Yes!

Ik ben vandaag bijzonder gelukkig. Dat heeft uiteraard een en ander te maken met de weersomstandigheden en met mijn eigen optimistische zelf, dat dan onvermijdelijk de kop opsteekt, maar er is nog iets anders: morgen is het 1 september.

Voilà. Ik heb het gezegd. Ik ben blij dat de school weer begint.

Maar écht. Héél blij.

Ja, ik ben leerkracht. Dus ook voor mij is het vanaf morgen weer business as usual. Maar wat heb ik er zin in! Ik heb mijn dictie/voordracht/drama-kindjes gemist, merk ik. (En ook mijn Literaire-creatie-volwassenen!) Maar ik heb ook een beetje een overdosis van mijn eigen kinders achter de kiezen.

Begrijp mij niet verkeerd: ik zie mijn kinders doodgraag. Echt waar. Er is geen spreekwoordelijke kogel die ik voor hen niet zou opvangen, of zoiets. Maar dat wordt toch net iets minder wanneer ik ze de hele godganse dag door op mijn lip heb zitten, negen weken aan een stuk. Al wie zelf kinders heeft (of pubers, dat is misschien nog net iets erger) zal weten waarover ik het heb. Dus mens, wat ben ik blij dat de school morgen voor 2 van de 3 weer begint. Daar neem ik al het heen-en-weer-rijden (voor de nieuwe schooltas, voor de boeken, voor de nieuwe schooltas voor de ander die het daarnet vergeten was, voor de turnsletsen, voor de inrichting van de kamer op het internaat en voor nog duizend-en-een andere dingen) graag bij.

Al sluit ik niet uit dat ik strak een stevig stukje ga huilen wanneer ik mijn jongste bij het internaat afzet. Dat dan weer wel.

 

Feestje

Het is geen saaie vakantie geweest, dat is het minste wat ik kan zeggen. Zo ben ik vandaag nog maar net aan het bekomen van het feestje van gisteren. Zoon 2 had een week of wat geleden namelijk besloten dat hij nog een verjaardagsfeest had in te halen. Hij zou een paar mensen uitnodigen om in de weide hierachter te komen kamperen. Dat was een strak plan. Tot bleek dat er voor die avond/nacht onweer werd voorspeld. Dus werd het kamperen verplaatst naar onze tuin. Dat bood velerlei voordelen:

  • alle gasten konden in geval van nood op het overdekt terras schuilen;
  • er moesten geen honderden meters kabel (ik weet niet waar ik die vandaan had moeten halen) naar de weide gesleurd worden om iedereen van muziek te voorzien;
  • drank en voedsel waren iets dichter binnen handbereik;
  • ook voor de meisjes was er een sanitaire oplossing;
  • en ik kon een oogje in het zeil houden.

Over de voorbereidingen van het feest kan ik kort zijn: die waren er niet. Behalve dat ik inkopen deed, uiteraard. En dat de Zoon zijn gasten inviteerde. Tot het laatste half uur voor het feest begon, overigens. Daardoor zouden die ‘paar mensen’ uiteindelijk uitgroeiden tot meer dan een dozijn, waarvan nagenoeg niemand wist dat er gekampeerd zou worden. Dus ging ik in allerijl nog dekens, slaapzakken, matjes en dies meer verzamelen. Míjn plan was om die op een min of meer ordelijke manier op het overdekte terras te leggen, zodat iedereen zeker een droge slaapplek had. Maar dat kon niet, want daar werd gepingpongd. Enfin, niet echt, maar het leek er wel op. Er kwam een pingpongtafel, een pingpongballetje en een hoop bier aan te pas. Het schijnt een soort nationale sport te zijn in jeugdhuizen.

Dus na een bijzonder drukke, maar heel fijne avond met flink wat wijn en prettige babbels met – echt waar! – superleuke jonge mensen, vond ik dat ze het zelf maar moesten regelen en kroop ik in bed. De volgende dag lag mijn huis bezaaid met de helft van de aanwezige pubers en de andere helft lag in de tuin, die op slag iets weg had van een festivalweide, de dag nadien:

feestje

Vreemd genoeg zijn ze allemaal voor de middag uit hun bed/zetel/hangmat/kampeermatje geraakt en leken ze zelfs weinig last te hebben van een kater. Vanaf 10u verdwenen ze één voor één. Tegen de middag hadden we er nog vier, en nu nog drie. Eentje daarvan blijft nog een nachtje slapen. Dat is het plan.

Maar ik maak me weinig illusies.

feestje 2

 

Dagboek met fotootjes en zo

Een vakantiedag uit het immer zo avontuurlijke leven van een Kinderboekenschrijfster

De Kinderboekenschrijfster staat gezwind op om 7u. Nu ja, ze drukt vloekend de wekker uit, strompelt blindelings naar de keuken om de pup buiten te laten alvorens er sanitaire ongelukken kunnen gebeuren en sleept zichzelf vervolgens de trap op om Zoon 1 op tijd wakker te schudden voor zijn blokactiteiten. Daarna kruipt ze weer in bed, want 20 minuten extra slaap zijn per slot van rekening 20 minuten extra, dus waarom zou ze zichzelf die niet gunnen? Het is ten slotte vakantie, nietwaar. Om 7u20 drukt ze opnieuw vloekend de wekker uit, strompelt alweer blindelings naar de keuken om de pup binnen te laten, te voeren en te knuffelen tot haar badjas half in (natte) rafels hangt, want het enthousiasme van dat beest kent werkelijk geen grenzen. Een mens zou bijna gaan denken dat hij zonet na maanden eenzaam isolement uit een donkere kelder werd verlost. Daarna sleept ze zichzelf alweer de trap op om Zoon 1 iets hardhandiger wakker te schudden, want die is uiteraard weer in slaap gesukkeld zoals dat elke morgen tig keer gebeurt en de handeling zich eindeloos blijft herhalen. En ook de Dochter moet eraan geloven.

De Kinderboekenschrijfster doet dit niet uit leedvermaak – waarom zou haar arme dochter tijdens de zomervakantie om 7u25 uit bed moeten? Maar het kind wil mee naar haar moeders werk. Wat betekent: een dagje uit, om in 34° C (want de Kinderboekenschrijfster wist uiteraard niet dat dit de Warmste Dag van het Jaar zou worden – ze had het te druk met lezen en schrijven om het weerbericht te volgen, een mens kan toch niet alles tegelijk!) dik 140 km af te leggen naar Lier, om aldaar struisvogels te gaan fotograferen, de verzorgers enkele van hun geheimen te ontfutselen en dan diezelfde dik 140 km weer naar huis te rijden. Er komt namelijk een deadline dreigend dichterbij.

De Dochter had eerst getwijfeld of ze mee wil. De struisvogels bevinden zich op een Kinderboerderij, en aangezien de Dochter al bijna 14 is, vond ze dat toch enigszins beneden haar waardigheid. En haar moeder had toch zekers geen babysit nodig? En wat moest zij dan de hele tijd doen in de auto? Het was pas toen de Kinderboekenschrijfster haar lieflijke puber verzekerde dat de Kinderboerderij in de voormiddag gesloten was, dat de Dochter toegaf. Waarna ze bij aankomst – het is ondertussen na 10u – uiteraard zeer enthousiast een konijn of drie dient te knuffelen. En een ezel te aaien. En ‘Oh’ en ‘Ah’ te roepen bij ieder ander beest dat opdaagt, en dat zijn er nogal wat. Waardigheid blijkt een bijzonder flexibel begrip bij lieflijke pubers.

konijn

De Kinderboekenschrijfster doet ondertussen haar werk. Ze fotografeert, vraagt, luistert en noteert. En dan wordt haar gsm net niet uit haar handen gepikt door een struis. Het beest hapt behoorlijk gemeen. Het maakt zelfs een knappende geluid, waardoor de Kinderboekenschrijfster heel even gilt. Heel even maar, want goed voorbereid als ze is, weet ze uiteraard dat struisvogels geen tanden hebben. En dat ze gewoon nieuwsgierig zijn. Maar toch, gvd! Hadden ze haar niet even kunnen waarschuwen dat die nieuwsgierigheid zich niet door een omheining liet tegenhouden?

struis

Tegen 12u zit het werk erop en kunnen ze naar huis. Niet zonder een uur in de file te staan in Mortsel, uiteraard. Want de gps heeft haar daarlangs gestuurd. De Kinderboekenschrijfster had nog overwogen om een andere weg te nemen, maar de gps zou het wel beter weten. Duhuh. Enfin. Er wordt in het wegrestaurant een veel te duur en niet eens zo lekker broodje gekocht, dat de Kinderboekenschrijfster en haar Dochter puffend in de auto wegwerken, wegens geen plek in het airco-restaurant en vervolgens moet er een cello opgehaald worden in Gent. In een straat waar nooit parkeerplaats is en waar het ontzettend druk is en waar vieze oude mannen naar je kont staren en sissende geluiden maken, zo kunnen de Dochter en haar moeder gezamenlijk vaststellen.

Bent u er nog?

Er waren namelijk ook bijzonder mooie momenten te beleven. Zo was er een lichtblauw autootje met wimpers (Echt Waar!), een camouflage-garage, een winkel met een wel erg vreemde naam én ijsjes bij thuiskomst om 15u30. En daarna mocht de Kinderboekenschrijfster – hoera, hoera! – nog boodschappen doen (want de Echtgenoot was een en ander vergeten) en Zoon 1 naar het station voeren (want anders kon hij zijn trein niet meer halen) en geld afhalen om de afspraak van de Echtgenoot bij de kinesist te gaan betalen (want de Echtgenoot zelf kon zijn portefeuille nergens vinden en afspreken om morgen te gaan betalen was toch wel een beetje onnozel).

camouflage winkel

Om 19u crasht de Kinderboekenschrijfster in de hangmat. Gelukkig is het mooi weer, de Echtgenoot staat te koken, de Dochter ruimt op, Zoon 1 studeert, Zoon 2 gaat uit en de pup ligt hijgend in een koel, donker hoekje. Het leven kan schoon zijn, soms.

En voor straks staat de gin tonic koud.

 

Bucket list

De meest waanzinnige dingen gebeuren wanneer je ze het minst verwacht.

Zo beslisten wij om deze zomer maar eens niet op reis te gaan. Ik had massa’s schrijfopdrachten, we kregen een nieuwe pup en er moest van alles en nog wat geklust worden aan en rond het huis. Het zou een rustige, misschien wel beetje saaie vakantie worden. En toen gebeurde dit.

Het stond niet meteen op mijn bucket list, maar ik kan het sinds gisteren desalniettemin schrappen: op 45-jarige leeftijd een badscène filmen met een 19-jarige danser. Daar kwam een en ander bij kijken, namelijk: een opkomende band, bevriende filmers-in-opleiding, een razend enthousiaste dochter die in een andere scène meedeed, 84 flessen water van 2L (wegens geen stromend water in het pand), 2 flessen badschuim, talloze sigaretten, een tiental wierookstokjes, valse wimpers en pakweg 35 lagen make-up. Het was een duur bad, dat kan ik u wel vertellen.

Het filmen zelf was… bijzonder. Ik had er werkelijk geen idee van hoeveel er geroerd moet worden om voldoende schuim te maken in een bad zonder stromend water. En hoe snel dat schuim ook weer verdwijnt. Waarna er weer geroerd moet worden. Waardoor er spetters water op je make-up komen, die dan weer moet bijgewerkt. Maar ook: hoe vindingrijk, onvermoeibaar, enthousiast en vol overgave jonge creatieven bezig zijn. Met hart en ziel en een toewijding waarvan je tranen in de ogen krijgt. Ook zonder sigarettenrook en opspattend badschuim.

Nee, ik heb geen ambities in de film- of videoclipwereld. Maar voor zo’n projectje met jonge mensen mogen ze mij altijd vragen. Ook al leek ik naar het schijnt nogal op Patsy uit Absolutely Fabulous. (Ik heb iets minder gedronken, maar minstens evenveel gerookt. En mijn haar en schmink waren even onwaarschijnlijk!)

bucket list

P.S. Sorry voor de Engelse titel. Die’ bucket list’ schijnt in het Nederlands een ‘loodjeslijst’ te zijn, maar geef toe: dat klinkt toch een stuk minder cool?

Elke dag een beetje angst

Ik ben een schijtlaars. Dat is ooit anders geweest, maar nu is het wat het is: ik heb schrik van alles. Dat moet ik zien te overwinnen, en daar schreef ik eerder al een stukje over.

Angst overwinnen is iets wat je elke dag moet doen. Stapje voor stapje. Beetje bij beetje. Want met grote happen tegelijk lukt het niet. Dus probeer ik dagelijks mijn angsten iets minder impact op mijn leven te laten hebben. Door wél dat telefoontje te doen waar ik zo tegenop zie. Door tóch mijn huis uit te gaan en onder de mensen te komen, ook al heb ik daar totaal geen zin in. Door telkens opnieuw dingen te proberen die mij ontzettend schrik aanjagen, omdat ik denk dat ik ze niet kan, dat ik door de mand zal vallen en een mal figuur zal slaan. In de ogen van de anderen, maar vooral in die van mijzelf.

Elke dag opnieuw.

En dus heb ik besloten om vandaag te figureren in een videoclip. Serieus. Gewapend met allerlei attributen – een sigarettenhouder, valse wimpers, een waterkoker en een Amy-Winehouse-dot – ga ik vanavond op pad.

Ik hou u op de hoogte van het resultaat. Zelfs als het onvoorstelbaar slecht is. Want ik durf dat!

2016-08-18 16.13.16-2