Adieu

De tijd om afscheid te nemen is aangebroken. Tijd ook voor een terugblik op een blogmaand.

Wat was leuk?

  • een concrete aanleiding hebben om je gedachten en gevoelens op te schrijven
  • lieve reacties krijgen van vaak dezelfde trouwe mensen
  • af en toe merken dat er nog een heleboel anderen zijn die ook meelezen
  • mensen die mij dankbaar waren dat ik een of andere stomme opmerking van hen niet op de blog had gezet (nietwaar, V?)
  • het machtsargument: wees lief voor mij of ik schrijf je op mijn blog! (dat ga ik beslist missen!)
  • het verslavende: bloggen kan echt over alles!

Wat was minder leuk?

  • de eerste dagen: niet weten of er wel iemand is die meeleest
  • de voor handen zijnde categorieën: wie heeft die bedacht? Ik mis ‘gedachten, gevoelens, zomaar, vrienden (huisdieren staat er wel bij en vrienden niet?!), invallen, stemming…’
  • mijn huisgenoten die als ik hen enthousiast iets wilde vertellen, zegden: ‘Laat maar, dat hebben we al op je blog gelezen!’ Grrr.
  • vrienden die anders meer mailden maar nu via de blog wel lazen wat ik meemaakte
  • de angst dat iemand ooit mijn opgebiechte zwakheden tegen mij zou kunnen gebruiken
  • het gat waarin ik vanaf 1 oktober ga vallen…

Dankjewel voor deze blogkans, dankjewel, Griet, voor de deskundige hulp, dankjewel Joachim, voor het ‘afkoken’ van de foto’s zodat ze publiceerbaar werden, dankjewel moedigen en ijverigen die reageerden, dankjewel anoniemen die mij lazen en niet uitscholden! Jullie krijgen vanaf morgen een kersverse blogger: Pieter Gaudesaboos. Ik wens hem alle goeds. Voor mij gaat het vanaf nu in mondjesmaat verder op mijn eigen site. Adieu! En de groeten van Filibèrke!

Baby

Ik heb een baby. Door de samenloop van deadlines deze maand, heb ik hem schromelijk verwaarloosd. Vandaag haal ik hem uit zijn wiegje en klem hem aan mijn borst. Hij begint meteen te drinken, want hij wil groeien. Ik stop mijn neus in zijn piekerige haartjes en sluit mijn ogen. Zijn geur laat zich niet meer wegdenken. Hij is er en hij zal er steeds duidelijker zijn. Nu laat hij zich nog dagenlang in slaap wiegen, maar er komt een tijd dat hij elke minuut mijn hersenen en mijn hart in beslag zal nemen. Dat hij zich niet meer laat wegdrukken door last-minute-opdrachten en langlopende engagementen. Dat hij met zijn schrille stem alle andere geluiden zal buitensluiten. Waarover ik schrijf, is altijd een geheim, deels ook voor mijzelf. Ik kan over mijn baby dus nog niet meer vertellen. Maar ik laat hem niet los.

84

Vandaag wordt mijn vader 84. Toen hij ergens in 1950 de ‘vrijer’ van mijn moeder werd, ging mijn oma (de moeder van mijn moeder) ongerust met de fiets op inspectietocht vanuit Elen bij Maaseik naar Opitter bij Bree (dag Kim!). Mijn vader was namelijk toen al jarenlang wees en mijn oma was bang dat mijn moeder met een man zou trouwen ‘uit een ongezonde familie’. Een zieke man was zowat het ergste wat je toen kon overkomen. Echt gerustgesteld werd ze niet, want mijn vader had ook al twee broers en een zus op heel jonge leeftijd verloren. Maar toen net zoals nu deden jonge mensen uiteindelijk precies wat hun hart hen ingaf en dus trouwden mijn ouders met elkaar. De twee andere broers van mijn vader zijn 82 en 89 geworden, en mijn vader werkt dus langzaam maar zeker aan een verbetering van het familierecord. De zussen van mijn moeder met hun ‘gezonde mannen’ zijn allebei al jaren weduwe. Mijn ouders zijn ongelooflijk gezond voor hun leeftijd. Ze onderhouden een modelmoestuin en een groot huis. Mijn vader leest zoveel boeken dat ik er jaloers op ben. Hoewel hij goed beseft dat zijn toekomst heel kort kan zijn. Toen we enkele weken geleden alvast op zijn verjaardag wilden ‘klinken’, hield hij ons tegen. ‘Op drie weken kan er veel gebeuren’, zei hij. Maar vandaag mag er ‘geklonken’ worden!

Leesplezier

Jan van Coillie is vijftig geworden en er is een nieuwe uitgave verschenen van zijn Leesbeesten en Boekenfeesten. Meer redenen heeft een goede, Vlaamse uitgeverij als het Davidsfonds niet nodig om te feesten. Goed volk vanuit heel Vlaanderen was samengestroomd om Jan bij deze stappen te begeleiden. Er klonken vele warme en wijze woorden over leesplezier. Wat me bijbleef was een anekdote van Herman van Kakebeke op de tram. Hij zat te lezen in een boek en merkte opeens dat een wildvreemd 6-jarig jongetje naast hem zachtjes ‘dat’, ‘het’, ‘daar’ meelas… Fier als een gieter dat hij zijn eerste ‘schoolwoordjes’ ook in een echt grotemensenboek herkende.

Jan is een man die niet te stoer is om te laten zien dat hij gelukkig is, en ook dat was hartverwarmend. Hoe hij daar ongegeneerd stond te genieten tussen zijn familie en vrienden en collega’s. Geen wonder dat hij vooral de nadruk legt op lees’plezier’!

 

 

Zalvend

Ik bereid een lezing voor, voor de universitaire parochie over het gebruik van taal in liturgie en catechese. Eigenlijk zou ik moeten beginnen met een willekeurig fragmentje uit een radiomis. En dan de vraag stellen: ‘Hoe komt het dat je meteen hoort dat dit een mis is?’ Het antwoord is meer dan droevig: ‘Omdat die man (meestal is het geen vrouw ;-)) niet normaal praat.’ De intonatie zit volledig fout, het woordgebruik loopt zo’n dertig jaar achter, de zinsbouw past niet bij normale spreektaal. Dit is natuurlijk handig als signaal voor mensen die meteen hun radio naar een andere zender willen schakelen, maar dat is waarschijnlijk niet de bedoeling. Wie heeft beslist dat je over geloof alleen zalvend en onecht kunt praten?

Eugene Peterson heeft de bijbel hertaald in huis-, tuin- en keukenengels (The Message), ‘in de taal waarmee ik met mijn vrienden praat, met mijn kinderen aan tafel, met de mensen in de winkel.’ Daar wil ik naartoe en daar heb ik al jaren van mijn leven aan besteed. Over wat je nauw aan het hart ligt, moet je kunnen praten in woorden die recht uit je hart komen, niet in verwaterde afkooksels. Mensen verwijten mij soms dat ik ‘het mysterie’ wegneem door zo te willen praten. Ik wil best ruimte laten voor het mysterie, maar dat kan toch ook in gewone woorden. De gedichten van Herman De Coninck raken toch ook niet minder omdat ze geen ingewikkelde woorden gebruiken?

Wat ik zou willen is dat je op een zondagmorgen toevallig iets op de radio hoort, waarvan je zegt: ‘Hé, dat is interessant!’ En dat je dan pas minuten later merkt dat je naar een mis aan het luisteren bent. Maar zover zijn we nog lang niet!