Een handvol goud is niet genoeg

Het zit erop. Vandaag schrijf ik mijn laatste stukje voor Stichting Lezen. Vier weken geleden beloofde ik u een kijkje in de keuken bij Leesweb. Het werd eerder een kijkje in mijn hoofd, waarbij ik telkens uitkwam bij dezelfde conclusie: lezen moet, boven alles, plezierig zijn.

Met mijn eigen schrijfsels wilde ik hetzelfde bereiken. Er mocht af en toe een wenkbrauw gefronst worden of instemmend geknikt, maar lezers moesten mijn blogs toch vooraf eindigen met een glimlach op hun gezicht.

Zo sta ik immers zelf in het leven, glimlachend. Sinds ik werk voor Leesweb, fiets ik fluitend naar kantoor. Ja, de Sint-Annatunnel is een obstakel. Zeker als de lift weer eens defect is, of de deuren net sluiten als ik toekom en ‘Wacht!’ geen impact heeft op de gehaaste koersfietsers. Maar me daarover opwinden? Kom op zeg, er zijn ergere dingen in het leven.

coffee

Aangekomen op kantoor, begin ik mijn dag met een babbel en een kop koffie. Ondertussen ontwaakt mijn computer op zijn gemak, hij is niet meer de jongste. Multitasken is niet zijn ding. Gelukkig maar, want als ik mijn pauzelectuur mag geloven is dat helemaal niet zo gezond. ‘Mindful’ moeten we zijn, aldus de Flow en Happinez. Mijn oude pc heeft dit goed begrepen en dwingt me om de zoveel tijd een rustpauze te nemen. Dat ik die momenten vervolgens gebruik om mijn cafeïneniveau op peil te houden, schijnt dan weer niet zo best voor mijn lichaam te zijn. Maar ja, ik ben nu eenmaal een verstokte koffiedrinker.

Het doet me denken aan een verhaal dat mijn collega laatst vertelde. Zij verzorgt leesclubs doorheen het Vlaamse land, met veel deelnemers uit kansengroepen. Aangezien bibliotheken tegenwoordig de vinger op de knip moeten houden, is op sommige plekken het gratis kopje koffie afgeschaft. Voor cafeïnejunkies het perfecte excuus om over te gaan op kraantjeswater. Nietwaar?

Stop.

Hier krijgt mijn optimisme iets ironisch. En dat is niet de eerste keer. Het overkwam me regelmatig tijdens het bloggen en telkens als ik mezelf erop betrapte, ramde ik op de Backspacetoets. Klaagzangen over het leed en onrecht dat de cultuursector wordt aangedaan, kennen we al genoeg. Met deze blog wilde ik een andere richting inslaan: die van de hoop.

Dat vind ik een van de belangrijkste dingen in het leven, hoop. Iets wat we moeten koesteren, iets wat we aan onze kinderen moeten meegeven. De grote schrijvers wisten het al. ‘We are all in the gutter, but some of us are looking at the stars,’ schreef Oscar Wilde. En Ralph Waldo Emerson zei ooit: ‘When it is dark enough, you can see the stars.’

gutter

Maar soms verliest een mens de hoop. Toen ik eind vorig jaar mijn job verloor als gevolg van een faillissement. Toen mijn sollicitaties keer op keer werden afgewezen, net als die van mijn vrienden, ex-collega’s en medestudenten. Toen de banen van mijn beide ouders plots op het spel stonden en ik een melding kreeg van mijn collegeschuld. Toen ook op mijn nieuwe werk subsidieaanvragen werden afgewezen, structurele subsidies stopgezet, een collega haar ontslag kreeg, toen ik thuis tegen de muren opliep – toen, ja toen verloor ik even de hoop.

Maar ik heb ‘m teruggevonden. Door te werken met kinderen, hoe cliché dat ook mag klinken. Kinderen, dat zijn voor mij de sterren aan de donkere hemel. Zo klein, maar twinkelend van potentie. Ze doen me beseffen dat hoop niet wordt geserveerd in grote porties, maar in sprankjes. Wanneer Alexia, vijf jaar maar met de taalvaardigheid van een peuter, een nieuw woordje gebruikt, bijvoorbeeld. Of wanneer Ismael, een bokkige puber, lacht om één van mijn grapjes. Wanneer Armend, die keer op keer naar de iPad grijpt, naast me komt zitten om in een boek te kijken. Wanneer zijn moeder eindelijk het werk neerlegt om samen een verhaal te lezen, of meegaat naar de bibliotheek. Een wandeling van 20 minuten, maar een overwinning op haarzelf.

Die dagelijkse ervaringen overtuigen me van het belang van ons project. Ze geven me de energie om er dag in, dag uit ten volste voor te gaan. En dat is hard nodig, zeker nu onze structurele subsidie is stopgezet. Leesweb is vanaf nu voor het leeuwendeel afhankelijk van projectsubsidies. Om te overleven, moeten we telkens iets nieuws verzinnen. Aan zin en creativiteit ontbreekt het ons geen van allen, maar we moeten al die projecten wel kunnen realiseren. En dat is niet evident, zeker als je bedenkt dat er voor ons voorleesproject aan huis al gezinnen op de wachtlijst staan.

De nieuwe situatie doet me, meer dan ooit, beseffen hoe dankbaar we mogen zijn voor gemotiveerde vrijwilligers. Die mensen offeren een stukje vrije tijd voor ons op, en dat gaat vaak verder dan wekelijks een uurtje voorlezen. Ze struinen ’t Stad af om voor ons te flyeren, ze doneren hun oude speelgoed en bakken cupcakes, ze zakken regelmatig af naar Linkeroever om ons materiaal te vervoeren. Eén vrijwilligster reed ooit met haar voorleesgezin naar de Eerste Hulp om een teek te laten verwijderen, zodat de kinderen het Slotfeest niet hoefden te missen. Zulke mensen zijn goud waard. Maar een project dat moet groeien om te overleven, heeft aan een handvol goud niet meer genoeg.

_MG_0107

Als we ooit nood hadden aan nieuwe vrijwilligers, dan is het wel nu. Daarom een warme oproep aan iedereen die dit leest – aan iedereen met een hart voor boeken, met een hart voor kinderen – om deze advertentie te verspreiden. Twee muisklikken op Facebook, meer hoef je niet te doen. Wie weet zit er tussen jouw vrienden wel een nieuwe voorlezer, dat zijn alweer twee extra gezinnen per jaar.

Stichting Lezen gaf alvast de aftrap, en samen met deze blog was dat een geweldige kickstart voor onze promotiecampagne. Binnen één dag had ik een tiental mailtjes van geïnteresseerden – als dat geen hoop geeft! Ik wil Sylvie, Eva en alle anderen dan ook heel hartelijk danken voor deze kans: ik heb met plezier voor jullie geschreven.

Een mooie mix op Sfinks Mixed

Het Sfinks festival in Boechout bestaat veertig jaar. In die tijd is het uitgegroeid van een klein folkfestivalletje tot een vierdaags evenement met 85.000 bezoekers – en dat alles gratis en voor niets. Het is al het derde jaar dat Sfinks gratis toegankelijk is, en hoewel sommige bezoekers van het eerste uur klagen dat vroeger alles beter was, lijkt dit mij alleszins een positieve ontwikkeling. Zelden heb ik een festival gezien waarvan het publiek zo uiteenlopend was: bezoekers van alle leeftijden en diverse origine kwamen samen, en dat mag gerust een prestatie genoemd worden.

De Boekenkaravaan was ook aanwezig op Sfinks Mixed, op uitnodiging van Studio Sesam. Deze superdiverse kinderboekenuitgeverij was gevraagd om voorleessessies te voorzien in de Verhalenhut, een gezellige tent in Berberse sfeer. Initiatiefneemster Ingrid Tiggelovend zag hierin gelegenheid tot samenwerking tussen drie gelijkgestemde organisaties. Naast Studio Sesam en De Boekenkaravaan was ook de Verhalenwerf aanwezig, een project van Walter Van Looveren. De drie projecten vulden elkaar uitstekend aan: de Sesam-auteurs en illustratoren lazen voor uit eigen werk, de vertellers van de Verhalenwerf brachten sprookjes en sagen uit diverse culturen, en wij namen de bezoekers mee op reis met onze kleurrijke vertelkoffers.

Ik was elke dag aanwezig op Sfinks, gesteund door twee nieuwe vrijwilligers, Lut Vinck en Petra de Coninck. Deze enthousiaste dames werden meteen voor de leeuwen gegooid, want mede dankzij de regen zat onze Verhalenhut steeds stampvol. Gelukkig was het warm wegdromen bij de boeken van Charlotte Dematons, Emily Gravett, Ann de Bode, Loes Riphagen, Tineke Van der Stelt en Hervé Tullet… Na elk voorleesmoment gingen de Boekenkaravaanballonnen als warme broodjes over de toonbank. Voor nieuwsgierige ouders was er een flyer met postkaartje van onze peter Carll Cneut.

Wanneer ik niet in de voorleeszetel of achter de infostand zat, slenterde ik over het terrein om te proeven van de wereldkeuken en hier en daar een optreden mee te pikken. Wat me vooral opviel, was de gemoedelijke sfeer tussen al die diverse groepen bezoekers. Het plezier en de schoonheid van de muziek, de verhalen en de kunst oversteeg taal- en cultuurgrenzen – precies wat wij bij de Boekenkaravaan proberen te bereiken. Ik hoop dan ook van harte dat Sfinks Mixed ons volgend jaar opnieuw uitnodigt in de Verhalenhut. Ik heb er alvast heel hard van genoten!

Stereotypen en strips in boekvorm

IMG_20150719_112410

Een stapel boeken voor 8 tot 10-jarigen, lukraak uit de rekken geplukt in bibliotheek Permeke. Het moet inspiratie bieden voor een kritisch stuk over de ‘verstripping’ van de jeugdliteratuur, dat ik had beloofd te schrijven voor de Boekenkaravaannieuwsbrief. Ik kan leukere manieren bedenken om een regenachtige zondagochtend door te brengen. Uitslapen, bijvoorbeeld. Croissants eten met mijn Franse lief. Een aflevering van Orange is the New Black. Maar nee, ik heb het al te lang uitgesteld. Tijd om uit te leggen waarom die Geronimo en Thea Stilton, Captain Underpants en Bram Botermans zo op mijn zenuwen werken, terwijl kinderen hun verhalen verslinden. En mezelf de vraag te stellen: is dat erg?

Het antwoord springt al direct in het oog bij het bestuderen van de covers. De lay-out houdt het midden tussen een leesboek en een strip of tijdschrift. Koeienletters en felle kleuren hier, lijstjes en tekstballonnen daar. De gezichtsuitdrukking van de figuurtjes ontstijgt zelden het niveau van een emoticon en de associatie met een computergame duikt op: ‘Klik hier!’, ‘Kijk mij!’, ‘Lees dit!’. De letters flikkeren als neonverlichting en de personages lijken door een scanner gehaald, gekarakteriseerd aan de hand van een paar basale kenmerken. Via deze hapklare brokjes informatie kan de lezer het verloop van het verhaal bijeen puzzelen. Geen wonder dat het gros van dit soort boeken binnen het genre detective/avonturenroman valt.

Ik sla een willekeurig boek open en begin te lezen.

Fuzzby, de eigenaar, was een groot, groen, vriendelijk monster. Hij maakte de walgelijkste maaltijden klaar, maar de monsters vonden ze heerlijk. Fuzzby had Joep gevraagd hem te helpen. Hij mocht klanten bedienen en zelfs af en toe wat koken.

Et cetera. Elke zin heeft ongeveer dezelfde lengte en structuur. Dat gebrek aan taalvariatie op zich is al weinig uitdagend, maar ook wat betreft personages en setting laat de auteur kansen liggen. Ziet u Fuzzby voor u? Proeft u zijn maaltijden? Ik alvast niet, en dat komt omdat de auteur beschrijft in plaats van verbeeldt. Dat hij daarbij ook nog eens voor de hand liggende adjectieven als ‘groot’ en ‘heerlijk’ kiest, maakt dat onze fantasie niet tot nauwelijks wordt geprikkeld. We worden niet uitgenodigd om de dingen op een nieuwe manier te bekijken, en is dat niet juist de hoofdtaak van literatuur?

Wat ik nu schrijf, geldt niet alleen voor de stijl maar ook voor de inhoud. Boeken als deze verschijnen dikwijls in reeksvorm en die formule slaat aan. Doordat de personages en setting vertrouwd zijn, hoeft de lezer er niet te veel bij na te denken. Wellicht daarom spelen veel van deze verhalen zich af binnen de vertrouwde context van de school. De vindingrijke underdog en zijn grappige sidekick, de strenge meester, het mooie maar gemene meisje en de bullebakken uit een hogere klas, steevast zijn ze van de partij. Heel herkenbaar allemaal, maar pas op: herkenbaarheid mag niet worden verward met realisme. In het echte leven is de meester streng maar rechtvaardig, doet het mooie meisje gemeen uit onzekerheid en zet groepsdruk de bullebakken aan tot pesten. Die drijfveren zijn lang niet altijd zichtbaar, simpelweg omdat we niet in elkaars hoofd kunnen kijken. En precies daarom hebben we boeken nodig: lezen is onze beste kans om onszelf in de ander te verplaatsen.

Uiteraard is geen enkel boek een accurate weergave van de werkelijkheid. Maar er is wel een duidelijk verschil tussen deze ontspanningslectuur en literaire jeugdromans. De eerste biedt ons een versimpelde versie van de werkelijkheid, waarbij alles en iedereen in hokjes geplaatst wordt; de tweede is een verdieping van de werkelijkheid, die inzicht geeft in de vaak onzichtbare beweegredenen van de mens. Het behoeft geen uitleg welke van de twee inspeelt op onze sociaal-emotionele competenties.

Natuurlijk is het prettig om af en toe te ontsnappen aan de werkelijkheid. Zeker als je op het randje van de puberteit staat en de wereld al verwarrend genoeg is. En al helemaal als je een onpopulaire boekenwurm bent: het schoolplein is gevuld met stommeriken, klaar. Het is gemakkelijk. Maar is gemakkelijk niet altijd té gemakkelijk? Er is niks mis met een beetje ontspanning op zijn tijd, mits er een inspanning tegenover staat. We hebben beide nodig om te functioneren én te groeien. Dus deze stripachtige jeugdboeken hebben zeker ook hun waarde: als ze kinderen aanzetten tot lezen, dan is dat geweldig. Maar leesplezier is niet het einddoel, het is de eerste stap. Want als lezen deuren kan openen, waarom zouden we er dan genoegen mee nemen dat kinderen op de drempel blijven staan?

images

Voorlezen heeft tal van voordelen: voor de concentratie, de taalontwikkeling, de literaire en sociaal-emotionele competenties. Maar het maakt wel een verschil wat voor soort boeken je als voorlezer uitkiest. Een traditioneel leesboek met zwarte letters op wit papier, een trage opbouw en ontwikkelde personages zal meer uithalen dan de zesendertigste Stilton. Daarom vind ik dat elke leesbevorderaar moet streven naar meer. Niet door kinderen boeken op te dringen, maar wel door hen een gevarieerde selectie aan te bieden. Dikke kans dat ze alsnog die ene Stilton uit de stapel graaien, maar dan hebben we het tenminste geprobeerd. Er bij voorbaat vanuit gaan dat sommige kinderen niet in staat zijn tot meer, vind ik ronduit lui.

En lukt het niet? Ach, dan is nog niet alles verloren. Want hoe zeer ik me ook erger aan deze strips in boekvorm, tijdens mijn korte onderzoekje dringen zich ook enkele herinneringen op. Aan babysitters en bakkersdochters, tweelingen en drielingen, het wekelijkse gevecht om de Donald Duck. Zijn de jonge lezers van vandaag dan toch niet gedoemd om te blijven sukkelen? Mogelijk zullen ze het nog ver schoppen in de literaire wereld. Tot jeugdboekenrecensent bijvoorbeeld, of educatief medewerker bij een leesbevorderingsproject. En wie weet, misschien ooit tot auteur.

Formaat op de foto

Sinds het begin van deze maand lezen Boekenkaravaan vrijwilligers Monique Borgt en Edith Verlinde met veel plezier voor op de pleintjes in Hoboken. De pleinwerkers van Formaat trommelen elke week weer een groepje enthousiaste kinderen op, en dat mag in de kijker gezet worden! De Boekenkaravaan stuurde Sven van Echelpoel, de zoon van Monique, op pad met zijn camera. Dit is het resultaat:

Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(1) Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(2) Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(3)   Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(6) Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(7) Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(8) Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(9) Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(10) Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(11) Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(12) Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(13) Boekenkaravaan - Folke Bernadottelaan Hoboken(14)

 

Het Boekenkaravaanboek, een sneak peek

Mijn keuken is tijdelijk veranderd in een atelier. Mijn huisgenoot Odilon Spitaels, tweedejaars student aan het Sint Lucas, werkt er hard aan het Boekenkaravaanboek. Volgend schooljaar nemen onze vrijwilligers dit kijk-praat-doeboek mee naar hun voorleesgezin. Een giraf leidt de kinderen, ouders en voorlezers langs allerlei leuke opdrachten en conversatiestarters. Op die manier willen we alle partijen nog meer bij het voorlezen betrekken!

Het Boekenkaravaanboek is nog volop in de maak, maar we geven alvast een sneak peek:

2Mijn familie1

6Wil je mijn vriendje zijn_1

4Rara waar ben ik_2

5MijnDag2

Het Boekenkaravaanboek is het harde werk van één dame en drie heren. Marijke Lambrechts dacht het concept uit, vervolgens gingen de mannen ermee aan de slag. Terwijl Odilon tekent, schildert en plakt, buigt Nils Geylen zich over de tekst. De vormgeving wordt verzorgd door Serge Van Camp, die ons eerder al een frisse affiche bezorgde. Veel dank gaat ook uit naar het Huis van het Kind, dat dit project mogelijk maakt.

Kyra Fastenau is educatief medewerker bij Leesweb vwz, waar ze het voorleesproject De Boekenkaravaan coördineert. Ook heeft ze haar eigen weblog, met boekrecensies en verhalen.