Ik ben uitgepraat,

althans op deze virtuele speakers corner.

Op klaas-punt-b-e ga ik verder, en misschien ook in uw boekenkast of bibliotheek.

U was een aangenaam publiek en ik zie u graag terug aan de andere kant van middernacht.

XXX

K

PS> Woeste Joke wordt straks de nieuwe conciërge. Vanaf de eerste seconde van 2009 bent u dus in goede handen.

Twijfel is des menschens

© Paul Buckley/ Print Magazine

In het oktober-nummer van Print Magazine staat een boeiend artikel over de heilzame werking van de kill-your-darlings-discipline. Het doet minder pijn om in je eigen vel te snijden als je weet dat je niet alleen bent. Acht bookdesigner tonen en vertellen over hun zoektocht naar de finale cover, die niet noodzakelijk hun favoriete cover is. Want ook auteurs, marketing & sales departments en boekhandels mogen hun zegje doen. ‘We all assume we know something about the buying body, or the body politic. But, frankly, no one has a clue’, dixit Knopf designer Peter Mendelsund.

Het zit vanbinnen

Elke handeling begint met een gedachte. Alles wat we doen, alles wat we zeggen, schrijven of plannen, zelfs alles wat we voelen wordt gestuurd door ons denken. Daarom is er altijd een figuur aanwezig in mijn illustraties. Daarom heb ik iets met grote hoofden. Niet voor niets gaat mijn debuut Jot, over een piekerend mannetje. Omdat de gedachte, het idee, het begin is van elk beeld. De inhoud is het skelet van de vorm. Vorm is vel, verpakking, techniek. Eerst moet ik weten wat er vanbinnen gebeurt, wie mijn personage is, wat hij/zij denkt en voelt.

Heuvelwachter Ries uit het boek Wortels, is een introverte, a-sociale kluizenaar. Dat zie je aan zijn hoofd waarvan het grote voorhoofd bijna tot over zijn oogkassen plooit, en de nauwsluitende muts die zijn gedachten helemaal inpakt.
In Vanwege de liefde is de vader van Tufje een vadsige egoïst die alleen aan braadworst en aan zichzelf denkt. Dat zie je aan zijn bladvullende verschijning waarbij je zijn scheten bijna kan ruiken.

Ik ben altijd op zoek naar een uniek, passend uiterlijk voor mijn personages, want dàt bepaalt de visuele identiteit van mijn verhaal. Uit gewoonte begin ik altijd met de omtrek, het volume van het hoofd of het lichaam, maar regelmatig zit ik vast, omdat ik mezelf betrap op herhaling. Met de neus beginnen is een klassieke truc om eens ergens anders uit te komen. De fotospelletjes van mijn zoon hierboven, kunnen de inspiratie ook helpen, maar van Wolf Erlbruch kreeg ik ooit de gouden tip om met mijn ogen dicht te tekenen. Dan knip je die link tussen denken en zien wat je doet even los. Dan vertrouw je op je gedachten en niet op je ogen, en kom je sowieso uit op nieuwe vormen waarmee je jezelf verrast. En dat is een vliegende start voor een mooi verhaal.