De valreep

Op de valreep nog een laatste berichtje vooraleer ik het blog doorgeef… Daarmee is ook mei zo goed als helemaal voorbij. Net als Man bijt hond… Morgen is het de laatste uitzending van dit seizoen. Daarna begint Zonnen en garnalen. Ook daar zal ik wel eens te zien zijn. Een seizoen lang filmde ik voor de rubriek Buitenbeeld in Man bijt hond allerlei plantjes en beestjes. Voornamelijk in m’n tuin. Voor het tweede seizoen op rij al. Heel plezant (plezierig voor de Nederlanders; daar gaan we weer) om te doen. De rubriek Buitenbeeld komt vermoedelijk niet meer terug. Vermoedelijk. Maar natuur misschien wel. We zijn ermee bezig…

O ja, ik ben jullie ook nog de uiteindelijke selectie van het oever-litenatuurtje schuldig. Na lang en wijs beraad werd door de klant uiteindelijk gekozen voor deze versie:

Op een oever
is het vaak druk.
Het is de overloop
tussen water en land.

Terwijl eenden
er ontschepen,
gaan meerkoeten
te water.

Akkoord? Het zal wel moeten, want het litenatuurtje is inmiddels in CorTenstaal uitgesneden en wordt als een Staaltje natuur binnenkort op het domein De Hoge Rielen in de Kempen neergezet. Samen met nog 14 andere litenatuurtjes. Als je daar per ongeluk of heel bewust van de zomer eens gaat wandelen, dan kom je mij dus geregeld tegen. Of alvast mijn gedachten.

Voor de rest wens ik jullie heel veel plezier met mijn opvolger hier, wie dit ook moge wezen. Ik heb er zelf geen flauw idee van en zal morgen met evenveel nieuwsgierigheid als jullie eens komen piepen. In alle stilte. Slaap wel en morgen gezond weer op!

Buiten-land

Ik zat een paar dagen in het buiten-land en kwam even niet meer aan bloggen toe. Nee, vergis u niet. Ik zat niet in Nederland, Frankrijk, Duitsland of zo. Ik zat in het echte buiten-land. Buiten dus. Voor natuurfotografen is deze periode van het jaar de beste periode. Het licht is meestal nog net niet te hard en het is niet snikheet, zoals het in de zomer wel eens kan zijn.

Soms vragen mensen mij of ik aan sport doe. Dan zeg ik meestal: ja, eigenlijk wel… Ik sleur mezelf met kilo’s materiaal door de natuur… Je moet er toch wel een beetje sportief voor zijn. Lenzen en statieven kunnen behoorlijk wegen. En met één lens kom je vaak niet toe. Bovendien ligt de natuur er soms ruw bij en moet je met al die kilo’s over allerlei obstakels. En dan heb ik het nog niet eens over de vele obstekels die je tegenkomt: obstakels die steken.

Maar ach, wat heeft het? Ik zou ook kunnen schrijven (echt waar): Maar ach, wat geeft het? Wel, het geeft heel veel. Je krijgt er heel veel voor terug. Schichtig kijkende reetjes bijvoorbeeld. Of de klank van de wielewaal ‘s morgens vroeg. Of een haas, dat prachtige, goddelijke dier met de zwarte punten aan het eind van zijn oren. Ja, het geeft heel veel, dus het heeft niets…

De onzin van de fout

Naar aanleiding van mijn vorige post, wil ik graag nog even het volgende kwijt over taal en de juistheid van taal.

Vroeger was ik iemand die alles zo correct mogelijk wilde hebben. Ik hield mij rigoureus aan de taalregels. Maar nu niet meer… Ik verklaar mij nader: regelmatig werd ik geconfronteerd met een soort van onbehagen. Omdat ik iets wat eigenlijk foutief was mooier of beter vond dan de juiste manier van schrijven. Ik heb daar heel lang over nagedacht en kwam tot volgend besluit: iets dat mooier is dan iets anders kan onmogelijk fout zijn. Zeker niet bij taal die je gebruikt om te beroeren. Dit zou immers absurd zijn. Want het is toch de bedoeling dat we met onze taal iets moois doen? De taal is slechts een hulpmiddel om onze gedachten zo goed en mooi mogelijk uit te drukken. En dus kan iets wat mooier is dan iets anders onmogelijk fout zijn. Integendeel: het correcte zou hier in feite fout zijn…

Sindsdien hanteer ik de taalregels eerder op een losse manier. Ik probeer nog steeds alles zo correct mogelijk neer te schrijven, maar laat m’n zinnen eerst nog door een filter van schoonheid gaan. Soms kan een zogezegde foutieve constructie ook veel beter, vaak genuanceerder uitdrukken wat je wilt zeggen. Een voorbeeld: ‘akkoord zijn’ is strikt taalkundig gezien niet correct. Het moet zijn ‘akkoord gaan’. Maar dat is toch niet helemaal hetzelfde? Er kan toch een belangrijk nuanceverschil zijn tussen ‘akkoord zijn’ en ‘akkoord gaan’? Wie ‘akkoord is’ kan het bijvoorbeeld al heel lang zijn. Er was geen discussie. Wie ‘akkoord gaat’ doet dat misschien nu, wijzigt eventueel zijn mening, dacht er vroeger anders over. Wie zegt ‘Ok, ik ben akkoord’ zegt voor mij iets anders dan wie zegt ‘Ok, ik ga akkoord’. Het kan in een bepaalde context een heel belangrijk nuanceverschil zijn. Waarom zouden we dan niet ‘ik ben akkoord’ mogen gebruiken als we daarmee veel correcter kunnen zeggen wat we precies bedoelen? Wie heeft het recht en de pretentie om te zeggen dat dit fout zou zijn? Dit is toch onzin? En de puristen: ‘Je moet maar zeggen dat je het eens bent.’ Ja hoor…

Nee, mijn besluit is simpel: de taal moet ons dienen, niet wij de taal…

Verjaren

Eindelijk nog eens een moment de tijd gevonden om te bloggen. Verlengde weekends kunnen je nogal opslorpen. Ze zijn niet echt wat ze beweren te zijn: verlengd. Dat is bedrieglijk. De dagen duren maar even lang als tijdens gewone weekends. Ik had het nogal druk. Met ditjes en datjes, met afwerken wat al een poosje was begonnen, met verjaren,…

Ja, ik weiger te zeggen en te schrijven: met jarig zijn. Ik hou meer van verjaren. Verjaren is veel mooier dan jarig zijn. Verjaren is intenser. Minder haast-je-gauw-een-feestje. Verjaren duurt langer. Ik weet niet wat die duffe taalpuristen hebben met onze taal. Ze willen ze waarschijnlijk dood. Indien ze konden, wezen ze onze taal met hun strenge wijsvinger van ver dood. Gelukkig ontsnappen dichters aan deze schoolmeesterij. Wij kunnen ons altijd beroepen op ‘dichterlijke vrijheid’. Wij zijn vrij! Verjaren dus! En niet jarig zijn of mijn verjaardag vieren. Driewerf neen. Verjaren is veel genuanceerder ook. Verjaren beschrijft eerder een proces en geen moment. Jarig zijn is eerder een beperkt moment van zijn. Verjaren doe je langzamer. Stukje bij beetje. Je geniet er meer van.

Nee, ik heb het niet uitgebreid gevierd. Ik ben eerder een stille verjaarder. We zijn op bezoek geweest bij een collega-illustrator: Johan Devrome. Lekker gegeten, mijn petekind geknuffeld en ervan genoten en gebabbeld tot een eind voorbij het verjaren. Echt verjaard dus…