Citatenquiz III

Geen medailles, geen geldprijzen, geen lauwerkransen – met deze quiz doe je mee voor de eer. En voor de leestips die je in één moeite door krijgt. Want wie de gezochte boeken nog niet las, moet dat zeker doen.

De opzet is simpel: uit welk jeugdboek komen onderstaand citaat en coverfragment? Na één week zetten we het juiste antwoord in de comments.

*

Het leek of de ochtend na de begrafenis minstens drie dagen duurde. Ik begreep: de vakantiemaand zou dit jaar langer zijn dan ooit.
’s Middags fietste ik naar de weilanden en de kaasstad en weer terug, daarna fietste ik nog eens naar de weilanden en de kaasstad en weer terug.
Het strand en de zee liet ik links liggen.

 

detail 3

Zweeds

In de rubriek Het Mini-Interview antwoorden auteurs en illustratoren op één enkele vraag.
Sylvia Vanden Heede werd onlangs, samen met Carll Cneut, door IBBY-Vlaanderen en de Vlaamse Illustratoren Club genomineerd voor de Astrid Lindgren Memorial Award. Sylvia antwoordt voor ons op de vraag: ‘Wat zijn je vroegste herinneringen aan Astrid Lindgren?’ 

*

Lang voor ik kon lezen en schrijven, drong Astrid Lindgren al mijn leven binnen. Ik had het niet in de gaten. Daarvoor was ik nog te klein. Ze kwam stiekem via de televisie, een robuust en somber meubel waar mijn vader later een poppenkast van heeft gemaakt. Voordat we konden beginnen kijken, klom mijn vader eerst naar de zolder om daar de antenne goed te zetten. Bij slecht weer zagen we sneeuw. Bij goed weer konden we drie zenders ontvangen. Op twee daarvan sprak men Frans. De derde zender was voor de kinderen. Daar werd een vrolijk en prettig taaltje gesproken dat mijn broer en ik zonder aarzelen overnamen. Wij werden Tjorven en Pelle, dronken uit een schoteltje in plaats van uit een kop, en probeerden tevergeefs de tafel op te tillen zoals dat op de televisie werd gedaan.
Ik leek trouwens wel wat op Tjorven, beweerde mijn vader. Ik was net zo rond en mollig. Maar ik had helaas geen hond, geen aanlegsteiger en geen boot.
Had ik maar echt Zweeds gesproken. Dan huppelde ik al zingend door de bloemenwei.
Dan was alles vast heel anders geweest.

Sylvia Vanden Heede

A hole is to dig

In 1952 werkte een jonge Amerikaanse illustrator van Pools-joodse achtergrond zich in de kijker op de Amerikaanse kinderboekenscene met de illustraties bij A hole is to dig van Ruth Krauss.
Het was niet zijn eerste opdracht: hij maakte eerder o.a. al prenten bij een educatief boekje in opdracht van de United Synagogue Commission on Jewish Education. Maar het was wel zijn grote doorbraak.
Achttien jaar later, in 1970, zou hij de eerste Amerikaanse winnaar van de Hans Christian Andersen Award zijn, en éénenvijftig jaar later, in 2003, deelde hij samen met Christine Nöstlinger de allereerste Astrid Lindgren Memorial Award.
U kent hem ongetwijfeld als de maker van Max en de Maximonsters, en als illustrator van de Kleine Beer-boeken van Else Holmelund Minarik: Maurice Sendak.
A hole is to dig werd nooit vertaald in het Nederlands, maar als eerste belangrijke wapenfeit van Sendak verdient het toch enige bekendheid.

Begin jaren vijftig werkte Sendak als etalagist in FAO Schwarz, de gigantische speelgoedwinkel in Manhattan. In die tijd had Schwarz ook een grote kinderboekenafdeling, waar Sendaks interesse voor kinderboekillustraties ontstond. De inkoper van de boekenafdeling bracht hem in contact met uitgeefster-monument Ursula Nordstrom, die hem op haar beurt ‘koppelde’ aan schrijfster Ruth Krauss.
De piepjonge, 23-jarige Sendak krijgt zo de opdracht om het nieuwe boek van de 51-jarige Krauss te illustreren. In een artikel uit Horn Book Magazine (1994) kijkt Sendak terug op die periode, en vertelt hij hoe Ruth Krauss en haar man Crockett (Dave) Johnson (in het Nederlandstalig gebied vooral bekend van Paultje en het paarse krijtje) hem onder hun hoede namen.
“I remember the porch table covered with a million (it seems) bits of Krauss words and thinkings, encircled by my little scratchy, dumpy doodles. Ruth and I would arrange and rearrange and paste and unpaste and Ruth would sing and Ruth would holler and I’d quail and sulk and Dave would referee.”

A first book of first definitionsEn het boek dat met gebrul van de ene partij en gemok van de andere partij tot stand komt is dus A hole is to dig: a first book of definitions. (Hier gedeeltelijk te bekijken).

Het zal uitgroeien tot een succes – ondanks of juist omwille van het feit dat dit boek een anomalie is op de Amerikaanse kinderboekenmarkt in de jaren vijftig.
Dit conceptboek, waarin elke plot ontbreekt, brengt een ode aan de kinderlijke verbeeldingskracht en hun creatief gebruik van taal. Ruth Krauss legde immers haar oor te luisteren bij jonge kinderen en verzamelde hun vaak sprankelende, ontroerend eenvoudige of bizarre definities:

Rugs are so you don’t get splinters in you.
A hat is to wear on a train.
Cats are so you can have kittens.

De definities laten zien hoe kinderen naar de wereld kijken – en vaak ook waaruit de wereld voor kinderen van meer dan 50 jaar geleden bestond.
Sendak charmeert met zijn sobere maar speelse tekeningen. Al maakt het boekje nu een erg klassieke indruk, toch werd dit boek als erg innovatief beschouwd. De keuze voor het in die tijd ongewoon kleine formaat (17 cm x 13,5 cm), en de aandacht voor de bladschikking, die –ook uitzonderlijk- in nauwe samenwerking tussen auteur en illustrator tot stand kwam, werd door recensenten opgepikt en gewaardeerd.
Ruim tien jaar voor het verschijnen van Where the wild things are, zijn Sendaks typerende arceringen in dit boek nog maar in embryonaal stadium aanwezig. Het contrast met de sfeer en stijl van In the Nightkitchen (In de nachtkeuken; in het Nederlands verschenen in 1981) is groot.
A hole is to dig staat aan het begin van Sendaks evolutie tot een belangrijk illustrator, maar het is vooral ook een koesterboek voor de kinderboekenliefhebber die van retro houdt.

(Eva Devos)

Meer lezen?

Ruth Krauss and me: a very special partnership / Maurice Sendak. – In: Horn Book Magazine 70(1994)3, p. 286-290
The art of Maurice Sendak / Selma G. Lanes. – The Bodley Head, 1980

[Beschikbaar in de bibliotheek van het Focuspunt Jeugdliteratuur.]

Mexico City, 1

Karen Coeman is afkomstig uit Kortrijk. Daar woont ze echter al lang niet meer: sinds een jaar of vijftien is ze actief in de internationale kinderboekenwereld. In de rubriek De Buitenlandse Correspondent vertelt ze wat haar bezighoudt.

*

Mexico City, 13 mei

Karen CoemanToen Stichting Lezen me enkele maanden terug vroeg of ik zin had om een stukje te schrijven voor deze blog, heb ik niet geaarzeld. Maar toen ik begon na te denken wat al dan niet boeiend is aan mijn werk, leek het me iets minder duidelijk waarover ik best kon schrijven. Na genoeg getreuzel en excuses zoals de influenza (en niet de Mexicaanse griep zoals enkel De Standaard en De Morgen het presteren om de internationale epidemie te benoemen), gecombineerd met een zwangerschap, lange werkuren, een overvloed aan te lezen teksten na de Bolognabeurs, eerst een introductie.

Na mijn studies in Leuven besloot ik vrienden te bezoeken in Minneapolis. Wat een vakantie van drie weken had moeten worden, werd een verblijf van twee jaar omdat ik er de kans had om aan de slag te gaan bij een educatieve uitgeverij. Na twee jaar Midwest besloot ik om te solliciteren in New York City, zonder te beseffen hoe klein de kans was om zonder contacten, en met ´eigenaardig´ Engels, werk te vinden in de kinderboekenwereld van NYC. Na enkele tegenslagen had ik het enorme geluk om bij Farrar Straus and Giroux te beginnen: er volgden zes prachtige jaren bij een uitgeverij die tijd en geld investeerde om prachtige boeken op de markt te brengen van talenten zoals Uri Shulevitz, Peter Sis of Louis Sachar. En dat in een schitterende stad. Maar toen de beruchte INS, de Amerikaanse immigratiedienst, de pret kwam bederven, wist ik dat het Amerikaanse avontuur voorbij was en dat het leven me terug naar Europa bracht. Het leven beslist, geeft je een duwtje, en dan verandert alles opnieuw. Ik werkte gedurende twee jaar bij Walker Books in London. Na NYC leek die stad me een stuk ontoegankelijker en in de plaats van een nieuw sociaal leven te beginnen in de pub, had ik plots een belangrijke reden om London dan toch te verlaten: een schitterende Mexicaanse vriend.

Na tien jaar werken bij bekende uitgeverijen, kwam ik in Mexico City, een van de grootste steden ter wereld, aan. Zonder een grondige kennis Spaans, en voor het eerst, zonder werk. Maar na een jaar kreeg ik een job aangeboden bij Ediciones Castillo, een educatieve uitgeverij, toen net verkocht aan Macmillan.
Of ik zin had om met een Spaanstalig kinderfonds te beginnen? Of ik tijdens het eerste half jaar 15 kinderboeken kon uitgeven? Of ik tevreden was met 5 dagen vakantie? Na wat onderhandelen begon ik in augustus 2005 te werken aan een fonds met ondertussen 250 titels: prentenboeken, verhalen voor eerste lezers, adolescentenliteratuur, maar ook non-fictie, originele en vertaalde boeken. Tot op vandaag is het een boeiende en stimulerende job.

Een nieuw fonds opzetten was om vele redenen een grote uitdaging. Ik had reeds tien jaar ervaring in de kinderboekenwereld, maar niet als uitgever of redacteur: zowel bij FSG als Walker werkte ik op internationale rechten. Maar belangrijker was het feit dat ik als nieuwe uitgever een fonds moest opbouwen in een mij onbekende markt: een erg jonge kinderboekenmarkt, met veel mogelijkheden maar ook de nodige beperkingen: Mexico telt meer dan 100 miljoen inwoners, maar het land kent minder dan 1000 boekhandels. En uitgeverijen halen hun belangrijkste omzet door hun rechtstreekse verkoop aan scholen.

(wordt vervolgd)

Karen Coeman

Boto

In de maandelijkse rubriek In de vitrine tipt een boekhandelaar een opmerkelijk boek uit de nieuwe oogst. Deze maand de keuze van Mik Ghys van Fnac Antwerpen.

*

de keuze van mikIk heb een boontje voor de tekeningen van Jan Bosschaert. En een boontje voor de verhalen van Marita de Sterck. In Boto hebben deze 2 talenten elkaar gevonden, ze creëerden samen een prachtig lees-en kijkboek over de liefde in het Amazonewoud.
Marita de Sterck verzamelde als antropologe verschillende versies van het Boto-verhaal, waarin een roze dolfijn de ultieme verleidersrol heeft. Ze maakte een persoonlijke bewerking van deze orale versies, die sfeervol in beeld gebracht werd door Jan Bosschaert. Het verhaal doet je dromen over verre streken, over liefde en verleiding. De illustraties geven het verhaal poëzie en diepgang. Heel het boek ademt verleiding uit, door de niets verhullende en toch mysterieuze illustraties. Je kan je heel even ver weg voelen, ondergedompeld in de verleiding van het Amazonewoud.
Dit initiatieverhaal moet jonge meisjes waarschuwen voor de gevaren en de verleidingen van het leven. Maar daarnaast is het ook een belofte van liefde. Vooral dat voel je doorheen dit boek. Een ware ode aan de liefde.

 

Boto: een liefdesverhaal uit het Amazonewoud / Marita de Sterck en Jan Bosschaert (ill.) (Van Halewyck, 2009)