Dit is het einde, maar het is nog lang niet gedaan

De maand januari zit erop en dus ook mijn blog hier. Vanaf morgen kijk ik samen met jullie uit naar de schrijfsels van de volgende.

De vindeling van Wammerswald

Mijn betrokkenheid bij kinder- en jeugdliteratuur zal er echter niet op verminderen. Volgende week trek ik samen met een aantal studenten naar de University of Winchester voor een uitwisseling. We gaan er lessen bijwonen aan de universiteit en lesgeven in een plaatselijke basisschool. We werken in het thema vluchtelingen.

De Britten kozen om te werken rond The boat van Andrew Melrose, wij laten hen kennismaken met De vindeling van Wammerswald van Stefan Boonen en Tom Schoonooghe (ill.).

 

 

Jane Austen Tour

Daarnaast geef ik er ook gastcolleges over ‘cultural awareness through literature’. Exciting, isn’t it?

Tussendoor verkennen we de oude stad, met sporen van schrijfster Jane Austen en dichter John Keats en heel wat bezienswaardigheden en pubs…

 

 

 

En in maart is het jeugdboekenmaandafbeelding mvx

Noteer zeker al 18 maart, want dan is het kinderboekendag, een prachtig initiatief van Jan De Kinder, Stefan Boonen en Siska Goeminne. In 70 boekhandels in Vlaanderen zullen zo’n 100 auteurs en illustratoren voorlezen, vertellen, tekenen…

Kinderboekendag

Lang zullen we lezen!

Creativivrijheid

Boekbesprekingen? Saai! En toch wil ik dat toekomstige leraren kunnen praten over boeken en nog meer: dat ze boeken kunnen bespreken. Ik wil dat ze op een bewuste manier leren kijken naar verhalen. Wat je als lezer een goed (kinder)boek noemt, is in principe heel subjectief natuurlijk. Je kan allerlei redenen hebben om een boek goed te vinden. Wanneer mensen een boek beoordelen, hanteren ze daarbij vaak geen duidelijke criteria. Ze zeggen wat ze ervan vinden, maar niet op basis van welke kenmerken ze tot die conclusie komen. Toch kan je als leerkracht gebruik maken van een aantal min of meer objectieve criteria om te bepalen met welke boeken je kinderen in contact wil brengen.

Jonge lezers zijn zich vooral bewust van wat er in een verhaal gebeurt, hoe goed ze zich kunnen inleven, hoe spannend het is en welke gevoelens het verhaal bij hen oproept. Maar ook onbewust hebben verhalen een belangrijk effect op kinderen. Dat effect is enerzijds afhankelijk van de lezer zelf, anderzijds ook van de keuzes van de auteur en eventuele illustrator en de manier waarop het verhaal geschreven is. Ik wil dat mijn studenten kunnen inschatten in welke mate een verhaal literaire kwaliteit heeft of m.a.w. dat ze het onderscheid kunnen maken tussen echte literatuur en triviaal leesvoer of pulp fiction. Ik wil dat ze zich afvragen of de aanwezige thema’s op een genuanceerde manier benaderd worden, of het verhaal louter wensvervullend is of dat het de lezer aanzet tot nadenken, of de humor puur entertainment is of een middel om te helpen relativeren, of er enige psychologische diepgang in het verhaal zit, of niet alles draait om avontuur en actie, enz. Daarmee wil ik zeker niet suggereren dat enkel literaire verhalen goed zijn voor kinderen. Maar het is zoals met voeding: alle dagen fastfood is niet gezond.

Daarnaast wil ik die leraren in spe ook trainen in het herkennen van verschillende genres en het herkennen van waarden en normen die indirect in het verhaal meegegeven worden. Als ze dan ook nog iets zinvols kunnen zeggen over de opbouw van het verhaal (Wat zorgt ervoor dat je blijft lezen? Waar zit de climax?) en de psychologische uitdieping van de personages (Evolueren ze doorheen het verhaal?), ben ik helemaal tevreden.

Interessante gespreksonderwerpen voor in de lessen kinder- en jeugdliteratuur die tot boeiende discussies leiden. Maar niets stimuleert de denkontwikkeling van studenten zo sterk als iets op papier moeten zetten. Daarom wil ik dat ze ook schrijven over die onderwerpen. Een boekbespreking dus. Saai…tenzij je hen vrijheid geeft. Veel vrijheid. Zonder de lat lager te leggen, wel te verstaan. Laat ze zelf een boek kiezen – ik gaf hen een lange lijst waaruit ze mochten kiezen – en laat ze dat boek op een eigen creatieve manier verwerken, bv. in een lapbook.

IMG_0765 IMG_0767 IMG_0768 IMG_0770 IMG_0780 IMG_0781 IMG_0788

Mijn dochter kwam er gezellig bijzitten. Eerst om al die fraaie werkjes mee te bekijken, daarna om aantekeningen te maken in haar notitieboekje (van wie zou ze dat toch hebben?) en al snel om brieven te schrijven naar haar vrienden en die expressiekracht bij te zetten met stempels, tekeningen en decoraties van washi tape.

Vooraf had ik duidelijk gemaakt dat de inhoud gequoteerd zou worden en niet de vorm. Dit weerhield mijn studenten er echter niet van om zich volledig te laten gaan in die vormgeving, integendeel. Heerlijk! (Zo zie je maar dat studenten niet per definitie gemakzuchtig zijn.) Bovendien zorgde dit ervoor dat ze met elkaar praatten over de taak en dus over het boek dat ze gelezen hadden. Het enthousiasme en de trots die ik mocht aanschouwen bij het indienen van hun werk, ontroerde me. Dat boek zullen ze volgens mij alvast niet snel vergeten!

IMG_0789 IMG_0790

IMG_0791

Gedichtendaggedachtengedicht

Ik werk in het hoger onderwijs, meer bepaald in een opleiding tot leraar lager onderwijs aan de Arteveldehogeschool in Gent. Onze studenten zitten volop in de examenperiode en dat betekent dat ik nu eigenlijk examens zou moeten verbeteren. Dat is echter niet het enige wat docenten in deze periode doen. Zo hadden we vandaag een denkdag met ons team (in een rij van vele) om onze opleiding in de toekomst anders aan te pakken en in te vullen. Op het programma stond een gewichtige oefening in het formuleren van leerresultaten voor de opleiding, m.a.w. waartoe willen we dat onze studenten dankzij onze opleiding in staat zijn? En ook: hoe zien we het basisonderwijs van de toekomst?

Hoe valt dat te rijmen met Gedichtendag? Wel, mijn gedacht vond ik terug in dit gedicht van Rian Visser:

IDEEËNBUS

Juf, ik heb een plan.

Kunnen we morgen samenscholen

in een hutje op de hei,

overmorgen bij u thuis,

de dag erna bij mij?

 

Volgende week gaan we

woorden hakken

in het zwem-bad,

woorden plakken

op een langeafstandswandelpad,

blootsvoets gymmen op het strand,

rekenen van oost naar west

en kriskras door het land

kilometers sommen maken

in de trein.

 

Ik denk wel dat het kan.

Op onze gevel zag ik staan:

Brede school.

Dat zal vast niet over de breedte

van ons klaslokaaltje gaan.

Het is een kraakvers gedicht dat deze week verscheen in het tweede nummer van het tijdschrift DICHTER. Een bijzonder mooi initiatief van PLINT is dat, met in elk nummer tientallen nooit eerder gepubliceerde gedichten van toonaangevende dichters uit Vlaanderen en Nederland. Bovendien laten ze op iedere uitgave een andere illustrator los en is de vormgeving tot in de puntjes verzorgd.

Dichterdichter 2


 

 

 

 

Lezen voor de grap

Onze dochter is in september gestart in het eerste leerjaar. Ze was er helemaal klaar voor en keek er enorm naar uit. De eerste dagen kwam ze telkens apetrots thuis en demonstreerde ze welk woordje ze hadden leren lezen die dag. In haar enthousiasme bladerde ze ook al graag eens vooruit om te kijken welke woorden er de volgende dagen op het programma stonden. “Kijk mama, morgen leren we oom!”

Na een maand las ze haar hele leesboek (voor de eerste helft van het jaar) luidop voor aan haar grootmoeder (moeke). Iedereen was er gerust in: het duurt niet lang meer of ze wordt net zo’n boekenwurm als haar grote broer.

In de kerstvakantie ging ze in navolging van haar broer regelmatig op zoek naar een boek in onze huisbibliotheek. Ze koos er meteen ferme kleppers uit zoals de gebundelde versie van Guus Kuijers Madelief-verhalen, dikke sprookjesbundels, boeken van Roald Dahl, Astrid Lindgren, Annie M.G. Schmidt, Edward van de Vendel of Stefan Boonen. Maar het lezen van die boeken lukte haar moeizaam. Ze had nog niet alle letters leren verklanken (op school gebruiken ze een directe systeemmethode om te leren lezen, waardoor er veel aandacht gaat naar analyse en grondige inoefening, maar het tempo van letters aanleren relatief laag ligt). Bovendien struikelde ze ook over de hoofdletters, open lettergrepen, lange woorden en lange zinnen. Nog voor ze aan het einde van een zin raakte, was ze het begin al vergeten. Ze werd er moedeloos van. Ook de prachtige prentenboeken die haar tot voor kort zo wisten te bekoren, leverden haar nu veel frustratie op. Vroeger deed ze vaak alsof ze voorlas en vertelde het verhaal dan op haar eigen manier, zonder echt te decoderen. Maar nu wou ze the real thing. Ze had toch leren lezen? Wat een teleurstelling!

Gelukkig is ze een open en behoorlijk meegaand kind (in tegenstelling tot haar broer – daar zal ik maar niet over uitweiden ;-)) en kon ik haar geruststellen door boekjes voor beginnende lezers aan te reiken. Meerdere uitgevers bieden reeksen aan voor aanvankelijk lezen. Een aantal van deze series lopen per deel op in moeilijkheidsgraad, daarmee de leesvorderingen van het kind volgend (‘meegroei-series’). Veel van deze boekjes zijn tegenwoordig erg aantrekkelijk en verre van schools. Een nadeel aan deze boekjes is dat ze sterk wisselend zijn qua literaire kwaliteit. De auteur krijgt namelijk een groot aantal beperkingen opgelegd omwille van de indeling in technische moeilijkheidsgraad (de zgn. AVI-niveaus), wat het taalgebruik soms houterig maakt en het verhaal net moeilijker te volgen.

Het is dan ook een zegen dat er ook heel wat straffe kinderauteurs het belang inzien van dergelijke boekjes en zich eraan wagen. Zo kwam ik boekjes tegen van Joke van Leeuwen, Edward van de Vendel, Riet Wille, Stefan Boonen, Tine Mortier, Sylvia vanden Heede, Hilde Vandermeeren, het duo Elle van Lieshout en Erik van Os, Jonas Boets, Evelien De Vlieger, Paul de Moor, Dirk Nielandt en ga zo maar door. Die boekjes zijn meer dan enkel leesvoer. Ze zijn niet cliché, hebben een frisse kijk op de dingen en komen vaak grappig of verrassend uit de hoek.

Collage beginnende lezers

De boekjes waar mijn dochter het meest plezier aan beleeft en die de zin om te lezen bij haar terugbrachten, zijn twee heerlijke moppenboekjes:

  • Ik ken een mop van Erik van Os en Elle van Lieshout met vrolijke tekeningen van Claudia Verhelst en Lars Deltrap

IMG_0761

 

  • Moppen op een bordje van Riet Wille en Richard Verschraagen (ill.)

moppen op een bordje

moppen_op_een_bordje p4 en 5

 

Dat het guitige hoofdpersonage uit dit boek ook Noor heet, zoals zijzelf, maakt de pret voor onze dochter helemaal compleet.

Wat ben ik blij dat die groten ook voor de kleintjes schrijven!

Is poëzie nodig in het onderwijs?

Over die vraag heb ik de voorbije dagen en in het bijzonder op vrijdag veel nagedacht. Ik mocht namelijk uitleg en voorbeelden geven bij de bundel poëzielessen voor het basisonderwijs waaraan ik meewerkte in het kader van Poëzieweek 2017.

(Iedereen Leest, Canon Cultuurcel en het Poëziecentrum organiseerden op 13/1 in de aanloop naar Poëzieweek 2017 een studiedag voor leraren en bibliotheekmedewerkers in ’t Arsenaal in Mechelen.)

Om die vraag te beantwoorden, wil ik ze even in een breder perspectief plaatsen: is poëzie belangrijk in het leven? Want als poëzie belangrijk is in het leven, dan verdient ze, denk ik toch, een plaats in het onderwijs.

Volgens mij zijn er heel veel redenen waarom poëzie zin-vol is en het leven beter maakt. Ik ga ze hier niet allemaal proberen op te noemen. Dat zou me niet lukken, maar ik geef jullie er graag vijf:

  1. “Si le monde était clair, l’art ne serait pas”, schreef Albert Camus in 1942 in Le mythe de Sisyphe. Kunst is volgens Camus een reflectie van de mens op de wereld die niet duidelijk is. Die reflectie is echter geen letterlijke weerspiegeling, geen nabootsing. “Art only begins where imitation ends”, stelde Oscar Wilde. Kunst doet ons nadenken over de werkelijkheid in al zijn complexiteit, over het mysterie van het leven.
    Zo ook poëzie als vorm van kunst. De Britse professor Richard Hoggart betoogde dat literatuur zo waardevol is ‘omdat zij de zin van het menselijk bestaan – op een bijzondere manier – onderzoekt en vorm geeft; omdat literatuur de verscheidenheid, de complexiteit en de vreemdheid van ons bestaan laat zien. ‘Want in literatuur’, zo voegde hij daaraan toe, ‘kijken we naar het leven met alle kwetsbaarheid, eerlijkheid en scherpzinnigheid waarover we beschikken, tenminste als we met aandacht lezen.’
  2. “Het doel van de kunst is niet het uiterlijk van dingen weer te geven, maar het innerlijk… dat is de echte werkelijkheid.” (Aristoteles) Kunst en poëzie gaan naar de diepte, naar wat ver onder het oppervlak zit. Poëzie is een uitstekend middel tegen oppervlakkigheid. Het gaat in tegen de illusie dat alles eenduidig is en dat kan of moet opgelost worden. Poëzie helpt ons te denken op een andere, creatieve manier, helpt ons anders naar de dingen te kijken.
  3. Mensen grijpen vaak naar poëzie op bijzondere momenten in het leven: bij een geboorte, een overlijden, huwelijk, liefdesverdriet, enz. Er gaat vaak een enorm troostende kracht uit van poëzie. Herman de Coninck verwoordde de helende werking van poëzie treffend in dit gedicht:

    Poëzie
    Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
    mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
    verdrietje, en het helpt niet;
    zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
    legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
    en het helpt niet:
    zo helpt poëzie.

  4. “Poëzie schrijven is schilderen met woorden” zei de fantastische Nederlandse dichteres Bette Westera vrijdag in haar openingsrede als centrale gast op die Studiedag Poëzieweek in Mechelen. Kunst en dus ook poëzie geven ons beelden om mee te denken. Uit onderzoek blijkt dat poëzie de verbeeldingskracht en het creatieve denken van kinderen versterkt. Wanneer de begeleiding goed is, zou het werken met metaforen in poëzie kinderen ondersteunen in hun intellectuele, emotionele en creatieve ontwikkeling. Door verhalen en gedichten te schrijven ontwikkelen kinderen bovendien manieren om in symbolen te denken en om abstract te denken – dat hebben ze o.a. nodig bij rekenen.
  5. Mijn laatste argument is dat poëzie de emotionele intelligentie bevordert. Het gebruik van metaforen is belangrijk bij het uitwisselen van gedachten en gevoelens. Daarnaast stimuleert poëzie ons om dubbelzinnigheden in taal te herkennen. Het inzicht en besef dat er vaak meerdere interpretaties mogelijk zijn, helpt om begrip op te brengen voor standpunten van anderen.

Deze vijf argumenten zijn voor mij al ruim voldoende om te stellen dat poëzie belangrijk is in het leven en een vaste plaats verdient in het onderwijs. Het is bovendien mooi meegenomen dat je van poëzie ook intens kan genieten.

Poëzie op school is meer dan af en toe eens een gedicht (laten) voordragen in de klas en is te belangrijk om alleen maar aan bod te laten komen als er wat tijd over is.

Als poëzie en poëziebeleving op een regelmatige en doordachte manier aan bod komen, heeft dat een positieve invloed op de leer- en ontwikkelingsprocessen van de leerlingen en de vorming van hun persoonlijkheid.