Voorlezen

Het is ongeveer een jaar geleden dat we Het Donker van Lemony Snicket, met de geweldige tekeningen van Jon Klassen, voor het eerst samen lazen. Hij was toen vijf. Na een paar pagina’s gleed hij van de zetel en nam hij een van zijn autootjes.
“Zal ik stoppen met lezen?’ vroeg ik. Hij schudde van nee. Dus las ik verder.
Het boek was uit. Hij was er nog niet aan toe, dacht ik, en besloot het boek nog een paar maanden opzij te leggen. Toen sprong hij terug op de zetel, nestelde zich naast mij en zei: ‘Lees je het nog eens?’

hetdonker

Het werd sindsdien vaak gelezen. Deze zomer nog, toen we een kamp bouwden onder de livingtafel en hij dat erg efficient met kussens en deken had verdonkerd, want geen sprietje licht mocht nog binnenkomen. “Zullen we voorlezen?” zei ik. We gingen een fietslichtje halen als zaklamp en hij koos een boek. Het Donker.
“Weet je, zei hij (want dat zegt hij altijd als hij een mededeling wil doen), weet je, ik ben een beetje bang in het donker.”
We lazen over Laszlo die bang maar ook dapper is, en het donker dat akelig maar ook vriendelijk is.
Toen hoorde hij iets. Verschrikt vroeg hij wat dat geluid was. Het waren pratende mensen die voorbij het raam liepen. Met een giechel en een bibber in zijn stem zei hij: “Ik dacht dat er iemand anders in huis was.”

Laatst kwam hij logeren. Zijn peter, die ook mijn Peter is, was op vakantie, dus we waren op elkaar aangewezen. We waren het al gauw eens dat we samen in het grote bed zouden slapen.
Toen we ons onder de dekens hadden geïnstalleerd, en drie boeken hadden gelezen, en nog een beetje gebabbeld hadden, en dan toch echt moesten gaan slapen, en alleen het nachtlampje van Ikea de donkere kamer verlichtte, fluisterde hij opeens: “Weet je, het is bijna net als in het boek.”
Ik moest even nadenken. “Als in het boek over het donker?”
“Ja. Maar wij zijn niet alleen.”

 

Het Donker / Lemony Snicket, Jon Klassen (ill.) en Edward van de Vendel (vert.) (Gottmer, 2014)

www.voorlezen.be

Het eiland

Leven op Lampedusa is elk kwartier de klokkentoren horen – een zware dong voor elk uur, een vrolijker ting voor elk kwartier. Heel de dag, heel de nacht.
Niet-drinkbaar kraantjeswater en schuldgevoel over de enorme hoeveelheid plastic flessen die je verbruikt.
Schurftige straathonden die als brave loebassen op straat rondhangen. Katten die vanop hun vuilnisbak naar je kijken alsof ze je elk moment naar de keel kunnen vliegen.
Een carrefour die afficheert il pìu grande te zijn maar die in realtà vooral il pìu vuoto is.
Latte macchiato voor 1,5 euro.
Een oppervlakte van drie zakdoeken groot, een bewoonde oppervlakte van een zakdoek groot en toch neemt iedereen voor elke verplaatsing de auto.
Restaurants waar alleen aan jouw tafel vrouwen zitten, want het eiland zit vol met carabinieri, Guardia di Finanza, Guardia Costiera,… die hier tijdelijk en zonder hun familie wonen.
22 graden en muggenbeten zo groot als muntstukken in november.

Zelfs voor een eilandfan als ik is een eiland van amper 6000 mensen te klein om op te willen wonen. Maar terugkomen wil ik zeker. En tegen dan Italiaans leren.
Ciao, Lampedusa, alla prossima!

De bib in het avondlicht

De bib in het avondlicht

Great expectations

Zoals eerder al gezegd wisten we amper wat te verwachten van dit kamp. Contacten met vluchtelingen zijn er niet geweest. Het vluchtelingencentrum is zo afgesloten van de wereld dat mijn lief, die op zoek naar interessante vogels, het hele eiland heeft afgewandeld en met zijn verrekijker heeft afgespeurd, het niet heeft kunnen vinden. Niemand kon hem ook zeggen waar het zich precies bevond. Wel is duidelijk geworden wat de bibliotheek voor dit eiland, en vooral dan voor de kinderen, betekent.

Marie en wij waren de internationale proefkonijnen. Tot nu toe kwamen er alleen Italiaanse vrijwilligers naar Lampedusa, die elkaar na de drie vorige keren elkaar allemaal al kenden. Op basis van onze ervaringen en de reacties van de kinderen denken we dat een internationaler kamp een goede zaak is voor Lampedusa, en een heerlijke ervaring kan zijn voor buitenlandse bezoekers. We denken ook dat we daarvoor zinvolle en noodzakelijke organisatorische suggesties kunnen doen, in overleg met Deborah en IBBY-Italië. Wordt dus vervolgd, hopelijk…

Het is fijn om er te zijn

De bibliotheek is voor de kinderen op Lampedusa echt een ontmoetingsplek geworden. Toen IBBY-Italië met de Silent book collectie startte, was het plan een bibliotheek voor migrantenkinderen op te zetten. Dat is nog steeds een doel waar naartoe wordt gewerkt, maar op een eiland waar nog nooit een bibliotheek heeft gestaan, is het ook belangrijk om voor de lokale bevolking een bibliotheek te voorzien.

Enkelen van de bibvrijwilligers poseren trots voor hun bibliotheek.

Enkelen van de bibvrijwilligers poseren trots voor hun bibliotheek.

De vrijwilligers die hierheen komen, worden door de kinderen op handen gedragen. Ze kennen je naam, en je wordt op straat enthousiast begroet. En als je door de straat loopt met je bibliotheekbadge aan, knikken ook wildvreemde volwassenen je toe alsof je een van hen bent.

Twee meisjes uit ‘mijn’ klas elfjarigen deelden me mee dat de ene het vliegtuig zou nemen, en de andere zich zou verstoppen in de koffer (zo hoefden ze maar één ticket te kopen), en dat ze naar België wilden komen, en dat ze dan graag in ons huis wilden komen wonen.
Van mij mogen ze.

Superjuffie

Terwijl de collega’s thuis druk waren met de Voorleesweek, workshopten Marie la Française en ik ons een weg doorheen twee maal twee lesuren. Het was van in mijn jaren als scoutsleidster geleden dat ik nog een groep kinderen onder mijn hoede had, maar Marie had gelukkig wel Italiaanse onderwijservaring.
In het eerste klasje, met 9-jarigen, namen we Marjolein Potties Tram BXL mee. Dat boek was twee jaar geleden door IBBY-Vlaanderen ingestuurd voor de Silent Books collectie en behoort nu, al behoorlijk versleten, tot de bibliotheekcollectie.
Tram BXL was een fijne aanleiding om te praten over België, over de koning en de koningin, frietjes met mayonaise (ik wil naar België verhuizen, riep een jongetje, toen we uitlegden dat patattine heel populair zijn in België), het dragen van een kroon op je verjaardag. Ze zochten mee naar de figuurtjes die in het boek voorkwamen, gniffelden om het kussende koppeltje op de tram, en brulden enthousiast de woorden na die Marie en ik hen in het Frans en het Nederlands voorzegden. Fietssssss!

Zoals het een echte Parisienne betaamt, heeft Marie een perfecte houding. België verklaart zich jaloers.

Zoals het een echte Parisienne betaamt, heeft Marie een perfecte houding. België verklaart zich jaloers.

Ook de Atlas van Machowiak en Mizielinski hadden we uit de bibliotheek meegenomen. Omdat Lampedusa op de kaart van Italië ontbreekt, maakten we samen een kaart van Lampedusa met daarop de typerende dingen van het eiland.
De tweede workshop was voor 11-jarigen, die zo mogelijk nog enthousiaster waren dan de jongere kinderen. Opnieuw gebruikten we Tram BXL, deze keer meer als kapstok om inhoud en taalinzicht over te brengen dan als zoekboek, en Marjolein Pottie doorstond ook deze test met glans. Ook nu werd er gegniffeld over het openbaar gezoen, en ook nu wou er een jongen ogenblikkelijk naar België verhuizen vanwege het vooruitzicht op dagelijkse patattine. (Dat Brussel een dag later op alle tv-posten het nieuws zou beheersen, wisten we toen nog niet.) Uit de bib had ik ook Mio padre e un ppp (de eerste Polleke van Guus Kuijer; un ppp is un padre particolarmente problematico) en Minùs (van Annie MG Schmidt) meegenomen. In mijn Italo-Engels en getolkt door Marie probeerde ik ze warm te maken voor de bibliotheek en deze verhalen in het bijzonder.

Natuurlijk werkten onze exotische achtergrond en het feit dat wij zorgden voor een onderbreking in hun normale lessen in ons voordeel, maar toen na de les de kinderen zich rond ons drumden voor een handtekening, voelde ik me toch een beetje een superjuffie.