ZWANENZANG

maandag 30 april

Vandaag zing ik mijn zwanenzang op het weblog.

Een goede verstaander heeft aan een half woord genoeg       

om er enige weemoed in te horen doorklinken.

 

Zo zwoegzaam en arbeidsintensief als het woord ‘bloggen’ ook klinkt,

zo lichtvoetig bleek het in de praktijk.

Het was dertig dagen lang de slagroom op mijn taart, 

de vinaigrette op mijn slaatje.

En misschien gold dat ook voor u.

 

Al bloggend herontdekte ik een veelbeoefende jeugdliefde:

het cursiefje,

al klinkt dat woord nu wat belegen en erg BzN.

Maar what’s in a name, vroeg onze prominente collega zich al af.

Vroeger heetten onze zoontjes Jan en nu Bruce,

onze dochters Maria en nu Madonna

maar ze blijven onze lievelingen.

 

Een maand lang heb ik mijn antennes op scherp gezet

om u te berichten over het wel en wee,

het grote en het tussen-de-regelsnieuws

uit de boekenwereld,

voor zover die mijn eigen biotoop raakte.

 

Het heeft enorm veel reacties opgeleverd.

Ik heb mijn vingers voos gemaild

en alle aandacht in dank aanvaard.

 

Nu geef ik de pen/het klavier door aan iemand

die er ongetwijfeld virtuoos mee zal omgaan.

 

Dank allemaal,

tot blogs,

 

Diane

 

Bal Populaire

zondag 29 april

Het was nog even spannend

op het Boekenbal in de Roma.

Om half negen telde ik samen met Martine,

door haar krant uitgezonden om één van haar

onvolprezen sfeerstukken te schrijven ,

slechts vier schrijvers.

Twee van vrouwelijke

en twee van mannelijke kunne.

Maar hoe later op de avond,

hoe meer en hoe schoner boekenvolk.

En zo kwam alles toch nog goed.

 

Anne en Philip kalmerend toegesproken

en het hielp:

ze hebben niet op elkaars tenen getrapt

tijdens de openingsdans.

Zelf ook nog een dansje gepleegd

met een Woeste Willem in schaapskleren.

Gesocialised.

Verlangend omhoog gekeken naar die prachtige boekenlampen

maar ze zijn nog steeds niet te koop.

Mijn gezelschap uit het oog verloren

en steeds nieuw gezelschap in het vizier gekregen.

Date met mijn lievelingsschrijver Vitalski misgelopen.

Jean Marie Berckmans in het echt gezien,

rechtopstaand en glimlachend als een gelukkig kind.

Bijna even aan het haar van Guido Belcanto gevoeld. 

Tegen Rick de Leeuw wat jeugdsentiment gespuid:

als klein Dianeke (naast hem ben ik dat trouwens nog steeds)

nam mijn vader mijn zus en mij op zondagmorgen

mee naar het tekenfilmfestival in cinema Roma.

Tien tekenfilms lang moest ik me schrap zetten

om niet tussen de roodfluwelen klapstoelen

te verdwijnen terwijl Tom achter Jerry aanrende.

Of was het andersom? 

 

Plotseling ontdekt dat ik de

trekking van de tombola,

georganiseerd door de nagelnieuwe  auteursvereniging VAV,

gemist had.

Toch maar eens op de valreep geïnformeerd

of ik in de prijzen was gevallen.

 

Ja.

Een fles Mouton Rothshild 1988 gewonnen met een door Keith Haring ontworpen etiket.

En laat  nu de titel van mijn nieuwe boek, dat in september verschijnt, op mijn prijs staan.

Toute la récolte a éte

MISE EN BOUTEILLE

au château.

 

Een poëtische snelcursus vinologie

van Koen Stassijns gekregen,

waarvoor dank.

Aandachtig geluisterd

hoe, waar en wanneer deze kostbare wijn

geconsumeerd moet worden,

uiteraard op een speciaal moment

met uitverkoren vrienden.

Heb er ter plekke twee uitverkoren.

 

Laat thuis gekomen.

voorzichtig op mijn balschoenen

over de kasseien van het begijnhof geslopen,

mijn schat behoedzaam tegen mijn hart gedrukt.

 

Zo weinig mogelijk bewegen, heeft Koen gezegd. 

 

  

 

   

STILLE ZATERDAG

zaterdag 28 april

Een hectische week achter de rug waarin ik als een razende reporter heb zitten bellen en mailen, en met de hete adem van de redactie in mijn nek mijn bijnaam ‘queen of deadlines’ eer trachtte aan te doen. 

Een rustig weekend voor de boeg, met alleen het Boekenbal op mijn programma. Het kon erger.

Op het middaguur blaas ik even uit in de stille begijnhoftuin, zonder krant, zonder boek, met als enig gezelschap de uitbundige vogels en kater Basil die achter vlinders aan jaagt. De laatste bloesems sneeuwen op me neer en ik voel me als ‘Boeddha under the bodi-tree’.  De wereld staat stil in het hier-en-nu.

Maar al snel sluipen weer plannen en ideeën, woorden en zinnen binnen in mijn lege hoofd. Ik sluit mijn ogen. Verwelkom en voed ze.

‘Slaap je?’ vraagt een buurvrouw zachtjes.

‘Neen, ik werk,’ zeg ik. 

DOCTOR DICHTER

vrijdag 27 april

Heel, heel lang geleden, toen schrijver nog een knelpuntberoep was en algemeen werd aangenomen dat een jeugdauteur geen boeken voor grote mensen kon schrijven, leerde ik Bart Moeyaert kennen.

Hoewel Bart met een beetje geluk mijn zoon had kunnen zijn (hoewel niet de zevende) maakten we ongeveer gelijktijdig onze entree in het jeugdboekenlandschap. Als kinderen me tijdens lezingen vragen wie nu eigenlijk mijn Vlaamse lievelingsschrijver is, noem ik nog steeds hartgrondig zijn naam.

Ik herinner me de feesten van de Limburgse kinderjury, altijd op een bloedhete zondag in mei. Terwijl heel Vlaanderen ergens op een strand lag te bakken of langs een bosrand fietste, werden wij jeugdauteurs samen met zo’n vijfhonderd enthousiaste lezers in het Cultureel Centrum tegenover het station van Genk gedreven, kregen vier consumptiebonnen, gaven onze lezingen in verschillende zaaltjes, en wonnen vervolgens net wel of net niet de Prijs van de Kinderjury.  Bart was daar altijd en ik ook.  Ik zie nog voor me hoe hij eens in een bermuda verscheen met geen sokken in zijn mooie mocassins. Dat was een zeer gewaagde outfit in die dagen, die hem extra publiek opleverde zelfs.

Gisteren droeg Bart een pak met een paarse das, en daaroverheen een toga. Later kreeg hij nog een sjerp over zijn linkerschouder gedrapeerd en een fluwelen baret op zijn hoofd, nadat professor Herman Van Goethem een prachtig laudatio had uitgesproken over de rol van narren en over de lof der zotheid. Op de Universiteit van Antwerpen werd namelijk een Eredoctoraat voor Algemene Verdiensten uitgereikt aan het fenomeen Stadsdichter, vertegenwoordigd door de drieëenheid Tom Lanoye, Ramsey Nasr en Bart Moeyaert.               

Dat is niet niks.  Dat is zelfs alles.  Je zult maar in een rijtje zitten met geleerden van wereldklasse die hun levenswerk hebben gemaakt van elementaire deeltjes en zelfs met een Nobelprijswinnaar. 

Ik heb gelachen met het dankwoord van stadsdichter nummer één, was ontroerd door de aandoenlijke woorden van Ramsey, maar de brief die Bart voorlas aan M. uit B. was me uit het hart gegrepen. Ik zou hem (de brief) wel eens willen lenen en fragmenten ervan voorlezen aan een aantal M.’s uit mijn eigen leven.  Want of we ons nu in cijfers of in de letters vastbijten, in de kinderboeken of in de grotemensenromans… het komt uiteindelijk altijd goed. Als we maar blijven geloven hebben dat er veel soorten goed zijn.  

Bart, nogmaals van harte. Ik ben plaatsvervangend trots. 

       

Dat is zelfs alles.   

DWERGENPAARTJE

donderdag 26 april

Er lopen nogal wat volwassenen rond die het als een gemis ervaren dat ze als kind niet of nooit werden voorgelezen, blijkt uit de vele mailtjes die ik na de blogs over dit onderwerp kreeg. Twee reacties wil ik u niet onthouden, omdat ze van mensen komen die niet in het gemis en het geëmmer daarover zijn blijven steken, maar die à la Polyanna een gouden randje rond hun wolk hebben gecreëerd.

De eerste is van Joke Guns, gedreven leespromotor en bedrijfsleider van kinderboekhandel Woeste Willem in Aalst. “Ook ik werd nooit voorgelezen,” schrijft ze, “wel zie ik mijn vader nog op de rand van mijn bed zitten, vertellend over een gekke kabouter. Over de belevenissen en achtergronden van die kabouter weet ik niets meer, maar de gezelligheid van die vertelmomenten zal me voor altijd bijblijven!”

De tweede is van Betty, die ik recentelijk op een lezing ontmoette.

“Voorlezen en zelf lezen, dat vonden mijn hardwerkende ouders tijdverlies. Als we lazen, was het stiekem. Desondanks ben ik een veellezer geworden. Nu is mijn negentigjarige moeder dement en ben ik degene die haar voorleest. Het zijn topmomenten, voor ons alletwee.  Soms zie ik lichtjes in haar ogen, soms valt ze in slaap van het monotone gezoem van mijn stem. Maar altijd met een glimlach op haar gezicht.

Bij het opruimen van haar huis vond ik vorig jaar een boekje, dat ze waarschijnlijk ooit met zegeltjes bij elkaar heeft gespaard. Het heet ‘Van het Tovervisje, een oud sprookje opnieuw verteld en berijmd’, uitgegeven door de Erven van de Weduwe J. Van Nelle n.v.. Van de koffie, jawel. Het is een variant op het sprookje van mannetje Timpetee, maar dan met het aroma van Van Nellekoffie op de achtergrond.  

Als ik het aan mijn moeder voorlees, zie ik een klein meisje in haar wakker worden en ben ik alle heftige ruzies die ik ooit met haar had, vergeten. Zo begint het boek:

In het land der blonde duinen

en niet heel ver van de zee

woonde eens een dwergenpaartje

en dat heette Piggelmee.

Soms luistert mijn kleindochter van zeven mee als ik bobonne voorlees. Zij beweert dat een dwergenpaartje een pony is!”