A satisfying and worth-while career

eileen-colwell-tekst

eileen-colwellIn het kader van de dag van de arbeid, en voor al wie nog een beroepskeuze moet maken: een hartstochtelijk pleidooi van Eileen Colwell, pionier van het Amerikaanse jeugdbibliotheekwerk.

Uit: How I Became a Librarian / Eileen Colwell. – London: Thomas Nelson, 1957, p. 117

[In dezelfde reeks werd ook How I Became a Stewardess uitgegeven. Ongetwijfeld met een wat blitsere foto.]

Citatenquiz XIII

Geen medailles, geen geldprijzen, geen lauwerkransen – met deze quiz doe je mee voor de eer. En voor de leestips die je in één moeite door krijgt. Want wie de gezochte boeken nog niet las, moet dat zeker doen.

De opzet is simpel: uit welk jeugdboek komen onderstaand citaat en coverfragment? Na één week zetten we het juiste antwoord in de comments.

*

We mochten opschrijven wat we wilden dat hij zou doen. Bobo had een hele lijst met bovenaan: ‘Bootsgapen doen die ik zeg.’ Ik had maar één ding: ‘onze vader zijn.’ Hij gaf ons de lijstjes terug met ‘beloofd’ eronder.

We zullen zien.

detail13

Peter van Olmen over inspirerende auteurs

Op vrijdag 23 april – de sterfdag van Miguel de Cervantes en William Shakespeare – vieren we Wereldboekendag. Voor Het Mini-Interview vroegen we aan jeugdauteur Peter Van Olmen welke auteurs uit de wereldliteratuur hem inspireerden en blijven inspireren.

*

Liever een Delacroix dan een Ingres

Ik ben één van de gelukkigen die vastzit in een koloniaal hotel in Caïro omwille van een vulkaan in IJsland. Wie is mijn favoriete jeugdschrijver vraagt Villa Kakelbont? Ik rond mijn conversatie met pijprokende priesters af die werken in de sloppenwijken van Caïro, waar Koptische christenen leven op de afval van de Egyptenaren, en besef dat ik nooit veel jeugdauteurs gelezen heb.

Veel boeken hadden we niet. Ik werkte als stalknecht op een manège en keerde het hooi op het land.

Toen ik begon te lezen was ik zo’n jongetje dat boven zijn niveau las. Op mijn veertiende las ik, tot spot van mijn leraren, Othello, en keek nooit meer achterom.

Het tragische verhaal van de Moor die uit ziekelijke jaloezie zijn vrouw vermoordt, opende een wereld. Ik voelde me als Odessa die Scribopolis binnentrad. De subtiele manipulaties van Jago, de volmaaktste schurk ooit, troffen mij. Hoe kon iemand de menselijke ziel zo goed kennen en bespelen? En vooral, hoe kon een schrijver de menselijke ziel zo goed doorzien en beschrijven? Hoe kon iemand zoveel rijkdom in één verhaal stoppen? Shakespeare werd mijn held en hij is het altijd gebleven.

Als ik ooit een boek zou schrijven, wilde ik schrijven zoals hij. En dan bedoel ik niet in verzen of in poëtisch proza, maar spannend, avontuurlijk, met treffende personages, een goede plot, diepgang, fijne psychologie en doorspekt met humor. De andere schrijvers kozen Shakespeare in Scribopolis niet toevallig tot Voorzitter van de Raad der Onsterfelijken. Hij is de schrijver die alles kan, en het doet in één en hetzelfde stuk. Hij laat geen enkel deel van zijn publiek in de kou. Wil je diepmenselijk drama? Hier komt het. Wapengekletter? Daar heb je het. Wanhoop en waanzin? Komt eraan. Boertige humor? Geen probleem.

‘Mooi,’ hoor ik iemand zeggen, ‘je wilt dus schrijven zoals Shakespeare. Ambitie heb je blijkbaar genoeg. Maar er is een probleem: jij kan helemaal niet schrijven zoals Shakespeare.’

Dat klopt. Maar het mooie is, dat als een mindere god zoals ik probeert te schrijven als een meester zoals Shakespeare, je een boek krijgt als De kleine Odessa. En daar ben ik best trots op. Door meesters te emuleren vind je je eigen stem. ‘Velasquez, inspireer mij!’ schreef Picasso op een van zijn schilderijen. Hij schilderde achtenvijftig maal Las Meninas. Geen ervan leek op het origineel, maar het waren wel allemaal originele Picasso’s.

Mijn pijprokende Duitsers wachten. Het afvalprobleem in Caïro raakt maar niet opgelost. De Koptische christenen gebruikten varkens om het organisch afval op te eten, maar de islamieten hebben de varkens onder het mom van varkenspest de woestijn ingedreven, overreden met vrachtwagens en begraven in het zand. Nu ligt het afval te rotten in de hitte.

Laat mij afronden door te zeggen dat ik nog altijd dezelfde jongen gebleven ben. Ik ben niet op zoek naar een foutloos geschreven boek, maar naar een rijk boek, dat me boven me uit tilt. Schrijvers als Dostojevski, Shakespeare, Hugo, schreven geen sobere, uitgebalanceerde boeken waar geen woord te veel in staat, het soort boeken waar moderne jury’s van houden, maar boeken die uit hun voegen barsten van conflict, emotie en diepmenselijk drama. Boeken die een wervelende leeservaring bieden die je nooit vergeet. Daar hou ik van. En dat hoop ik dat De kleine Odessa jonge lezers kan bieden.

Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010. Wie wint? (5)

De laureaat van de Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010 wordt op zondag 25 april bekendgemaakt. Shortlists zijn altijd wel goed voor enige controverse, dus het wordt met spanning uitkijken naar de keuze van de jury.

De Leeswelp en Stichting Lezen engageerden vijf recensenten die deze week hun persoonlijke laureaat 2010 voorstellen.

Vandaag: Vanessa Joosen.

goudenuil

De spreekwoordelijke appelen en citroenen zijn de laatste weken veel gevallen in discussies over de Gouden Uil. Een historische adolescentenroman, een sfeervol kijkboek, een duimdik fantasieverhaal, een humoristisch prentenboek en een levendig non-fictieboek – de titels op de shortlist komen dit jaar uit wel erg uiteenlopende genres. En daarmee is nog niet alles gezegd, want hoe vergelijk je de verdiensten van een illustrator met een auteur, of een debutant met een beslagen auteur? Toch is dit soort dilemma’s eigen aan elke prijs voor jeugdliteratuur, en misschien wel aan elke literaire prijs tout court – het gebeurt maar zelden dat je een handvol gelijkaardige auteurs op een shortlist krijgt die ook nog eens hetzelfde type boek afleveren. Elk goed boek is uniek (en dus onvergelijkbaar), maar om het met George Orwell te zeggen, sommige boeken zijn unieker dan andere. Het wegen en vergelijken moet dus zorgvuldig gebeuren: je toetst de boeken aan andere titels uit hetzelfde subgenre, je schat de sterktes en zwaktes in, en uiteindelijk springt eentje eruit of elimineer je diegene die toch niet aan de hoogste standaard voldoen.
Wanneer ik deze oefening maak voor de shortlist van de Gouden Uil, dan zie ik niet meteen een boek dat er uitspringt. Mijn persoonlijke shortlist had er enigszins anders uitgezien, wat de zaak niet vergemakkelijkt.  Er was bij mij geen coup de foudre die de andere meteen deed verbleken, wel las ik vijf boeken die allemaal hun verdiensten en een paar kleinere of grotere zwaktes hebben.

Keepvogel, het diepste gat / Wouter van Reek
Het diepste gat is een licht absurd en geestig intelligent prentenboek rond een archeologische zoektocht van Keepvogel.  Hij denkt dat je vooral diep moet graven om iets te ontdekken, maar op de prent wordt dat meteen gerelativeerd. Prent en tekst gaan hier een boeiende dialoog aan en vertellen samen een (letterlijk en figuurlijk) gelaagd verhaal met de nodige ironie en filosofische aanzetten. Helemaal overtuigd ben ik nochtans niet: aan het eind komt het hondje Tungsten alles nog even uitleggen. De aanblik van de vuile keepvogel met zijn hijgende bek en verwonderde blik is daarbij best amusant, maar het was niet nodig om de moraal van het verhaal zo te expliciteren.

De Boomhut / Ronald en Marije Tolman
Dan houd ik meer van De boomhut van Marije en Ronald Tolman, een woordeloos kijkboek dat de lezer alle speelruimte geeft. Het verhaal is minimaal, de schoonheid van de illustraties is maximaal. Dit is een prentenboek dat je uitnodigt, en zelfs dwingt, om heel nauwkeurig te kijken. Je kan er heel diep over nadenken, of gewoon simpelweg kijken en ondergaan – net zoals de boomhut zelf alles ondergaat. De Tolmans maakten indrukwekkende, kleurrijke composities. De schoonheid zit soms in kleine details (drie visjes in het water) of spreidt zich uit over een hele bladzijde (een troep flamingo’s die alles roze kleurt). Ze verleggen de grenzen van het artistieke prentenboek.

De kleine Odessa / Peter van Olmen
Veel durf zie ik ook in De kleine Odessa, een boek van een debutant met grenzeloze ambitie (zo zijn er wel meer) en een flinke dosis verteltalent (zo zijn er wat minder). In de reis van Odessa naar Scribopolis en de zoektocht naar haar vader vind ik de ideale combinatie van lichte elementen (spanning, avontuur, humor, fantasie) en diepgang (filosofische vragen, literaire echo’s en ethische dilemma’s). Toch zie ik ook hier nog enkele schoonheidsfoutjes: het wordt al te snel duidelijk wie de vader van Odessa is, en ik heb me ook wat geërgerd aan de kakelende zusjes Brontë. De prikkelende eindzinnen maken dan weer veel goed: er zijn weinig boeken met zo’n krachtige finale.

De hondeneters / Marita de Sterck
De hondeneters is een boek dat voor verdeeldheid zorgt, ook in mijzelf. Ik was ontroerd door de passages waarin mensen tot hun grens gedreven worden en baby’s door melkvergiftiging sterven. Maar zeker als ik de vorige boeken van Marita De Sterck bij mijn oordeel betrek, wegen de zwaktes zwaar door. Enkele ongeloofwaardige toevalligheden en het naar mijn gevoel geforceerd volkse karakter deden mijn scepsis over De hondeneters toenemen. De finesses van Kwaad bloed vond ik hier niet terug.

Wild verliefd / Ditte Merle en Alex de Wolf
Met Wild verliefd heeft de Uiljury dan weer een boek onder de aandacht gebracht dat echt verrast. Dit is literaire non-fictie voor kinderen zoals je die maar zelden tegenkomt: de manier waarop Ditte Merle bijvoorbeeld de verschillende woorden “bronstig” opsomt benadert het taalspel van poëzie. Er hadden misschien wat minder uitroepen en Engelse uitdrukkingen in gemogen – dat lijkt soms een gemakkelijke manier om jongeren te bereiken – maar de gevatte Nederlandse uitdrukkingen, vaak zelf verzonnen, en de schier oneindige hoeveelheid grappige anekdotes en weetjes tillen dit boek tot een zeer hoog niveau.

De keuze is niet gemakkelijk, maar als ik had het voor het zeggen had dan ging de Gouden Uil dit jaar naar Wild verliefd van Ditte Merle en Alex de Wolf. Ik heb het natuurlijk niet voor het zeggen, dus ik ben erg benieuwd naar de beslissing  van de jury. Het zou me niet verbazen als De hondeneters bekroond zou worden, want ondertussen weet ik dat veel recensenten en lezers mijn scepsis over dat boek niet delen. Het is bovendien ook een rijk boek, dat niet alles bij één lezing prijsgeeft. Verder wens ik de jury en de winnaar(s) van de Gouden Uil de aandacht toe die deze prijs in de media verdient – ook daar ben ik alvast nieuwsgierig naar. Want een Gouden Uil is pas echt een waardevolle prijs als hij een mooi literair boek dichter brengt bij een breed publiek. Wie van de vijf het ook wordt, vooral dat laatste hoop ik van harte.

Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010. Wie wint? (4)

De laureaat van de Gouden Uil Jeugdliteratuur 2010 wordt op zondag 25 april bekendgemaakt. Shortlists zijn altijd wel goed voor enige controverse, dus het wordt met spanning uitkijken naar de keuze van de jury.

De Leeswelp en Stichting Lezen engageerden vijf recensenten die deze week hun persoonlijke laureaat 2010 voorstellen.

Vandaag: Karin Kustermans.

goudenuil

 

De kleine Odessa  / Peter van Olmen
Gebrek aan ambitie kun je Peter van Olmen niet verwijten: als debuut een lijvige roman schrijven, waarin aan alle vereisten van het fantasygenre wordt voldaan én waarin dan ook nog eens het hele pantheon van de wereldliteratuur, van Shakespeare tot Dostojevski figureert, is geen simpele opdracht. Van Olmen volbrengt ze met verve: De kleine Odessa is een wervelende, uitermate meeslepende roman, vol spannende avonturen én knappe verwijzingen naar de literatuur, de mythologie en klassieken uit het fantasygenre, soms overduidelijk, dan weer subtiel. Maar soms laat de auteur zich zelf al te zeer meeslepen door zijn vertelling, en op zulke momenten lijkt hij te weinig op het metier van het schrijven te letten: Odessa’s gedachten worden regelmatig pijnlijk expliciet verwoord, belangrijke informatie wordt soms te kunstmatig aan de lezer gebracht, en als het humoristisch wordt, gaat Van Olmen wel eens helemaal uit de bocht. Bovendien zijn een aantal verhaallijnen onvoldoende uitgewerkt, zodat ze als losse eindjes blijven rondslingeren. De kleine Odessa is een boeiende fantasyroman, die getuigt van een enorm verteltalent en een grote verbeeldingskracht, en een opmerkelijk debuut, maar voor een Uil nog te onevenwichtig.

De hondeneters  / Marita de Sterck
Het relaas van de barre tocht van Victor, op zoek naar zijn hond, midden in de oorlogswinter van 1917, is een ware bildungsroman: de overbeschermde, wereldvreemde jongen wordt een volwassen man. Tegelijk is zijn tocht ook een schokkende confrontatie met de rauwe werkelijkheid van een land in oorlog. In treffende woorden en beelden brengt de auteur mokerslag na mokerslag toe, in soms ijzersterke maar ook hartverscheurend wrede scènes. Marita de Sterck vertelt haar verhaal als een vakvrouw. Ze heeft de roman bijzonder knap geconstrueerd en zet al haar verteltalenten in: in een uiterst zinnelijke stijl beschrijft ze Victors uiterlijke en innerlijke tocht, die ze gestalte geeft in een reeks ontmoetingen met fascinerende, onvergetelijke figuren. Soms echter schemeren haar bedoelingen te zeer door. De vele volkse verhalen en liedjes die ze via de personages wil doorgeven, doen soms artificieel en geforceerd aan en niet alle dialogen komen even echt over. Dat heeft ook te maken met de Vlaamse volkstaal waarvan dit boek doordrongen is, maar die helaas niet consequent wordt gehanteerd. Bovendien bevat het boek een aantal stilistisch minder sterke passages. De Hondeneters is een hard en wreed boek, maar ook een wreed schoon boek, dat jammer genoeg af en toe spontane bezieling mist. Dus toch maar geen Uil.

Wild verliefd / Ditte Merle en Alex de Wolf
Goede non-fictieboeken voor kinderen, die meer zijn dan een uitleggerig of zelfs belerend praatje bij veel plaatjes en die vooral een aangename en boeiende leeservaring opleveren, zijn nog steeds zeldzaam. Bibi Dumon Tak was op dat vlak een verademing, onder meer met haar onvolprezen Bibi’s bijzondere beestenboek. Wild verliefd van Ditte Merle lijkt zich in de Dumon Tak-traditie te willen inschrijven, met dit boek dat een schat aan boeiende weetjes over dieren bevat, geschreven in een toegankelijke, frisse taal. Ditte Merle verstaat de kunst om de informatie over het parings- en voortplantingsgedrag van tientallen diersoorten op een heldere wijze te brengen, en om er verrassende bijzonderheden uit te lichten en dat alles bovendien op een sprankelende en erg humoristische manier neer te schrijven. 150 bladzijden over seks bij dieren: nooit gedacht dat ik er geboeid in zou blíjven lezen. Maar dat deed ik dus wel. Een opwindend boek, om veel in te lezen en te bladeren, om de wenkbrauwen te fronsen, in de lach te schieten of in verwondering achter te blijven over de vindingrijkheid van de natuur. Maar daarbij krijg je nog net iets te veel koppies, pikkies en jonkies te slikken. Geen Uil dus.

Keepvogel, het diepste gat  / Wouter van Reek
Keepvogel, een soort vogel-mens, en zijn hond Tungsten vormen al langer een onweerstaanbaar duo, een echte aanwinst in de kinderliteratuur. Ook Het diepste gat is weer een érg leuk prentenboek, waarin de twee zo verschillende karaktertjes, maar ook de manier waarop tekst en tekeningen elkaar aanvullen én tegenspreken voor veel lees-, kijk- én denkplezier zorgen. Want het verhaal is zóveel meer dan in de tekst te lezen staat. Keepvogel denkt dat hij een put graaft tot aan de andere kant van de wereld, maar op de prenten zie je al snel dat het een heel andere kant opgaat: hij komt ongeveer bij zijn vertrekpunt uit. Bovendien tonen de prenten nog iets anders: de verwoed en systematisch rechtdoor gravende Keepvogel mist allerlei vondsten, terwijl Tungsten dicht onder het oppervlak de ene schat na de andere vindt. Het levert een mooie combinatie van humor en filosofische gelaagdheid op. Intrigerend zijn de talloze priegelige, vignetachtige tekeningetjes die over de bladzijden verspreid staan en waarin van alles te ontdekken valt. Wel een beetje jammer dat Tungsten de moraal van het verhaal op het eind nog eens expliciet meegeeft. Voor een Uil weegt dit prentenboek toch net iets te licht.

De boomhut  / Ronald en Marije Tolman
Nog voor je De boomhut  openslaat, weet je dat je een bijzonder boek in handen hebt. Extra groot formaat, een cover die een en al  soberheid is: een grote blauwe walvis, met op zijn rug een witte ijsbeer, en verder water en lucht. Binnenin zorgden Marije Tolman en kunstenaar Ronald Tolman – dochter en vader – samen voor een woordenloos verhaal-in-beelden. Het resultaat van hun samenwerking is adembenemend mooi. Elke prent is een kunstwerk op zich, prachtig, ingetogen, en vol mooie details. Een bladzijde die roze kleurt door een aanstormende troep flamingo’s,  een pagina die davert wanneer een neushoorn tegen de boom botst: je kijkt je ogen uit.  Ondertussen prikkelen de illustraties de verbeelding en suggereren ze een veelheid aan verhalen en thema’s. De beelden van dit prentenboek zijn zo rijk, zo poëtisch, zo schitterend dat er geen woorden nodig zijn om verhaal na verhaal op te roepen. Als de Uil ergens naartoe vliegt, dan graag naar deze bijzondere Boomhut!