Beurs

2 beurs (bn.;-er, beurst) (van vruchten) zacht van binnen, syn. overrijp

Net een beetje ‘beurs’ thuisgekomen van de eerste Boekenbeursdag.
Praatje voor de Klarawebsite, kort interview voor regionale televisiezender RTV, foto en babbeltje voor Gazet van Antwerpen, boekjes signeren, tekeningetje maken, collega’s zoenen… Net echt.

Het is nog één avondje oktober. Onze ‘blind date’ zit erop, lezer. Een unheimisch gevoel, want het was fijn je te hebben ontmoet, ook al was het op deze wat bizarre digitale manier.
Misschien tot ziens in die andere weinig realistische wereld van de Boekenbeurs? Ik ben er nog op 1,2,8,9 en elf.
Zorg goed voor jezelf.
Liefs,
André

Of… Wacht nog even. Ik wuif je uit met woorden van Herman Gorter. Ze staan op de sokkel van zijn standbeeld aan de rand van de duinen tussen Bergen Binnen en Bergen aan Zee waar hij, in zijn tussen de duinwilgen verborgen huis, het legendarische Mei schreef:

De dagen zijn lichtreuzen, daar wandel ik laag tusschen.

Veel liefs uit Bergen

Lieve veelgeplaagde lezer,

… Noorwegen, Wallonië: het moet nou maar een keer afgelopen zijn met die doorzichtige flauwekul.
Wim en ik vertoeven (dat is het goede woord) dit 5-daagse restje oktober natuurlijk weer in ons geliefde Noord-Hollandse Bergen. Het knusse pension van Wil en Piet aan de rand van het Berger Bos ligt in Bergen Binnen, een halfuurtje fietsen bij Bergen aan Zee vandaan. Een mooi, stil huis als een plaatje uit een oud sprookjesboek. 

Ja, Bergen Binnen. Zo werkt dat hier. In het nabijgelegen Egmond bakken ze het helemáál bruin: je kunt er in Egmond Binnen, in Egmomd aan de Hoef óf in Egmond aan Zee wonen.

‘Ons’ Bergen. Het was meteen ‘love on the first sight’ toen we hier ooit, na een overnachting in een bizar hotel tussen de hoogovens van IJmuiden en dus op zoek naar wat meer gezelligheid, toevallig terechtkwamen.

De woorden pluk je hier zo uit de lucht. Herman Gorter, Adriaan Roland Holst, Lucebert… legden ze hier tientallen jaren geleden al op de wind die van zee kwam.
En als het, na een druilerige gisteren, vanmiddag net zo mooi zonnig en koud als vanochtend blijft, dan wil ik op de fiets en door de duinen naar de Noordzee, mijn minnaar van altijd. Wim schiet goed op met mijn minnaar, dat is een meevaller. Dan vergapen we ons samen weer aan het aparte, diffuse licht dat Jaap Min, Jan Toorop, zijn dochter Charley, Leo Gestel, Dirk Filarski en al die andere schilders van  de Bergense School met olieverf op doek probeerden vast te leggen.
In het plaatselijke Museum Kranenburgh kan iedereen bekijken op welke sublieme manier ze dat gelukt is.

De inspiratie die dichters, schrijvers en schilders hier zochten en  vonden, blijft van Bergen een bijzondere plek maken. Adriaan van Dis, bijvoorbeeld, situeerde zijn boek Indische duinen in Bergen aan Zee waar hij als kind zijn zomers verdroomde. Het vakantiehuis staat er nog steeds als stille getuige.

Al geven boetieks, galeries, hotels, theehuizen en restaurantjes het plaatsje het uitzicht van een deftig vakantie-oord, Bergen blijft gelukkig ook een groot dorp waar iedereen iedereen kent.
Een dorp, maar… met inwoners als Rita Verschuur, Sjoerd Kuiper, Theo Olthuis en Carry Slee, wél de hoofdstad van Kinderboekenland.

En dan is er nog de Eerste Bergensche Boekhandel op het plein bij de kerk. Een oud en gedegen literair instituut met op dit moment een modern maar artistiek beleid, een hoog kwalitatief aanbod én die zeldzame persoonlijke aanpak.
Op 16 november wordt duidelijk of de huidige boekhandelaren Karien Hilbers en Thomas Swinkels als Beste Boekverkopers van 2008 uit de shorlist van genomineerden zullen worden getild.
Gisteren hielden Wim en ik er onze traditionele snuister- en aankoopmiddag en ‘s avonds, bij een glas wijn in de woonkamer boven de winkel, overhandigden we het enthousiate stel alvast onze hoogst persoonlijke publieksprijs. 

Morgen gaan we weer huiswaarts en vrijdag zit ik om 13.00 uur al meteen braaf achter mijn signeertafeltje bij stand 317 op de Antwerpse Boekenbeurs. Back to normal of net niet?

Ik schrijf je eerst nog even.
Dag,
André

Bons baisers de Mons

BAM.
Het Waalse Bergen zou een uitroepteken achter de naam van zijn Museum voor Schone Kunsten (Beaux Arts Mons) kunnen zetten, want die klinkt als het startschot voor een betere tijd.

Mons, ‘la capitale du Borinage’, ontworstelt zich nog steeds een beetje moeizaam aan de erfenis van een verkommerd en armoedig verleden.
Daarvan getuigt o.a. nog het Maison Van Gogh, waar de jonge Hollandse Vincent aan het einde van de negentiende eeuw tijdens twee moeilijke jaren vol ziekte en ontbering van predikant tot kunstschilder evolueerde. 

Toch is alleen maar somberheid hier niet langer op zijn plaats. Boeiende tentoonstellingen en feestelijke festivals eisen de aandacht op en met wat geluk wordt Mons in 2015 Culturele Hoofdstad van Europa. Het oude stadscentrum kreeg alvast een geslaagde opknapbeurt en het wordt  moeilijk kiezen waar je een Soupe Montoise (met veel prei en selder) of een zoete Pavé de Mons zult eten.

Het komt helemaal goed met Bergen, want mijn gevlinderde rozerode ‘familielid’ Elio di Rupo is er immers burgervader. Burgemeester, Minister van Staat én de flamboyante Waalse venknie van Caroline Gennez… Papillon! Ik bedoel: chapeau! Hoed af voor een politicus van zijn niveau en envergure die geen geheim maakt van het feit dat hij de Griekse beginselen is toegedaan. Wie doet het hem na?
Ik weet wel zeker dat Di Rupo’s open atttitude de houding van de Belgische goegemeente tegenover de herenliefde ten goede zal hebben beïnvloed. 

Op deze gay note eindig ik mijn vakantiebericht, het kaartje is vol.
En oui, une carte postale uit Mons, het was weer eens wat anders geweest…
Wim en ik logeren in Bergen, lezer, maar non, we zijn niet in Wallonië. 

A demain!

Intet er nyt under solen

Ja, het zou mooi geweest zijn, een prentbriefkaart helemaal uit het Hoge Noorden.
Wim en ik wonen 5 dagen in Bergen, maar we zijn niet in Noorwegen. Nee, we zijn niet in Norge, lezer. En als dat wél zo was geweest, dan zou Intet er nyt under solen (spreek uit: soelen) toch niet meteen de meest geschikte vakantiegroet geweest zijn. Maar het is nou eenmaal het enige Noorse zinnetje dat ik ken, want de titel van de ‘Norwegian entry’ voor het Eurovisiesongfestival van alweer veel te lang geleden.

Blonde, langharige Ase Kleveland (er moet zo’n Noors rondje bovenop die hoofdletter A, maar dat kan ik nu even niet vinden op dit buitenlandse klavier) begeleidde zichzelf op de gitaar, eindigde hoog en werd later minister van Cultuur.
Dat zie ik bij ons nog niet zo gauw gebeuren: Micha Mara als minister van Buitenlandse Betrekkingen (ze is met een Ier getrouwd, als ik het goed heb) of Liliane Saint-Pierre als minister van Defensie. Alhoewel: Soldiers of Love was de vredevolle titel van haar Eurovisieliedje. 

Toen Noorwegens bestsellerauteur Jostein Gaarder (De wereld van Sofie, weet je nog?) tijdens zijn Europese promotietournee ook de Gentse Boekhandel Walry aandeed om er de Nederlandse vertaling van zijn succesboek aan de pers voor te stellen, stapte ik gewapend met mijn ene Noorse zinnetje en zo Scandinavisch mogelijk op hem toe om hem te groeten en geluk te wensen. En haalde diep adem en toen zei ik het: Inter nyt under solen.
Gaarder bleef beleefd glimlachen en vertelde me in een met veel ronde o’s en eu’s doorspekt Engels dat mijn begroeting Niks nieuws onder de zon betekende.
Niet bepaald wat je bij voorkeur zegt als je een gefêteerd auteur met zijn nieuwe boek wil complimenteren…
Maar we konden er samen om lachen. Hij hartelijk, ik een beetje schaapachtig.

Het zonnetje schijnt, ik ga de fiets op.
Dag lezer, morgen stuur ik je een kaartje uit weer een ander exotisch hoekje van Europa.

Bergen

Er zijn geen seizoenen meer, hè, madam. Dat komt allemaal door die opwarming van de aarde, zeker? En door het politieke klimaat, naar het schijnt. Crisis. Voilà. Er is geen geld meer voor seizoenen.

Gisteren was het zelfs Herfst @ De Lente. Zo stond het op een uitnodiging van Carlo Van Baelen en zijn team.
Een oktoberse windstoot gooide gisteren de deuren van het Vlaams Fonds voor de Letteren wijd open. Een nieuwe thuishaven voor het literatuurhuis in een prachtig oud pand in de Antwerpse Zurenborgwijk (Burenzorg zeggen ‘les indigènes’): het huis De Lente.
Drie andere hoekpanden in de Generaal van Merlenstraat zijn, met de wijzers van de klok mee, naar de overige seizoenen genoemd. Maar alleen op huisnummer 30 was het feest. Drankjes, hapjes en veel gezellig gebabbel…
Carlo stond vijf minuten op een stoel om iedereen welkom te heten en de splinternieuwe website boven de doopvont te houden: www.vfl.be.
En vanaf nu komt er ieder jaar opnieuw een najaarsontmoeting, kondigde hij aan: Herfst in De Lente. Die mededeling werd op applaus onthaald, al geef ik persoonlijk de voorkeur aan lénte in de lente. Flauw grapje. Beetje moe en verkouden, is dat een geldig excuus? Misschien moet ik er maar eens een paar dagen tussenuit.

Zodoende: morgen vertrekken Wim en ik naar Bergen, ons geliefkoosde vakantieplekje. We logeren er in een gezellig ‘huiskamerhotel’, maar er is wél een internetaansluiting.
Dan schrijf ik je dus blogsgewijs af en toe een prentbriefkaart, lezer.
Ik laat nog even in het midden of die kaartjes uit Bergen Noord-Holland, Bergen in Wallonië of uit het Noorse Bergen zullen komen.

Er is maar weinig schrijfruimte aan de achterkant van zo’n ansicht, verwacht dus iets summiers als Veel liefs uit Bergen, Bon baisers de Mons of Intet er nyt under solen.
Spannend, hè?

Tot schrijfs,
André