Groeten uit Gent

Woensdag 24 februari reikte Boek.be in boekhandel I*Boeks in Gent de Boekenleeuw en Boekenpauw 2010 uit – de prijzen voor de beste auteur en illustrator van kinder- en jeugdboeken van het afgelopen jaar. Drie auteurs en drie illustratoren vielen in de prijzen.

pl_gerda_carll

Gerda Dendooven ontving een Boekenpluim voor Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam (Querido). De jury vond het prentenboek “een hemels geschenk”. “In een vaak verrassende compositie, bijzondere gelaagde technieken en een vernieuwd kleurenpalet herleidt die andere schepper – op – mensenmaat een mythisch universum tot een rozig toegankelijk niveau.”

Een tweede Boekenpluim ging naar Carll Cneut voor zijn illustraties in Fluit zoals je bent, een bloemlezing samengesteld door Edward van de Vendel (De Eenhoorn en Querido). Volgens de jury is “elke tekening perfect gedoseerd en voegt op een subtiele wijze een verrassende poëtica toe aan de bijbehorende dierengedichten. De slimme illustrator laat vaak stiekem een eigen grappige of poëtische interpretatie vermoeden.”

  

pl_andre

De Boekenpauw 2010 was voor De Zomerzot van André Sollie (Querido). Uit het juryrapport: “In een uitgepuurde vormgeving speelt de illustrator met wisselende proporties en perspectieven en experimenteert hij met gedurfde kleurencombinaties en verrassende composities.”
André Sollie was bijzonder verheugd om na 15 jaar opnieuw een Boekenpauw in ontvangst te mogen nemen. Hij kreeg er zowaar een Miss België-gevoel van!

pl_bloemen

 De ruiker die de illustratoren ontvingen.

pl_peter

Debutant Peter van Olmen kreeg een Boekenwelp voor De kleine Odessa (Van Goor/Standaard Uitgeverij). De jury vond het “een bijzonder gelaagd verhaal, waarin spanning, humor en fantasierijke vondsten worden afgewisseld met filosofische vraagstukken, morele dilemma’s en krachtige emoties. De ambitie, maar ook het verteltalent, spat van elke bladzijde, en de auteur blijkt in staat om verschillende verhaallijnen vakkundig te verweven tot een verhaal dat gaandeweg een epische dimensie krijgt.”
  

pl_laure

Debutante Laure Van den Broeck werd bekroond met De 17e zomer van Maurice Hamster (Clavis), een realistische adolescentenroman, die de jury onmiddellijk opviel “door de sfeerschepping, het gevoel voor timing en de overtuigende karaktertekening. Niet alleen de setting van deze roman is Amerikaans, ook de filmische stijl deed denken aan de betere young adult novels uit de Verenigde Staten.”

 

pl_katleen

Kathleen Vereecken won de Boekenleeuw 2010 voor Ik denk dat het liefde was (Lannoo). De jury roemde “de psychologische overtuigingskracht, en de filosofische en literaire gelaagdheid, die nooit ten koste gaat van de plot. De rijke historische documentatie die aan deze roman ten gronde ligt, zorgt voor een stevige basis, maar verdringt het verhaal evenmin naar de achtergrond.”
In haar dankwoord wierp de schrijfster op dat deze overwinning misschien wel in de sterren geschreven stond, met een hoofdpersonage dat de naam Léon draagt. En ze vertelde over haar verontwaardiging die aan de basis lag voor de pedagogische tik die ze in dit boek uitdeelt aan schrijver en filosoof Rousseau. De man schreef dan wel een baanbrekende roman over de ideale opvoeding van kinderen; zijn vijf eigen kinderen bracht hij stuk voor stuk naar een weeshuis.

(Els Michielsen en Griet Loix)

The Astonishing Life of Octavian Nothing

De reeks The Astonishing Life of Octavian Nothing, Traitor to the Nation werd me aangeraden door een boekverkoper in een New Yorkse kinderboekenwinkel. Ik vroeg hem me een lijstje te geven van drie boeken waarzonder ik niet naar huis mocht vertrekken en met een ontroerend enthousiasme blééf hij maar zijn persoonlijke favorieten aanslepen. Uiteindelijk verliet ik de boekhandel met vier boeken, maar zonder Octavian Nothing. Die kwam pas later in mijn boekenkast terecht, toen ik mezelf online deel 1 en –ach kom, een mens moet zichzelf al eens kunnen verwennen- meteen ook deel 2 cadeau deed. Mooie hardcover boeken, met van die rafelig doorgesneden bladranden, heerlijk!

De boekhandelaar had al een tip van de inhoudelijke sluier opgelicht: de reeks gaat over het levensverhaal van Octavian Nothing, een zwarte jongen die in een College in het pre-revolutionaire Boston opgroeit. Hij krijgt daar een klassieke opvoeding, hij speelt viool en draagt zijden kleren en een chique witte pruik. Langzaam ontdekt hij dat hij desondanks niet meer is dan een slaaf, want zijn eersteklas opvoeding is niet meer dan een experiment in een onderzoek naar de verschillen tussen het blanke en het zwarte ras. (Klinkt dat goed of klinkt dat goed?)

The Pox Party

Behoorlijk nieuwsgierig dook ik de voorbije vakantie in de eerste pagina van The Astonishing Life of Octavian Nothing, Traitor to the Nation, Part 1: The Pox Party.
Het was alsof ik in een leeg zwembad was gesprongen. Al die jaren had ik mezelf wijsgemaakt dat ik Engels kon, maar hier had ik moeite om betekenis te halen uit de wervelende, ellenlange zinnen met al die woorden die me misschien niet onbekend maar toch ongebruikelijk voorkwamen. Het mooie archaïsche taalgebruik en de vele referenties naar de achttiende-eeuwse literatuur die in recensies geroemd werden, vormden voor mij vooral een struikelblok…

Voorlopig liggen de twee boeken mooi maar ongelezen te zijn op mijn kast, tot ik me met een woordenboek in de hand kan vastbijten in het verhaal. Kan er toch maar heel dringend een vertaler aan de slag?

The Astonishing Life of Octavian Nothing, Traitor to the Nation, Part 1: The Pox Party
M.T. Anderson
Candlewick, 2006

(Eva Devos)

Citatenquiz XI

Geen medailles, geen geldprijzen, geen lauwerkransen – met deze quiz doe je mee voor de eer. En voor de leestips die je in één moeite door krijgt. Want wie de gezochte boeken nog niet las, moet dat zeker doen.

De opzet is simpel: uit welk jeugdboek komen onderstaand citaat en coverfragment? Na één week zetten we het juiste antwoord in de comments.

*

De week voor ik mijn ouders en Florida en de rest van mijn onbeduidende leven verliet om in Alabama op kostschool te gaan, wilde mijn moeder met alle geweld een afscheidsfeestje voor me geven. Zeggen dat ik er niet veel van verwachtte, zou een gruwelijke onderschatting zijn. Hoewel ik min of meer verplicht was al mijn ‘schoolvrienden’ uit te nodigen, dat wil zeggen: het stelletje ongeregeld van toneel en de nerds van Engels waar ik in de gigantische kantine op school altijd uit sociale noodzaak bij zat, wist ik dat ze niet zouden komen. Toch bleef mijn moeder erbij, meegesleurd door het waanidee dat ik mijn populariteit al die jaren voor haar verborgen had gehouden.

detail11

De kleine Odessa

In de maandelijkse rubriek In de vitrine tipt een boekhandelaar een opmerkelijk boek uit de nieuwe oogst. Deze maand de keuze van Ilse Verhulst van Bontebaai in Boom.

*

de kleine odessaEen pracht van een kaft doet je meteen verlangen naar meer. Het levende boek: niets is minder waar! Vanaf het eerste moment word je meegezogen in het verhaal, het verhaal van de kleine Odessa. Odessa woont samen met haar moeder in een riant huis in de stad. Ze mag het huis, om onbegrijpelijke redenen, niet verlaten. Odessa mist haar vader, die ze niet kent. Ze mist ook haar moeder, die weinig tijd voor haar lijkt te hebben. Ze voelt zich opgesloten en alleen. En daarom trekt ze er ‘s nachts, zonder medeweten van haar moeder, op uit. Ze doolt over de daken van de stad. Schrijft gedichten op papier waar ze vliegertjes van maakt en ze dan ‘vrij’ laat. Tijdens één van deze nachten vind ze een boek, Boekus. Een boek dat oplicht wanneer ze het aanraakt; een boek dat het begin is van een fantastisch avontuur. Een avontuur vol magische wezens, mytische figuren, bekende schrijvers… Een avontuur dat leidt naar een stad waar beroemde schrijvers wonen, Scribipolis. Waar de wereld uit boeken tot leven komt. Een stad waar Odessa hoopt haar vader te zullen terugvinden en haar moeder te kunnen bevrijden uit de handen van de vijand, Mabarak. Mabarak wil het magische boek Boekus, dat Odessa toevallig gevonden heeft, kost wat kost in handen krijgen. Want wat in Boekus wordt geschreven, wordt werkelijkheid!

Wanneer ik het verhaal begin te lezen kan ik me niet van de indruk ontdoen dat ik in een tweede versie van Hart van inkt van Cornelia Funke begonnen ben. (Fantasiefiguren die tot leven komen, mensen die in boeken verdwijnen…) Naarmate het verhaal zich verder afspeelt, herken ik meer en meer parallellen met figuren of aspecten uit Lord of the Rings: Ergolas bv. vertoont heel wat gelijkenissen met Golem; de strijd tussen de goeden en de slechten; Odessa die tot in het hart van het kasteel van de vijand dient te geraken om zo haar moeder te redden en haar vader te vinden… Maar dit doet niets af aan de kracht van het verhaal. Blijkbaar heeft de auteur deze boeken voordien ook niet gelezen en zitten de parallellen waarschijnlijk enkel in mijn hoofd. Zijn inspiratie komt vooral uit Ulysses van James Joyce. “Het basisgegeven – Odysseus op weg naar huis en zijn familie – was het uitgangspunt.”

Peter van Olmen legt zijn eigen accenten met het aanbrengen en verweven van bekende literaire/mytische figuren uit het verleden. Om de auteur nog eens zelf te citeren: “De auteurs waarover ik het heb zijn voor mij oude bekenden. Shakespeare, Dostojevski, de klassieken kortom, ik heb ze allemaal gelezen en ze passioneren me mateloos! Bij het bedenken van die schrijverspersonages combineerde ik hun ware aard – voor zover daar iets over geweten is natuurlijk –, de sfeer van hun werk en soms ook wel personages uit hun boeken. In mijn boek zit Dostojevski de ‘Raad der Onsterfelijken’ van Scibopolis voor. In werkelijkheid was hij blijkbaar een opvliegend man en ook nog gokverslaafd. Een gedreven figuur maakte ik van hem, die worstelt met de slechte kanten van de mens.”

Dit is een fantastisch boek! Een wervelend verhaal waarin heel wat gebeurt, bekende personage die je meeslepen in het avontuur…. De kleine Odessa heeft ook een eigen website waar je alvast een voorproefje krijgt van het verhaal, de personages en de schrijver!

De kleine Odessa: het levende boek / Peter van Olmen, Ill. Nicole de Cock (Van Goor, 2009)

Groeten uit Hasselt

Zondag 7 februari 2010 was koud en grijs, maar in de lokalen van de Provinciale Hogeschool Hasselt scheen de zon. Daar verzamelden illustratoren uit Vlaanderen – en een beetje uit Nederland – voor de 3de i-Day: de tweejaarlijkse feestdag van de Vlaamse Illustratoren Club. Dit jaar kreeg die het thema ‘De veelzijdigheid van papier’ mee.

In de voormiddag namen de illustratoren deel aan workshops pop-ups maken en boekbinden, waar we achteraf enthousiaste geluiden over hoorden. Wij niet-illustratoren schoven aan voor het namiddagprogramma.

Grafisch vormgever Hugo Puttaert trok de middag op gang met een bevlogen lezing over zijn werk, of beter: passie. Passie en enthousiasme werken altijd, zeker als het – wat mij betreft – over lettertypes, papier en vormgeving gaat. Plannen voor een volgend leven heb ik bij deze al.

dsc_4211_griet

De Nederlandse Kees Moerbeek is één van de pakweg 15 professionele pop-up-boekenmakers ter wereld en toonde hoe het leven van zo’n paper engineer eruit ziet. Hoe pop-ups duur zijn en in oplages van minstens 10.000 stuks verschijnen, bijvoorbeeld. Monden vielen open en wenkbrauwen gingen omhoog – niet in het minst bij het zien van Chinese werknemers die die 10.000 exemplaren in elkaar knutselen… Een heel ander hoogtepunt was de nooit uitgevoerde opdracht van een rijk warenhuis om een 1m80 hoge pop-up-kerstboom te maken, compleet met cadeautjes.

dsc_4216_griet

Frédérique Bertrand was voor de gelegenheid uit Frankrijk overgekomen. Zij vertelde met véél en prachtig beeldmateriaal over haar werk en deed dat – vooral in de antwoorden op de vragen achteraf – vanuit de buik. Het was drummen aan de signeertafel.

dsc_4223_griet

Tot slot opende de tentoonstelling van de pop-up-collectie van Jan Smeekens. Een 100-tal exemplaren uit zijn persoonlijke verzameling vond een plek in vitrinekasten en op vensterbanken. Boeken om je aan te vergapen: omdat ze zo schitterend vormgegeven zijn, technische hoogstandjes of net bedrieglijk eenvoudig zijn. De tentoonstelling loopt nog tot 7 maart en is de moeite waard om een paar kilometer voor om te rijden.

dsc_4169_griet

Ook voor deze niet-illustrerende papierliefhebbers was het een feest. Aan het gezellige geklets rondom ons te oordelen, was het voor de illustratoren een inspirerende zondagmiddag. Of, zoals Benjamin Leroy het zegt: ‘het is fijn één dag per jaar te voelen dat er nog mensen zijn die die andere 364 dagen meestal achter een tekentafel doorbrengen.’

dsc_4217_griet

(An Stessens)

Meer indrukken?

Hier lees je wat Benjamin Leroy en Marjolein Pottie van de i-Day vonden.

Dit schrijft Ted van Lieshout erover.