Varese, 2

Marjolein Pottie was begin mei drie dagen in Varese (Italië) om lezingen te geven. Het eerste deel van haar verslag las je hier; dit is deel 2.

*

De tweede lezing, voor de derde, vierde en vijfde klas, gaat over illustreren en over hoe ik dat al van mijn tiende wou doen. De verschillende technieken die ik gebruik komen aan bod. Hier denken de kinderen niet dat de motiefjes of die vreemde lijnen die ik gebruik zomaar uit de computer komen gerold. Ze hebben duidelijk creatieve bagage, maar dat blijkt ook meteen als ik rondkijk wat ze de laatste maanden maakten: linosnede, zelfgebakken Delftse tegels, collages…

Deze leerlingen knippen en vouwen een geheime enveloppe die ze vijftien jaar moeten bijhouden. Daarin noteren ze wat ze later willen worden. Misschien is dat bewaren niet evident voor families die zo vaak verhuizen, toch hoop ik dat ze de enveloppe rond hun vijfentwintigste terugvinden. Tegen dan hebben ze misschien al gestudeerd en zijn ze aan het werk. Erg benieuwd hoeveel dromen er uitkomen!

De tijd is te kort om alles af te werken, maar ik vang toch hier en daar wat beroepen op: astronaut, iets met dolfijnen, huurmoordenaar, acteur…

Tenslotte gaan we het terras op naast de klas. Jo is de Chinese vrijwilliger om geblinddoekt en zotgedraaid een winnaar uit te kiezen voor een boek en een pakketje postkaarten. 

Zelie (copyright Shin Y. Hwang)

 

’ s Avonds wacht Shin, een Koreaanse die in Nederland opgroeide, ons en de leerkrachten van de lagere school op met een heerlijk en uitgebreid Koreaans feestmaal. Nu hoor ik hoe iedereen in Italië terechtkwam. Shin woonde met haar gezin o.a. al in Amerika, vandaar de overheerlijke New Yorkse cheesecake als dessert.

We krijgen nog een rondleiding in het huis, die eindigt in de torenkamer/atelier. Daar mag je me gerust enkele weken opsluiten tussen een schat aan knutsel-, teken- en naaigerief!

 

DAG 3

Op vrijdagochtend is de Nederlandstalige afdeling van de schoolbibliotheek open. De bib draait volledig op het vrijwilligerswerk van de “bibmama’s”. Helaas kampt ze zoals zo veel bibliotheken met ruimte- en geldgebrek. Het lokaal wordt in juni als examenlokaal gebruikt  en dus moet er nu al geïnventariseerd worden. Jammer: een andere Nederlandstalige bibliotheek is er niet in de buurt en als je vaak verhuist is het niet evident om telkens de kinderboeken mee te nemen.

De andere ochtenden van de week zijn voor de andere talen gereserveerd. Even hilariteit als er een Zweeds boek gevonden wordt tussen de Nederlandse, er zijn er veel afdelingen, maar een Zweedse zit daar niet tussen.

Een laatste uitstap gaat naar het bedevaartsoord Sacro Monte, beschermd werelderfgoed. We beginnen meteen bovenop de berg – er is niet genoeg tijd voor de steile klim – en dalen een paar staties af op de “kappelekesbaan”. Ik slorp nog meer bergzichten op voor ik vertrek naar het vlakke land.

In de late namiddag vlieg ik terug naar Brussel. Hoewel ik mijn eigen boeken aan de schoolbib schonk, is mijn rugzak er niet lichter op geworden. Een heus cadeaupakket kreeg ik mee: pasta, koekjes, boeken en bovendien een zelfgenaaide knuffel van Shin. Uit de museumwinkel van Villa Panza een schitterend boek van een mij onbekende Italiaanse uitgeverij, Logos. Bij bekende schilderijen zijn de mensen vervangen door dieren. Rembrandts anatomische les van dokter Tulp met kikkers in plaats van mensen, Pierro della Francesca’s “hertog van Urbino” vervangen door een pinguin…

Ook mijn hoofd is er niet lichter op geworden en gonst van de indrukken. Werken als illustrator betekent heel veel alleen zijn. Drie volle dagen “onder de mensen”: daar kan ik héél lang op teren. Bovendien – zoals ik het ook in mijn workshop over illustreren aan de kinderen uitlegde – is reizen een belangrijke inspiratiebron. Aan je bureautje zitten wachten op ideeën is veel minder efficiënt.

Groeten uit Leiden

Op woensdag 25 mei bezochten we de twaalfde Annie M.G. Schmidt-lezing, die werd gegeven door Floortje Zwigtman onder de titel
‘Het weven van een web. Hoe schrijven gaat en waarom fictie gevaarlijk is.’

*

‘Ik heb iets stoms gedaan. Ik heb een boek geschreven.’ Met die zin opende Floortje Zwigtman de 12de Annie M.G. Schmidt-lezing in Leiden. Met deze lezing wil de Annie M.G. Schmidt-leerstoel het debat over kinder- en jeugdliteratuur aanwakkeren en de reflectie erop stimuleren. In het verleden waren er zeer polemische lezingen, die nadien nog wekenlang de gemoederen beroerden in kinderboekenland. Floortje Zwigtman nam minder opruiende stellingen in en gaf mooie feel good- lezing, die tegelijk stof tot nadenken gaf.

Helma van Lierop introduceert.

 

Ze had het over schrijvers. Wat drijft hen om een boek te schrijven? Waarom doe je in godsnaam zoiets? Hoe gek moet je zijn om wat je zelf bedacht hebt de boze wereld in te sturen? Ze begon haar verhaal bij de gezusters Brontë en ging verder met Hans Christian Andersen. De eersten schreven vanuit een drang om via literatuur de onbekende wereld te verkennen, om met hun fantasie de vele grenzen van hun dagelijkse leven te overschrijden. Maar daar betaalden ze ook een prijs voor: door te leven in een wereld van papier, bleef er weinig tijd over voor het echte leven. Dus dat is schrijven ook: jezelf opofferen. En waarvoor eigenlijk?
De grote Hans Christian Andersen was in werkelijkheid een onuitstaanbare kerel, maar kon in zijn sprookjes wel de spot met zichzelf drijven. Dat vindt Zwigtman fascinerend en ze zegt: schrijven is een proces waarin je ook jezelf leert kennen. Je creëert een afstand met je pen, waardoor je jezelf, de anderen en de wereld om je heen beter begrijpt. Een goede roman is complex omdat de wereld ook complex is. Schrijven is ontdekken en reflecteren. Het is door te schrijven dat Andersen volwassen werd.

Dat alles geldt ook voor de lezer, ging Floortje Zwigtman verder. Het lezen van een roman kan je meer leren dan de wetenschap, die alles al in hokjes en vakjes onderverdeeld heeft. Een roman kan een complexe wereld openbaren en tegelijk bevatbaar maken. Al zijn er ook risico’s aan verbonden en is fictie niet ongevaarlijk: het kan je wereld veel te groot of veel te klein maken. Gelukkig zijn lezers – ook kinderen – bereid om de prijs van angst te betalen om toch maar de verborgen poorten naar andere werelden te ontdekken. Je moet gewoon goed nadenken voor je eraan begint, zegt Zwigtman, of je nu schrijft of leest.

Floortje Zwigtman.

 

Uiteraard greep Floortje Zwigtman ook terug naar de grote Annie M.G. Schmidt. Op een prachtige manier weefde ze citaten uit ‘De spin Sebastiaan’ door haar lezing. Schrijven ís immers een web weven. Dus dat deed Zwigtman deze avond. Ze legde accenten, vertelde geanimeerd, haalde leuke en ontroerende anekdotes aan, bouwde een redenering op. Ze pakte ons in.

(Tine Kuypers en An Stessens)

Varese, 1

Marjolein Pottie was begin mei drie dagen in Varese (Italië) om lezingen te geven. Ze brengt daarover verslag uit in twee delen.

*

Er zijn lezingen die je niet bijblijven: alles verloopt gewoon vlotjes. Er zijn lezingen die je het liefst zo snel mogelijk wil vergeten. Zelden heeft dat met de kinderen te maken, wel met leerkrachten die je gebruiken als een veredeld kindermeisje. Er zijn scholen en bibliotheken waar je met veel enthousiasme onthaald en lekker in de watten gelegd wordt (Niel vergeet ik niet!).
En dan zijn er de lezingen buiten categorie. Dan hebben we het bijvoorbeeld over mijn lezingen van begin mei in de Europese school van Varese, Italië.
Ik werd uitgenodigd door Jo Govaerts, die er sinds twee jaar woont. Jo nodigde me eerder uit in de bib van Schaarbeek, als KJV-verantwoordelijke, en in een school in Evere. Ik kon kiezen voor de “light” versie (op één dag op en af met het vliegtuig) of voor de “deluxe” versie (drie dagen). Hoeft het gezegd waar mijn voorkeur naar uitging?

DAG 1:
Vanuit Zaventem sta je in een uur en een kwartier in Milaan-Malpensa. Jo en Shin staan me al op te wachten, in de villa van Shin krijg ik een grote kamer en badkamer ter beschikking.
Even wennen en mijn hoofd in vakantiemodus zetten: net was ik nog aan het tekenen in mijn werkkamer, of de wasmachine aan het inladen, een ogenblik later zit ik op een boot in de zon tussen de bergen. Wat valt hier een vreemd licht, de bergen rond het Lago Maggiore hebben alle mogelijk tinten blauw, maar zo ijl dat ze niet tastbaar lijken.
Jo toont me vandaag en de volgende twee dagen de mooiste plekjes: Isola Madre, met botanische tuinen en een tot museum omgevormd paleis. En met een indrukwekkende cypres van meer dan tweehonderd jaar oud die na een tornado terug rechtgezet is met kabels, een helicopter en maandenlang bevochtigen van de wortels…
Het kluizenaarsoord S. Caterina del Sasso aan een steile rotswand. Villa Delle Porta Bozzolo, nog een schitterend gebouw in een adembenemende setting. En mijn favoriet: Villa Panza, een achttiende-eeuwse villa die een collectie moderne kunst herbergt.

Tijd om kennis te maken met de familie van Shin. De drie kinderen zitten op de Europese school. De jongste van net geen vijf begroet me met: “ah, is dit nu Harry Potter?”. Marjolein Pottie en Harry Potter op zijn Hollands uitgesproken: ergens is er enige klankgelijkenis… (Ik hoop dat hij niet al te teleurgesteld is dat ik niet op bezems kan vliegen noch kan toveren)
De avond eindigt in het centrum van Varese, waar we na het aperitief met hapjes amper een fractie van de uitgebreide antipasti op krijgen. Boeiend om een kijk te krijgen op het leven van de “expats” hier. Nee, het is niet allemaal romantiek als je in het buitenland woont.

 

Pluk van de Petteflet spelen met Harry Potter!

 

DAG 2:
De Europese school. Ik ben wel wat talen gewend aan de schoolpoort in Brussel. Het is niet ongewoon dat je overschakelt naar Frans of Engels om met andere ouders te praten. Maar de voertaal onder de kinderen is (verplicht) Nederlands.
Hier is dat anders. Je hoort een bende luidruchtige Franse pubers, gevolgd door een groepje dat in het Italiaans ratelt. Engels en Duits ontbreken evenmin. Daartussen enkele klassen Nederlandse en Belgische kinderen.
Wat een rijkdom als je al kind al zo vlot van taal switcht!

Ik mag het ochtendritueel bij de kleuters meemaken, daarna komen het eerste en tweede leerjaar er bij en kunnen we aan de workshop rond “Tram Bxl” beginnen. De kinderen zijn prima voorbereid, ze weten al wie ik ben en wat ik doe (wat ze niet weten is dat Marjoleinpòttie – zoals iedereen me noemt – niet mijn voornaam is… :-)
De reacties op de illustraties van Tram Bxl zijn vrij gelijklopend met die uit een klas in België: het atomium wordt herkend, een jongetje weet dat in het Paleis van Laken Koning Albert woont, de metro kennen ze ook. Een “betoging” (aan de Beurs) is dan weer een totaal onbekend concept bij deze kinderen. Zij zien eerder een stoet, carnaval of een feest in de optocht.
Enkele kinderen zeggen me dat zij Belgisch zijn, wat mij raar in oren klinkt omdat ze nooit in België hebben gewoond. Het zet me aan het denken over nationaliteit.
De kinderen knutselen met papier, stof en rietjes elk hun eigen marktkraampje voor een markt zoals die aan het Brusselse Zuidstation. Ik zie kraampjes met kleren verschijnen, met bloemen, boeken, kippen, fruit enz. Er hangt een huiselijke sfeer in de klas, de kinderen zijn erg lief, en de leerkrachten gaan fantastisch om met hen.

(wordt vervolgd)

Kopjes

In deze nieuwe blogrubriek laten we kinderboekenmensen aan het woord. Nee, niet over hun vak. Wel over hun Bijzondere Bezigheden: verborgen talenten, obscure gewoonten, vreemde hobby’s. Hoe gepassioneerd ze ook bezig zijn met hun vak, heel wat auteurs en illustratoren hebben namelijk nog andere liefdes in hun leven. Illustrator Tom Schoonooghe, bekend van onder meer Brooddoos: een verhaal in veertien sneetjes (Minestrone, 2010), bijt de spits af.

*

De laatste keer dat ik in Bologna was, net iets voor Pasen, was het weer zover : ik bestelde een koffie van de bediende in de koffiebar, heerlijk! Het hartvormige suikerzakje, met  daarop in kitscherig font geschreven : ‘Felice Pasqua’, kreeg ik erbij. Ik hou van dit soort minuscule, mooi bedrukte hebbedingetjes.
Je moet vast een illustrator zijn om het te begrijpen.

Elk mens heeft recht op een mankement, een défaut. Wel, ik heb een zwak voor Italiaanse koffiekopjes. Terwijl ik dit artikel schrijf nip ik uit mijn nieuwste aanwinst uit Bologna. Eerlijk gevraagd en gekregen. Zalig.

Telkens ik een Italiaanse koffiebar induik voor een shotje ristretto of een schuimige cappuccino, bestudeer ik het keramische design van mijn kop. De  pastelkleur, de strakke of flamboyante lay-out van het icoontje, de minuscule afdruk in reliëf onderaan de kop, …als dát allemaal ‘klopt’ volgens mijn persoonlijk wetboek der esthetiek, dan voel ik het. Het borrelt op en ik kan het niet tegenhouden, ik krijg het warm en koud tegelijk.

Met de nodige beleefdheid, het gewenste respect en in de juiste stijl vraag ik dan de koffiebediende of ik het felbegeerde kleinood mag hebben.
Of ik Italiaans kan? Nee, maar ik heb van een bevriend specialist in de materie ooit in perfect Italiaans leren vragen of ik ‘deze kop mag houden omdat ik een verzameling heb’. Alleen zo heb ik het meest kans op slagen, immers, we zijn in het land van de commedia dell’ arte! Daar komt ie :

‘Faccio una collezione di tazze, questa tazza (ondertussen wijs ik naar de kop) potrei tenerla per favore?’

Op zo’n moment voelt een Italiaan zich enorm geflatteerd. Logisch, want :
één : ik hou van hun koffie
twee : ik hou ook van hun kopjes
drie : ik spreek hun taal
en vier : ik spreek hun taal juist (ik moet eerlijk zijn, het is de enige Italiaanse zin die ik perfect over mijn lippen krijg.)

Meestal krijg ik dan het felbegeerde exemplaar, recht uit de vaatmachine, met daarbij nog het bijpassende schoteltje, gewikkeld in een papieren zakje. Goh dat zakje, zelfs dat zou ik kunnen bijhouden!

Heerlijk voel ik me dan, onoverwinnelijk.
Mijn kinderhand is gevuld!

De kopjes kleuren mijn atelier, ze zijn het vaste behang dat net dat tikkeltje expo-gevoel geeft aan mijn wereldje. De collectie is ondertussen zo groot, dat ik gerust een tearoom zou kunnen beginnen in een doorsnee palazzo in Bologna.

Ach, laat ik het maar houden op een eenvoudig : ‘Viva le tazze Italiane !’

Maar ‘ti amo’ is ook al goed, mooi fijntjes gedrukt op porselein, in een fel kleurtje, nét uit de vaat…

koffiekopjes. veel koffiekopjes.