Zwaaien met die handjes

De laatste. Het is goed dat dingen een begin en een eind hebben. Dat houdt het overzichtelijk. En normaal gezien staat u nu wie u lief heeft gelukkig nieuwjaar te kussen. Dat is ook goed. En nog veel belangrijker.

Kent u ‘De Vijf P’s’? Ze zijn bedacht door theatermaakster Dora Van der Groen. Ze zei dat alle goede theaterstukken – en bij uitbreiding alle goede verhalen – die vijf P’s bevatten: Plezier, Pijn, Perversiteit, Persoonlijkheid en Poëzie. Ze zitten in mijn achterhoofd als ik aan een boek werk. Ze zaten in mijn achterhoofd toen ik deze blog schreef. En volgens mij is er van alles wat in de blog terecht gekomen, dus het is een mooi moment om af te ronden.

Ik heb geprobeerd om u een inkijk te geven. Ik heb ervan genoten dat dat kon. Veel gedachten blijven immers in je hoofd dwarrelen en raken er niet uit als je illustrator bent en alleen boven je tekentafel hangt. Ik merkte dat u er iets mee kon, door de vele reacties, mails en berichten, en dat was heel fijn. Bedankt Iedereen Leest, voor het podium.

Tot een volgende keer… Wie weet, over nog eens acht jaar? Benieuwd hoe ik er dan weer voor sta. Wat me dan bezig houdt. En of u dan weer even aandachtig meekijkt. Ik wil u daar graag voor bedanken. Van Harte Bedankt Dus!

Wie kan het oude jaar beter uitzwaaien dan Benny B? Met de hit waarvan de melodie u niet onbekend is en waarmee hij zijn legendarische concerten doorgaans afsluit.

Mijn beste wensen voor 2017, dat het het jaar mag worden waarvan u droomt!

Hartelijke groeten,
Benjamin.

PS: heet van de naald: ‘Suzie Ruzie en het schaartje’ als enige kinderboek op de Longlist van de Cutting Edge Awards! De shortlist wordt binnenkort bekend gemaakt. Hou ‘m in de gaten, want u kan dan stemmen.

Mensenmensenmensen

TikTak… Het is bijna tijd. Mijn zoon van vier loopt al de hele week flarden nieuwjaarsbrief te citeren. De feestplannen zijn gemaakt. En dus is mijn blogmaand bijna om. Eens kijken welk ei ik zeker nog wil leggen…

Eigenlijk is het geen keuze. Ik moét wel even terugblikken op hét tekenmoment van 2016 (samen met het verschijnen van Suzie Ruzie natuurlijk!). ‘Ons’ gastlandschap (Vlaanderen en Nederland) op de Frankfurter Büchmesse.

Het was nota bene tijdens die dagen bij Jaap, waar ik het in mijn laatste blogbericht over had, dat ik dat totaal onverwachte telefoontje kreeg: of ik zin had om deel uit te maken van de groep auteurs tijdens het gastlandschap? Of Ik Zin Had? Dat klonk een beetje als vragen aan een voetballer of hij zin heeft om mee te spelen in een WK-wedstrijd! Of ik goed Duits sprak? ‘Nee’, zei ik, ‘maar ik kan wel héél goed Duits tekenen’. Dat volstond blijkbaar. Het voelde als een grote prijs winnen. Dat was het ook, als ik erop terugkijk. Dat gevoel was geleden van toen ik op mijn 8ste de Zon & Zee Playmobil Kleurwedstrijd Westende won, en blinkend van trots met een doosje Indiaan Te Paard Met Wigwam ons vakantie-appartement binnen liep.

Donderdag 20 oktober. Het is zover. Ik sta in Brussel-Noord te wachten op de ICE-trein richting Frankfurt. Ik heb de afgelopen maanden zoveel mogelijk Duits gelezen, vaak Google translate bij de hand. Nooit Duits gehad in het middelbaar. Houten kop want: niet geslapen (zie Blog #5). En het hele circus moet nog beginnen! Wanneer leer ik het ook eens, niet alles in de hand te willen hebben en gewoon mee te gaan op de golven van wat komt? De golven. Toepasselijk, voor dat mooie Noordzee-thema dat Bart Moeyaert als kapstok bedacht.

161018-1200-presserundgang-guest-of-honour-pavillion-9717_29797858293_o

 

Die avond wordt er gefeest in Frankfurt. Gefeest om het gastlandschap, in Mousonturm, een gebouw dat qua opzet een beetje doet denken aan de Vooruit in Gent. Een pand met een industrieel verleden dat werd omgetoverd tot kunsttempel, en nu dienst doet als Gastland-Heimat. Het voelt een beetje ‘onchronologisch’, te staan feesten voor het échte werk begint. Maar kijk, een paar goede plaatjes, een pint, fijn volk en de firma Leroy staat alweer te dansen. Natuurlijk wordt het te laat. En natuurlijk sla ik nog eens zo goed als een nacht over. Yolo en zo vanal.

Feest!

 

Ik mocht die namiddag al een glimp opvangen van Het Ding dat de maanden daarvoor uitgebreid toegelicht werd aan de hand van 3D beelden. Maar uiteindelijk voel je het toch pas als je er middenin staat. De Stand van ‘ons’ gastlandschap. Rinkelende Hollandse klinkers onder de voeten. 2000 peperdure vierkante meters waarvan het grootste gedeelte gevuld is met… leegte. De leegte en rust van het strand. ‘Lied van de zee’ begint automatisch in mijn hoofd te spelen. Een weids zeezicht, geprojecteerd op doek.

De stand

 

Elke normaal mens zou die ruimte optimaal benut willen zien, volgepropt met al het moois en interessants dat ons taalgebied te bieden heeft. Want zo’n dure ruimte moét renderen. Om vervolgens te zien dat de toeschouwer al na twee vierkante meter platgeslagen afdruipt. Het is goed dat Niet Normale Mensen zo’n stand bedenken. Want ze denken een paar stappen vooruit. Mét inlevingsvermogen in De Beursganger die na de beursdrukte op zo’n gastlandstand terecht komt. Na wat rondslenteren, turen naar de golven en even tot rust komen, raakt hij geïntrigeerd. Er is meer aan de hand dan alleen maar leegte, merkt hij op.

Les auteurs

 

Op vrijdag 21 oktober en zondag 23 oktober mocht ik meewerken in het Atelier, onderdeel van de Gastlandstand. Daar werd elke dag door 4 à 5 tekenaars én een hele ploeg aan Parade gewerkt, een tijdschrift dat aan het einde van de dag in een oplage van 500 stuks werd uitgedeeld. Het was er een drukte van jewelste. Randall Caesar en Joost Swarte die – ik had met hen te doen – het handeltje coördineerden, altijd dummies in de hand, altijd op zoek naar nog een passende tekening voor de editie van de dag, niet zelden onder lichte stress omwille van het al dan niet halen van de deadline, waardoor ze zelf amper aan tekenen toekwamen. Gert Jan Pos, telkens bezorgd ‘of we wel ok waren’. Wasco, de man die Het Machien – de Risoprinter die regelmatig om aandacht vroeg – bediende en onafgebroken liep te sjouwen met inktpatronen, papier en rollen. Ruben Steeman, Jeroen Funke, Charlotte Dumortier en Anne Stalinski die de ploeg aanvulden met assistentie op alle mogelijke vlakken en, niet onbelangrijk, een flinke portie gezelligheid en humor.

Man at work

 

Daar mag je dan, met je verwende uitverkoren illustratorengat tussen plaatsnemen en je gangetje gaan. Of ik daar zin in had? Ik ben een mensenmens, ik voel me goed tussen mensen, haal daar energie uit, vooral als het zo’n fijn clubje is. En zeker als ik in zo’n fijn clubje lekker mijn ding kan doen. Ik kan moeilijk zeggen of het goed was wat ik daar deed, maar ik kan je vertellen: mijn potlood raasde over het papier.

Dierentuin

 

En ondertussen kijk je je ogen uit, met een gezonde portie jaloezie. Want als tekenaar wil je altijd nét datgene wat die andere tekenaar heeft. Hoe Simon Spruyt in no time, met een paar penseelstreken een herkenbare Géricault neerzet. De straffe figuren van Gerda Dendooven. De kwetsbaarheid van Ingrid Godons lijnen. De gezelligheid van Charlotte Dumortiers personages. Het enthousiasme en de spontaniteit van Judith Vanistendael. Het geduld van Carll Cneut. De poëzie van Randall. De strakheid van Joost Swarte. Enzoverder. Enzovoort.

(Oei, hebt u het al in de mot? Deze post wordt lang)

Het aanzuigeffect van dat Atelier. En ik maar tekenen tekenen tekenen, af en toe op de schouder getikt door een bekende passant. Maar verder helemaal in een cocon, niets merkend van de ruis op de achtergrond. Heerlijk. De rij bezoekers die steeds langer werd naarmate de wijzers 17u naderden, om een editie van Parade te bemachtigen. Het gerucht verspreidde zich, de rij werd elke dag langer, om te eindigen als een stilstaande, ongedurige polonaise, zigzaggend over de hele stand.

Wat ambiance betreft het hoogtepunt: onze Graphic Novel Battles tegen een Duitse tekenaarsploeg, eerst in het Theater, daarna in de Duitse hal. Het concept was eenvoudig: het publiek geeft een onderwerp, de twee tekenaarsploegen bedenken daar een beeld bij. Het moet gezegd: onze Duitse vrienden waren erg vakkundige en sympathieke tekenaars. Maar dàt moet ook gezegd: ze hadden geen rekening gehouden met ons talent voor absurdisme, waardoor het geheel ontaardde in een wilde tekenperformance, inclusief 3D Ninjakostuum, Herr Seele in onderbroek, Nix met volgetattoeëerd bovenlijf, spuwende lama’s en pikante Saxofoonporno. NederVlaanderen – Duitsland: 2 – 0. Moesten de Rode Duivels die cijfers op het bord krijgen, we zouden euforisch zijn.

161022-1200-guest-of-honour-pavilion-theatre_meet-the-makers-graphic-novel-battle-herr-seele-nix-joost-swarte-benjamin-leroy-photos-1408_30507082965_o

 

161022-1200-guest-of-honour-pavilion-theatre_meet-the-makers-graphic-novel-battle-herr-seele-nix-joost-swarte-benjamin-leroy-photos-1389_30470547936_o

 

Het gastlandschap op de Frankfurter Buchmesse 2016, we had a blast! En ik vergeet nog zoveel: de amusant-spontane presentatie over Suzie Ruzie die ik met Jaap gaf in het Theater – De ontdekking van de literaire Virtual Reality – De Happy Hours in het paviljoen… Het was in een vingerknip voorbij.

Hoe voelt het, om je passie twee jaar aan de kant te schuiven? Om twee jaar lang dat knopje Frankfurt niet uit te kunnen zetten? Om vervolgens een gebald, knallend vuurwerk te geven en een flits later al te zien hoe de lonten nasmeulen? Ik kan het niet inschatten. Ik kan alleen maar vanaf dit balkon naar jou wuiven, Bart, in grote bogen, met mijn hoed in de hand. En naar die hele ploeg (Judith, Ine, Bas, de fondsen,…) die je op de been bracht. Want wat een fijne mensen daar.

En weet je wat? Een paar maanden later is – ondanks alle prestige, de chique inkleding, mensen met aanzien – dit wat me het meest bijblijft: de dansende mensen, de onverwachte samenwerkingen met Judith (die guitige lach!), Mattias, Charlotte,… De vriendelijkheid van Joost, de grapjes van Jeroen, de energie van de Battles, het gesprek met Merel, Randall en Charlotte in de trein op de terugweg… Ik weet het, ik heb het al eens gezegd, van ‘Wat je ook bereikt in je leven,…’. Maar het is op zoveel van toepassing. Mensenmensenmensen.

En het spijt me, als u een auteur bent die niét op Het Lijstje stond. Ik begrijp het, als u enige vorm van jaloezie voelt opborrelen. Ik hoop dat u me mijn enthousiasme niet kwalijk neemt. Het is net als met werkbeurzen en prijzen: een samenloop van omstandigheden, het juiste moment, een tikje geluk, de juiste man of vrouw op de juiste plek. Ik wens het u toe, dat het u vroeg of laat ook mag overkomen. Tijdens het volgende gastlandschap, over 25 jaar misschien. Dan ben ik immers al lang uitgerangeerd en zit ik voor de zoveelste keer te zeuren tegen mijn zoon over dat Ene Magische Jaar 2016, toen ik één van de uitverkorenen voor Frankfurt was. En dat ik er zo graag nog eens bij was geweest. ‘Ja Pa, dat verhaal heb ik al honderd keer gehoord’, zegt Rien dan, en we gaan een eindje wandelen.

Overdracht

 

14753679_1792668267687506_9100718972364665005_o_30433828151_o

Zo gaat het altijd. Maar altijd anders.

Het is eind augustus. De vloer ligt bezaaid met uitgeknipte papiertjes. Daarop telkens een kribbel en een paar woorden. Kleine boekjes, slordig in elkaar geplakt. Vellen A4 met schetsen en storyboards. Papieren met aantekeningen. Jaap ligt in de lange blauwe zetel. Zijn ogen volgen de schuivende wolken door het dakraam. Zijn pen tikt tegen zijn kin. Ik hang in de bureaustoel en blader wat in mijn schetsboek. Ik kijk erin zonder te kijken. ‘Mmm, maar als we nu eens…’, begint Jaap. ‘Nee, dat is ook niks.’. Zijn pen tikt weer verder.

Zo gaat het altijd, als Jaap en ik aan iets nieuws werken. We nemen een lange aanloop, waarin we ideeën verzamelen. Ze vliegen heen en weer via mail, telefoon, sms, of al pratend, tijdens een korte ontmoeting, omdat we samen ergens moeten zijn. Eigenlijk wordt zo’n idee dan zelden weggewuifd. Ze verdwijnen allemaal in de Grote Pot. Als we voelen dat de Grote Pot bijna overloopt, spreken we af. Een paar dagen bij hem of bij ons thuis. We tillen het deksel op en schrikken ervan hoe vol hij weer zit.

We beginnen te schikken, te schuiven, te overlopen, te schrappen, te veranderen. We proberen erachter te komen waarom die ideeën samen in één pot zaten. Wat is de rode draad? De dagen dat we samenkomen zijn altijd een rollercoaster met veel hoog en veel laag.

Nu is het even laag. We werken aan ‘Plasman’, dat in 2008 op mijn tekentafel begon als een verhaaltje over bedplassen. In 2016 is het een verhaal geworden over superhelden. Wonderlijk, hoe een idee je op sleeptouw kan nemen naar werelden die je niet kent. Nooit wat mee gehad, superhelden, waarom maak ik daar dan een verhaal over? Doorheen de jaren heeft het verschillende vormen gehad. Is het ‘Dat plasverhaal waarmee we echt eens iets moeten doen’ geweest. En nu zitten we er volop in. Het is te zeggen: zitten we er volop in vast.

Superheroes

 

Jaap schiet recht. ‘Volgens mij is alles er. We zien alleen de kern nog niet. En daarom kunnen we het nog niet in de juiste volgorde zetten’. Hij begint met de uitgeknipte papiertjes te schuiven, het zijn de sleutelscènes uit het storyboard. ‘Weet je’, gaat hij verder, ‘dit verhaal gaat eigenlijk niet over superhelden. Het gaat over de stoere jongens op de speelplaats. Omdat je beseft dat je daar nooit bij kan horen, moet je op zoek naar je eigen plek, op je heel eigen manier’.

Plots klaart de mist in mijn hoofd op. In een flits sta ik weer op de speelplaats van dat kleine schooltje in Overpelt-Fabriek. Ik zie de stoere jongens van de hogere jaren en wat ze allemaal kunnen, hoe hard ze kunnen, hoe snel ze kunnen. Hoe sommige van mijn broers gepest worden omdat ze niet zo hard kunnen. Hoe ik dat zie en weet dat ik iets anders moet proberen. Hoe ik met mijn tekeningen een gek soort respect afdwing, ook bij die stoere jongens. Hoe dat altijd zo gebleven is, zelfs tussen de nog stoerdere jongens in het middelbaar. Hoe tekenen op mijn heel eigen manier mijn plek werd en altijd gebleven is.

Ik zit terug bij Jaap in de werkkamer en ben driftig aan het meeschuiven, we halen er een paar papiertjes uit, voegen er enkele toe. In geen tijd zit alles op zijn plaats. We voelen het. En we vieren het. Met een wandeling in de late zomerzon, een biertje, gesprekken over dingen doen Met Kind In Huis, goede BoekenFilmsMuziek en de Vrouwtjes.

Zo gaat het altijd, maar altijd anders. Elk idee, elk verhaal, rijdt zijn eigen parcours. Maar altijd is het een ‘blend’, ‘A Perfect Union of Contrary Things’ (dankjewel Maynard James Keenan, held!), van mijn en zijn ideeën.

Begrijpt u het, dat het mij soms zeer doet als er wéér eens vanuit gegaan wordt dat Jaap de bedenker van dat alles is, en ik enkel de plaatjes maak? In vele recensies, maar zelfs in het prachtige totaaloverzicht ‘Het Boekenboek’ van Mirjam Noorduijn en Veerle Vanden Bosch dat recent verscheen is dat het geval. Ook al grijpt Jaap elke kans om te benadrukken dat we dit samen doen. Het blijkt een hardnekkig vooroordeel: de schrijver maakt het kind en de illustrator past het mooie kleertjes aan. Ach ja, er zijn ergere dingen om je druk over te maken. Conservatieve politiek. Kanker. Studio 100.

Wat het belangrijkste is: ‘Plasman’ zit in de finale fase, en verschijnt als alles goed gaat in het najaar van 2017 bij Gottmer (NL). Een verhaal vol humor (of wat dacht u?), superhelden die niet altijd superhelden blijken te zijn en veel lagen en dubbele bodems. Maar vooral: het nevenproduct van een Bijzondere Vriendschap.

Wat je ook bereikt in je leven, het is altijd ondergeschikt aan met wie je het beleeft‘. Het was Professor T die daar een tijdje geleden een aflevering mee be-eindigde. Wijsheid vind je overal, zelfs in een televisieprogramma op een druilerige zondagavond.

Plasman

 

Cover_probeersel_02

Ze is zo knap

Hoe zou ik deze blogmaand kunnen schrijven zonder over haar te vertellen? Merel Eyckerman, het meisje dat ik nu al 16 jaar ken, waar ik 16 jaar mee samen ben, 7 jaar getrouwd, waarmee ik nu vier jaar een zoon heb. Omdat ik zoveel aan haar te danken heb. Zoveel van haar heb geleerd. Omdat ik zoveel met haar deel. Omdat ik hier zonder haar waarschijnlijk niet zat te typen, in deze hoedanigheid. Omdat ze zo knap is. In alle betekenissen van het woord.

Maar laat ik het voor deze blog binnen het teken/boekengebied houden. Ze is zo knap omdat ze niet ROEPT. Dat zit niet in haar natuur. Soms wil ik in haar plaats roepen, omdat een aanzienlijk deel der mensen het niet ziet: Merel heeft het Meest Geraffineerde Potlood Van De Benelux. Dat kan ik wel zeggen, als geheel objectieve toeschouwer ;-)

Jij tussen vele anderen

 

Dat geraffineerde potlood wordt ook wel eens verward met ‘braaf’. Maar dat gebeurt door mensen met een minder geraffineerde kijk op de dingen. Of mensen die slechts één bril willen opzetten om de dingen te bekijken. Nee, ze vertelt niet heel nadrukkelijk ‘een verhaal naast de tekst’. Nee, haar werk is niet Overweldigend Aanwezig wat flashy kleuren of bombastische composities betreft. Dat zit niet in haar natuur. Niet roepen, ook niet in tekeningen.

's Nachts verdwijnt de wereld

 

Wat ze toevoegt aan het verhaal, zit in het beeld zelf. En dat is door ‘talige’ mensen soms moeilijk te begrijpen. Onze fijne collega Pieter Gaudesaboos begrijpt het maar al te goed. Een tijdje terug was hij hier op bezoek en stond hij in ons atelier naar haar nieuwe werk te turen. ‘Ik begrijp dat niet’, zei hij zuchtend. ‘Zo fijn. Zo verfijnd. Het is toch alleen zij die dat kan?’. Ik knik iets te nadrukkelijk.

Zelda de piraat

 

De sfeer, het kleurenpalet, de verfijnde vormen, de inleving, de warmte. Ze tekent huizen waar ze zelf graag in zou wonen. Mensen waar ze graag mee zou samenleven. Wezens die ze graag zou tegenkomen. En dat gebeurt allemaal heel intuïtief. Vanuit de buik. Niet in woorden te vatten. Ik zou soms willen roepen en er met een dikke vinger naar wijzen. ‘Kijk dan! Kijk dan toch!’. Maar ze wil niet dat ik roep. Dat past niet bij haar werk.

Josephina, een naam als een piano

 

Het is eind november en mijn aanvraagdossier voor een werkbeurs ligt al te blinken bij de drukker. Ik vind dat niet erg, zo’n dossier schrijven. Net zoals ik deze blog het tegendeel van erg vind. Het geeft me de kans om dingen op een rijtje te zetten. Terug te kijken. Te overlopen. Mijn linkerhersenhelft doet dat werk graag.

Voor haar is het een nachtmerrie. Ze krijgt het niet vertaald. Niet in woorden. Ze probeerde het nu al vier jaar op rij zonder gehoor. Het gekke is: de eerste drie jaar kreeg ze wél een werkbeurs, zelfs een grotere dan ik (en terecht). Men schreef dat ze ‘een goed onderbouwd en samenhangend plan had’. Het jaar daarna stond er plots een nulletje op de brief. De contrasten zijn soms groot, in een illustratorenhuishouden.

Ze heeft dit jaar voor het eerst geen dossier ingediend. Ze wil niet roepen. Ook niet tegen een commissie. Dat zit niet in haar natuur. ‘Quiet people have the loudest minds’ (Stephen Hawking). En omdat ze zich daaraan houdt is ze zo knap. Onder andere daarom is ze zo knap. En om nog zoveel andere redenen.

Ide en Elom

 

PS: en heeft u haar al eens zien dansen?
PPS: Merel Eyckerman dus, MEREL EYCKERMAN !!! (oei, sorry)

Snorkelen

‘Je moet niet altijd even diep willen duiken’. Dat zeggen Jaap en ik regelmatig tegen elkaar, als we weer eens helemaal leeg zijn na een gezamenlijk project. Het geldt misschien ook voor deze blog, na de diepte van de vorige blog is het tijd voor wat lucht geloof ik ;-) . (Sorry, altijd heel lelijk, die smileys, maar hoe geef je anders een digitale knipoog? ;-) (Wederom sorry dus))

Het trage, diepe afdalen, dat nodig is om een goed boek te maken, wissel ik graag af met snorkelen aan de oppervlakte. Dat zou u fout kunnen interpreteren; alsof ik voor sommige dingen mijn best doe, en voor andere niet. Maar dat bedoel ik niet. Ik heb het over opdrachten die mijn pad kruisen en om snelheid en alertheid vragen.

‘Jij hebt iets met snelheid’, zei Jaap me onlangs. Dat klopt – helaas niet in het basketbal – maar ik hou wel van een snelle tekenspurt – ‘snorkelen on speed’ zeg maar. Knopen doorhakken, neus vooruit, en gààn! Het is de ideale afwisseling voor de trage boog van het boek. Die snelle opdrachten zijn de humus voor mijn boeken: ik gebruik ze als experimentenlabo, als speeltuin waarin ik spelletjes probeer die ik nog niet ken. Later duiken sommige van die spelletjes op in een boek. En, soms mogen die snelle, frivole tekenspelletjes zonder gêne naast mijn boeken staan.

Eén van de leukste en meest geslaagde tekenspurten van het afgelopen jaar was het ontwerp van de nieuwe ‘Boekstart‘ campagne. Na tien jaar pionierswerk onder de noemer ‘Boekbaby’s’ werd het tijd voor een nieuwe naam en daarbij nieuw beeld.

De lichtjes geniale Kris Demey, ook de vormgever van onze Suzie Ruzie boeken, bedacht een concept gebaseerd op vingerafdrukken. U weet wel, omdat ze universeel zijn, maar ook omdat baby’s en peuters alles zo graag bepotelen.

Kris stuurt me dit beeld per mail, we bellen uitgebreid en gaan naar de startlijn.

Boekstart 1

 

Het pistool gaat de lucht in, konten omhoog, ogen strak vooruit… Ennnn Go!
‘Demey en Leroy gaan er als een speer vandoor, de estafettestok wordt snel heen en weer gegeven, wat ligt het tempo hoog, daar zijn de eerste ideeënkribbels van Leroy al, Demey neemt de stok weer over, wat gaat dat soepel allemaal, je ziet dat dit duo al eerder samen heeft gelopen, Demey en Leroy selecteren en overleggen, en dat allemaal aan dit tempo, de stok gaat heen en weer over het kleurenpalet, daar is al een voorstel van Demey, Leroy pikt op en vult aan, o daar gaan een paar kleuren overboord, maar dat hoort zo, het publiek gaat uit zijn dak, Leroy begint als een razende te tekenen, de mannetjes floepen echt uit zijn potlood, en ondanks de snelheid weet Demey de mooiste te vangen, de stok gaat weer naar zijn hand, en o, wat een prachtige typografie komt daarbij, en nu voegt Leroy nog wat kleurvlakjes toe en gaat het eerste resultaat al naar de drukker, maar we zijn er nog niet, daar komen een aantal hordes, de zogenaamde correcties, maar Demey en Leroy vliegen erover alsof het niks is, nu zien we plots flyers tevoorschijn komen, en daar volgen de stickers al, de eindmeet is in zicht, het publiek wordt uitzinnig, de affiches en vlaggetjes vliegen ons om de horen, daar is de finish, en jaaaaaaa: Demey en Leroy winnen de wedstrijd met glans, en wàt een tijd en wàt een resultaat… En nu weer over naar de studio!’

Zo waren ze er plots: de Blopjes. Grappig, speels, fantasierijk, kleurrijk,… Alles wat een illustrator zich maar kan wensen. En dat allemaal in zo’n mooi letterpalet, op zo’n mooie materialen. In ons atelier is het nu elke dag een beetje feest, met de Boekstart vlaggetjes aan de muur. Wat kan snorkelen heerlijk zijn. En eenvoudig. En verfrissend. Ik kan het u ten stelligste aanbevelen.

Tekentafel

Ideeen_02 Ideeen_03

BS_PM_Blopjes_05 BS_PM_Blopjes_41 BS_PM_Blopjes_50 BS_PM_Blopjes_68 BS_PM_Blopjes_83 BS_PM_Blopjes_97

 

04_IL_BOEKSTART_AFFICHE_OKT16_LRF

 

En welke illustrator vindt u een heerlijke snorkelaar? Eén van mijn favorieten is Benjamin Chaud, met zijn ongeëvenaarde nonchalance. Altijd lichtvoetig, grappig, lekker chaotisch dansend op het blad. Een snorkelaar op hoog niveau.

En nu: duikbril op en weer aan de slag!