Een half hoofd heel denken

Mensen zijn veelal egotrippers. Uitgevers niet in het minst. Stel: een boek wint een prijs. Wie staat er in de kijker? Auteur en illustrator, en als vertegenwoordiger van de uitgeverij steeds de uitgever. En dat laatste is misschien niet altijd zo netjes.
Daarom neem ik deze laatste blog te baat om het te hebben over bloemetjes voor hardwerkende bijtjes.
U zou het misschien niet zeggen als u naar de foto aan het begin van deze blogreeks kijkt, maar deze uitgever heeft maar een klein hoofdje, dat dus snel vol zit (na de rand van de foto houdt namelijk ook mijn hoofd op). Daarenboven beoefent ondergetekende af en toe ook nog wat sport, waarbij er geregeld stevig op en neer gesprongen wordt. Resultaat: royaltypercentages, buitenlandse deals, data van persvoorstellingen, de route naar plek X of Y, afspraken… het ontgaat me soms een beetje. Gelukkig zijn er dan mensen die hun hoofd wél recht houden en me gezwind en met een stevige grijns op het gezicht alle nodige info verschaffen. Mensen die er hun hand niet voor omdraaien om uit onooglijke hoeken van het gebouw gegevens op te diepen, mensen wiens hoofd wel een prima geordende archiefkast lijkt. Mensen met een ingebouwd vergrootglas in hun ogen om uitstekend redactie- of lay-outwerk te verrichten. Mensen met engelengeduld en een blikken doos op de tafel, vol lekkers.
Ik begon deze blogreeks met het ontkrachten van een aantal cliché’s, laat ik er nu ook eens eentje bevestigen. Boeken maken doe je nooit alleen.

Bedankt ook aan jullie, om sommige van deze stukjes te lezen en te reageren via comments, persoonlijke mail of gewoon in persoon. ‘t Was leuk!

De pruik

Er zijn zo van die dagen dat een mens het liefst onder een mat wil kruipen. Nu heb ik jammer genoeg geen mat, zie ook de beschrijving van Mijn Paleis eerder, of ik moet het tapijt gaan lossteken, en god weet wat dáár onder ligt.
Nachtmerries worden gedroomd, treinen gemist,  deadlines met de voeten getreden, kansen verspeeld en auteurs halen de zeis boven. We zijn mensen en die maken soms fouten. We trekken ons de haren uit het hoofd (anders zouden ze toch maar grijs worden), maagkramp zet op, onze favoriete chocolade smaakt niet meer. Onze hersenen werken op volle toeren om de zaak recht te zetten. We weten het zeker, dit komt nóóit meer in orde. Toch slaan we aan het bellen, want ons zomaar overgeven doen we niet. We verontschuldigen, leggen uit, halen ons strijkijzer boven (plooien, weetuwel) en accepteren tenslotte onze nederlaag. Dat herhalen we een keer of vier. Naar verschillende partijen, we zijn niet helemáál gek.
Dan gebeurt er iets wonderlijks. Mensen maken niet alleen fouten, ze voelen ook mee, steken een tandje bij, proberen toch nog het onmogelijke of tonen begrip. En net die menselijke kant zorgt ervoor dat alles wat eerst fout ging, ook weer in orde komt. 

Wel jammer van dat haar, natuurlijk. Dat duurt nog wel even.

Pluchen diertjes

Ik ben niet zo’n voorstander van pluchen katachtigen. Geef mij maar de echte, liefst in veelvoud en luid snorrend  op mijn schoot.  (Dat ik het hier heb over katten en geen luipaarden moge duidelijk zijn.) Als ze op een prijsuitreiking verschijnen, is het een andere zaak. Met zes nominaties in onze tas trokken Annick (mijn partner in crime van promotie) en ik gisteren blijgezind naar de Zoo van Antwerpen.
Doel van de tocht: de uitreiking van de Leeuw en zijn Welpen en de Pauw en zijn Pluimen.
Onderwerp van gesprek in de auto (naast: hoe krijgen en houden we de GPS aan de praat en het steeds weerkerende ‘waar komt die vreemde geur vandaan’): Wie zou er winnen? Een klinkende naam, onze persoonlijke favoriet of een verrassende debutant? Hoe kunnen we diegenen die niks gewonnen hebben een hart onder de riem steken? Maar ook: zou er tijd zijn om nog langs de pinguïns te gaan?
 

Daar gekomen, liep alles van een leien dakje. Twee van onze nominaties werden verzilverd*. Er werd gekust, proficiat gewenst, geëvalueerd en bijgekletst. En natuurlijk ook gegeten.  Ik had u graag foto’s van die interessante ronde gebakjes met een snoepje erop willen tonen, maar helaas, dat zal voor een andere keer zijn. En daarna? Daarna gingen we met een klein omwegje weer naar huis.

    

    

* Proficiat Do! Proficiat Wendy! En natuurlijk ook  Proficat Els! Proficiat Sabien! Proficiat Carll! Proficiat Ingrid! Proficiat afwezige Peter en Reina!

Jacka Warda in Londen

Dear Veerle Moureau,
We look forward to meeting you in Bologna on Tuesday 24th of March. As an invitation to our stand, please accept a copy of our most successful book The treasure of William Kidd. I hope it will arouse interest in our books.
Best,
X.

Do detail presne si pamätám ten okamih, ked’ som vo svojom obl’úbenon antikvariáte upostred Londýna objavil denník  Jacka Warda.

Zo luidde de eerste zin van het boek.Volgens mij zit Jack Ward in Londen details te bekijken op een antiquariaat. Doet u het beter? Stuur me dan een mailtje en win het boek. Š

Die ochtend op het uitgeefoverleg

Productiebegeleider (P): Veerle, kom je? We gaan beginnen.
 

Veerle graait halve ontbijthandel van bureau, vult aan met planning, notitieschrift en pen en verkast naar uitgeefoverleg.
 

P: Ja sorry, Veerle, we gaan toch eventjes met de andere boeken beginnen; Y heeft vakantie vandaag en hij is nu nog even hier.
 

Veerle graait kwart ontbijthandel (ik ben een snelle eter) van de tafel, evenals planning, notitieschrift en pen en verplaatst zich weer naar bureau. Breidt ontbijt naar grote tevredenheid uit met extra koekje.
 

Vier koekjes en een banaan later…
 

P: Oké, we beginnen eraan.
 

Directeur, productiebegeleider, redacteur, verkoop, promotie en mezelf gaan rond de tafel zitten.
 

Er worden kort herinneringen opgehaald aan de overleden geit in de wei bij het huis van onze verkoopsmedewerker. De meesten onder ons eten een koekje. Redacteur wordt gepest met manuscript dat ze vergat op te sturen.
 

P: Vooruit. De planning. Hoe zit het met de vertaling van dat Spaanse boek?
 

V: Wel,…
 

Secretaresse (S): Veerle, persoon xyz voor jou.
 

V: Hm, we zitten nu in vergadering. Zeg maar dat ik later terugbel of dat ie een mailtje stuurt.
 

S (verlegen): Hij is niet aan de lijn, hij staat hier beneden.
 

V: Om dat manuscript af te geven? O, zeg maar dat hij het aan de balie legt. Ik haal het daar wel op.
 

S (eerder stilletjes): Hij is al doorgedrongen tot de boekhandel en… hij wil daar niet weg. Hij wil zijn manuscript persoonlijk afgeven.
 

V: Oh, wil jij het manuscript dan even aannemen, hem bedanken en zeggen dat we vergadering hebben?
 

S (fluistertoon): Dat heb ik al geprobeerd en… toen werd ie boos. Boekhandel vraagt of je toch even wilt komen. Hij zorgt voor wat problemen aan de kassa. Praat een beetje erg hard enzo…
 

Veerle trekt naar beneden, probeert man te kalmeren, voert gesprek, neemt manuscript in ontvangst, graait paasei mee van schaaltje ad toonbank en trekt weer naar boven.�
 

Daar gekomen zit enkel directeur (D) nog aan de vergadertafel.
Het is dan ook haar tafel.
 

V: Eh, de vergadering?
 

D: O, P. had een Spaanse drukker op bezoek en A. is vertrokken naar de persvoorstelling van Z. Er was file.
Morgen zit ik in West-Vleteren en overmorgen moest jij naar Antwerpen, was het niet? Volgende week dan maar?  

            �
Veerle kijkt naar de lege koekjesdoos en zucht.