Citatenquiz V

Geen medailles, geen geldprijzen, geen lauwerkransen – met deze quiz doe je mee voor de eer. En voor de leestips die je in één moeite door krijgt. Want wie de gezochte boeken nog niet las, moet dat zeker doen.

De opzet is simpel: uit welk jeugdboek komen onderstaand citaat en coverfragment? Na één week zetten we het juiste antwoord in de comments.

*

Ik trok mijn schoenen uit en gooide me op mijn bed. Het was een beetje over halftien en ik was net terug van de keuken. Mijn armen waren loodzwaar. Ik staarde naar de muur. Wandluizen marcheerden in colonnes over mijn bordjes met ‘wall’ en ‘wallpaper’ die ik daar had opgehangen.

 

detail 5

Je moet dansen op mijn graf

Een zonnige vrijdag. Een vriend en ik eten een ijsje, kletsen bij en blikken terug. Op de boeken die we met ons meedragen bijvoorbeeld. Aidan Chambers’ Je moet dansen op mijn graf (Querido, 1985), het verhaal van Hal en zijn zeven zinderende weken met Barry, is er zo een.

de cover uit 1985Hij koestert het boek vooral vanwege de inhoud die houvast en herkenning bood. Hal en Barry’s relatie is gecompliceerd, dat wel, maar niet omdat ze twee jongens zijn. Driewerf hoera! Hal noch Barry moeten door een tranendal heen om zichzelf te accepteren en ze koesteren niet de stiekeme hoop dat het ‘allemaal wel zal overwaaien’. Je krijgt wel een mooi liefdesverhaal – met alle pijn die erbij hoort – met erotisch getinte scènes en van tijd tot tijd een mooi mannenlijf. Een hele opluchting wanneer je 15 bent en je ouders kwijt wil dat je op jongens valt, zo vond hij.

Chambers’ aanpak is verfrissend. In 1985, wanneer het boek in Nederlandse vertaling verschijnt, zijn de recensies unaniem. Zo schrijft Rindert Kromhout in de Volkskrant:
“Geen problemen met homoseksualiteit, geen gezeur over ‘anders zijn’, geen hoofdpersonen die aan het slot van het verhaal toch ineens hetero blijken, nee, gewoon een romance tussen twee mensen.”

De Engelstalige critici zijn het daarmee eens. Greenway (2006:35) citeert een recensie uit Horn Book:
“A major strenght of the book, the central conflict hinges not on the lovers being gay, but on their having two idiosyncratic and contradictory personalities.”
Terwijl Barry speels, spontaan, wild en intuïtief is, is Hal bedachtzaam, ernstig en voorzichtig. Zijn liefde voor Barry is allesoverheersend, obsessief bijna, wat Barry na een tijdje stierlijk gaat vervelen. Barry gaat vreemd met een andere jongen, later ook met een meisje, Kari. Dat laatste beschouwt Hal als hoogverraad. In de fikse ruzie die erop volgt, stuift Hal weg. Wanneer Barry hem achterna komt op zijn motor, verongelukt hij. En dat betekent dat Hal een eerdere belofte moet nakomen: dansen op Barry’s graf.

de cover uit 1998Ook mij sprak Je moet dansen op mijn graf ongetwijfeld aan vanwege de inhoud, de hartverscheurende romance. Maar de boeken van Chambers zullen me vooral bij blijven als een opstap naar volwassen literatuur, een kennismaking met een bijzondere vormgeving en vertelstructuur, met bevreemdende thema’s en met verrassend taalgebruik dat veel van jonge lezers verwacht. Precies wat de auteur zelf in gedachten had:
“I refuse to sell young people short by compromising on language or subject matter.” (Greenway, 2006:vii)

Ik was 13, stilaan Horowitz ontgroeid, en op zoek naar iets nieuws. De kennismaking met Je moet dansen op mijn graf verliep nochtans niet vlekkeloos. Ook niet bij de andere delen uit de zogeheten Dance Sequence die ik las: Verleden week, Nu weet ik het en De tolbrug.
Nik uit Nu weet ik het die zichzelf kruisigt, vond ik naast belezen en fascinerend, vooral een rare loner bijvoorbeeld. Maar bij elk boek lag wel een goed, intrigerend verhaal aan de basis. Voldoende om ze te herlezen als 16-, 17-jarige en finaal verkocht te raken. Chambers werd de eerste auteur van wie ik met mijn zakgeld álle boeken kocht om ze te ‘hebben’.

13 bleek voor mij te jong om de ‘actieve lezer’ te zijn die Aidan Chambers voor ogen had bij zijn literaire adolescentenromans. Later ga ik net genieten van die experimenten met taal en vertelvorm: “How the story is told is the story” vat Greenway gevat samen (2006:45). Dat dat van belang is in dit boek wordt meteen verraden in de ondertitel: Een leven en een dood, in vier delen, honderdzeventien stukjes, zes doorlopende verslagen en twee krantenknipsels, met een paar grappen, een stuk of drie puzzels, wat voetnoten en af en toe een ramp om het verhaal te laten lopen.

de cover uit 2007Hal vertelt zijn verhaal in korte hoofdstukjes en richt zich tot een maatschappelijk werkster die zijn ‘geval’ – grafschennis om onverklaarbare redenen – moet behandelen. Haar rapporten worden tussen Hals verhaal verweven. De onmogelijkheid om het gebeurde in woorden te vatten, frustreert Hal mateloos: “De woorden deugen niet. ZE DEUGEN GEWOON NIET. Ze zeggen niet wat ik wil dat ze zeggen” (1985:155).

Die ontoereikendheid van taal om herinneringen opnieuw te beleven, loopt als een rode draad door de roman: “As Chambers points out, the entire book is about memory and the shifting effects of memory – what Hal was feeling then and what he is feeling now.” (Greenway, 2006:43). Daarom introduceert Chambers het replay-procédé. Cruciale scènes in het boek worden twee keer verteld: een uitgebreide versie waarbij de feiten worden beschreven alsof je toeschouwer bent, onmiddellijk gevolgd door een korte versie, een herhaling, met Hals commentaar op de feiten.

Met o.m. het replay-procédé, de bewuste wissel in vertelperspectief, de talloze expliciete en impliciete verwijzingen naar Shakespeare, W.H. Auden, Kurt Vonnegut, het open einde – “Hoe kan dit het einde zijn, als ik zelf nog niet eens weet hoe het eindigt?” – verschuift Chambers het accent van de plot naar de vorm van het verhaal. Met Je moet dansen op mijn graf leerde ik daar aandacht voor te hebben. En het te appreciëren.

(Fieke Van der Gucht)

Je moet dansen op mijn graf / Aidan Chambers
Querido, 1985

Meer lezen?
Aidan Chambers: master literary choreographer / Betty Greenway. – Scarecrow Press, 2006
“Met vallen en opstaan volwassen worden – Over de Dance Sequence van Aidan Chambers” / Eefje Buenen. – In: Literatuur zonder leeftijd, (2008), afl. 76, pag. 65-98
“Taboe op homoseksualiteit doorbroken in knap verhaal” / Rindert Kromhout. – In: De Volkskrant, 13.08.1985

[Dit, en meer, is te vinden in de bibliotheek van het Focuspunt Jeugdliteratuur.]

Do van Ranst

Auteur Do van Ranst, die onder andere Moeders zijn gevaarlijk met messen (Davidsfonds/Infodok, 2008) schreef, neemt ons mee naar zijn werkplek.

*

de schrijftafel

Dit is mijn werktafel. Die staat in het salon zodat ik bij mijn huisgenoten kan zijn. Is nog zo gezellig. Achter de kattentongen staat mijn pc’tje opgesteld. De tafel is erg netjes omdat mijn werkplek ook vaak elders is: een leuk café bij een goed glas wijn, bijvoorbeeld. Ik werk het beste met mensen in de buurt en wat rumoer en op de achtergrond liefst jazzmuziek. De stilte van thuis leidt me eerder af dan dat het me inspireert.

 

de boekenkast

Als ik dan toch thuis aan het werk ben, heb ik graag mijn boekenkast in het vizier. Een boekenkast in huis is zo gezellig en het inspireert me mateloos. Als ik eens geen zin heb om te werken, ga ik met een schuin hoofd langs de ruggen en word ik gezond jaloers van de boeken die ik had willen schrijven. En hup, ik heb weer zin in zinnen maken.

 

muziek

Nu en dan verplaats ik mijn werkplek wel. Dan heb ik zin om dicht bij mijn cd’s te werken. Muziek inspireert me mateloos! Over mijn schouder kijkt Joni Mitchell toe.

 

toilet

Het leuke aan schrijven is wel dat je het echt overal kan…

De ongelooflijk bijzondere boekeneter

In de maandelijkse rubriek In de vitrine tipt een boekhandelaar een opmerkelijk boek uit de nieuwe oogst. Deze maand de keuze van Ellen Depoortere van De Kleine Johannes in Leuven.

*

de ongelooflijk bijzondere boekeneterEen boek met de titel De ongelooflijk bijzondere boekeneter trekt natuurlijk automatisch de aandacht van een boekverslaafde boekenverkoper. Harry is een jongetje dat per toeval ontdekt dat woorden heerlijk kunnen smaken. Uiteraard wordt hij ook slimmer naarmate hij meer boeken verslindt.

Na een boekenindigestie (is dit mogelijk?) komt hij gelukkig tot een belangrijke ontdekking. “Toen, na een poosje, nogal per ongeluk, pakte Harry een half opgegeten boek van de grond. Maar in plaats van het in zijn mond te stoppen… sloeg hij het open… en begon te lezen.”
Jeffers gebruikte als achtergrond oude kranten, pagina’s uit boeken en lijntjesschriften, waardoor het collage-effect doorheen heel het boek sterk benadrukt wordt. De vormgeving, met de hap in de achterflap, en de grappige expressieve prenten geven aan dat dit pareltje in een goedgevulde boekenkast thuis hoort.

De ongelooflijk bijzondere boekeneter / Oliver Jeffers (Pimento, 2009)