Zonnige groeten uit Utrecht

In de nieuwe rubriek Groeten uit… brengen we verslag uit van feestelijke of bijzondere gebeurtenissen in binnen- en buitenland.

*

Afgelopen dinsdag organiseerde IBBY-Vlaanderen een bezoek aan het dick bruna huis in Utrecht. Een huis met kleine letters, want zo wil bruna het. Samen met enkele Vlaamse illustratoren, andere geïnteresseerden, vrienden uit het bestuur van IBBY-Nederland en een klein groepje kleuters bezocht ik het mooie en uiterst verzorgde museum dat aan bruna’s werk gewijd is. Nijntje is daar natuurlijk alomtegenwoordig. Er is nijntje-stucwerk te zien boven de deuren, vitrinekasten hebben oogjes en een konijnenmondje.

Een hele kamer is van boven tot onder behangen met nijntjesboeken. Daar valt heel duidelijk op hoe trouw bruna blijft aan zijn typische strakke vormgeving en  kleurenpalet. Paars kan niet, geel, blauw en rood wel. Oranje kan soms, maar niet altijd. Waar ook ter wereld, de boekjes zijn altijd 15,5 x 15,5 cm: zo passen ze het beste in kinderhanden.

 

bruna1

 

En heel mooi: het hele museum is op maat van kinderhanden: ze kunnen overal bij, op en onder. Een miniatuur speelhuis, overal speelse drukknoppen, computers met beeldfragmenten… zelfs onder de vitrinekasten vallen er  dingen te ontdekken. Speels en vernuftig, net als bruna’s werk.

 

bruna2

 

Op het eerste gezicht zien bruna’s illustraties er bedrieglijk eenvoudig uit. Maar: ze zijn het resultaat van een lange zoektocht. Pas met het absolute minimum aan lijnen (altijd in zwarte plakkaatverf) en een uitgekiende kleurcombinatie (vroeger met gekleurde plakkaatverf, nu met uitgeknipte stukken papier) stelt bruna zich tevreden. Aan één boek gaan wel honderden schetsen vooraf.

Het bruna huis toont duidelijk aan dat die zorgvuldige zoektocht naar een uitgepuurde, begrijpelijke en aantrekkelijke vorm ook aan de grondslag ligt van zijn boekomslagen, affiches en ander werk. Heel knap in die context zijn de ontwerpen voor de Zwarte Beertjes-serie.

 

bruna3

 

Speciaal voor de gelegenheid kwam ook Truusje Vrooland-Lob langs. Zij is kinderboekenspecialiste én voorzitter van IBBY-Nederland. Ze schetste een mooi beeld van een kinderboekenmaker die steeds trouw blijft aan zijn eigen basisprincipes: eenvoud, herkenbaarheid, veiligheid, warmte en een positief gevoel.  Een beeld van één van de meest succesvolle illustratoren die – ondanks zijn jarenlange succes – nog steeds onzeker is en de grootste bewondering heeft voor juffen die in geen tijd een perfect nijntje op het schoolbord zetten. Een beeld van een bijzondere kunstenaar die –in navolging van Annie M.G. Schmidt – geen 8, maar altijd 4 gebleven is.

 

bruna4

 

(Sofie Dewulf)

Voorbeeldige helden

In 1963, 18 jaar na Pippi Langkous, verscheen het eerste van drie boeken over Michiel van de Hazelhoeve. Is Michiel een doorslagje van Pippi Langkous maar dan in een mannelijke versie? Qua temperament zouden ze in ieder geval broer en zus kunnen zijn. Anders dan Pippi Langkous beschikt Michiel niet meteen over bovennatuurlijke krachten en een onuitputtelijke voorraad goudstukken. Michiel opereert bovendien in een wereld waar ouders wel degelijk straffen uitdelen. Precies om die redenen heb ik altijd meer sympathie gehad voor Michiel. Bij Pippi, hoe geestig en inventief ook, voel je als jonge lezer ergens aan dat haar avonturen een vertaling zijn van de wensdroom: “kinderen aan de macht!”. Bij Michiel zou het allemaal echt gebeurd kunnen zijn. De samenzweerderige manier waarop de verteller je aanspreekt en het nauwkeurige relaas van de feiten, met precieze data van Michiels streken, dragen daar zeker toe bij.

In het Zweeds heet Michiel eigenlijk Emil. Over het vertalen van kinder- en jeugdliteratuur zijn heel wat boeken en artikels geschreven en we ontdekten al snel hoe Emil bij ons Michiel werd. Emil werd door een Duitse vertaler omgedoopt in Michel omdat er al een Emil was in de Duitse jeugdliteratuur: de jonge detective Emil van Erich Kästner. De Nederlandse vertaler volgde het Duitse voorbeeld en veranderde Michel in Michiel. Dat rijmde op zijn minst met het origineel.

Wist u trouwens dat Pippi Langkous in het Frans geen paard maar een pony boven haar hoofd heft? Toen Astrid Lindgren de Franse uitgever daarover om meer uitleg vroeg, kreeg ze als antwoord dat “misschien kleine – tussen de regels door was te lezen dat men bedoelde domme – Zweedse kinderen ervan overtuigd konden worden dat Pippi sterk genoeg was om een heel paard op te tillen. Maar Franse kinderen, die net een wereldoorlog hadden meegemaakt, waren veel te realistisch om zoiets te slikken.” (1980, Stolt en Klingberg)

In het inleidende hoofdstuk van het eerste boek Michiel zet alles op zijn kop wordt Michiel achtereenvolgens een “wildebras”, een “belhamel” en een “vlerk” genoemd. Een schelm dus, die, in de meest literaire traditie, een aaneenschakeling van burleske avonturen beleeft. Hij is bijzonder gehecht aan zijn pet, zijn moeder draagt hem op handen en met al zijn kattenkwaad drijft hij zijn vader haast tot waanzin. In Amerika hebben ze Emil vertaald als Bart Simpson.

emil1 bartsimson1

In verschillende interviews bekent Astrid Lindgren dat Michiel van al haar personages het dichtst bij haarzelf staat. Dat Astrid Lindgrens derde naam Emilia is (en niet Michella), lijkt die verwantschap te onderstrepen. Zijn het Michiels onwil om zich te laten fnuiken door bestaande regels, zijn onweerstaanbare nieuwsgierigheid om nieuwe dingen uit te proberen of zijn onwrikbaar rechtvaardigheidsgevoel die hem zo geliefd maken bij zijn uitvinder en het grote publiek? Vivi Edström verwoordt Michiels aantrekkingskracht als volgt: “The child is presented as the innocent, wise human being who conquers greedy, short-sighted, socially vain adults.” En dat strekt tot voorbeeld. Nog steeds.

(Rune Buerman)

Meer lezen?
Astrid Lindgren, a critical study, V. Edström, 2000
“Het vertalen van kinderboeken” in Buiten het boekje 20, B. Stolt en G. Klingberg, 1980

Jan de Leeuw over boekdaten

In de rubriek Het Mini-Interview antwoorden auteurs en illustratoren op één enkele vraag. Wij vroegen Jan de Leeuw, auteur van o.a. Bevroren kamers (Davidsfonds/Infodok, 2009): Welk personage wil je wel eens ontmoeten?

*

jan de leeuwHet leek me eerst nog niet eens zo’n vreemde vraag… Als kind wenste ik niet liever dan dat Suske en (vooral) Wiske uit een van hun albums kropen om mijn leven op te vrolijken. Ik vroeg me niet af hoe ik het plotse verschijnen van twee weeskinderen in gedateerde kleren aan mijn ouders zou verklaren. S&W zouden me meenemen op avontuur en daarmee was de kous af.
Nu ik volwassen ben en het leven door een wazige spiegel van bezadigdheid bekijk, ben ik minder happig om fictieve personages van tussen de pagina’s het ware leven in te sleuren. Natuurlijk wil ik sommige wezens voor één keer met eigen ogen aanschouwen: de dieptragische Ludwig von Sacher, aristocraat en Duitse herdershond, Galadriel in al haar glorie of Aladdins Djinn. Hoewel kijken op zich al gevaarlijk kan zijn. Zou ik aan de verleiding kunnen weerstaan om She-who-must-be-obeyed op te roepen, een vrouw zo mooi dat ze noodgedwongen gesluierd rondloopt in haar verborgen rijk? Zou ik mezelf kunnen bedwingen en niet Medusa of Viy oproepen, Mefistofeles of, waarom niet, God zelf; de hoofdfiguur van een dik en gevaarlijk boek en met wie ik nog een appeltje (van welke boom dan ook) te schillen heb?
Ik ken mezelf. Ik zou het gevaar van plotse verstening of erger vermijden en de meer beschaafde individuen uit de wereldliteratuur uitnodigen. Een onthutste doch beleefde Jane Austen heldin kun je al een stuk makkelijker aan tafel laten aanschuiven dan een of ander Dostojevski-figuur, stinkend naar wodka en zelfmedelijden. Maar wat dan? Wat moet je met die helden als ze plots in je woonkamer staan te blinken? Wat zeg je tegen Beatrijs, Njal, La Cousine Bette, Lucia & Mapp, Oblomov, Tsjitsjikov, Madame de Merteuil, Lady Eustace, of Orlando?
Ze zullen zich ook afvragen waar ze plots beland zijn. En waarom. En de enige eerlijke reden die je hen kan geven, met het schaamrood op de wangen, is dat je hen even wou zien, even wou ontmoeten, omdat je een fan bent en hoopt op een lok van hun haar of een gevleugeld woord. Nee, voor dat soort onbenulligheden hoef ik hen niet over te hevelen naar mijn tijd en ruimte. Ze zijn goed waar ze zijn, in hun natuurlijke biotoop.
Veel liever zou ik de rollen omdraaien en even een kijkje in hun wereld nemen. Het mag onopvallend zijn. Ik wil geen hoofdrol in hun boek, niet eens een bijrol; een vluchtig figurant wil ik zijn, of beter nog, een klein vogeltje dat op hun schouder zit en ziet wat zij zien, hoort wat zij horen. Helemaal tevreden zou ik zijn indien ik me als een lintworm door hun hersens kon kronkelen en inzicht kreeg in hun gedachtegang of me als een zeepok aan de rand van hun hart kon zuigen en meevoel wat hen overkomt. Een niet tastbaar wezen wil ik zijn, dat hun leven mee leeft, maar uiteindelijk buiten schot blijft. Is er zo’n fantastisch wezen? Lezer?

Citatenquiz VI

Geen medailles, geen geldprijzen, geen lauwerkransen – met deze quiz doe je mee voor de eer. En voor de leestips die je in één moeite door krijgt. Want wie de gezochte boeken nog niet las, moet dat zeker doen.

De opzet is simpel: uit welk jeugdboek komen onderstaand citaat en coverfragment? Na één week zetten we het juiste antwoord in de comments.

*

Er groeiden zoveel bosaardbeitjes als ik nog nooit van mijn leven heb gezien. We spraken af dat we nooit en nooit en nooit aan de jongens of aan iemand anders van dit plekje zouden vertellen. We plukten de bosaardbeitjes en regen ze op dunne rietstengels. We hadden dertien stengels vol.

‘s Avonds aten we ze op met suiker en room. Lasse, Bosse en Olle mochten ook allemaal een paar proeven, maar toen ze wilden weten waar we ze hadden geplukt zeiden we:

“Dat vertellen we jullie nooit, want het is een geheim.”

detail 6

Orange Pear Apple Bear

In de rubriek Gespot signaleren we u mooie of opvallende boeken uit het buitenland. (Nog) niet verkrijgbaar in het Nederlands…

*

Geen bezoek aan Oxford zonder een boekenstop in Waterstone’s aan Broad Street. Een prachtig hoekpand met warme chocolademelk en ander zoets op de derde verdieping. De kinder- en jeugdboeken zitten weggestopt in de kelder. Ter compensatie schreeuwt de Britse kindercollectie met veel roze en glitter om aandacht.

cover gravettMaar niet alles wat goud is glittert. Ik ontdekte er Emily Gravetts Orange Pear Apple Bear.

Een stevig vierkanten kartonboekje voor baby’s dat in al zijn geniale eenvoud bewijst dat je met minder veel meer kan. Met vier woorden om precies te zijn: orange, pear, apple en bear. En met sobere, maar sprekende, levendige tekeningen tegen een witte achtergrond: stevige schetsen in koolpotlood, met waterverf ingekleurd.

Orange Pear Apple Bear begint als een simpel aanwijsprentenboek – met grote tekeningen van een sinaasappel, een peer, een appel en een bruine beer. En dan gaat Gravett de woorden met elkaar combineren. De tekeningen volgen naadloos. Het begint eenvoudig met Apple, pear op de ene pagina en een Orange bear op de andere pagina:

gravett prent 1

Maar de combinaties worden steeds verrassender. Wat dacht je van een Orange pear, ‘een oranje peer’, geflankeerd door een Apple bear, ‘een appelbeer’, een beer in de roodgroene kleur van de appel met geweldig ronde billen?

gravett prent 2

Het Engels is lenig en leent zich uitstekend voor dit soort gegoochel. Niet alleen rijmen pear en bear, het is ook handig meegenomen dat orange zowel ‘oranje’ als ‘sinaasappel’ betekent. Van die laatste dubbelzinnigheid maakt Gravett natuurlijk dankbaar gebruik. Die soepelheid heeft het Nederlands niet. Een vertaling zit er dus wellicht niet in.

De Fransen hebben zich wel aan een vertaling gewaagd, ontdekte ik onlangs. Orange Pomme Poire heet het boek daar. Het Frans deelt natuurlijk de orange-dubbelzinnigheid met het Engels. En dat poire en ours niet rijmen, heeft de vertaler ingenieus opgelost. De Franse beer kreeg een naam die wél rijmt: Grégoire.

Orange Pear Apple Bear
Emily Gravett
Macmillan Children’s Books, 2006

Orange Pomme Poire
Emily Gravett
Kaleidoscope, 2009

(Fieke Van der Gucht)