Marita de Sterck over haar favoriete gedicht

In de rubriek Het Mini-Interview antwoorden auteurs en illustratoren op één enkele vraag.
Naar aanleiding van gedichtendag vroegen we Marita de Sterck naar haar favoriete gedicht.

*
De kunst van het dragen

Dat het de kunst is goed te dragen, een ritme te vinden samen balans te bewaren…
Op een bloedhete zomerdag in 2008 weerklonken deze woorden bij de ingang van de kerk van Watou. Traag en melodieus, over en over.
Ik was niet de enige die daar heel erg lang is blijven staan, op dat luistereilandje onder die toren, met zicht op de verweerde grafstenen.
De klanken riepen niet alleen de troost van dragen en wiegen op, het gedicht zelf omsloot en wiegde, op oermoederlijke wijze.
Met een gechargeerd, sentimenteel gedicht had die plaatsing nabij kerk en graven averechts gewerkt. Nu zag je de dragers met hun kist komen, kon je hun stappen horen, het wiegen voelen, werden alle zintuigen tot op het bot beroerd.

Ik had dit gedicht van Hester Knibbe al eens in alle stilte, op papier ontmoet, in haar dichtbundel: ‘De buigzaamheid van steen’. Maar nooit eerder was ik er zo heftig door geraakt.
Ook op blad oogt het gedicht breekbaar tastend, ook op blad snijdt die precieze eenvoud in je ziel, maar ik blijf Gwij Mandelinck mijn leven lang dankbaar dat ik het tijdens die poëziezomer daar bij kerk en graven ook auditief mocht consumeren, niet met podiumgedonder, maar in een passend lauwe luwte.

Ik blijf een fan van Knibbes bundels die alleen al met hun titels een mens verleiden: Een hemd van vlees; Een bittere navel; Een dunne duurzaamheid; Verstoorde grond; Bedrieglijke dagen
Zoekend naar woorden van troost bij verlies, val ik vaak terug op De kunst van het dragen, ik heb het al vele keren overgeschreven op rouwkaarten. Ik zal niet de enige zijn.
En precies een maand voor deze gedichtendag, heb ik dit gedicht zelf voorgelezen, bij mijn moeders kist, in een kouwe luwte.
De kerk was vol, mijn moeders laatste wens vervuld: ‘Kind, laat schone woorden klinken.’
Op dat moment waren er voor mij geen schonere woorden dan Knibbes weefsel dat omsluit en wiegt, dat uitdrukt wat goeie poëzie vermag, dat weergeeft wat misschien wel de kern van dichten is: de kunst van het dragen.

De kunst van het dragen

We waren op tijd voor de intocht.
Muziek droeg de stoet en we hoorden
wat muziek doet met een nauwe straat
en een hart dat te ruim zit. Acht

droegen zijn beeld op een baar. Dat het de kunst is
goed te dragen, een ritme te vinden samen balans
te bewaren zagen we daar. Het moet een soort
wiegen zijn dat de angst voor het laatste

verdrijft. In beweging blijven
desnoods pas op de plaats.

Hester Knibbe: De buigzaamheid van steen (De Arbeiderspers, 2005)
Ook opgenomen in: Oogsteen, een keuze uit de gedichten van 1928 tot en met 2008 (De Arbeiderspers, 2009).

Olfie Obermeier

olfieMijn ex-lieven hebben alvast één ding gemeen: ze lazen (en lezen) gretig. We deelden vaak veel, soms weinig, maar altijd deelden we boeken. Op de boekenplank bij mijn Eerste Grote Liefde stond een jeugdherinnering die mij ook dierbaar was: Olfie Obermeier van Christine Nöstlinger. Het boek verscheen in  1984, het jaar waarin Nöstlinger de Hans Christian Andersenprijs kreeg.
Net als bij Olfie ontbrak bij de Eerste Grote Liefde elk spoor van een vader. Sterke vrouwen vulden de ‘leegte’ – zo die er al was. Dat schepte een band met het hoofdpersonage. Aan identiteitscrisissen deed mijn ex niet, maar dat Olfie zijn Oedipuscomplex klein kreeg met een boel humor kon in elk geval geen kwaad.

Ook Olfie wordt opgevoed door een “zevenstemmig klaagkoor” – zijn moeder, grootmoeder, drie tantes en twee zussen. Daar staat hij verder niet bij stil. Tot hij in een psychologietijdschrift leest dat kinderen die uitsluitend door vrouwen worden opgevoed een opmerkelijke lager IQ hebben dan kinderen die mannelijke opvoeders in de buurt hebben. Als hij alarm slaat, kan dat de vrouwen in huis dat maar matig boeien. Als antwoord vindt hij een briefje van zijn moeder:

Als smoes voor je tekortkomingen op school kan je ons niet zo’n leugenpraatje verkopen. Er zijn een heleboel kinderen met gescheiden ouders en bijna al die kinderen worden uitsluitend door hun moeder respectievelijk grootmoeder opgevoed, omdat hun vader zich geen bliksem van hen aantrekt. Maar voor 99,9% hebben die kinderen op school meer resultaat dan jij. (p. 20)

De moeder van Olfie, een bewust ongehuwde moeder en advocate, is het levende bewijs van Nöstlingers non-conformistische houding. Dat onderstreept Rita Ghesquiere ook in het Lexicon Jeugdliteratuur 39:

Door middel van humoristische uitvergrotingen en groteske omkeringen van rollenpatronen plaatst Christine Nöstlinger vraagtekens bij de bestaande normen en biedt ze alternatieve zienswijzen aan. (p. 2)

Als zijn vriend Axel Olfie vertelt over het Oedipuscomplex, zakt Olfie weg in een identiteitscrisis. En die crisis raakt alleen opgelost door zijn vader te zoeken, besluit Olfie. Het boek vertelt over die zoektocht. Peter van den Hoven spreekt in Grensverkeer daarom van een “initiatieroman”: “verhalen over jongeren die de moeilijke weg afleggen tussen de ene en de andere levensfase”. Die overgang vindt “schoksgewijs” plaats en gaat gepaard met “heftige gemoedsbewegingen” (p. 54). Inge Wild gaat een stapje verder als ze het thema van Olfie Obermeier samenvat:

Problematische Aspekte der männlichen Adoleszenz durch neue gesellschaftliche Bestimmungen der männlichen und weiblichen Geschlechtsrolle und durch Auflösung traditioneller Familienformen zeigen sich besonders eindringlich in Olfi Obermeier und der Ödipus von 1984 (p. 146).

Je kan je afvragen of dat wel klopt. Dat Olfie over zijn crisis bericht met een grootse luchthartigheid en relativerende humor – “Een verschrikkelijk arme duvel was die Oedipus” (p. 29) – maakt van Olfie Obermeier vooral een erg geestige jeugdroman, veel meer dan het probleemboek dat Inge Wild ervan maakt. Tal van bronnen bevestigen dat. Naast sociaal engagement en ongebreidelde fantasie, is ‘humor’ één van de drie kernwoorden waarmee haar oeuvre omschreven wordt. Anita Silvey zegt het zo:

Nöstlinger’s crisp writing and her saucy sense of humor have continued to gain her critical acclaim. (p. 49)

Dat ik heel hard heb moeten lachen toen ik het boek las, was dan ook het voornaamste dat ik mij na al die jaren nog kon herinneren. En dat geldt ook voor mijn ex met wiens IQ het net als bij Olfie overigens bijzonder goed is afgelopen.

(Fieke Van der Gucht)

Meer lezen?
Olfie Obermeier (Olfi Obermeier und der Ödipus) / Christine Nöstlinger en Henk Kneepkens (ill.) (Fontein, 1985)

Children’s Books and Their Creators: an invitation to the feast of twentieth-century children’s literature / Anita Silvey (ed.) (Houghton, 1995)

“Christine Nöstlinger” / Rita Ghesquiere. In: Lexicon van de jeugdliteratuur, oktober 1995, p. 1-8

Grensverkeer: over jeugdliteratuur / Peter van den Hoven (Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, 1994)

“Männliche Metamorphosen und Adoleszenzprofile” / Inge Wild. In: …weil die Kinder nicht ernst genommen werden: zum Werk von Christine Nöstlinger / Sabine Fuchs en Ernst Seibert (reds.) (Praesens, 2003) p. 133-164

[Dit, en meer, is te vinden in de bibliotheek van het Focuspunt Jeugdliteratuur.]

Groeten uit Newcastle

Newcastle. Je zal deze voormalige industriestad in het noorden van Engeland niet gauw in de top 10 van populairste citytrips zien staan, en dat kan de toevallige bezoeker niet verbazen. Newcastle ontpopt zich zodra het donker wordt tot dronkenmanswalhalla, met genoeg cafés en currytenten om al ‘s lands stag parties en hen parties onderdak te bieden. Maar voor de toegewijde kinderboekenliefhebber verbergt de stad in haar buitenwijken een pareltje: Seven Stories.

Deze toegewijde kinderboekenliefhebber bezocht in december dit geweldige centrum voor jeugdliteratuur.

voor- en achteraanzicht

 

Seven Stories is tegelijkertijd een archief, een museum en een kinder-doe-centrum over kinderboeken. Het huist in een zeven etages tellend voormalig Victoriaans pakhuis dat op een elegante manier gerenoveerd en uitgebouwd werd. Elke verdieping heeft min of meer zijn eigen functie: een boekhandel en een café, twee verdiepingen voor tijdelijke tentoonstellingen, een crea-plek, een informatieve verdieping over het archiveringswerk van Seven Stories, een thematisch ingerichte leesplek, die deze keer aan kattenboeken was gewijd, en een tot de verbeelding sprekende vertelzolder. 

sevenstories2

 

Voor Newcastlese kindertjes en hun familie organiseert Seven Stories ‘Bookworm babies’-sessies, vertellingen, auteursbezoeken enzovoort. Er zijn ook telkens twee tentoonstellingen: bij ons bezoek eentje over vervoersmiddelen in kinderboeken, en eentje over Judith Kerr, schrijfster en illustrator van onder andere The tiger who came to tea.

In All aboard, away we go, een laagdrempelige expositie over treinen, fietsen, bussen en andere vervoersmiddelen in kinderboeken, laten de tentoonstellingsmakers geen middel ongemoeid om boeken tot leven te brengen. We bewonderden de originele illustraties van Michael Foreman uit een nieuwe uitgave van het boek Treasure Island, we bouwden de fiets van mevrouw Hermitage na met magnetische onderdelen op een magnetisch bord en we knuffelden (eventjes dan) het al hevig bespeekselde ruimtepopje uit Oliver Jeffers’ The way back home. Elk denkbaar vervoersmiddel heeft een eigen hoekje met nagebouwde scènes en leuke doe-dingen, overal slingeren boeken rond, en er zijn verteltelefoons waarmee je naar verhalen kan luisteren.

sevenstories3

 

De retrospective over Judith Kerr roept met haar eigen (prachtige!) kindertekeningen en oude spulletjes Judith Kerr’s bewogen jeugd op, die begon in Duitsland en zich na het aan de macht komen van Hitler, in heel Europa afspeelde, om te eindigen in het Verenigd Koninkrijk. Ook aan haar boeken is veel en op een mooie manier aandacht besteed. Zo is de hele keuken waarin ‘The tiger who came to tea’ zich afspeelt, netjes nagebouwd.

sevenstories4

 

Seven Stories is een heerlijke plek om enkele uren door te brengen, die tot in de kleine details de kaart van het kinderboek trekt.

het zit 'm in de details

 

(Eva Devos)

Elvis nya lillebror går inte att stänga av

Lisa van de Onekligen-blog werkt in de Zweedse kinderboekenbusiness en houdt haar lezers op de hoogte van – onder meer – welke kinderboeken zeer de moeite waard zijn. En dat is handig voor wie niet in Zweden woont maar wel graag min of meer op de hoogte blijft van welke kinderboeken er ok zijn.

elvisElvis nya lillebror gÃ¥r inte att stänga av (Elvis’ kleine broer kan je niet uitzetten) blijkt zeer ok. Ten eerste staat het vol stevige, kleurrijke prenten met knipoog naar de jaren 1960. No-nonsense, direct en vrolijk! Ten tweede blijkt grote zus Elvis uit de titel al even rechttoe rechtaan.

De woensdag waarop Elvis’ kleine broer thuiskomt uit het ziekenhuis, ‘waar ze kleine broertjes enzo uit de buiken van mama’s halen’, maakt ze het extra gezellig opdat hij zich meteen ‘superwelkom’ zou voelen. Maar alles loopt anders dan gepland:

‘Jammer genoeg leek hij helemaal niet blij. Integendeel. Hij toetert en brult de hele tijd. Het maakt niet uit wat ik probeer en welke grapjes ik maak. Vervelende aap, wou ik denken, als je al kon denken in zo’n herrie.’

Elvis wordt er gek van. Misschien is haar kleine broer stuk en kunnen ze hem ruilen? Ten einde raad besluit ze dat ze de ruimte in moet. Daar is het tenminste rustig en stil.

Dit is een boek over nieuwe baby’s en grote zussen (m/v) in huis. Maar dan eentje zonder de minste schijn van lichtrozigheid, zonder teddyberen en zonder kielekiele. Al komt het natuurlijk wel allemaal goed komt met Elvis en haar nieuwe kleine broer. (Want alleen maar rust en stilte en kalmte is ook maar niets.)

Elvis nya lillebror går inte att stänga av
Peter Arrhenius & Ingela P. Arrhenius (ill.)
Tiden, 2008

(An Stessens)

De koning en de zee

In de maandelijkse rubriek In de vitrine tipt een boekhandelaar een opmerkelijk boek uit de nieuwe oogst. Deze maand is Mik Ghys van Fnac Antwerpen aan het woord.

* 

de koning en de zeeDoor de herkenbare illustraties van Wolf Erlbruch viel me het kleine boekje De koning en de zee op. Het leek een boekje om te koesteren en dat is het ook. De Oostenrijkse auteur Heinz Janisch schreef al heel wat prentenboekverhalen, maar in dit boekje toont hij zijn filosofische kant. Elke dubbele bladzijde bevat een kort verhaal, voorzien van een sfeervolle bijpassende illustratie. De koning voert gesprekken met de zee, met een bij, met de voorbijdrijvende wolken, met een trompet en zelfs met de nacht:

‘Jij bent wel heel erg donker!’, zei de koning tegen de nacht.
‘Kan het niet een beetje lichter?’
‘Dat moet je aan de dag vragen’, zei de nacht.
‘Die zorgt voor het licht, ik voor het donker.’
De koning zocht naar lucifers.
‘Ik zorg voor allebei’, zei hij en stak een kaars aan.

Tijdens die gesprekken leer je de koning beter kennen. Je ziet zijn verbazing, zijn woede, zijn verwondering, zijn geluk of zijn tevredenheid. Hij is verrukt over het leven en laat ons er even mee van genieten. Het zijn zeer korte verhaaltjes, maar toch vertellen ze meer dan genoeg. Ze zetten je aan het denken en het dromen. De illustraties van Erlbruch sluiten daar natuurlijk perfect bij aan. Een leeftijdloos pareltje.
De koning en de zee / Heinz Janisch, ill. Wolf Erlbruch (Hoogland & Van Klaveren, 2009) – ISBN 9789089670359