Gastblogger

Deze maand geven we dit blog in handen van Michael de Cock. Dat een drukbezet multi-talent als Michael de Cock -auteur, onder andere van lovend ontvangen kinderboeken, presentator van het ATV boekenmagazine Onder Cover, vertaler, regisseur en acteur- ons laat meekijken naar zijn maand november, stemt ons erg blij. En nieuwsgierig.

Michael, het woord is aan u.

Het Naamse Salon du Livre de Jeunesse

Van 20 tot 24 oktober vond in Namen voor de twaalfde keer een kinderboekenbeurs plaats. Chantal Stanescu, voorzitter van IBBY- Belgique francophone, brengt verslag uit.

*

affiche Anne HerbautsAl 12 jaar lang is het Salon du Livre de Jeunesse ‘the place to be’ geworden voor auteurs, illustratoren, uitgevers, boekhandelaars, bibliothecarissen, leesbevorderaars en vooral kinderen.

De beurs is één van de belangrijkste activiteiten van La Fureur de Lire, een project van de Franstalige Gemeenschap. Het wordt georganiseerd door verschillende instellingen, onder meer de IBBY-sectie van Franstalig België en het Centre de littérature de jeunesse de Bruxelles (die ook het activiteitenprogramma organiseren), de beroepsverenigingen van bibliothecarissen, de Ligue des Familles (Prix Versele), de Centrale Bibliotheek van de Provincie Namen en vele andere. Ze stellen een programma samen dat in totaal bijna 300 uur duurt, verspreid over 5 dagen en waar ongeveer 8000 kinderen van scholen uit de wijde omtrek deelnemen.

Studenten Bibliotheconomie en Documentatie van de Haute École de Namur (HENAM) en hun docenten begeleidden de ontmoetingen van de schoolklassen met auteurs en illustratoren. Dankzij hun vrijwillige inzet verliep alles vlot.

Het thema van dit jaar was Noir, in alle betekenissen van het woord. Bij deze gelegenheid publiceerde de Commissie jeugd van de Service général des Lettres et du Livre een catalogus met daarin 209 kinder- en jeugdboeken, voor de allerkleinsten tot de 16-jarigen. Ze zetten ook een tentoonstelling op met dezelfde titel: Lumière sur le noir. Deze tentoonstelling bestaat uit 6 grote hutkoffers vol boeken en zal beginnen reizen na afloop van het Salon. (Voor inlichtingen kan u terecht op het nummer 02/413 22 34 of bij isabelle.decuyper@cfwb.be.)

Een ander evenement dat het vermelden waard is, is de uitreiking van de Prix Libbylit. Twee jury’s, één voor prentenboeken, één voor romans, kiezen uit het beste wat in het tijdschrift Libbylit werd gesignaleerd. Ze roepen een winnaar uit in zes categorieën: Belgisch prentenboek, prentenboek voor de allerkleinsten, oorspronkelijk Franstalig prentenboek en Belgische roman, roman voor de jongste lezers, oorspronkelijk Franstalige roman. Vertalingen komen dus ook in aanmerking: denken we maar aan Jan Simoen die de prijs voor de beste Belgische roman 2009 in de wacht sleepte. Die prijs is overigens niet uitgereikt in 2010 omdat geen enkele kandidaat de jury kon overtuigen.
Ziehier de laureaten van 2010:

• Beste Belgische prentenboek: ANNE BROUILLARD voor Le rêve du poisson (Sarbacane)
• Eervolle vermelding: PITTAU ET GERVAIS voor Oxiseau et Axinamu (Les grandes personnes)
• Beste prentenboek voor de allerkleinsten: AUDREY POUSSIER voor J’ai pas dit partez! (L’école des loisirs)
• Beste prentenboek: THIERRY DEDIEU voor Le roi des sables (Seuil Jeunesse)
• Beste roman: HAMID ZIARATI voor Salam, maman (Thierry Magnier)
• Beste roman voor de jongste lezers: KATJA HENKE voor Reviens Mamie Lise (Bayard Jeunesse)

De uitreiking vond plaats op 21 oktober, en helaas ontbraken er een aantal auteurs omwille van de treinstakingen, maar iedereen is alsnog uitgenodigd voor de uitreiking van 2011.

Onder de tientallen eregasten van het Salon was ook Kitty Crowther. Over haar vond ook de tentoonstelling Le petit monde de Kitty Crowther  een plek op het Salon. Maggy Rayet, journaliste en geroutineerd interviewster, leidde het gesprek met Kitty Crowther in goede banen. Ze had gevraagd aan Kitty’s vrienden om haar een vraag te stellen. Er waren er die gewoon een mail hadden gestuurd, maar anderen hadden een theaterkoffer voorbereid, of foto’s en tekeningen, overvloedig ingepakte cadeaus, verrassingspakketten,… Het publiek was aangenaam verrast om, via haar vrienden, een artieste te ontdekken die altijd erg discreet was maar nu herhaaldelijk haar emoties niet kon verbergen. Een uitgebreid verslag van dit gesprek vindt u op de ALMA-blog.

Het Salon stelde ook een conferentieprogramma voor een professioneel publiek samen. Hierin kreeg het publiek de kans om nieuwe animatiemethoden te ontdekken: dit jaar was er een Kamishibai festival.
En laat ik om af te sluiten nog even signaleren dat Anne Herbauts de illustratie op de affiche van het Salon gemaakt heeft. De 13de editie is alvast aangekondigd voor 19 tot 23 oktober 2011.

De Griezels

De Griezels van Roald Dahl zijn niet meteen griezelig. Ze gedragen zich naar en vervelend en de persoonlijke hygiëne laat te wensen over, dat wel. Maar om ze griezelig te noemen? Dan zijn Dahls heksen angstaanjagender, met hun vierkante voeten. In hun originele taal heten meneer en mevrouw Griezel trouwens “The Twits”, wat eerder pestkop of smeerlap betekent. Ik begon dus enigszins met de foute verwachtingen aan De Griezels van Roald Dahl. Ik hoopte op een huiveringwekkend verhaal met een koppel seriemoordenaars en veel afgehakte ledematen. Ik kreeg iets anders maar ik was niet teleurgesteld.

Dat heeft, volgens David Rudd (1992), onder andere met immanente gerechtigheid te maken. De hoofdpersonages zijn zo overdreven akelig en onrechtvaardig tegen elkaar, alles en iedereen, dat je als lezer hoopt dat ze hun verdiende loon krijgen. Al was het maar omdat je als kind ongetwijfeld zelf al eens bent geconfronteerd met onrechtvaardige situaties. De Griezels krijgen een koekje van eigen deeg en, dat maakt het extra aantrekkelijk, niet door geweld of brute kracht maar door het betere denkwerk.

“Though the smaller and weaker characters are oppressed by physical power, they eventually triumph through their exercise of brain power…” (p.42)

Bij De Griezels voel je je als lezer oprecht in opstand komen tegen de heersende orde. Volwassenen zijn niet altijd zo netjes en voornaam zoals ze vaak zelf laten uitschijnen. Soms is het enige antwoord daarop: rebellie. De wereld op zijn kop, zoals het bij de Griezels letterlijk gebeurt.

De Griezels op hun kop

De Griezels op hun kop © Quentin Blake

Hoewel het nog te vroeg was voor de puberteit, las ik het graag.

De manier waarop de auteur de spot drijft met mannen met baarden, versterkte dat gevoel alleen maar. Mijn vader, de verpersoonlijking van de heersende orde in mijn wereld,  had/heeft een lange baard. Ik zag er de humor zeker van in:

“Wat lopen er tegenwoordig toch veel mannen rond met haar op hun gezicht. (…) Dus zou ik weleens willen weten: hoe vaak wassen die baardapen hun gezicht?”

De grootste aantrekkingskracht van De Griezels ligt echter in de overdrijving. Rudd probeert die overdrijving nog enigszins in een pedagogisch perspectief te plaatsen: “(…) this story’s excess guarantees its unreality.” De overdrijving is nodig om ervoor te zorgen dat kinderen dit verhaal niet lezen als een realistisch verhaal. Maar de gedetailleerde beschrijving van de goorste en meest overdreven walgelijke situaties, zorgde bij mij net voor het mateloze leesplezier dat ik aan dit boek beleefde. Pesterijen met glazen ogen, kikkers in bed en spaghetti met wormen…

Of het nu een realistisch verhaal was of niet, daar ging het niet om. Wanneer ik het boek nu herlees, blijven deze passages overeind. Dahl is een meester van de samenzweerderige toon, waardoor je je als lezer betrokken voelt. Het is geen literaire truc waarbij de auteur een obligate portie stoutheid in zijn boek injecteert om de lezers aan zijn kant te krijgen. Zoiets doorprikt een lezer vrij makkelijk.

In november vinden vier bijzondere familievoorstellingen over Roald Dahl plaats in Cinema Zuid, Antwerpen. Die maand is het precies twintig jaar geleden dat Dahl stierf. Reden genoeg dus voor Stichting Lezen, Jekino, het Jeugdfilmfestival en Cinema Zuid om samen kijken naar de eerste knotsgekke Britse versie van Sjakie en de Chocoladefabriek, het favoriete boek van Tine Embrechts ontdekken, zelf de stem van een personage inspreken of een boek van Dahl kopen… Tijdens het film-& boekenfeest ‘Roald Dahl in de zaal’ kan het allemaal. Meer info hier.

(Rune Buerman)

Meer lezen?

A Communication studies approach to children’s literature, David Rudd, 1992, Sheffield : Hallam University

[Dit boek is te vinden in de bibliotheek van het Focuspunt Jeugdliteratuur.]

Groeten uit Antwerpen

Vergeet voorlopig 6 december. Woensdagavond vond de eerste Klaasavond van 2010 plaats in HetPaleis. Ter ere van Klaas Verplanckes jubileum (of jubilea: 20 jaar illustreren, 10 jaar schrijven) zetten De Dagen en de Leeswelp een feestelijke avond op poten over debuteren in het illustreren. Vijf hoog in de Serre van HetPaleis zaten vijf illustratoren naast elkaar drie generaties te representeren: Klaas Verplancke himself was de ouwe rot in het vak (debuut: 1990), Pieter Gaudesaboos en Sabien Clement waren de tussengeneratie (debuut: rond 2000) en Karolien Vanderstappen en Korneel Detailleur de ukkies (debuut: nu, ongeveer). Met Jen de Groeve praatten ze over hoe dat ging en hoe dat gaat: je weg zoeken als illustrator.

img_5879

 

Wat meteen de toon zette is dat Klaas (ik denk dat we Klaas mogen zeggen. En Pieter en Sabien en Korneel en Karolien) – wat dus meteen de toon zette is dat Klaas tien jaar lang heeft mogen morsen en spelen: illustreren voor schooltijdschriften, tekeningen verzinnen bij vraagstukken, hier en daar een cover… Daar leert een mens van, daar groeit een illustrator van. Al gauw bleek dat er sinds 1990 één en ander veranderd is: tegenwoordig moet je er als debutant meteen staan. En sta je er meteen. Zo gingen de anderen vrijwel linea recta van de schoolbanken met een portfolio vol ambitie richting uitgevers. Waar het bij Klaas tien jaar duurde – tot Ozewiezewoze en Jot – voor hij zelf het hele boek kon en mocht uitdenken, ligt bij de jonge garde hun eigen allerindividueelste werk net niet zichtbaar te blinken aan de horizon. Hebben illustratoren zoals Klaas en diens leermeester Gregie de Maeyer (en met hen vele anderen) de weg geëffend? Komt het door de steeds betere opleidingen illustratie, waarin studenten tegenwoordig in vier jaar doen wat iemand vroeger in tien jaar al morsend deed? Komt het omdat er zoveel moois aan illustratie (en dus inspiratie) te zien en te koop is in deze geglobaliseerde wereld? Dat het moeilijk is om meteen concrete plannen te smeden met uitgevers, om meteen goede teksten te krijgen, laat staan om meteen met de auteur van je eigen keuze aan de slag te gaan, ervaren Pieter, Sabien, Korneel en Karolien allemaal. En allemaal zoeken ze er hun eigen weg in. Ze laten zich leiden door toeval (Karoliens debuut Mamamania is uitgegeven door een kennis van een toevallige passant), ze nemen voorzichtig initiatief (Sabien belde Geert de Kockere en van het één kwam Jij lievert), ze grijpen de kansen die ze krijgen (Korneel wrong zich in bochten en leverde in amper twee maanden tijd de illustraties bij Zoon van Raf Walschaerts), ze bedenken hun eigen verhalen (bij gebrek aan iets concreets van de uitgeverijen, maakte Pieter Roodlapje dan maar gewoon helemaal zelf).

img_5891

 

Er werd natuurlijk veel meer gezegd. En lang voor alles gezegd was, toonde Klaas (compleet met hier een daar een schets en een anekdote) zijn nieuwe boek Appelmoes. En daarna was er ook echt appelmoes. En appelsap, appelcider, appelcake en melocakes. Er werd gezongen van lang-zal-ie-leven omdat het uiteindelijk toch een Klaasavond was. En er werd gekeken naar de tentoonstelling over Klaas’ werk.

img_5918

 

(An Stessens)