmerking komen zijn:

Antwerpen

Afbeeldingsresultaat voor niet zonder liefde Afbeeldingsresultaat voor is liefde lastig Afbeeldingsresultaat voor amber & s

Gent

Afbeeldingsresultaat voor toen de wereld nog werelt was Afbeeldingsresultaat voor soepletters

Kent iemand nog andere jeugdliteraire stadsromans met Antwerpen en/of Gent als setting? Historische romans laat ik waarschijnlijk buiten beschouwing (bv. Papinette of Galgenmeid). Wel ik overweeg ik analyses van Vlaamse boeken die zich in een niet nader genoemde stad afspelen. Ideetjes? Alle tips zijn welkom!

Leve literair leesplezier

‘Boeken zijn niet bedoeld om mee te werken, wel om te lezen.’ Hoewel het extreem klinkt, neem ik de uitspraak van Jan Van Coillie ter harte. Als enthousiast leesbevorderaar probeer ik kinderen (en volwassenen) eerst en vooral wegwijs te maken in het boekenaanbod, in de hoop dat ze verhalen ontdekken waarvan ze kunnen genieten. Graag (blijven) lezen, dat is waar het in de eerste plaats om gaat.

Hebben ze de leesmicrobe te pakken? Dan ga ik een stapje verder. De Kinder- en Jeugdjuryleden van groep 4 reik ik zoveel mogelijk kapstokken aan om boeken te doorgronden. Soms stuit ik daarbij op weerstand: ‘Maar zo ruïneer je toch het leesplezier?’ ‘Laat kinderen gewoon wegdromen tijdens het lezen!’ Laat het duidelijk zijn: er is niets mis met lekker ontspannend lezen. Maar ik ben er wel van overtuigd dat wanneer je een boek (beter) begrijpt, je er nog meer van kan genieten. Leve literair leesplezier!

De vraag die ik mezelf en de KJV-ers stel, is: ‘hoe werken met kinderboeken?’ We zoomen in op (herkenbare) thema’s en emoties, maar we besteden net zoveel aandacht aan verhaalopbouw, schrijfstijl en illustraties. Een boek is immers meer dan een thema of een onderwerp. We buigen ons over kwesties als: ‘Welke personages zijn belangrijk voor het verhaal?’, ‘Wat maakt deze gebeurtenis grappig?’, ‘Wanneer wordt het verhaal spannend, en waarom?’ ‘Vertellen de tekeningen hetzelfde of iets anders als de tekst?’. Doorgaans sluiten we de bijeenkomst af met een verwerkingsactiviteit, zoals het verzinnen van een alternatief einde of het maken van een associatieve tekening.

Gelijkaardige vragen stel ik me overigens tijdens het recenseren. Na een thematische bespreking richt ik de aandacht op stijl en compositie, zoals in mijn recensie van Ik wil naar verder (An Candaele en Anne Provoost, 2016):

In eerste instantie lijkt er zich een lineaire verhaallijn te ontplooien. In korte en bondige zinnen omschrijft Provoost hoe Visje staat te popelen om de deur achter zich dicht trekken. Flappen ter grootte van een halve pagina brengen de actie in kaart en nodigen uit tot verder bladeren. Op die manier krijgen de titel en het bijbehorende vooruitgangsidee zowel op inhoudelijk als vormelijk niveau gestalte. Toch zijn er van bij het begin ook retrospectieve en introspectieve momenten voelbaar. Visje heeft zijn aquarium nauwelijks verlaten of hij blikt al back to the roots (een illustratie van felrode, wortelachtige takken springt hierbij in het oog). Een gelijkaardige aanloop neemt Poesje. Met de poten op de borst kondigt hij zijn vertrek aan, maar een bladzijde later kijkt hij de kat uit de boom. Niet toevallig is het deze sublieme illustratie die op de cover prijkt. De wereld ligt aan Poesjes voeten, maar het is diens fantasievolle blik die de aandacht opeist.

Sommige boeken lenen zich beter voor literair leesplezier dan andere. Wanneer ik kinderen wil enthousiasmeren voor de vorm en structuur van een verhaal, reik ik in eerste instantie  ‘metafictieve’ boeken aan. Metafictie is een stijlmiddel waarmee auteurs de aandacht van de lezer vestigen op het verzonnen karakter van een verhaal. In een metafictief verhaal kan de verteller tegen de lezer zeggen: ‘Beste lezer, welkom in mijn verhaal’ of ‘Wil je weten wat er nu gaat gebeuren? Sla dan snel de bladzijde om’.

De zombietrein en andere stripgedichten

Eergisteren las ik De zombietrein en andere stripgedichten (2017) van Edward van de Vendel en Floor de Goede. Ongetwijfeld zal ik de nieuwe KJV-ers uit deze bundel voorlezen. In het stripgedicht (op zich al een bijzondere vorm!) ‘Door een kier’ klimt een jongen in een boek. Meteen daarna spreekt en kijkt hij de lezer aan: ‘Je bent nu in dit gedicht. / Waarom blijf je zo kort? / O — omdat je na deze regel teruggehaald wordt. Ga nou maar! Je moeder roept je nu voor de zevende keer. Ik wacht wel. O, jammer — dit lees je al niet meer.’

Ik ben alvast benieuwd hoe de KJV-ers het stripgedicht zullen opvatten. Maar eerst deel ik mijn literair leesplezier met de begeleiders op de KJV-startdag in Permeke!


Voor dit blogbericht raadpleegde ik Jan Van Coillies Leesbeesten en boekenfeesten (2007, p.375) en Coosje van der Pols Prentenboeken lezen als literatuur (2010). Het voorbeeld ‘Wil je weten wat er nu gaat gebeuren?’ Sla dan snel de bladzijde om’ citeerde ik uit Coosjes boek (p.25).

Kijken over de heg

Het is echt waar. Jeugdliteratuur en wiskunde vullen elkaar aan. Joke van Leeuwen, Ted van Lieshout en Frank van Pamelen vertelden gisteren over de sommen en raadsels in hun kinderboeken. Zelf verzon ik als zesjarige verhalen bij mijn 8888.

‘Vandaag leren we de 8′, zo verkondigde de juf. ‘Naar beneden met een bóóg – schuin omhóóg – een bóóg – naar beneden.’

8_bollen

‘Dit is niet hoe het hoort, meisje. Sneeuwmannetjes horen buiten, niet in je schrift.’

8_sneeuwmannen

Daar staan ze dan, mijn sneeuwmannen. Met grote oren, om beter te kunnen horen. En slaapmutsen, voor nachtelijke vliegtochtjes.

‘Oefening baart kunst’, fluisterde de juf me toe. Met de tong uit de mond schreef ik welgevormde 8888 in mijn schrift. Mede mogelijk gemaakt door: de geplastificeerde sticker op mijn bank.

8

Ik leerde tellen met houten blokjes, oefende maaltafels op kartonnen kaartjes en pende vraagstukken neer op geruit papier. Boeken waren er om in te vullen of om —na de rekenles— uit voor te lezen.

Misschien doe ik de juf alsnog Boer Boris en Mooi boek cadeau. Of ik stuur haar een beeldsonnet als nieuwjaarskaart. Op sierlijke wijze zal ze vernemen: ‘Beste juf, het is nooit te laat om een kijkje over de heg te nemen’.

Beeldsonnet Pistacchio

Beeldsonnet Pistacchio. Foto: Ward Muys


Blogbericht naar aanleiding van het symposium ‘Kijken over de heg. Genres, schoolvakken en jeugdboeken’ op 19 september 2017 in Factorium Podiumkunsten, Tilburg.

Boekje Tilburg

You see, bookshops are dreams built of wood and paper. They are time travel and escape and knowledge and power. They are, simply put, the best of places.

Mooi gezegd, Jen Campbell. Maar de ene boekhandel is de andere niet. Een échte boekenliefhebber heeft zijn of haar Beste Boekhandel. Of Beste Boekhandels. In mijn studentenstad Tilburg ontdekte ik er maar liefst drie. Geheel toevallig hebben ze allemaal een uitgebreid en kwaliteitsvol assortiment kinder- en jeugdboeken.

1. Livius de Zevensprong

Livius de Zevensprong ademt gezelligheid. De eigenaars zijn de vriendelijkheid zelve en beschikken bovendien over een uitgebreide boekenkennis. Je vindt er behalve een indrukwekkende collectie recente (jeugd)literatuur ook oude klassieken en literaire pareltjes. Geregeld organiseert Livius boekpresentaties en activiteiten, waarvan ze je via de nieuwsbrief graag op de hoogte houden.

Imme Dros_Odysseia

Imme Dros’ Odysseia-vertaling

Zelf woonde ik met plezier enkele presentaties bij. Vooral de avondvoorstelling over Imme Dros’ herziene vertaling van de Odysseia herinner ik me levendig. Dros en haar man Harrie Geelen vertelden twee uur lang vol enthousiasme over Homeros’ epos. Van een heerlijk hoorspel gesproken! Ik hoop dat ik op mijn tachtigste ook nog zo gepassioneerd én humoristisch over literatuur vertellen kan.

Livius

Alice glows!

Het eerste boek dat ik in Livius kocht was Floor Rieders versie van Alice in Wonderland. Opvallende keuze? Ik denk het niet! Bij het binnenkomen eisen de Alice-lampjes meteen de aandacht op. Boven de toonbank hangt ook een prachtige zeefdruk van de illustratie ‘Dus je denkt dat je veranderd bent?’ (zie ook blogbericht 1)

2. Gianotten Mutsaers

Gianotten is het boekenwalhalla van Tilburg. Literaire romans, young-adults, kookboeken, prentenboeken, bestsellers, boeken over Tilburg, hippe hebbedingetjes (ik kocht een Fiep Westendorp-familieagenda) en tweedehands boeken, ze hebben het allemaal! Gelukkig maken zeven boekenverkopers je met plezier wegwijs in de enorme collectie. Persoonlijke favorieten promoten ze ook via handgeschreven boekenbriefjes.

Gianotten Mutsaers

Prentenboeken in de kijker. Foto: 013straatjes.nl

Gianotten is stukken groter dan Livius, maar zeker zo gezellig. Begin alvast in je nieuwste aanwinst in de knusse leeshoek of start een gesprek met een medebibliofiel aan de (lange!) houten tafel. In het lunchcafé kan je bovendien heerlijk genieten van Koffie Specials en oerboterhammen.

Gianotten houten tafel

Een lange tafel voor lange gesprekken. Foto: gianottenmutsaers.nl

Ook Gianotten organiseert regelmatig boekpresentaties en evenementen. Rep je naar de boekhandel voor de ruilbeurs ‘Pakje kunst‘ of schrijf je in voor een workshop handlettering.

3. Boekenschop

Boekenschop is the place to be voor liefhebbers van tweedehands boeken. En voor speurneuzen. Urenlang kan je in deze boekhandel ronddwalen, ook al is hij helemaal niet zo groot. Ik heb me laten vertellen dat er zo’n 30 000 boeken in de winkel staan (en liggen). Met wat geluk vind je er oude Nederlandse jeugdromans, een obscuur kunstboek of een spotgoedkoop naslagwerk voor je thesis. Bij aankopen vanaf € 2,50 mag je een gratis boek of DVD uitkiezen!

Boekenschop favorieten

Favoriete aanwinsten

Boekenschop dankt zijn succes aan toegewijde vrijwilligers. In 2016 won de boekhandel de Tilburgse stimuleringsprijs voor Vrijwilligerswerk. De gehele opbrengst gaat naar goede doelen in de regio.

Boekenschop

Initiatiefnemer José van Lieshout leest ‘Poes is moe’. Foto: Gemma van der Heyden

 

Over blote koningen en rimpelvlinders

Ik was een jaar of vijf toen mijn mama me voorlas uit Nog eentje dan… Het grote voorleesboek voor kleuters. Vol bewondering staarde ik naar ‘de lieve dikke juffrouw Jans’ van Jacques Vriens en Klaas Verplancke. Maar net zo goed lachte ik met Marianne Bussers en Ron Schröders ondeugende versjes over de blote koning. Mijn broer en ik kennen de beginstrofe nog steeds uit het hoofd:

De blote koning

Busser, Marianne, Ron Schröder en Han Janken (ill.), ‘De blote koning in een doos’. Uit: Nog eentje dan… Het grote voorleesboek voor kleuters. Van Holkema & Warendorf, 1997.

Voorlezen was ten huize Muys één groot feest. Mijn mama verzon gekke stemmetjes, stelde kritische vragen en grinnikte wanneer ze zelf niet begreep waarover het verhaal nu eigenlijk ging. Mijn papa fotografeerde ons gegiechel en zocht de mooiste boeken uit. Ik herinner me hoe ik onophoudelijk wiebelde bij de ritmische gedichten van Geert de Kockere. Of hoe ik heksenhuizen uitkamde op zoek naar Lotjes kat. Mijn mama wees me op kleurrijke details (ze is niet voor niets kunstenares) en ik absorbeerde ze als een spons.

Als Kinder- en Jeugdjury begeleidster ondervind ik nu zelf de kracht van interactief voorlezen. Afgelopen KJV-jaar bracht ik een stukje ‘Rimpelvlinders’ uit Jef Aerts’ Paard met laarzen (2015: 17):

Weet je waarom ik oude mensen zo mooi vind? Er woont een vlinder op hun gezicht. Als je lang genoeg kijkt, kan je hem zien zitten. Daar, tussen al die lijntjes en barsten rond de ogen en de mond, slaapt een insect. Een vlinder van gekreukt papier. Soms kan je hem horen ritselen onder het rimpelige vel.

‘Eigenlijk vind ik het wel een mooi boek’, oordeelde een KJV-er. ‘Dat weet ik soms pas als iemand voorleest.’ Ik wist niet wat ik hoorde. Kon ik voorlezen zoals mijn mama dat deed? Missie geslaagd, dacht ik. Tijdens een volgende bijeenkomst vertelde het meisje in kwestie dat ze nog meer ‘speciale’ boeken wilde lezen. Driewerf hoera, juichte ik en ik bezorgde haar een lijstje met Bijzondere Boeken. Meteen trok het meisje de bibliotheek in. Ze bekeek de covers en fluisterde: ‘Die boeken had ik inderdaad nog nooit gezien.’

Maar wat als ik die ‘speciale’ boeken zelf niet meer terugvind? Want het zou zomaar eens kunnen dat het werk van onze schrijvers en illustratoren nog minder aandacht krijgt. Misschien worden ze niet langer geprezen om hun blote koningen. Misschien verdwijnen de rimpelvlinders als sneeuw voor de zon.

Wie o wie verzekert mij ervan dat dit bij een koortsdroom blijft?


Dit blogbericht omvat een stukje uit mijn leesautobiografie voor het vak ‘Het kind als lezer’.

Met dank aan Kathleen VereeckenGerda Dendooven en Bas Maliepaard voor de noodoproep en gedeelde frustraties. Ik zoek koortsachtig mee naar sponsors voor onze jeugdliteraire prijzen!