open boek

Lezen wij nu als een open boek voor u?
Ik hoop het niet, dat we nog wat te vertellen hebben, volgende keer als we u weer tegen komen. Maar dat het eerlijk was is een groot compliment!

Doen huilen is makkelijker dan laten lachen wordt gezegd. En toch liever dat laatste.

In dit “open doekje” aan de letters van het klavier overgeleverd wegens techniciteiten.
Dat wat me het meest afschrikte. Niet die techniciteiten, wel de letters. Maar ze beten niet, alleen u beet zachtjes, gewoon om te laten weten dat u er was en bent. En dat geeft een enorme “boost”. Een dagboek bijhouden, ik was er nog nooit in geslaagd, maar het kon ook nog nooit zo gezellig zijn. Geen stiekem gedoe met een slotje in combinatie met een goeie verstopplaats.

Maar nu op naar een nieuw avontuur en u naar het uwe.

Veel liefs

Merel.

de laatste

Kijk eens aan: het laatste blogbericht. Ik houd me graag aan de “Zeven tips voor wie gelukkig wil worden zonder mij – Tip 6” van Bart in zijn Januariblog: “Bedank altijd”. Dat doe ik met veel plezier. Uw reacties, “live” of per mail, waren fijn, meelevend, kritisch, positief, aanmoedigend. Nooit gedacht dat we zo meegelezen (en meegeleefd) zouden worden. Driewerf bedankt daarvoor.

Wat heeft Meneer Cactus nu geleerd?

  • Dat er mensen zijn die mijn werk volgen, en meer nog: appreciëren! Word je daar ijdel van? Ik hoop van niet. Ik kan alleen maar zeggen dat het aanmoedigt. Niet onbelangrijk als je de ruimte vaak deelt met een tafel en een blad (en de pluchen aap op mijn cd-rek).
  • Dat velen dezelfde redenen tot blijdschap, verdriet en zorgen kennen. En dat het schoon is die te delen.
  • Dat er veel tijd kruipt in het bijhouden van een blog. Maar dat dat vooral plezant blijft als alles lekker compact in één maand kan. Voor mij dus geen eigen blog. Maar u mag me altijd mailen als u zich zorgen maakt.

Wat is er beter als afsluiter dan een portie flauwekul? Daar heb ik regelmatig nood aan; om te voorkomen dat ik mezelf niet te ernstig ga nemen. Monthy Python, Clement Peerens, The Fast Show, Big Train, Kijk eens op de doos; het kan maar helpen. Maar soms zorg ik ook zelf voor de flauwekul. Zo bijvoorbeeld één van mijn alter-ego’s: Benny B. Benny is een charmezanger met een tragisch verleden, waar ik u liefst de details van spaar. Feit is dat Benny steeds voor feest zorgt, met zijn diepgaande levensliederen.

Hier één van zijn vergeten parels: “Wereldvrede”.
(Voor u het nummer beluistert en geshockeerd wordt door de uitermate grove tekst, even toelichten van waar de inspiratie voor dit nummer kwam. Toen ik een 11-11-11-ophaling deed met de jeugdbeweging, ging ik langs bij een man die net zijn BMW – Cabriolet stond te wassen. Daarnaast stond de Mercedes Coupé te blinken en in de garage merkte ik een uitgebouwde Landrover op (het huis dat aan die garage hing was trouwens een kast van een villa). Toen ik de man vroeg om een milde bijdrage kreeg ik een preek van een half uur toegeslingerd. Om u een paar citaten van ’s mans tirade te geven: “Men steunt mij ook niet, dus waarom zou ik die mensen steunen?”, “Voor deze auto’s heb ik hard gewerkt, en dat kunnen die Afrikanen niet zeggen. Als ze wat zouden werken, zouden ze niet zo arm zijn”, en meer van dat leuks. Ik was geshockeerd. Dat was dus de rechtstreekse aanleiding tot dit nummer, zoveel jaren later. Ik hoop dat uw gevoel voor ironie u niet in de steek laat.
Ben ik gek? Minstens een beetje, maar is dat geen voorwaarde om illustrator te zijn?

Ik kan u enkel nog uitzwaaien met een tekening. Of wat had u gedacht?
Tot gauw, op een plaats, op een tijdstip, somewhere in the galaxy.

Gegroet!
Benjamin.

meisje zegt dag

leen is ziek

Ze laat nog even op zich wachten, Leen.
Spannend is dat, nog haast zo spannend als de eerste keer dat er een doos met stapel boeken bij de deur werd afgezet.

Misschien zien jullie haar eerder dan ik.

Ik laat het woord verder aan schrijfster Alja Verdonck, er kwam net een artikel online.
Leen is ziek

Leen is ziek

Merel.

mjoezik

Hé, verschieten: we zijn bijna aan het eind van deze blog. Maar het afscheid is voor morgen.

Laat ik iets vertellen over inspiratie. De dooddoener in een interview is de vraag “Van waar haal je je inspiratie?”. Steevast is er dan het dooddoener-antwoord: “De wereld rondom mij”. Tja, je kan het ook nooit zo specifiek benoemen.

Het gekke is dat inspiratie bij mij zelden uit de illustratie komt. Natuurlijk kijk ik goed rond, en kan ik het nooit laten even binnen te stappen als ik een boekhandel zie. Maar dan eerder om te zien hoe de collega’s het doen, of wat er zoal verschijnt. Zelden is een boek voor mij de aanleiding om zelf aan de slag te gaan. “Wat dan wel?”, hoor ik u denken. In de eerste plaats: muziek. Ik denk zelfs dat de muziek die uit mijn boxen schalt tijdens het tekenen, soms een directe invloed heeft op wat er op mijn blad verschijnt. Bij mij roept muziek meteen beelden op, vormen, kleuren, een sfeer, tenminste als ik erdoor geraakt word.

Tom Waits stelt me gerust. Vanuit de cd-speler fluistert hij me toe: “Welaan jongeman, doe jij je zin maar. Doe maar gek. Alleen jij kan bepalen wat je wilt en wat niet”. The Arcade Fire schopt me tegen mijn gat: “Vooruit! Je bent jong! Je weet wat je wil! Ga er dan voor!”. Beirut begint met mijn potlood te dansen en gooit alle tekendozen open: “Mix maar lekker door elkaar, er zijn geen grenzen op je blad, onverwachte mengelingen zijn het mooist”. The National zit bedachtzaam mee te kijken: “Wees geduldig. Het komt niet altijd meteen, maar het komt. Vertrouw daarop”. Thé Lau rookt een sigaret op de vensterbank, met zijn rauwe stem spreekt hij me toe: “Wat je ook doet, doe het eerlijk”. (Ik vraag hem zijn sigaret te doven, want in mijn huis wordt niet gerookt!).

Zo kan ik wel een eindje doorgaan. Het komt erop neer dat elke cd wel zijn gepast moment heeft. En misschien is dat met mijn tekeningen ook wel zo. Of dat is toch de ambitie.

Tot de laatste, tot morgen!
Benjamin.

birdies