Kijken over de heg

Het is echt waar. Jeugdliteratuur en wiskunde vullen elkaar aan. Joke van Leeuwen, Ted van Lieshout en Frank van Pamelen vertelden gisteren over de sommen en raadsels in hun kinderboeken. Zelf verzon ik als zesjarige verhalen bij mijn 8888.

‘Vandaag leren we de 8′, zo verkondigde de juf. ‘Naar beneden met een bóóg – schuin omhóóg – een bóóg – naar beneden.’

8_bollen

‘Dit is niet hoe het hoort, meisje. Sneeuwmannetjes horen buiten, niet in je schrift.’

8_sneeuwmannen

Daar staan ze dan, mijn sneeuwmannen. Met grote oren, om beter te kunnen horen. En slaapmutsen, voor nachtelijke vliegtochtjes.

‘Oefening baart kunst’, fluisterde de juf me toe. Met de tong uit de mond schreef ik welgevormde 8888 in mijn schrift. Mede mogelijk gemaakt door: de geplastificeerde sticker op mijn bank.

8

Ik leerde tellen met houten blokjes, oefende maaltafels op kartonnen kaartjes en pende vraagstukken neer op geruit papier. Boeken waren er om in te vullen of om —na de rekenles— uit voor te lezen.

Misschien doe ik de juf alsnog Boer Boris en Mooi boek cadeau. Of ik stuur haar een beeldsonnet als nieuwjaarskaart. Op sierlijke wijze zal ze vernemen: ‘Beste juf, het is nooit te laat om een kijkje over de heg te nemen’.

Beeldsonnet Pistacchio

Beeldsonnet Pistacchio. Foto: Ward Muys


Blogbericht naar aanleiding van het symposium ‘Kijken over de heg. Genres, schoolvakken en jeugdboeken’ op 19 september 2017 in Factorium Podiumkunsten, Tilburg.

Boekje Tilburg

You see, bookshops are dreams built of wood and paper. They are time travel and escape and knowledge and power. They are, simply put, the best of places.

Mooi gezegd, Jen Campbell. Maar de ene boekhandel is de andere niet. Een échte boekenliefhebber heeft zijn of haar Beste Boekhandel. Of Beste Boekhandels. In mijn studentenstad Tilburg ontdekte ik er maar liefst drie. Geheel toevallig hebben ze allemaal een uitgebreid en kwaliteitsvol assortiment kinder- en jeugdboeken.

1. Livius de Zevensprong

Livius de Zevensprong ademt gezelligheid. De eigenaars zijn de vriendelijkheid zelve en beschikken bovendien over een uitgebreide boekenkennis. Je vindt er behalve een indrukwekkende collectie recente (jeugd)literatuur ook oude klassieken en literaire pareltjes. Geregeld organiseert Livius boekpresentaties en activiteiten, waarvan ze je via de nieuwsbrief graag op de hoogte houden.

Imme Dros_Odysseia

Imme Dros’ Odysseia-vertaling

Zelf woonde ik met plezier enkele presentaties bij. Vooral de avondvoorstelling over Imme Dros’ herziene vertaling van de Odysseia herinner ik me levendig. Dros en haar man Harrie Geelen vertelden twee uur lang vol enthousiasme over Homeros’ epos. Van een heerlijk hoorspel gesproken! Ik hoop dat ik op mijn tachtigste ook nog zo gepassioneerd én humoristisch over literatuur vertellen kan.

Livius

Alice glows!

Het eerste boek dat ik in Livius kocht was Floor Rieders versie van Alice in Wonderland. Opvallende keuze? Ik denk het niet! Bij het binnenkomen eisen de Alice-lampjes meteen de aandacht op. Boven de toonbank hangt ook een prachtige zeefdruk van de illustratie ‘Dus je denkt dat je veranderd bent?’ (zie ook blogbericht 1)

2. Gianotten Mutsaers

Gianotten is het boekenwalhalla van Tilburg. Literaire romans, young-adults, kookboeken, prentenboeken, bestsellers, boeken over Tilburg, hippe hebbedingetjes (ik kocht een Fiep Westendorp-familieagenda) en tweedehands boeken, ze hebben het allemaal! Gelukkig maken zeven boekenverkopers je met plezier wegwijs in de enorme collectie. Persoonlijke favorieten promoten ze ook via handgeschreven boekenbriefjes.

Gianotten Mutsaers

Prentenboeken in de kijker. Foto: 013straatjes.nl

Gianotten is stukken groter dan Livius, maar zeker zo gezellig. Begin alvast in je nieuwste aanwinst in de knusse leeshoek of start een gesprek met een medebibliofiel aan de (lange!) houten tafel. In het lunchcafé kan je bovendien heerlijk genieten van Koffie Specials en oerboterhammen.

Gianotten houten tafel

Een lange tafel voor lange gesprekken. Foto: gianottenmutsaers.nl

Ook Gianotten organiseert regelmatig boekpresentaties en evenementen. Rep je naar de boekhandel voor de ruilbeurs ‘Pakje kunst‘ of schrijf je in voor een workshop handlettering.

3. Boekenschop

Boekenschop is the place to be voor liefhebbers van tweedehands boeken. En voor speurneuzen. Urenlang kan je in deze boekhandel ronddwalen, ook al is hij helemaal niet zo groot. Ik heb me laten vertellen dat er zo’n 30 000 boeken in de winkel staan (en liggen). Met wat geluk vind je er oude Nederlandse jeugdromans, een obscuur kunstboek of een spotgoedkoop naslagwerk voor je thesis. Bij aankopen vanaf € 2,50 mag je een gratis boek of DVD uitkiezen!

Boekenschop favorieten

Favoriete aanwinsten

Boekenschop dankt zijn succes aan toegewijde vrijwilligers. In 2016 won de boekhandel de Tilburgse stimuleringsprijs voor Vrijwilligerswerk. De gehele opbrengst gaat naar goede doelen in de regio.

Boekenschop

Initiatiefnemer José van Lieshout leest ‘Poes is moe’. Foto: Gemma van der Heyden

 

Over blote koningen en rimpelvlinders

Ik was een jaar of vijf toen mijn mama me voorlas uit Nog eentje dan… Het grote voorleesboek voor kleuters. Vol bewondering staarde ik naar ‘de lieve dikke juffrouw Jans’ van Jacques Vriens en Klaas Verplancke. Maar net zo goed lachte ik met Marianne Bussers en Ron Schröders ondeugende versjes over de blote koning. Mijn broer en ik kennen de beginstrofe nog steeds uit het hoofd:

De blote koning

Busser, Marianne, Ron Schröder en Han Janken (ill.), ‘De blote koning in een doos’. Uit: Nog eentje dan… Het grote voorleesboek voor kleuters. Van Holkema & Warendorf, 1997.

Voorlezen was ten huize Muys één groot feest. Mijn mama verzon gekke stemmetjes, stelde kritische vragen en grinnikte wanneer ze zelf niet begreep waarover het verhaal nu eigenlijk ging. Mijn papa fotografeerde ons gegiechel en zocht de mooiste boeken uit. Ik herinner me hoe ik onophoudelijk wiebelde bij de ritmische gedichten van Geert de Kockere. Of hoe ik heksenhuizen uitkamde op zoek naar Lotjes kat. Mijn mama wees me op kleurrijke details (ze is niet voor niets kunstenares) en ik absorbeerde ze als een spons.

Als Kinder- en Jeugdjury begeleidster ondervind ik nu zelf de kracht van interactief voorlezen. Afgelopen KJV-jaar bracht ik een stukje ‘Rimpelvlinders’ uit Jef Aerts’ Paard met laarzen (2015: 17):

Weet je waarom ik oude mensen zo mooi vind? Er woont een vlinder op hun gezicht. Als je lang genoeg kijkt, kan je hem zien zitten. Daar, tussen al die lijntjes en barsten rond de ogen en de mond, slaapt een insect. Een vlinder van gekreukt papier. Soms kan je hem horen ritselen onder het rimpelige vel.

‘Eigenlijk vind ik het wel een mooi boek’, oordeelde een KJV-er. ‘Dat weet ik soms pas als iemand voorleest.’ Ik wist niet wat ik hoorde. Kon ik voorlezen zoals mijn mama dat deed? Missie geslaagd, dacht ik. Tijdens een volgende bijeenkomst vertelde het meisje in kwestie dat ze nog meer ‘speciale’ boeken wilde lezen. Driewerf hoera, juichte ik en ik bezorgde haar een lijstje met Bijzondere Boeken. Meteen trok het meisje de bibliotheek in. Ze bekeek de covers en fluisterde: ‘Die boeken had ik inderdaad nog nooit gezien.’

Maar wat als ik die ‘speciale’ boeken zelf niet meer terugvind? Want het zou zomaar eens kunnen dat het werk van onze schrijvers en illustratoren nog minder aandacht krijgt. Misschien worden ze niet langer geprezen om hun blote koningen. Misschien verdwijnen de rimpelvlinders als sneeuw voor de zon.

Wie o wie verzekert mij ervan dat dit bij een koortsdroom blijft?


Dit blogbericht omvat een stukje uit mijn leesautobiografie voor het vak ‘Het kind als lezer’.

Met dank aan Kathleen VereeckenGerda Dendooven en Bas Maliepaard voor de noodoproep en gedeelde frustraties. Ik zoek koortsachtig mee naar sponsors voor onze jeugdliteraire prijzen!

Tsundoku

‘Het is officieel’, zei mijn vriend. ‘Je lijdt aan een ernstige vorm van tsundoku.’ ‘Tsun-wat?’, vroeg ik. ‘Tsundoku’, zo las hij op Reddit, ‘is Japans voor buying books and not reading them; letting books pile up unread on shelves or floors or nightstands’. ‘Oh… Maar ik ben gewoon een bibliofiel’, sputterde ik. ‘Ha’, lachte hij. ‘Een boekenliefhebber léést boeken.’

Hij heeft gelijk, mijn vriend. Maar ik zeg het niet luidop. Bovendien voldoe ik niet helemaal aan het tsundoku-profiel. Ten eerste koop ik niet alleen boeken. Ik leen er nog veel meer. Ten tweede bewaar ik mijn boeken én in rekken én op de vloer én op mijn nachtkastje. Ten derde ben ik ook een virtuele stapelaar. Volgens Goodreads las ik dit jaar al 138 boeken. Maar op mijn nog-te-lezen-lijst prijken 703 titels.

Stel je voor dat al die ongelezen boeken in opstand komen. Vroeg of laat wreken ze zich, het kan niet anders. Ze komen uit de kast, nestelen zich in mijn bed of klimmen in het gordijn. ‘Terug in jullie stapels en hokjes’, commandeer ik. ’Aai me over de rug!’, protesteert er een. ‘Geef me ezelsoren!’, brult een ander. ‘Wij willen verslonden worden!’, roepen ze in koor. Ze zijn met meer dan ik dacht, die ongelezenen. Een voor een duwen ze zich onder mijn neus. Ik knik en snik en snuif letters en slik zoveel mogelijk woorden in. Tot ze me de keel uitkomen. ‘Ik beken’, fluister ik. ‘Ik ben een vraatzuchtige verzamelaar.’

Nu probeer ik te ontboeken. Op Goodreads verwijder ik de titels die ik niet meer kan plaatsen (haha). Soms schenk ik de bibliotheek enkele boeken. Je weet natuurlijk nooit in welke handen ze terechtkomen. Maar ik beeld me in dat ze goed zijn, of zacht, of allebei. Verder doneer ik geregeld boeken aan goede doelen. Eind augustus verkocht ik op de Cultuurmarkt recensie-exemplaren ten voordele van IBBY-Palestina. We zamelden 4215 euro in! Zelf kocht ik maar vijf boeken hoor.

Tsundoku

Mijn kamer is een boekentoren. Tips van een behoedzame bibliofiel zijn welkom!

IMG_20170906_104431

Hoe Pinocchio leerde lezen

Lezers zijn gevaarlijk. Maar oppervlakkige lezers zijn nog gevaarlijker. Ze doorzoeken verhalen op zwart-wit tegenstellingen en keren open vragen en paradoxale opmerkingen de rug toe. Ze praten krantenkoppen na, communiceren via catchy slogans en/of hanteren extremistisch taalgebruik. In zekere zin zijn we allemaal oppervlakkige lezers. Zelf heb ik vaak een weerwoord klaar, nog voordat ik het volledige verhaal ken. Ik klamp me vast aan steekwoorden en ook mijn gezicht spreekt van meet af aan boekdelen. Maar ik leer wel om mijn oppervlakkige leeswijze kritisch te evalueren.

En dat is precies waar het volgens Alberto Manguel fout loopt. Veel lezers blijven steken in een eerste, technische leesfase. Ze leren het alfabet en papegaaien vervolgens hun (invul)boeken na. De oppervlakkige lezer is een Pinocchio. Hij is getraind in snellezen, maar denkt als een marionet: ‘Pinocchio becomes a good little boy who has learned to read, but Pinocchio never becomes a reader’ (2000: 2). Een échte lezer, zo stelt Manguel, is in staat om een tekst ook te begrijpen en die vervolgens toe te passen op zijn of haar eigen leefwereld.

Promoten we Manguels creatieve leesattitude als bijkomend schoolvak of als een vakoverschrijdende eindterm? Leerkrachten zouden hun lezende leerlingen in elk geval moeten uitdagen om alles en iedereen in vraag te stellen. Wat mij betreft krijgen leerlingen ook inspraak in het schoolbeleid. Maar Manguel overweegt een onderwijs zonder volwassen inmenging: ‘every teacher must teach anarchism, must teach the students […] to find a place from which to speak their own ideas, even if this means opposing, and ultimately doing away with the teacher herself‘ (2000: 10). Is het niet net de interactie tussen leerlingen en leerkrachten —of tussen minder ervaren en ervaren lezers— die het kritisch denken stimuleert?

Eerder deze week las ik in De Standaard over de eerste Marc De Bel-scholen. Jeugdauteur en ex-leerkracht De Bel pleit voor een onderwijs waarin kinderen centraal staan. Spelenderwijs leren, faalplezier, contact met de natuur en levenslang dromen beschouwt hij als de belangrijkste doelstellingen. De directrice van BroeBELschool Het Biezebos nuanceert: ‘Niet alles kan gerealiseerd worden, maar we zullen [de leerlingen] altijd uitleggen waarom iets wel en iets niet mogelijk is.’ Zou Manguel zich met dergelijk initiatief kunnen verzoenen? Scherpt de BroeBELschool de creatieve geest of levert ze alsnog een generatie Pinocchio’s af?

Hoe Pinocchio leerde lezen

Carlo Collodi’s Le avventure di Pinocchio, illustratie door C. Toppi (ca. 1923)


Ik las Alberto Manguels How Pinocchio Learned to Read (2000) voor het onderzoeksvak Hermeneutiek.

Met dank aan Ilona Plicharts ‘Wonen in boeken’ voor De Morgen (30/08/2017).