IBBY-Congres in Mexico: part 2

De volgende ochtend om 9.00 u zitten we fris (of doen we alsof) bij de eerste key note van het congres, dat als thema Inclusie heeft. Alicia Molina is aan het woord, en ik noteer een uitspraak van een meisje met hersenverlamming: if you don’t compare someone to somebody else, everybody is normal and perfect.

In de loop van de dag krijg ik het gevoel dat dit toch vooral een Mexicaans/Latijns-Amerikaans congres is, meer dan een IBBY congres. Maar ik ben voorbereid en mis geen enkele IBBY meeting, zelfs als ze nauwelijks aangekondigd worden. Het IBBY forum, waarop de 62 aanwezige IBBY afdelingen vertegenwoordigd zijn, behandelt thema’s die voor iedereen van belang zijn, zoals financiering. En we komen samen per continent, en hebben tijd om bij te praten over Europese kwesties met onze vrienden uit Estland en Zweden, Turkije en Oostenrijk, Rusland en Italië en een stuk of tien andere nationaliteiten. Er is zelfs een Moldavische afgevaardigde die geen woord zegt. Maar de mensen die wel iets zeggen hebben mooie en waardevolle ideeën bij, die doen dromen van veel tijd en geen besparingen.

Een eenvoudig maar nuttig project in wording van de werkgroep IBBY Europa is de Europese databank van de mooiste kinderboeken. Elk land mag tien recente titels in de databank invoeren, in de hoop de kennis over onze jeugdliteratuur beter te verspreiden. Voor Vlaanderen werden er boeken geselecteerd van Jef Aerts, Marian De Smet, Kristien Dieltiens, Ingrid Godon, Elvis Peeters, Gerda Dendooven, Pieter Gaudesaboos, Ed Franck, Carll Cneut, Mattias De Leeuw, Michael De Cock, Judith Vanistendael en Bart Moeyaert.

Het project oogst ook buiten Europa veel bijval.

De avond van de Asahi Reading Promotion Awards, waarbij twee leesbevorderingsprojecten (Praesa in Zuid-Afrika en de Children’s Book Bank in Canada) worden bekroond, vindt plaats in het Papalote Museo del Niño en is overgoten met tequila.

Ik krijg ondertussen in de gaten dat er drie soorten mensen zijn: degenen die het afkeuren dat ik geen alcohol drink (party pooper is my middle name); degenen die vinden dat ik kinderen zou moeten hebben, en de anderen. Ik vind ze allemaal even boeiend.

Ik ontmoet bij toeval Osman, een Turkse doctoraatsstudent in de UK. Hij had me in de maanden voordien ongelooflijk goed geholpen bij het voorbereiden van de tweede editie van O Mundo. Ik had geen idee dat hij hier ook was, we kenden elkaar niet behalve via mail, en de congresorganisatie heeft geen aanwezigheidslijst voorzien. Ik ben zo blij hem persoonlijk te kunnen bedanken voor zijn hulp.

De bus die ingelegd werd van het museum naar het hotel zit meer dan halfvol met aangeschoten Mexicanen, die uitgelaten Mexicaanse liedjes zingen. Als hun inspiratie op is, moet de rest van de bus eraan geloven. Ze slagen erin een gereserveerde Belgische ‘Zie ik de lichtjes van de Schelde’ te laten zingen. Zonder een druppel alcohol in haar bloed! Ik moet om mezelf lachen.

De volgende dag is er een meeting met de Bookbird correspondenten. Bookbird is een Engelstalig tijdschrift met de focus op leesbevordering en jeugdliteratuur en daarbij een uitzonderlijk internationaal perspectief hanteert. Ik verlaat de vergadering met een lange to do list en een aantal ideeën.

Tijdens een parallelsessie in het middagprogramma presenteert Majo de Saedeleer ons O Mundo project. Tijdens dezelfde sessie komen ook andere presentaties aan bod die vanuit dezelfde filosofie zijn gegroeid en met hetzelfde enthousiasme werden gebracht. Het is een prachtige sessie; ik ben ontroerd door het verhaal van Marcella Terrusi die met een groepje pubers -allemaal vluchtelingen van verschillende nationaliteiten- De Aankomst van Shaun Tan onder een close-reading loep heeft gelegd.

De volgende dag – de laatste congresdag – is een belangrijke dag voor IBBY. Op de General Assembly wordt het nieuwe bestuur verkozen, waaronder de nieuwe president. Het is geen nieuws meer ondertussen, maar Wally de Doncker wordt verkozen tot nieuwe IBBY president,  de eerste Belg én de eerste auteur die deze functie te beurt valt. Er staan Wally drukke, heftige jaren te wachten. En ter info: net zoals alle IBBY bestuursfuncties is ook het presidentschap onbezoldigd.

IBBY_2

In zijn maiden speech op de afsluitende plechtigheid slaagt Wally erin de geesten van IBBY afgevaardigden van de hele wereld te raken met zijn nadruk op het belang van onderwijs voor meisjes en de gelijke behandeling van de geslachten, en op het belang van de openbare bibliotheken – in ontwikkelingslanden maar ook in de Westerse wereld, waar steeds meer filialen worden gesloten in naam van efficiëntie.

In de wandelgangen krijg ik complimenten voor de diplomatische, open en democratische ingesteldheid van onze voorzitter.

Het einde van het 35ste IBBY congres is een beetje onwezenlijk. Binnen twee jaar vindt het congres plaats in Auckland. Te duur en te ver (vliegangst, u weet wel). Wie zal er over vier jaar bij zijn, in Istanbul? Zal ik die fijne mensen uit Uganda, de US, Canada, Egypte, Iran,… nog ooit terugzien? Ik word er een beetje droevig van.

Op mijn laatste dag in Mexico spring ik met Hasmig van IBBY Frankrijk nog even het Italiaans cultureel instituut binnen. Ze hebben daar plaats gemaakt voor de knappe tentoonstelling van Silent Books for Lampedusa, een internationale collectie van woordenloze prentenboeken waarin veel Vlamingen en Nederlanders vertegenwoordigd zijn. Het doet me weer dromen van veel tijd en geen besparingen…

IBBY_1

IBBY-Congres in Mexico

Eva Devos, secretaris van IBBY-Vlaanderen, mocht aanwezig zijn op het 35ste Internationale IBBY-Congres in september 2014 in Mexico City. Ze brengt er hier verslag over uit. Vandaag het eerste deel over haar ervaringen in Mexico:

*

Mexico City. Ik kwam gedrogeerd het vliegtuig uit – het gevolg van jetlag en de angstremmers die ik nodig heb om te kunnen vliegen.  Het was minder warm dan gedacht. Alles maakte vreselijk veel lawaai. Binnen stonk het overal naar artificiële luchtverfrissers, buiten sloegen etensgeuren je in het gezicht. Sensory overload en cultuurschok deden mijn systeem blokkeren. Maar mijn collega’s kijken verontwaardigd tot boos als ik daarover begin – en ze hebben natuurlijk gelijk.

Ik begin opnieuw. Ik was in Mexico City! Verder dan ik ooit ben geweest! Er waren geweldige dingen te zien! Ik at de heerlijkste mole poblano en een indrukwekkende chili en nogada! Ik had vakantie! En ook: ik mocht weer naar dat heerlijke congres waar gelijkgestemde zielen uit de hele wereld elkaar om de twee jaar ontmoeten.

De dag voor het congres begint ben ik ingeschreven om de Vasconcelos bibliotheek met een rondleiding te bezoeken. Om stipt negen uur sta ik met een groepje Japanse en Zweedse ibbyërs in de hotellobby te wachten op de beloofde bus. Om half tien gniffelen we om de ‘Mexican time’ die duidelijk geen rekening houdt met de Japanse, Zweedse en Belgische drang naar stiptheid. Om half elf worden we wat humeurig – maar hoezee, daar komt de bus. Het is een scenario dat zich nog een paar keer zal herhalen.

De Vasconcelos bibliotheek is ongelogen een van de mooiste openbare bibliotheken die ik al zag. Een bijzonder ruim gebouw, met een hal in het midden die zich meters en meters vóór en boven je uitstrekt. De gangen met boekenrekken, vloer van ondoorzichtig glas, muren van doorzichtig glas, snijden in de hoogte de hall in. Dat ik voor geen geld in die hoge glazen gangen zou lopen wegens hoogtevrees hou ik maar even voor mezelf. Ik heb al lang vastgesteld dat de Mexicanen flinkere mensen zijn.

Vasconcelos_library

De bibliotheek heeft bovendien een prachtig aangelegde tuin waarin allerlei inheemse plantensoorten verzameld worden.

Tegelijk word ik erg treurig van dit esthetisch geslaagd prestigeproject.

Een enorme babybibliotheekruimte is vrij schaars ingericht met kussens en matten; tegen één wand staan enkele tafels met boekjes erop.

De kinderbibliotheek is gevuld met lage kasten, waarin de boeken tegen elkaar aan geperst staan. Een Zweedse bibliothecaris vindt bij toeval een Spaanstalige versie van Ronja de Roversdochter en samen breken we het hoofd over het plaatsingssysteem. We zien geen logica. Een voorzichtige vraag aan onze gids doet ons vermoeden dat ze in de hele bibliotheek het Dewey classificatiesysteem gebruiken. Alle boeken, ook de fictie, hebben een ingewikkelde alfanumerieke code. Wat als een kind op zoek is naar een specifiek boek, vragen we. ‘Er is altijd een bibliotheekmedewerker aanwezig,’ is het antwoord. Ik dank in stilte de ontwikkelaars van Ziezo en de eenvoud van een alfabetische plaatsing.

Het is ook droevig gesteld met de staat van de boeken. Plastificeren doet men niet in Vasconcelos. Zelfs de nieuwste prentenboeken zien er versleten uit. Een groot kartonboek valt uit elkaar als ik het open doe: letterlijk alle pagina’s zitten los in het boek.

De Zweden en ik proberen onze verbijstering te verstoppen, uit respect tegenover onze gastheren. Het contrast tussen gebouw en collectie is gewoon schokkend. Het Japanse gezelschap houdt het op glimlachen en buigen. Ik bewonder hun onverstoorbaarheid, of zijn wij een bende overkritische Europeanen?

‘s Anderendaags begint het Congres met een ontvangst in de Bibliotheca de Mexico, een statig oud gebouw. Er is een tentoonstelling over Jella Lepman, die door Wally de Doncker deskundig wordt ingeleid. En na een heleboel speeches worden we op een lekker diner getrakteerd. Mijn tafelgezelschap is Costa Ricaans, Zuid-Afrikaans en Libanees. De bloedmooie  Costaricaanse Hazel probeert haar Frans op mij uit, met de Zuid-Afrikanen praat ik Nederlands en Afrikaans, en de Libanese uitgeefster Shereen probeert me in het Engels te overtuigen van de Voordelen van het Huwelijk. Ik ben niet te vermurwen. Onze tafel heeft een heerlijke avond, ik amuseer me te pletter. (Twee dagen later gaan we met hetzelfde gezelschap nog eens op restaurant, for old times’ sake.)

Op de openingsavond wordt bekend gemaakt dat IBBY opnieuw een Children in Crisis actie opzet voor de kinderbibliotheken in Gaza, die in 2008 gebouwd waren en in de recente tragedie volledig platgebombardeerd werden.

Enkele weken voor het congres overlegde ik met het IBBY secretariaat in Basel over de bestemming van de 3000 euro die we met onze boekenverkoop in mei bijeengebracht hadden. Op de openingsavond van het congres kondigt Liz Page dan ook aan dat IBBY Vlaanderen de nieuwe actie voor de kinderen van Gaza als eerste steunt met 3000 euro. Het levert ons veel complimenten op, en de eeuwige liefde van IBBY Palestina. (Ondertussen leer ik ook dat IBBY Israël niet meer naar internationale bijeenkomsten komt sinds IBBY Palestina opgericht is. Ik ben gechoqueerd dat zelfs in deze organisatie, opgericht door een joodse vrouw na WO II en met als doel bruggen te bouwen tussen culturen, dit soort wrijving niet overstegen kan worden.)

Ondertussen worden ook de Hans Christian Andersen Awards uitgereikt, aan de Braziliaanse illustrator Roger Mello en de Japanse schrijfster Nahoko Uehashi, maar op dat moment is het al zo laat (ook dit programma loopt op Mexican time) dat een groot deel van het publiek al platgejetlagged naar het hotel is vertrokken.

IBBY_3

Hans Christian Andersen Award: winnaars & jury

*

Volgende week kunnen jullie het vervolg van Eva’s avontuur lezen…

White Ravens Festival (deel II)

Enkele weken geleden was Toin Duijx aanwezig op het White Ravens Festival in München. Dit is deel 2 van zijn verslag.

*

Een onzekere toekomst

De hele week reisden auteurs door Beieren om ruim negentig lezingen te geven op scholen en bibliotheken. Meer dan 6000 kinderen hebben met een of meer auteurs kennis kunnen maken. Zeer onder de indruk was ik van de lezingen van Fabio Geda (Italie). Van hem is slechts één boek in het Nederlands vertaald (en dan niet als jeugdboek): ‘In de zee zijn krokodillen’ (Arbeiderspers, 2010). Samen met zijn vertaalster vertelde hij de ontstaansgeschiedenis van het boek. Hij leerde een Afghaanse vluchteling kennen die, nadat zijn vader door de Taliban is vermoord, door zijn moeder naar Pakistan wordt gebracht en daar als tienjarige jongen alleen achtergelaten wordt. Dan begint een jarenlange tocht door allerlei landen, waar hij steeds weer het land moet ontvlucht. Na vijf jaar komt hij uiteindelijk in Italie waar hij probeert een nieuwe toekomst op te bouwen. Aan het eind van het verhaal, meer dan acht jaar nadat zijn moeder hem in Pakistan heeft achtergelaten, belt hij met zijn moeder. Een indrukwekkend verhaal dat direct doet denken aan de jeugdroman van Edward van de Vendel & Anoush Elman, ‘De gelukvinder’. Ook deed het verhaal mij denken aan het boek van André Boesberg, ‘Ontsnapt aan de Taliban’ (Lannoo, 2007), waarin Sohail, nadat zijn vader verdacht wordt van ondergrondse werkzaamheden tegen de Taliban, het land moet ontvluchten op zoek naar veiliger oorden.

White Ravens 6          White Ravens 7

Geda vertelde mij dat hij zo onder de indruk was van de verhalen die Enayatollah Akbari hem vertelde, dat hij niet anders kon dan zijn geschiedenis verwerken in een verhaal. In het verhaal wilde hij laten zien wat een enorme veerkracht en vastberadenheid de jongen had tijdens zijn vijf jaar durende reis door allerlei landen, waar hij moest zien te overleven door te werken op het veld of in de bouw. In een ander boek (‘Emils wunderbare Reise’, niet in het Nederlands vertaald) verhaalt hij over de dertienjarige Emil die zonder papieren met zijn vader vanuit Roemenië naar Italië vlucht. Zijn vader wordt echter weer uitgewezen en de enige hoop die Emil nog heeft is het zoeken naar zijn grootvader die hij alleen uit brieven kent en die ergens in Berlijn met een groep artiesten optreedt. Fabio Geda wil in zijn boeken zijn lezers confronteren met leeftijdgenoten die het niet zo goed getroffen hebben en die door allerlei omstandigheden zich een toekomst moeten bevechten. Echt een auteur die echt iets te vertellen heeft, een witte raaf tussen al die andere boeken.

White Ravens 8

 

 

 

 

 

 

 

Ook veel indruk maakte op mij de Zuid-Afrikaanse schrijfster Kagiso Lesego Molope (Zuid Afrika) die vertelde over haar boeken waarin zij beschrijft hoe moeilijk zwarte meisjes het in haar land hadden in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw (en tussen neus en lippen vertelde dat zwarte meisjes het nog steeds moeilijk hebben). Zij las een verhaal voor over de tijd dat Nelson Mandela aan de macht kwam en dat iedereen dacht het snel allemaal veel beter zou gaan. Zij hield veel meisjes een spiegel voor. De zwarte meisjes van die tijd hadden nog een lange weg te gaan. De leerlingen waren erg onder de indruk en stelden veel vragen. Tijdens deze voordracht werd duidelijk hoe belangrijk een goede voorbereiding op school is als men met een klas naar een lezing van een auteur gaat. Deze kinderen wisten naar wie zij gingen luisteren, hadden informatie over haar opgezocht, en fragmenten uit het boek waren voorgelezen, maar ik heb ook lezingen bijgewoond, waarbij zelfs de leerkrachten nog nooit een boek van de auteur hadden gelezen. Je vraagt je dan wel af waarom deze leerkrachten ingetekend hebben voor de lezing van een bepaalde auteur.

White Ravens 9

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tamta Melaschwili (Georgie) beschrijft in haar jeugdboek ‘Gatwla` vanuit twee dertienjarige meisjes het alledaagse oorlogsgeweld in een klein dorp aan het front. In korte hoofdstukken en met zo min mogelijk woorden, weet zij de spanning goed te treffen en de jonge lezer tot nadenken aan te zetten. Het boek kreeg in 2013 de Deutsche Jugendbuchpreis en het is te hopen dat er al aan een Nederlandse vertaling wordt gewerkt. De auteur bracht bij het presenteren van haar boek ook persoonlijke herinneringen naar voren en had de scholieren al snel daarmee gewonnen. Toen zij een fragment uit het boek in haar eigen taal voorlas, kon je een speld horen vallen.

Niet alleen ellende

Dat er ook kinderboeken zijn die niet over ellendige omstandigheden waarin de hoofpersoon opgroeien gaan, werd duidelijk toen de Finse kinderboekenschrijfster Siri Kolu, die een beetje op Pippi Langkous leek, over haar verhalen voor jonge kinderen vertelde. Als een ware toneelspeelster stond zij op het podium om te vertellen over de tienjarige Vilja die als zij onderweg naar haar oma is, wordt gekidnapt uit de auto van haar ouders en gedwongen wordt in de auto van de familie Rover te stappen. In Nederland zijn haar boeken verschenen bij uitgeverij Gottmer en het eerste deel kreeg een Zilveren Griffel in 2012.

En Eva Muszynski en Karsten Teich met hun cowboy-verhalen (geen Nederlandse vertalingen) wisten zo’n 110 kleuters meer dan een uur te amuseren. Geen bijzonder literaire boeken, maar voor beginnende lezers heel geschikt. Een vertaling in het Nederlands lijkt me niet nodig, want we hebben genoeg auteurs die dergelijke verhalen kunnen schrijven (en ik denk eigenlijk zelfs beter). Bij hun optreden met veel zand en beelden viel op dat kleuters als zij in de zaal binnenkomen, zover mogelijk vooraan willen zitten. Middelbare scholieren durven veelal niet vooraan plaats te nemen. Ook was heel bijzonder om een groepje dove en slechthorende kinderen te observeren. Het verhaal werd voor hen in gebarentaal verteld.

White Ravens 10

 

 

 

 

 

 

Tijdens een speciale avond geheel gewijd aan gedichten werd duidelijk hoe internationaal taal is, welke taal dan ook. Arne Rautenberg (Duitsland) en Radek Malý (Tsjechie) lazen gedichten voor kinderen en gedichten voor volwassenen voor. Vaak was er niet een echt onderscheid tussen de gedichten. Malý gaf aan dat volgens hem gedichten voor kinderen gewoon ‘leuk’ moeten zijn, vaak dieren als hoofdpersonage hebben en verder goed moeten rijmen. Met het rijmloze gedicht kon hij, zo vertelde hij, niet echt uit de voeten bij gedichten voor kinderen. Bij zijn gedichten voor volwassenen nam hij meer vrijheid. Rautenberg hield zich in zijn gedichten veel minder vast aan een bepaalde versvorm en werkt graag met het vrije vers. Ook gingen zij in op het vertalen van poëzie. Malý vertelde dat hij bij het vertalen van gedichten voor volwassenen zich veel meer aan de vorm en inhoud van de gedichten houdt (ook omdat de lezer dat van hem verwacht), terwijl je bij het vertalen van gedichten voor kinderen eerder kunt spreken van bewerken van de gedichten.

Een internationaal netwerk

De Internationale Jugendbibliothek kent sinds de jaren zestig van de vorige eeuw een ‘stipendiaten’-programma. Per jaar krijgen er tussen de twaalf en vijftien mensen een beurs om voor enkele maanden naar München te komen om daar in alle rust ongestoord te werken aan een eigen onderzoeksonderwerp. Zij kunnen gebruik maken van de grootste collectie kinder- en jeugdboeken ter wereld, maar ook van een enorme collectie aan vakliteratuur.

Veel ‘stipendiaten’ waren bij het festival aanwezig en lieten daarmee zien hoe belangrijk het is voor de Internationale Jugendbibliothek om een internationaal netwerk te hebben.

White Ravens 11

 

 

 

 

 

 

 

 

Vanessa Joosen was in 2008 een tijdje in München om onderzoek te doen en nu was zij voor een week weer in München, om aan haar onderzoek verder te werken, maar ook om van gedachten te wisselen met onderzoekers vanuit de hele wereld. Ik vroeg naar haar ervaringen als ‘stipendiaat’: ‘Niet alleen vond ik in de bibliotheek talloze sprookjesbewerkingen en een schat aan informatie over Duitse en anderstalige jeugdliteratuur, ik vond er ook de rust om een aantal fundamentele vraagstukken over mijn proefschrift uit te werken. De bibliotheek is een bijzondere, stimulerende omgeving, waar ik nog steeds met veel plezier naar terugkeer. De collectie kinderboeken en vakliteratuur is indrukwekkend, en ook de uitwisseling met de andere internationale bezoekers en de prachtige tentoonstellingen zijn inspirerend.’ En ik mailde Jant van der Weg-Laverman en vroeg naar haar ‘stipendiaten’-tijd in München. ‘Het is al weer wat jaren geleden (1994), maar de herinneringen aan die tijd staan echter nog altijd met goud in mijn geheugen genoteerd. Allereerst vanwege het feit dat je daar in alle rust, zonder door allerlei maatschappelijke verplichtingen te worden gestoord, kon studeren. De wetenschappelijke achtergrondliteratuur over kinderpoëzie die daar ter beschikking stond was minstens zo waardevol. En het contact met vakgenoten uit de hele wereld, in mijn geval uit Franstalig Canada, Rusland, Spanje en uiteraard ook Duitsland, maakte dit verblijf nog eens zo waardevol.’ Ook Sara van den Bossche en Silvie Geerts hebben aan hun proefschrift kunnen werken in de Internationale Jugendbibliothek.

De kinderboekenwereld

Wat  het derde White Ravens Festival ook weer liet zien, was hoe internationaal de wereld van het kinderboek is. Voor de auteurs was het een geweldige kans om met elkaar over hun werk te praten. Kinderen van alle leeftijden hebben kennis kunnen maken met veel auteurs. Volwassenen werd duidelijk dat kinderboeken eigenlijk voor alle leeftijden geschikt zijn. Ik kijk in iedere geval al uit naar het vierde festival, over twee jaar en ben benieuwd welke witte raven, welke boeiende auteurs uit welke landen ik dan zal ontmoeten. Want tussen al die zwarte raven zijn er altijd weer interessante witte raven te vinden.

Meer informatie over de Internationale Jugendbibliothek is te vinden op: www.ijb.de

De foto’s zijn gemaakt door Junko Yokota

White Ravens Festival (deel I)

Van 19 tot en met 24 juli vond in München en omgeving het derde White Ravens Festival plaats, georganiseerd door de Internationale Jugendbibliothek. Zestien kinder- en jeugdboekenschrijvers vanuit de hele wereld lazen voor uit hun werk of vertelden over hun boeken én over het schrijven daarvan.

We vroegen aan Toin Duijx om een verslag te schrijven over de indrukken die hij opdeed tijdens het White Ravens Festival. Dit is het eerste deel van zijn relaas.

White Ravens 1

 

 

 

Boekenslot

Iets buiten München is sinds 1983 in een laatmiddeleeuws slot (Schloss Blutenburg) de Internationale Jugendbibliothek gevestigd. De bibliotheek is echter ouder. In het na-oorlogse Duitsland organiseerde Jella Lepman, een Duitse journaliste van Joodse afkomst die tijdens de oorlog in Engeland verbleef, in 1946 met ondersteuning van de Amerikaanse bezettingsautoriteiten een tentoonstelling van kinder- en jeugdboeken die afkomstig waren uit verschillende landen. Uitgangspunt voor deze opmerkelijke tentoonstelling was haar gedachte dat de basis voor een goede internationale verstandhouding bij de kinderen ligt en dat het lezen van boeken ‘uit andere landen en culturen’ daarbij een uitstekend hulpmiddel kan zijn. Jella Lepman wist invloedrijke mensen, zoals Erich Kästner en Lisa Tetzter, mee te krijgen voor haar ideeën. Het lukte haar al snel om van de Rockefeller Foundation een subsidie te verwerven, waardoor zij met haar bestand aan boeken van de tentoonstelling een internationale kinderbibliotheek kon starten. In 1949 kreeg zij een statige villa in de Kaulbachstrasse in München tot haar beschikking en was de oprichting van de Internationale Jugendbibliothek een feit. De uitgangspunten van Jella Lepman zijn ook nu nog steeds van toepassing. De bibliotheek heeft nu een collectie van meer dan 650.000 kinder- en jeugdboeken in meer dan 130 talen, een heel uitgebreide collectie vakliteratuur en een beursprogramma voor onderzoekers vanuit de hele wereld.

In dit schitterende slot vond de openingsavond van het White Ravens Festival 2014 plaats, waarbij direct al duidelijk werd dat ondanks dat de auteurs uit allerlei windstreken kwamen, zij toch allemaal ook iets gemeen hebben. Zij willen via hun boeken iets zeggen. Geen boodschap, geen moraal (ook al is die misschien bij sommige auteurs toch wel iets te nadrukkelijk aanwezig), maar vooral een verhaal vertellen over mensen die interessant zijn en boeiende belevenissen meemaken. Of om gehoord te worden. Zij willen graag de witte ravens tussen de vele zwarte raven zijn.

White Ravens 2

 

 

 

 

Een denkbeeldige omroep

Christine Nöstlinger (Oostenrijk) kon bij de openingsavond helaas niet aanwezig zijn (zij is ook al aardig op leeftijd), maar Sebastian Feicht, een toneelspeler die in Duitsland ook bekend is van televisie, las op een werkelijk schitterende wijze voor uit haar verhalen over Franz, die thuis geen televisie heeft en op school dan ook niet kan meepraten over wat daarop allemaal te zien is. Op een gegeven moment verzint hij een televisieserie, over buitenaardse wezens, en omdat zijn klasgenoten maar doorvragen over de serie die zij niet kennen, moet hij steeds meer leugens verzinnen. De serie zou op een televisiekanaal zijn dat alleen nog maar proefuitzendingen heeft en alleen bekeken kan worden met een speciale decoder. Als zijn klasgenoten dan bij hem thuis willen komen kijken, moet hij van alles verzinnen om ervoor te zorgen dat ze niet mogen komen kijken. Nöstlinger die in de vorige eeuw vooral met haar maatschappij-kritische boeken veel aandacht kreeg, heeft in dit boek (‘Alles vom Franz und seine Freunden’, 2014, niet in het Nederlands vertaald) met veel humor en met schitterende observaties een jongen met veel fantasie neergezet. Het was muisstil in de zaal, die helemaal gevuld was met kinderen van alle leeftijden en ook veel volwassenen. Het is te hopen dat een Nederlandse uitgever van het boek een vertaling zal uitgeven.

Feest voor het hele gezin

Op zondag was er een aantrekkelijk programma voor het hele gezin. Dankzij het mooie weer (ofschoon meer dan 35 graden in de zon toch wel iets te heet was en iedereen erg blij was met de vele zonneschermen) konden kinderen in de slottuin mee doen met activiteiten die allemaal iets met kinderboeken te maken hadden. Jezelf tot een beroemde boekenheld schminken, gedichten maken n.a.v. bekende gedichten, figuren uit prentenboeken knutselen en nog veel meer. Centraal in het programma stonden de presentaties van enkele auteurs.

White Ravens 3

 

 

 

 

 

 

Bart Moeyaert (Vlaanderen) vertelde over het gezin waaruit hij komt (en op die wijze indirect ook waarom hij uiteindelijk schrijver is geworden). Zijn vader en moeder wilden graag een zoon en een dochter, maar na de eerste zoon kwam er een tweede, een derde …. en een zevende en dat was Bart. Daarna hebben ze het maar opgegeven (met toestemming van meneer Pastoor zoals Moeyaert op zeer humoristische wijze vertelde). Uitbundig werd er steeds gelachen als Moeyaert zijn moeder nadeed, zoals zij liep met weer een dikke buik. Over zijn jeugdjaren en zijn relatie met zijn broers schreef Moeyaert een jeugdroman, ‘Broere’, die in 2001 bekroond werd met de Woutertje Pieterse Prijs. Ook vertelde hij hoe hij heel schuchter zijn eerste manuscript aan een uitgever stuurde, die binnen een week alles al retourneerde met de mededeling dat het niets voor hen was. Een tweede uitgever deed daar iets langer over, na zes maanden kreeg hij, toen nog geen twintig jaar oud, bericht dat men het wilde uitgeven, maar dat er dan nog wel nog een en ander aan veranderd moest worden. Van alle presentaties die ik heb kunnen bijwonen, kreeg Moeyaert het langst applaus (hij moest zelfs nog terugkomen op de bühne). En het was een erg lange rij van kinderen en volwassenen die daarna een opdracht in de net gekochte boeken wilde hebben.

White Ravens 4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog veel langer was de rij na de voordracht van Alex Scheffler (Duitsland / Engeland). Iedereen wilde wel een ‘grüffelo’ (in de Nederlandse uitgaven verschenen bij Lemniscaat heet ‘ie Gruffalo) in een van zijn prentenboeken hebben. Samen met een toneelspeelster uit Berlijn (en hulp van kinderen uit het publiek) werd het verhaal verteld van de kleine muis die achtereenvolgens door een vos, een uil en een slang uitgenodigd wordt om te komen eten, omdat ze hem allemaal zien als een lekker hapje. De muis zegt echter dat hij bij de Gruffalo gaat eten, een monster met slagtanden, vlijmscherpe klauwen, eeltige knieën, oranje ogen, paarse stekels en nog veel meer, waarna de dieren afdruipen. Maar dan loopt de kleine muis de Gruffalo echt tegen het lijf! Alex Scheffler liet aan de hand van enkele schetsen zien hoe een prentenboek ontstaat (het verhaal is van de Schotse auteur Julia Donaldson). Zijn prentenboeken zijn wereldbekend. De verhalen rondom het monster zijn op zich eenvoudig, maar kennen een levendige spanningsopbouw met een bevredigend slot, en dat allemaal doorspekt met veel humoristische elementen. Scheffler heeft een beeldtaal ontwikkeld met kleurrijke, herkenbare en enigszins naïeve illustraties die overal ter wereld in de smaak vallen.

De dag werd afgesloten met een voetbalwedstrijd tussen de lektoren van de internationale Jugendbibliothek en enkele auteurs en de kinderen en uiteraard moesten penalty’s uiteindelijk een beslissing brengen en zoals te verwachten wonnen de kinderen.

White Ravens 5

Vlaamse illustratoren on tour in Beijing II

Els Aerts, coördinator buitenland Jeugdliteratuur en strips van het Vlaams Fonds voor de Letteren, begeleidde drie Vlaamse illustratoren op de Internationale Boekenbeurs van Beijing in China. Dit is het tweede deel van haar verslag.

*

Dag 1 begint meteen met een hoogtepunt, wanneer we de Beijing Venus (Qiming) Kindergarten bezoeken, een tweetalige kleuterschool (Chinees-Engels). Er staat een twintigkoppig ontvangstcomité op ons te wachten, met enkele journalisten, de voltallige directie en een tiental leerkrachten. We worden prinselijk ontvangen met Chinese groene thee en zelfgemaakte koekjes. De creativiteit spat hier van de muren. Ikzelf en de illustratoren zijn onder de indruk van de kunstwerken van de kinderen die overal hangen, foto’s van theatervoorstellingen met zelf gemaakte kostuums, boekenrekken vol prentenboeken, en door de kleuters beschilderde muren. Kaatje, Pieter en Ingrid beginnen alles te fotograferen, van bijzonder uitziend speelgoed tot muren vol kunstwerkjes. En dan moeten de workhops nog beginnen.

Ingrid in actie

De kleuters, keurig uitgedost in matrozenpakjes, het uniform van de school, onthalen de illustratoren op applaus. Drie groepjes, met elk een tolk, luisteren eerst naar een verhaal en gaan dan aan de slag. Bij Ingrid starten de kinderen met de opdracht om portretten te tekenen, geïnspireerd door ‘Ik wou’, met bijzondere aandacht voor de gevoelens van hun personages. Wanneer de portretten gebundeld zijn, komt nog meer creativiteit naar boven en verschijnen er heksen, krabben, oorlogsvoertuigen en een tafel vol eten op papier. Bij Pieter luisteren de kleuters naar ‘Tommie en de torenhoge boterham’, en maken dan ‘het kleinste boekje ter wereld’, waarin ze een boterham tekenen vol lekkernijen. Dat zijn andere dingen dan waar Vlaamse kinderen aan denken, zoals noedels en fruit.

Pieters klasje

Kaatje filosofeert naar aanleiding van ‘De vraag van olifant’ met de kinderen over de vraag ‘hoe je weet dat je iemand graag ziet’. Dat eindigt in een spontane knuffelsessie van de kinderen met elkaar en met hun juffen.

Kaatje signeert

De uitgevers van Kaatje Vermeire en Ingrid Godon organiseren een persconferentie op de boekenbeurs om het werk van ‘hun Vlaamse illustratoren’ met de nodige egards voor te stellen. Voor beide illustratrices staat nadien een lange rij lezers – en in China is alles groot en gigantisch, ook lange rijen lezers – te wachten op een gesigneerd boek. Alles verloopt perfect, iedereen is enthousiast, de Chinese en Vlaamse pers (VRT) zijn erbij, het lijkt allemaal een droom.

Boekvoorstelling Ingrid

Boekvoorstelling Kaatje (28)

De hele week volgt het ene hoogtepunt op het andere. In boekhandel PageOne maken de drie illustratoren samen met een dertigtal kinderen speelse bladwijzers. In het Ullens Center for Contemporary Art (UCCA) houden ze een ‘Vlaamse dag’ en geven onze drie illustratoren elk na elkaar een workhop aan een publiek van kinderen dat hier elke week komt knutselen. Maar toch doen onze illustratoren dat net een tikkeltje anders dan hun Chinese collega’s. De mensen van het museum en de ouders zijn in de wolken van de creativiteit en speelsheid waarmee Kaatje, Pieter en Ingrid de aandacht van de kinderen weten vast te houden, én van het mooie resultaat dat ze mee naar huis krijgen.

Op de boekenbeurs houdt het VFL vrijdag een persconferentie, en organiseert een panelgesprek over Vlaamse illustratoren, waarbij Ingrid, Kaatje en Pieter vertellen over het werk van hun collega’s. We hebben beelden en boeken bij van Isabelle Vandenabeele, Goele Dewanckel, Sabien Clement, Tom Schamp, Mattias De Leeuw en Carll Cneut. Het publiek duikt gretig in de verhalen, en maakt foto’s van covers en namen. Een eerste stap in de richting van nog meer vertalingen? De Chinese uitgevers zijn in ieder geval hoopvol. Zo heeft Kaatjes uitgever, die ook werk van Carll Cneut, Klaas Verplancke, Jan De Kinder, Alain Verster, Anton Van Hertbruggen, An Candaele, enz. uitgeeft, plannen om 200 tot 300 boeken van Vlaamse illustratoren uit te geven. Eind dit jaar zal hij al aan een honderdtal zitten.

Op zaterdag vindt nog een workshop op de beurs plaats, en op zondag in het Today Art Museum. Telkens is het een heel andere, maar erg fijne ervaring. En dan zit ons China-avontuur er bijna op. De kers op de taart komt van Ingrids uitgever Zhao Bo. Hij bezorgt ons een katern van Peking University Press Newspaper, met daarin de allereerste Chinese recensie van ‘Is het nog ver?’ De titel van deze positieve bespreking – we geloven de uitgever graag op zijn woord – is ‘Je mag je dromen nooit opgeven’.

pieter