Sara is zwart en dat doet er niet toe

In de rubriek Letterlijk duiken we in het verleden. En in onze vakbibliotheek. Omdat wat er vroeger gezegd en geschreven is soms raak, soms hilarisch, soms verbijsterend en soms gewoon nog altijd actueel is.

***

In het boekje Sara is zwart en dat doet er niet toe wordt een onderzoek beschreven naar de boodschap van kinderboeken i.v.m. multiculturaliteit. Het onderzoek is gebaseerd op samenkomsten van oudercommissies. De ouders lezen op voorhand een tweetal boekjes en discussiëren dan over de inhoud ervan: Worden de andere culturen karikaturaal afgebeeld? Heeft dit boek je iets bijgeleerd over een andere cultuur?

Eén van de boekjes die nogal wat stof doet opwaaien is De diddakoi, een verhaal over zigeuners:

Wat wisten degenen, die het boek hebben gelezen vooraf van zigeuners? Er blijkt heel weinig bekend te zijn. Vrijwel alle informatie komt van wat er zo nu en dan in de kranten of op de tv verschijnt, of via horen-zeggen: “Je hoort wel eens wat, dat omwonenden het rot vinden dat er een woonwagenkamp wordt gevestigd.” Niemand weet precies het verschil tussen zigeuners en “gewone” woonwagenbewoners. Als dan wordt verteld dat zigeuners een volk zijn, met een eigen taal en cultuur, herinneren sommigen zich zigeunerkoning Petalo.

Er wordt verder gediscussieerd over zigeuners en de vooroordelen waarmee ze vaak te kampen krijgen. De meeste ouders zijn best begripvol:

Vooroordelen over zigeuners zijn wel bekend. Volgens de overleveringen zijn zigeuners vies en stelen ze. Sommige vooroordelen worden in de praktijk ook wel eens bevestigd, vooral het stelen. Daar is wel enig begrip voor; stelen zal wel een vorm van overleven zijn, en wat moet je ook in een wereld die niets van je wilt weten.

(Pars, Hieke & Van Genderen, Rien, Sara is zwart en dat doet er niet toe: ouders discussiëren over de boodschap van kinderboeken, Werkcentrum Internationale Solidariteit en Migrantenwerk, Rotterdam, 1987, p. 24-25)

Why I laughed – Waarom ik moest lachen

In de rubriek Letterlijk nemen we vandaag een kijkje in Children’s Humor. Dit is een artikel over humor bij kinderen uit 1915, geschreven door I. Lawrence. Lawrence wilde onderzoeken waar kinderen nu eigenlijk mee moesten lachen en startte een onderzoek in vier verschillende scholen.

In elke school werden papiertjes rondgedeeld met als titel “Why I laughed“. De bedoeling was dat kinderen daaronder noteerden wat ze grappig vonden. Uiteindelijk hoopte Lawrence een idee te krijgen van de verschillende dingen die kinderen doen lachen en of die dingen verschilden per leeftijd. Een greep uit de briefjes die Lawrence terugkreeg:

WHY I LAUGHED

The funniest thing I ever saw was at my auntie’s marriage. We played
at musical chairs. My uncle had to shout, “Police!” over the window three
times. He did not like it, but he did it; it made me laugh.

WHY I LAUGHED

I think the funniest thing is that I was taught that God is everywhere,
for if He was everywhere He would be fat and thin and long and wide for if
He was in this room He would be parted from the next room and this has always
been a puzzle to me which I cannot understand.

WHY I LAUGHED

One of the girls was aiming a cardboardbox at another girl’s head, and
she ducked, and quite by accident it hit Miss in the face when she was
reading the paper.

Bron: Lawrence, I, Children’s Humor, The English Journal, Vol. 4, No. 8 (Oct., 1915), pp. 508-512

De Filantropijnen over ‘de keus der boeken’

In de rubriek Letterlijk duiken we in het verleden. En in onze vakbibliotheek. Omdat wat er vroeger gezegd en geschreven is soms raak, soms hilarisch, soms verbijsterend en soms gewoon nog altijd actueel is.

*

Het volgende pedagogische advies over het lectuurdieet van kinderen stond in 1789 in het filantropijnse tijdschrift Bijdragen tot het Menschelijk Geluk.

otto_citaat

Ariane Baggerman en Rudolf Dekker wijzen er In De wondere wereld van Otto van Eck (Bert Bakker, 2009) op dat boeken nooit eerder in de geschiedenis zo belangrijk en tegelijk zo gevaarlijk geacht werden voor de kinderlijke ziel. Het lezen moest wel aangemoedigd worden als nuttige en vooral ook plezierige bezigheid, maar tegelijk ook streng opgevolgd worden.

 

De Fiera

In de rubriek Letterlijk duiken we in het verleden. En in onze vakbibliotheek. Omdat wat er vroeger gezegd en geschreven is soms raak, soms hilarisch, soms verbijsterend en soms gewoon nog altijd actueel is.

Over een maand is het alweer de jaarlijkse Kinderboekenbeurs in Bologna, en vandaag kijken we terug naar 1984, toen Norbert Vranckx, toenmalig uitgever bij Altiora Averbode, verslag uitbracht van zijn beursbelevenissen in De Bond. Hij ontwaart trends en doet toekomstvoorspellingen, maar sommige dingen veranderen niet op een luttele 29 jaar…

fiera1

fiera3

fiera5

In: “Dagboek” in De Bond, 27 april 1984.