Net niet december

Vandaag dwaalde ik door een besneeuwd Charleroi. Samen met dramaturge Claire Swyzen en documentairemaker Freek Vielen. We werken binnenkort samen rond een project met studenten die een paar weken onderduiken in Charleroi om met de stad en al wat erbij hoort aan de slag gaan om een voorstelling te maken. Charleroi is een intrigerende stad, met een bijzondere (migratie)geschiedenis.

 

Morgen begint een nieuwe maand.  Tal van dingen te doen: met Judith lezen uit Rosie en Moussa in passaporta, Tsejchov lezen met acteurs, werken met Chris Lomme en Jo De Meyere, de Sint door de schouw laten, mijn vrouw haar verjaardag vieren, mijn dochter haar verjaardag vieren, mijn andere dochter haar verjaardag vieren, mijn eigen verjaardag laten vieren…schrijven, lezen, vallen, opstaan en weer doorgaan.

 

Het zit er op voor mij, en het is mooi geweest. Ik verlaat de villa. Ik heb een beetje gepoetst, maar ook weer niet te. De volgende bewoner mag best zien dat de villa net verlaten is. Van achter het gordijn zie ik, in de verte iemand de lange rechte laan oplopen, een koffer in de hand.

 

Het was leuk dat u las, of nog zult lezen. Het vergde de nodige discipline nu en dan. Elke dag met mijn briefje klaarstaan. Maar het is ook goed om je gedachten te ordenen af en toe. Ik liet u niet altijd het achterste van mijn tong zien, maar wel wat er nu en dan op het puntje lag. Ik zette bij elkaar wat zelden bij elkaar komt. De verschillende werelden waarin ik vertoef: tussen jeugd en andere letteren, theater, journalistiek en gezin. Als ik door mijn schrijfsels ga, dan zie ik opnieuw de woede die achter de woorden schuilt, ook al probeer ik die te temperen in het openbaar. Maar ook meer, gelukkig.

 

En ja, natuurlijk had ik het te veel en te vaak over waar ik zelf mee bezig ben. Maar dat vergeeft u me vast. En zoniet, dan hebt u pech gehad.

 

Ik betrapte me erop dat ik graag door de archieven van vorige bewoners dwaal. Zelfs al dateren ze van maanden of jaren terug, ze blijven de moeite waard. U moet dat ook eens doen.  Ze staan rechts van u.

 

Het jaar is moe, en bijna klaar.

December staat in de coulissen te wachten.

Koud en vol verrassingen.

Trek uw warme jas maar aan.

x.

 

Eerste sneeuw

Gisteren nog had ik het op deze pagina’s over Jan De Wilde en de eerste sneeuw, en kijk… daar valt hij al uit de lucht. Op het eind van november. Hij valt dun als poedersuiker en hij ligt niet dik maar het is al voldoende om mijn kinderen met grote ogen naar buiten te zien kijken.

 

Ik herinner me tintelende handen bij de verwarming, en voeten die nooit meer warm zouden worden. Dat zijn de associaties die het snelst in mij opkomen als ik aan sneeuw denk. En als ik denk aan sneeuwpret, dan denk ik meteen aan de verkleumde handen die volgen.

 

Nee, ik ben geen held. Sneeuwballengevechten herinner ik mij. Die waren leuk tot iemand van te dicht en liefst van achter je rug een sneeuwbal in je gezicht wreef. Of tussen sjaal en nek wriemelde.

 

Ik hou wel van het kraken van mijn botten in de eerste sneeuw. Maar dat is, denk ik, meer een esthetische ervaring dan echte sneeuwliefde. En zelfs mijn botten zijn intussen zoek geraakt.

 

Deze blog loopt samen met de maand op zijn laatste benen. Afscheid nemen ga ik nog niet doen. Dat nog niet. Dat doe ik in de aller, allerlaatste bocht. Ik begon in net niet november met de dood van Mulisch. Net geen maand later is Eric De Volder gestorven, artistiek leider en bezieler van Ceremonia. De nacht na zijn première in het NTGent. Frans Woyzeck heet de productie en het is uiteraard een bewerking van de klassieker Woyzeck. In zijn Gent maakte hij met Ceremonia een productie in samenwerking het NTGent, en dat is goed. En plots is hij weg. De ochtend na zijn première is hij niet meer wakker geworden.

 

Ik kende De Volder niet echt. Eén keer zijn we aan elkaar voorgesteld, in het NTGent was dat… zo’n jaar of vijf geleden. Een bescheiden, innemende man, zo herinner ik me. Maar veel verder dan een oppervlakkige babbel kwamen we niet.

 

Hij heeft een paar legendarische voorstelling gemaakt. Achter ’t eten, daar hoorde ik veel goed van, en Diep in het bos, in volle  Dutroux-periode. Zelf zag ik ooit het onwaarschijnlijk normaal eindigend verhaal in Victoria aan het Fratersplein in Gent. Een mooie vertelling, al had ik het best moeilijk de expressionistische beelden waar De Volder mee aan de slag ging. 

 

De Volder had een trouwe ploeg acteurs om zich heen geschaard, dat zegt mij dat het goed toeven was in zijn omgeving. Nu is hij weg. Het stuk wordt een week opgeschort om dan weer gespeeld te worden.

 

Vlak na de première is hij dus gestorven. Hij heeft niet op de recensies gewacht, en ook niet op de eerste sneeuw.

 

Rosie, Moussa, Mira (over drie dromen en meer)

Mira staat op 14 of 15 in 100 op één. Voor wie het niet kent: 100 op 1 – op radio 1 – verzamelt de beste Belgische muziek op één lijst. Een typisch soort eindejaarsradio.

 

De plaats op zich in de lijst is niet zo belangrijk. 11 of 15… ach wat. En het is ook maar een spelletje. Wat wel belangrijk is, dat je ertussen staat. Omdat je dan iets gemaakt hebt dat blijft. Een song die voor veel mensen wat betekent en blijft betekenen.

 

Jan De Wilde – hoe zou het zijn met Jan De Wilde – stond met Eerste sneeuw op drie, Raymond met Twee meisjes op 1. En daartussen stond Jacques Brel te pronken met Ne me quitte pas. Brel hoort voor mij niet echt thuis in lijstjes thuis. Omdat hij een genre op zich heeft bedacht, en hors elke cagegorie is. In de fleur van mijn leven, zo heet de blijver van Mira. U kent het vast.

 

Mira maakt op dit moment muziek voor Rosie en Moussa. Voorstelling en muziek zullen binnenkort in de theaters te zien en te horen zijn. Het is fijn om verhalen die je bedacht in theater tot een ander leven te zien komen. En nog fijner kan het zijn dat anderen met je verhaal en verbeelding aan de slag gaan en er dingen aan toevoegen. Al is het ook iedere keer weer een delicate oefening.

 

Na de tournee duikt Mira dan de studio in voor een nieuwe cd. Plaatjes maken vandaag. Het is allicht nog complexer dan boeken op de torenhoge boekenberg gooien. Krijg ze maar eens verkocht, en krijg ze maar eens op radio in deze tijden. Dan moet het ontzettend deugd dan dat één nummer bezit wordt van de mensen. En niet meer alleen van jou.

 

Zo is het ook met boeken. Droom één is het verhaal uitwerken en uitgeven, droom twee is dat het gelezen wordt en dat je het verhaal kan delen, droom drie is dat het die zes maanden in de handel overleeft en verderleeft op eigen kracht. En dat men het over even nog in de hand neemt of uitleent, in één of andere bibliotheek.

Searching for the heat of friday night

Het is vrijdagavond. In Geraardsbergen speelt Rik van Uffelen de laatste koning Leopold, ergens te lande speelt De koning sterft, en in Oostende, in het zaaltje van Theater aan zee, worden de theaterteksten van Pepijn Lievens en Marcel Osterop, die ze aangevat hadden tijdens het festival in augustus, voorgelezen. Gisteren deden we een soortgelijke oefening in Mechelen. Met garnaalkroketten erbij. Het was een leuke avond.

 

Rik Van Uffelen vertrekt over een paar weken opnieuw naar Portugal, waar hij woont als hij niet werkt. Ergens onder Lissabon is het. Als hij erover vertelt, word ik altijd een beetje jaloers. Op een dag wil ik hem er eens opzoeken.

 

Ik was op geen van de drie bovenvermelde voorstellingen vanavond. Er moest taart gegeten worden, en luidkeels geroepen lang zal hij leven, in de wei staat en koe, en er is er één jarig hoera! Hoera!  En er was een speciaal diner in de Lunch Garden. Als je geen kleine kinderen hebt, kan je deze uitspraak niet begrijpen, maar geloof me, de lunch garden is een topplek.

 

Je zult maar de jongste van vijf zijn. Een jongen dan nog, met vier grote zussen. Een moeder die je doodknuffelt en stilaan probeert te wennen aan het feit dat dit het laatste prille kind zal zijn… (hoewel ik daar geen gif op durf innemen) en vier zussen die om het hardst hun best doen om een éénjarige duidelijk te maken hoe leuk het is om jarig te zijn. Gezinssamenstelling en de plaats in de rij, meneer. Het is zo belangrijk. Het bepaalt zo veel van je persoonlijkheid.

 

Wat moet de wereld soms een rare plek zijn. De tweede dochter moest verstek geven op het gezinsmoment voor broer. Met vriendjes op weekend naar de Ardennen. Maar zondag vieren we echt, zo beloofden we haar. Ze vond het jammer. Misschien een les in je-kunt-niet-alles-hebben voor haar.

 

En de oudste is doodziek. Mond en klauwzeer. Ik had het ooit ook een keer. Echt gruwelijk afzien is dat. Je tong en je mond die in brand staan. Uitzieken tot je weer beter bent, meer kan je niet doen. Wachten tot dat ellendige virus overwonnen is. Een les in machteloosheid is het voor haar. En ook wel voor ons.

 

Vrijdagavond dus. Gent won van Genk. Ik heb zin in een glas wijn, en ik denk aan een nummer van Tom Waits. Soms is denken aan een lied net zoveel waard als het ook echt horen.

 

Het is koud in mijn bureau. Dat is niet verwonderlijk. Er is nog geen verwarming. Wie heeft er een verwarming nodig, vroeg ik me een paar weken geleden stoer af.

 

Intussen ken ik het antwoord. Ook een les. Maar ach… de welke?

Bij de eerste verjaardag van mijn zoon (26/11/2010)

Mijn jongen,

 

Je hebt het nu allemaal een keer gezien:

De strengheid van de winter

De beloftes van de lente

De weldaden van de zomer

En de vruchten van de herfst

 

Kijk zo zal het nu altijd gaan

Een eindeloos herhalen

Tot het einde van je dagen

 

En heb je iets gemist

Was er iets voorbij voor je het wist

Sjjjjt wees maar niet bang

Er is nog zoveel tijd

Je bent hier nog voor lang

 

Om te zien en te zien

En weer en weer

En nog ‘ns en nog ‘ns

Ja altijd nog een keer

 

Echt waar er zijn nog zoveel dagen

Voor wel meer dan 100.000 vragen.

(mdc)