Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010. Wie wint? (5)

De laureaat van de Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010 wordt op zondag 25 april bekendgemaakt. Shortlists zijn altijd wel goed voor enige controverse, dus het wordt met spanning uitkijken naar de keuze van de jury.

De Leeswelp en Stichting Lezen engageerden vijf recensenten die deze week hun persoonlijke laureaat 2010 voorstellen.

Vandaag: Vanessa Joosen.

goudenuil

De spreekwoordelijke appelen en citroenen zijn de laatste weken veel gevallen in discussies over de Gouden Uil. Een historische adolescentenroman, een sfeervol kijkboek, een duimdik fantasieverhaal, een humoristisch prentenboek en een levendig non-fictieboek – de titels op de shortlist komen dit jaar uit wel erg uiteenlopende genres. En daarmee is nog niet alles gezegd, want hoe vergelijk je de verdiensten van een illustrator met een auteur, of een debutant met een beslagen auteur? Toch is dit soort dilemma’s eigen aan elke prijs voor jeugdliteratuur, en misschien wel aan elke literaire prijs tout court – het gebeurt maar zelden dat je een handvol gelijkaardige auteurs op een shortlist krijgt die ook nog eens hetzelfde type boek afleveren. Elk goed boek is uniek (en dus onvergelijkbaar), maar om het met George Orwell te zeggen, sommige boeken zijn unieker dan andere. Het wegen en vergelijken moet dus zorgvuldig gebeuren: je toetst de boeken aan andere titels uit hetzelfde subgenre, je schat de sterktes en zwaktes in, en uiteindelijk springt eentje eruit of elimineer je diegene die toch niet aan de hoogste standaard voldoen.
Wanneer ik deze oefening maak voor de shortlist van de Gouden Uil, dan zie ik niet meteen een boek dat er uitspringt. Mijn persoonlijke shortlist had er enigszins anders uitgezien, wat de zaak niet vergemakkelijkt.  Er was bij mij geen coup de foudre die de andere meteen deed verbleken, wel las ik vijf boeken die allemaal hun verdiensten en een paar kleinere of grotere zwaktes hebben.

Keepvogel, het diepste gat / Wouter van Reek
Het diepste gat is een licht absurd en geestig intelligent prentenboek rond een archeologische zoektocht van Keepvogel.  Hij denkt dat je vooral diep moet graven om iets te ontdekken, maar op de prent wordt dat meteen gerelativeerd. Prent en tekst gaan hier een boeiende dialoog aan en vertellen samen een (letterlijk en figuurlijk) gelaagd verhaal met de nodige ironie en filosofische aanzetten. Helemaal overtuigd ben ik nochtans niet: aan het eind komt het hondje Tungsten alles nog even uitleggen. De aanblik van de vuile keepvogel met zijn hijgende bek en verwonderde blik is daarbij best amusant, maar het was niet nodig om de moraal van het verhaal zo te expliciteren.

De Boomhut / Ronald en Marije Tolman
Dan houd ik meer van De boomhut van Marije en Ronald Tolman, een woordeloos kijkboek dat de lezer alle speelruimte geeft. Het verhaal is minimaal, de schoonheid van de illustraties is maximaal. Dit is een prentenboek dat je uitnodigt, en zelfs dwingt, om heel nauwkeurig te kijken. Je kan er heel diep over nadenken, of gewoon simpelweg kijken en ondergaan – net zoals de boomhut zelf alles ondergaat. De Tolmans maakten indrukwekkende, kleurrijke composities. De schoonheid zit soms in kleine details (drie visjes in het water) of spreidt zich uit over een hele bladzijde (een troep flamingo’s die alles roze kleurt). Ze verleggen de grenzen van het artistieke prentenboek.

De kleine Odessa / Peter van Olmen
Veel durf zie ik ook in De kleine Odessa, een boek van een debutant met grenzeloze ambitie (zo zijn er wel meer) en een flinke dosis verteltalent (zo zijn er wat minder). In de reis van Odessa naar Scribopolis en de zoektocht naar haar vader vind ik de ideale combinatie van lichte elementen (spanning, avontuur, humor, fantasie) en diepgang (filosofische vragen, literaire echo’s en ethische dilemma’s). Toch zie ik ook hier nog enkele schoonheidsfoutjes: het wordt al te snel duidelijk wie de vader van Odessa is, en ik heb me ook wat geërgerd aan de kakelende zusjes Brontë. De prikkelende eindzinnen maken dan weer veel goed: er zijn weinig boeken met zo’n krachtige finale.

De hondeneters / Marita de Sterck
De hondeneters is een boek dat voor verdeeldheid zorgt, ook in mijzelf. Ik was ontroerd door de passages waarin mensen tot hun grens gedreven worden en baby’s door melkvergiftiging sterven. Maar zeker als ik de vorige boeken van Marita De Sterck bij mijn oordeel betrek, wegen de zwaktes zwaar door. Enkele ongeloofwaardige toevalligheden en het naar mijn gevoel geforceerd volkse karakter deden mijn scepsis over De hondeneters toenemen. De finesses van Kwaad bloed vond ik hier niet terug.

Wild verliefd / Ditte Merle en Alex de Wolf
Met Wild verliefd heeft de Uiljury dan weer een boek onder de aandacht gebracht dat echt verrast. Dit is literaire non-fictie voor kinderen zoals je die maar zelden tegenkomt: de manier waarop Ditte Merle bijvoorbeeld de verschillende woorden “bronstig” opsomt benadert het taalspel van poëzie. Er hadden misschien wat minder uitroepen en Engelse uitdrukkingen in gemogen – dat lijkt soms een gemakkelijke manier om jongeren te bereiken – maar de gevatte Nederlandse uitdrukkingen, vaak zelf verzonnen, en de schier oneindige hoeveelheid grappige anekdotes en weetjes tillen dit boek tot een zeer hoog niveau.

De keuze is niet gemakkelijk, maar als ik had het voor het zeggen had dan ging de Gouden Uil dit jaar naar Wild verliefd van Ditte Merle en Alex de Wolf. Ik heb het natuurlijk niet voor het zeggen, dus ik ben erg benieuwd naar de beslissing  van de jury. Het zou me niet verbazen als De hondeneters bekroond zou worden, want ondertussen weet ik dat veel recensenten en lezers mijn scepsis over dat boek niet delen. Het is bovendien ook een rijk boek, dat niet alles bij één lezing prijsgeeft. Verder wens ik de jury en de winnaar(s) van de Gouden Uil de aandacht toe die deze prijs in de media verdient – ook daar ben ik alvast nieuwsgierig naar. Want een Gouden Uil is pas echt een waardevolle prijs als hij een mooi literair boek dichter brengt bij een breed publiek. Wie van de vijf het ook wordt, vooral dat laatste hoop ik van harte.

Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010. Wie wint? (4)

De laureaat van de Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010 wordt op zondag 25 april bekendgemaakt. Shortlists zijn altijd wel goed voor enige controverse, dus het wordt met spanning uitkijken naar de keuze van de jury.

De Leeswelp en Stichting Lezen engageerden vijf recensenten die deze week hun persoonlijke laureaat 2010 voorstellen.

Vandaag: Karin Kustermans.

goudenuil

 

De kleine Odessa  / Peter van Olmen
Gebrek aan ambitie kun je Peter van Olmen niet verwijten: als debuut een lijvige roman schrijven, waarin aan alle vereisten van het fantasygenre wordt voldaan én waarin dan ook nog eens het hele pantheon van de wereldliteratuur, van Shakespeare tot Dostojevski figureert, is geen simpele opdracht. Van Olmen volbrengt ze met verve: De kleine Odessa is een wervelende, uitermate meeslepende roman, vol spannende avonturen én knappe verwijzingen naar de literatuur, de mythologie en klassieken uit het fantasygenre, soms overduidelijk, dan weer subtiel. Maar soms laat de auteur zich zelf al te zeer meeslepen door zijn vertelling, en op zulke momenten lijkt hij te weinig op het metier van het schrijven te letten: Odessa’s gedachten worden regelmatig pijnlijk expliciet verwoord, belangrijke informatie wordt soms te kunstmatig aan de lezer gebracht, en als het humoristisch wordt, gaat Van Olmen wel eens helemaal uit de bocht. Bovendien zijn een aantal verhaallijnen onvoldoende uitgewerkt, zodat ze als losse eindjes blijven rondslingeren. De kleine Odessa is een boeiende fantasyroman, die getuigt van een enorm verteltalent en een grote verbeeldingskracht, en een opmerkelijk debuut, maar voor een Uil nog te onevenwichtig.

De hondeneters  / Marita de Sterck
Het relaas van de barre tocht van Victor, op zoek naar zijn hond, midden in de oorlogswinter van 1917, is een ware bildungsroman: de overbeschermde, wereldvreemde jongen wordt een volwassen man. Tegelijk is zijn tocht ook een schokkende confrontatie met de rauwe werkelijkheid van een land in oorlog. In treffende woorden en beelden brengt de auteur mokerslag na mokerslag toe, in soms ijzersterke maar ook hartverscheurend wrede scènes. Marita de Sterck vertelt haar verhaal als een vakvrouw. Ze heeft de roman bijzonder knap geconstrueerd en zet al haar verteltalenten in: in een uiterst zinnelijke stijl beschrijft ze Victors uiterlijke en innerlijke tocht, die ze gestalte geeft in een reeks ontmoetingen met fascinerende, onvergetelijke figuren. Soms echter schemeren haar bedoelingen te zeer door. De vele volkse verhalen en liedjes die ze via de personages wil doorgeven, doen soms artificieel en geforceerd aan en niet alle dialogen komen even echt over. Dat heeft ook te maken met de Vlaamse volkstaal waarvan dit boek doordrongen is, maar die helaas niet consequent wordt gehanteerd. Bovendien bevat het boek een aantal stilistisch minder sterke passages. De Hondeneters is een hard en wreed boek, maar ook een wreed schoon boek, dat jammer genoeg af en toe spontane bezieling mist. Dus toch maar geen Uil.

Wild verliefd / Ditte Merle en Alex de Wolf
Goede non-fictieboeken voor kinderen, die meer zijn dan een uitleggerig of zelfs belerend praatje bij veel plaatjes en die vooral een aangename en boeiende leeservaring opleveren, zijn nog steeds zeldzaam. Bibi Dumon Tak was op dat vlak een verademing, onder meer met haar onvolprezen Bibi’s bijzondere beestenboek. Wild verliefd van Ditte Merle lijkt zich in de Dumon Tak-traditie te willen inschrijven, met dit boek dat een schat aan boeiende weetjes over dieren bevat, geschreven in een toegankelijke, frisse taal. Ditte Merle verstaat de kunst om de informatie over het parings- en voortplantingsgedrag van tientallen diersoorten op een heldere wijze te brengen, en om er verrassende bijzonderheden uit te lichten en dat alles bovendien op een sprankelende en erg humoristische manier neer te schrijven. 150 bladzijden over seks bij dieren: nooit gedacht dat ik er geboeid in zou blíjven lezen. Maar dat deed ik dus wel. Een opwindend boek, om veel in te lezen en te bladeren, om de wenkbrauwen te fronsen, in de lach te schieten of in verwondering achter te blijven over de vindingrijkheid van de natuur. Maar daarbij krijg je nog net iets te veel koppies, pikkies en jonkies te slikken. Geen Uil dus.

Keepvogel, het diepste gat  / Wouter van Reek
Keepvogel, een soort vogel-mens, en zijn hond Tungsten vormen al langer een onweerstaanbaar duo, een echte aanwinst in de kinderliteratuur. Ook Het diepste gat is weer een érg leuk prentenboek, waarin de twee zo verschillende karaktertjes, maar ook de manier waarop tekst en tekeningen elkaar aanvullen én tegenspreken voor veel lees-, kijk- én denkplezier zorgen. Want het verhaal is zóveel meer dan in de tekst te lezen staat. Keepvogel denkt dat hij een put graaft tot aan de andere kant van de wereld, maar op de prenten zie je al snel dat het een heel andere kant opgaat: hij komt ongeveer bij zijn vertrekpunt uit. Bovendien tonen de prenten nog iets anders: de verwoed en systematisch rechtdoor gravende Keepvogel mist allerlei vondsten, terwijl Tungsten dicht onder het oppervlak de ene schat na de andere vindt. Het levert een mooie combinatie van humor en filosofische gelaagdheid op. Intrigerend zijn de talloze priegelige, vignetachtige tekeningetjes die over de bladzijden verspreid staan en waarin van alles te ontdekken valt. Wel een beetje jammer dat Tungsten de moraal van het verhaal op het eind nog eens expliciet meegeeft. Voor een Uil weegt dit prentenboek toch net iets te licht.

De boomhut  / Ronald en Marije Tolman
Nog voor je De boomhut  openslaat, weet je dat je een bijzonder boek in handen hebt. Extra groot formaat, een cover die een en al  soberheid is: een grote blauwe walvis, met op zijn rug een witte ijsbeer, en verder water en lucht. Binnenin zorgden Marije Tolman en kunstenaar Ronald Tolman – dochter en vader – samen voor een woordenloos verhaal-in-beelden. Het resultaat van hun samenwerking is adembenemend mooi. Elke prent is een kunstwerk op zich, prachtig, ingetogen, en vol mooie details. Een bladzijde die roze kleurt door een aanstormende troep flamingo’s,  een pagina die davert wanneer een neushoorn tegen de boom botst: je kijkt je ogen uit.  Ondertussen prikkelen de illustraties de verbeelding en suggereren ze een veelheid aan verhalen en thema’s. De beelden van dit prentenboek zijn zo rijk, zo poëtisch, zo schitterend dat er geen woorden nodig zijn om verhaal na verhaal op te roepen. Als de Uil ergens naartoe vliegt, dan graag naar deze bijzondere Boomhut!

Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010. Wie wint? (3)

De laureaat van de Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010 wordt op zondag 25 april bekendgemaakt. Shortlists zijn altijd wel goed voor enige controverse, dus het wordt met spanning uitkijken naar de keuze van de jury.

De Leeswelp en Stichting Lezen engageerden vijf recensenten die deze week hun persoonlijke laureaat 2010 voorstellen.

Vandaag: Jet Marchau.

goudenuil

Keepvogel: het diepste gat / Wouter van Reek
Keepvogel gaat schatgraven, maar mist de schat. Zelfs met zijn zelfgemaakte graafmachine grijpt hij naast de amfoor of het skelet waar zijn hond Tungsten al stukjes van aanbracht. De stripachtige tekeningen suggereren wat Keepvogel op een haar na mist en voorspellen waartoe zijn idee-fixe leidt: hij graaft in een grote bocht, en komt net iets verder uit dan zijn startkuil. De visueel half verborgen tips en de letterlijk draaiende taal betrekken de kleuters maximaal bij zijn domme capriolen. Zij kunnen wijs gniffelen bij deze nieuwe invulling van een eenvoudige filosofie en van het klassieke dom/slim-duo. Jammer dat hond Tungsten na de zichtbare pointe nog een expliciete conclusie trekt.  Dit hadden de kleuters niet meer nodig. Het verhaaltje haalt zijn kracht uit de originele presentatie en tekeningen. Die komen ongetwijfeld nog meer tot hun recht in volle actie.  Zou de Uil  niet beter een bocht naar de filmpjes maken?

De boomhut / Marije en Ronald Tolman
In een ijsblauwe en witte vlakte vindt een ijsbeer de ideale rustplaats: een boomhut gebouwd als een krakkemikkig schip vol fantasietjes. Maar een schuilplaats zit er niet in: daar vaart een bruine beer aan en, wham!,  daar vult een overdonderende wolk flamingo’s de lucht, een ongeduldige neushoorn rukt aan, een nijlpaard, panda’s, uiltjes, kraaien, een koppel pauwen…  Het lijkt de ark van Noah wel, gestrand in de vredelievende Tuin van Eden. De Uil op weg naar een woordeloos prentenboek? Neen, dacht ik. Tot ik keek en opnieuw keek en viel voor de symboliek en de poëzie van de beeldtaal. Oud en jong volgen het verhaal op eigen niveau, als een originele kijk op de gang van de seizoenen, als een zoekplaat vol suggesties, als een rozige berenromance, een fantasieverhaal of een poëtisch filosofietje.  De woordeloze boomhut weekt de woorden en de gedachten vanzelf los. In die filosofische en poëtische vrede wil de Gouden Uil zeker wel stranden!

Wild verliefd / Ditte Merle en Alex de Wolf
Zou de Gouden Uil tussen zijn soortgenoten neerstrijken? Hij heeft toch net als de verliefde dieren uit dit informatieve dierenboek menselijke trekjes? Evenaart zijn geflirt met taal en literatuur niet het paai- en paargedrag van vissen en zoogdieren? Zou hij een piercing van een bedwants overleven of een wilde house-party van de prieelvogel? Eén consultatieadres: Ditte Merle. Zij  leidt je met zichtbaar taalgenoegen en veel laconieke knipoogjes binnen in de dierenliefde. De Uil kan goedkeurend knikken bij de suggestieve grapjes die doorlopen in de illustraties, bij de Tips & Tricks, de weetjes, anekdotes en experimenten. Wild verliefd is een originele, bijzonder frisse en humorvolle gids voor weetgierige aagjes. Een snuistergids, waarin ieder dier zijn eigen, heus verhaaltje krijgt. Dan blijf je toch lezen? Maar heeft de Uil het geduld om te blijven snuisteren? Zal hij zich bij al die menselijke interpretatie wel veilig voelen?

De kleine Odessa / Peter van Olmen
Misschien aast de Uil wel op eeuwige roem en vindt hij Boekus, het boek der boeken, in boekenstad Scribopolis. Dan wacht hem een avontuurlijk fantasieverhaal over de eeuwenoude strijd tussen goed en kwaad, met als inzet het overleven van de literatuur. Volgt hij ademloos de skeelerende Odessa, die haar onbekende vader zoekt? Zal de pientere, bijdehante, gedroomde heldin hem verleiden tot een heerlijke duik met filosoferende beroemdheden uit de wereldliteratuur? Zal hij het gezelschap van haar nuchter kwinkelerende kanarie appreciëren? Hij zal in ieder geval met een wijze blik toezien hoe Odessa de overstap van kind naar puber maakt.  Iedere laag biedt hem spitsvondig lees-, puzzel- en denkplezier. Alleen, zonder lange adem redt hij het niet. Het uitbundig vertelplezier van deze debuterende kroontjespen mag hij gerust wat temperen. Zelfs voor een begenadigde verteller geldt: ‘less is more’.

De hondeneters / Marita de Sterck
De zoektocht van een epileptische jongen naar zijn hond: het is een prikkelende instap voor een oorlogsroman. Of beter: voor een anti- oorlogsroman die ook een ontwikkelingsroman is. In de hongerwinter van 1917 ontsnapt de wereldvreemde Victor uit zijn overbeschermende milieu. Tijdens een bedreigende tocht wordt hij door het ‘gewone’ volk in het leven en in de oorlog geïnitieerd. Hij groeit fysiek en mentaal. De  lezer-leeftijdsgenoot kijkt mee achter de spiegel van voorgekauwde ideeën en  proeft de waanzin en onmenselijkheid van de oorlog.  Inhoudelijk en structureel trekt Marita haar professioneel doordacht spoor verder.  De anti-oorlogskreet klonk ook in vroegere romans. Goed geplande verhalen, protestliedjes en schunnige rijmen, smakelijke of gruwelijke anekdotes en taferelen, brieven van broer en frontsoldaat Nest, ze maken het verleden tastbaar, voelbaar en zelfs ruikbaar. Ook de taal doorstaat glansrijk de evenwichtsoefening tussen heden en verleden. De Uil  moet wel stil worden bij zo’n sterke, eigenzinnige  interpretatie van ‘Nooit meer oorlog!’

De Gouden Uil moet landen…
…maar zal ongetwijfeld aarzelen bij zo’n diverse keuze. Voor mij voelt ieder boek aan alsof het al een kroontje kreeg. Wat leg ik toch bovenaan? De kleurige poëzie van een symbolisch verhaal? De stimulerende capriolen van een mensvogel? Het pittige antwoord op mijn weetgierigheid of het uitdagende fantasieverhaal over een eeuwige boekenstad? De doorwerkte, gelaagde, schrijnende anti-oorlogskreet? Twee boeken  dringen harder aan. Woordeloze, beeldende poëzie en woordrijk verhaal wissel ik om en om, tot ik toch mijn aard volg.  Bovenaan ligt het woordenverhaal, het schokkende relaas van Marita de Sterck: De hondeneters. De passie voor verhalen en de nieuwsgierigheid naar mensen, gebed in een jarenlang vakmanschap hebben het gehaald. Maar voor de keuze van de Gouden Uil zal ik eerbiedig buigen.

Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010. Wie wint? (2)

De laureaat van de Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010 wordt op zondag 25 april bekendgemaakt. Shortlists zijn altijd wel goed voor enige controverse, dus het wordt met spanning uitkijken naar de keuze van de jury.

De Leeswelp en Stichting Lezen engageerden vijf recensenten die deze week hun persoonlijke laureaat 2010 voorstellen.

Vandaag: Jen de Groeve.

goudenuil

De shortlist van De Gouden Uil 2010 is erg divers. Met de vijf genomineerde boeken heb je beslist een handjevol mooie lectuur. Voor elk wat wils ook, wat de beoordeling er overigens niet makkelijker op maakt. Maar een Gouden Uil moet een hoogvogel zijn, of het nu om een historisch, een fantasyverhaal een prenten- of een informatief boek gaat.

De kleine Odessa / Peter van Olmen
Peter van Olmen debuteert met de fantasyroman De kleine Odessa. Fantasy is een weinig beoefend genre in de Nederlandse literatuur, maar Van Olmen kent de conventies. En hij zet ze naar zijn hand. Dit met verve geschreven, wervelende verhaal, met ettelijke nevenontwikkelingen en zijsprongen wordt goed onder controle gehouden. Hoewel de schrijver soms te duidelijk zichtbaar is; er had wat meer vanuit de dynamiek van het verhaal geschreven moeten worden. De verteltrant is vermakelijk over de hele lijn, maar als een grap – zoals de pedanterie van de sigaren rokende kanarie Lode A — met zoveel nadruk herhaald wordt, blijf je niet lachen. Kortom, Van Olmen vertelt een boeiend verhaal, maar de constructie van dit boek is te duidelijk zichtbaar om literair te overtuigen en hij schrijft te veel omwille van de gimmick. De kleine Odessa mist wat mij betreft in de eerste plaats evenwicht en dosering.

De hondeneters / Marita de Sterck
In De hondeneters van Marita de Sterck voert Victor, een epileptische jongen uit de gegoede klasse zijn eigen strijd om te overleven, ver van het front van ’14-‘18. Hij breekt los uit zijn overbeschermde milieu. Hij gaat op zoek naar zijn hond en komt in confrontatie met het verpauperde volk, dat zichzelf in leven houdt met clandestiene handel en misdadige praktijken. De oorlogssituatie brengt extreme hardheid, opportunisme en ook mededogen mee. Marita de Sterck schrijft met veel metier en De hondeneters is het resultaat van een grondig gedocumenteerd en intensief schrijfproces. Dat proces is af en toe te traceren. Je ‘ervaart’ de constructie van Victors bildung, je wordt het dada van de antropologe gewaar in de introductie van kleurrijke, authentieke volksfiguren, die er echter soms vooral om hun spektakelwaarde zijn, en je hoort de beschouwing van de schrijfster in plaats van die van haar karakters.

Keepvogel, het diepste gat / Wouter van Reek
Keepvogel, het diepste gat van Wouter van Reek heeft mij bijzonder gecharmeerd. Dat de ontdekker Keepvogel met zijn zelfbedachte, slimme diepgraafmachine voorbijgaat aan alles wat het ontdekken waard is, terwijl het hondje Tungsten onbevangen en met een neus voor wat bijzonder is een persoonlijke schat bovengraaft, spreekt in zijn levensgetrouwe herkenbaarheid op verschillende niveau’s aan. De ironie van het gegeven is treffend zonder woorden door de spanning tussen wat de lezer ziet gebeuren op de prenten en Keeps eigen ontdekkingen in het licht van zijn verwachting in de tekst (zand dat opzij valt, zand waar licht uitkomt). Van Reeks transparante, zorgvuldig uitgewerkte platen zijn goed in balans: de ongecompliceerde figuurtjes in eenvoudige lijnen en vlakken, de hiëroglifische symbooltjes mooi in samenspraak met het verhaal, en de prachtige kleuren en texturen in de aardlagen.
Vooral visueel erg overtuigend uitgewerkt, met een zeer mooie samenspraak van tekst en beeld. Maar de laatste – concluderende – bladzijde is er te veel aan.

De boomhut / Ronald en Marije Tolman
Water, een boom en een hut, en een schier eindeloos komen en gaan van beesten. Een vreemde diversiteit ook, neushoorns, flamingo’s, panda’s, ijsberen etc. die samentroepen in en om een boom. Dat is de actie in De boomhut van Ronald en Marije Tolman. Waartoe dit allemaal gebeurt? De doelgerichte toestroom naar de boomhut vraag om een verhaal, dat in dit prentenboek echter niet verteld wordt. Niet in woorden, en de beelden geven qua handeling, sfeer en thematiek een zowat onuitputtelijk scala aan mogelijkheden. Bij elke lezing en elke lezer een ander verhaal. De onwerkelijkheid van het gegeven, de poëtische kracht van de beelden en de grensverleggende mogelijkheden tot lectuur, geven dit prentenboek een bijzondere aantrekkingskracht. Dit ís een hoogvogel in zijn genre en ongetwijfeld een Gouden Uil waard. Ligt het aan het feit dat ik een echte woordenaar ben, dat ik De boomhut zelf na lang wikken en wegen toch niet als mijn persoonlijke winnaar beschouw?

Wild verliefd / Ditte Merle en Alex de Wolf
Het is Wild verliefd van Ditte Merle die van mij de Gouden Uil 2010 mag winnen. Omdat ze zonder meer excelleert in het genre van de non-fictie voor kinderen. Ze tast in dit boek over seks bij dieren, verhaald in mensentermen, de grenzen van het genre af, vertelt uitbundig en met vakkennis, en maakt wetenschappelijke bevindingen tot een genot om te lezen. Zonder die wetenschap geweld aan te doen. Het is een boek dat bedoeld is om beetje bij beetje te lezen, om iets in op te zoeken. Maar beetje bij beetje lukt niet; de drang om almaar verder te lezen is te groot. Wild verliefd mag van mij goud krijgen omdat het zowel om utilitaire als esthetische redenen staat als een huis. Omdat Ditte Merle de kunst verstaat uit het op het eerste gezicht weinig aansprekend bestaan van pakweg de zeeslak een boeiend verhaal te creëren, dat je leest omwille van de informatie en herleest omwille van het taal- en verhaalplezier.

Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010. Wie wint? (1)

De laureaat van de Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010 wordt op zondag 25 april bekendgemaakt. Shortlists zijn altijd wel goed voor enige controverse, dus het wordt met spanning uitkijken naar de keuze van de jury.

De Leeswelp en Stichting Lezen engageerden vijf recensenten die deze week hun persoonlijke laureaat 2010 voorstellen.

Vandaag: An Stessens.

goudenuil

Voor goed boek loop je warm. Je begint van binnenuit te tintelen. Je krijgt nog meer zin in verhalen. Met een shortlist van de Gouden Uil moet dat snor zitten. Dit moet het beste van een jaar, het beste van het beste zijn.

Ik begin met Keepvogel. Het is altijd glimlachten met hem: de vogelmens vol goede bedoelingen en grote plannen en zijn hond Tungsten, die meewarig toekijkt en het zwijgend beter weet.  Een soort Wallace en Gromit van papier.

In deze Keepvogel: het diepste gat is het qua herkenning meteen raak. In mijn verre verleden liggen veel – onvoltooide – putten die tot Australië gaan. Ook Keepvogel begint hartstochtelijk te graven. Hij zoekt de allerbijzonderste ontdekking. Dat hij – oh ironie – in al zijn wild gewroet pal langs de grootste vondsten graaft, weten alleen wij. Dat zijn geweldige ontdekking een doodgewone scherf is, moet Tungsten hem vertellen. Dat laatste is meteen jammer: het haalt de ironie die het boek zo sterk maakt onderuit. Maar de meewarige blik waarmee Tungsten en wij naar Keepvogel kijken en de manier waarop vorm en inhoud in elkaar haken tot je er zelf draaierig van wordt, maken van Het diepste gat een erg fijn prentenboek. Tegen Wouter van Reek zeg ik ‘knap gedaan’. En ik ga over naar de volgende.

Een boek over boeken waarin bovendien de grootsten uit de wereldliteratuur passeren, is smullen voor een lezer. Of kan dat zijn. Het geweldige én het jammere aan De kleine Odessa is het potentieel dat erin zit. Peter van Olmen doet veel: hij schrijft een wervelend fantasieverhaal, doet iets boeiends met schrijvers en boeken en geeft tegelijkertijd een boodschap. Maar er wringt iets. Hij vergeet dat hoofdpersonages opgebouwd moeten zijn uit bloed, zweet en tranen. Hij plant zijn plot zorgvuldig, maar maakt die tegelijk net iets te doorzichtig. En wat jammer dat de grote schrijvers zulke karikaturen blijven.

Maar er blijft genoeg over om Peter van Olmen te feliciteren. Een kleine gouden uil krijgt hij van mij omdat hij zijn taalgebruik niet zo uitbundig maakt als zijn avonturen, maar sober en sterk houdt. Omdat hij Shakespeare en Dostojevski gewoon tegenover elkaar zet. Verder krijgt hij een leeg schrift, om te oefenen in het schrappen en uitdiepen – en in de ultieme combinatie van de twee.

Een andere kleine gouden uil gaat naar Marita De Sterck. In de eerste hoofdstukken van De hondeneters smul ik van Prosper en Peer en de honden. De lucht zindert van onderhuidse intriges en spanningen. Ik verlekker me aan de Vlaamse sfeer.

Maar.

Wanneer Victor zijn tocht aanvat, blijkt die al gauw een excuus om allerlei bonte personages op te voeren. Om volksverhalen te vertellen, om de ellende van de Grooten Oorlog te tekenen en om en passant een naïeve kloot volwassen te doen worden. Het is me allemaal te veel en te snel. Die Victor zal zijn les wel leren, ik wil weten hoe het écht zit met Tille en Prosper en de kleine Peer. Zelfs alle eindjes nauwgezet aan elkaar geknoopt worden en er een wereld van verraad, misdaad en kleine beetjes liefde onder de oppervlakte blijkt te borrelen, word ik niet gepakt.

Marita de Sterk krijgt van mij een kleine gouden uil om haar kennis en kunde en haar stijl. Ik noteer een paar citaten en geef haar een eervolle vermelding voor de manier waarop ze een stuk Vlaamse geschiedenis tastbaar, proefbaar, voelbaar maakt.

Van Wild verliefd word ik vrolijk. Dat ligt aan het de manier waarop Ditte Merle het onderwerp ‘seks bij dieren’ te lijf gaat.  Met haar blije en ongecompliceerde toon maakt ze het onderwerp speels en spannend. Wild verliefd barst van de informatie, maar is bovenal een fijn leesboek.

Wild verliefd rockt en rollt en getuigt van zo’n blijheid en vaart, dat ik dit bijna een Gouden Uil zou geven. Alleen staat de saaie vormgeving zo afschuwelijk haaks op de inhoud. En wordt het na een tijdje doorlezen toch iets te veel een opsomming van verliefde, verleidende en vrijende beesten – hoe plastisch verteld ook. Wat niet wegneemt dat dit een heerlijke verzameling feiten en eigenaardigheden is. Waar je nu en dan een paar stukjes in leest weer wat bijleert. Wist ik veel dat mannetjeszeepaarden tot 250 jonkies per keer baren.

Na twee tellen bladeren in De boomhut van Ronald en Marije Tolman sloeg de bliksem in. Natuurlijk moet je oppassen met coup de foudres. Hoe gegrond is de liefde na twee tellen? Maar na de zoveelste lezing blijft De boomhut fris. Al weet ik nu dat het verhaal niet veel takken biedt om je aan vast te houden. Wat moet je met een ijsbeer in een boomhut? En duizenden flamingo’s?

Maar de associaties, schijnbare absurditeiten en details zijn plezierig en rijk genoeg om het boeiend te houden. Dit is geen standaard kijkboek om duizend-en-één wilde avonturen uit te destilleren. Daarvoor is dit ondanks alle komen en gaan van beesten te verstild, te rustig. Het is een boek om telkens opnieuw eigen krijtlijnen in uit te zetten. Een boek dat in de eerste plaats een gevoel en een cyclus verbeeldt – van de seizoenen, van ontmoetingen, van drukte en kalmte.

De Gouden Uil Jeugdliteratuur geef ik aan De boomhut. Omdat het van groot vakmanschap getuigt. Omdat ik tegelijk energie krijg en tot rust kom in de illustraties. Omdat het mij – vreemd genoeg als enige op deze shortlist – van begin tot het eindeloze einde raakt.