Groeten uit Montreuil

Een bezoek aan het ‘Salon du Livre et de la Presse Jeunesse’ in Montreuil is altijd een belevenis. De lange busrit is meteen vergeten wanneer we de eerste standen van uitgevers zien.

Veel nieuws dit jaar. Jonge uitgeverijen die risico’s durven nemen (check deze: Drozophile / Les Editions Notari / Zinc Editions / MeMo), maar ook de vaste waarden met een kwalitatief aanbod.

L' atelier du poisson soluble

Het thema van de beurs was Circus. In de kelderverdieping liep een tentoonstelling met heel wat prentenboeken rond het thema, en een aantal mini-exposities met werk van kunstenaars en illustratoren. In een grote arena vonden er kringgesprekken en interviews met auteurs en illustratoren plaats.

circus1

circus2

Mexico was gastland, met – wat had je gedacht – een kleine tentoonstelling, interviews en signerende illustratoren zoals deze Gabriel Pacheco (en als iemand de Spaanse tekst kan ontcijferen, laat maar komen).

mexico1

mexico2

gesigneerd boek

We ontdekten ook heel wat boeken die, indien vertaald, prima in de selectie van de Jeugdboekenweek 2012 zouden passen. De dieren waren overal.

dieren1

dieren2

dieren3

De Vlaamse auteurs en illustratoren waren ook goed vertegenwoordigd. We spotten een signerende Kristien Aertssen en ook Klaas Verplancke liepen we tegen het lijf. Maar de Vlamingen waren vooral met hun werk opvallend aanwezig.

kristien aertssen

vlamingen

tom schamp

Een dag Parijs is altijd te kort. Nauwelijks 5 uur later moesten we alweer de bus op. Gelukkig met een zak vol Sinterklaascadeaus. Voor onszelf.

(Griet Loix, An Stessens en Tine Kuypers)

Re-cover 8

In Re-cover halen we oude, eens geliefde jeugdboeken van onder het stof. Wij haalden een paar trucjes uit met de oorspronkelijke cover. Herken over welk boek het gaat, en bezorg jezelf instant warme herinneringen.

Wie herkent op deze tweede kerstdag deze klassieker uit 1982?

recover-81

Carll Cneut over cadeauboeken

De wedren voor kerstcadeaus is volop aan de gang. Illustrator Carll Cneut bracht met Do Van Ranst een prachtige bewerking van De blauwe vogel (De Eenhoorn, 2011) van Maurice Maeterlinck uit, een ideaal cadeauboek. Hij beantwoordt voor ons de vraag: ‘Welke boeken geef je graag cadeau en welke titels staan op je verlanglijstje?’

*

carll cneutOmdat ik tijdens het jaar zoveel boeken cadeau doe, geef ik niet zo vaak een boek cadeau tijdens de feestperiode. Een bol kaas geven is als boekenmaker minder voorspelbaar dan een boek. Maar toch, wat hieronder volgt zijn die uitzonderingen op de regel.

Met enige ironie: The repurposed Library, 33 craft projects that give old books a new life (Stewart, Tabori and Chang publishers). Een boek vol to do-projecten voor mensen met te veel /oude/ uitgelezen boeken. Je leert hoe je onder meer vazen, vogelkastjes, kandelaars (!) of een haardscherm (!) kunt maken met boeken.

De Quincunx van Charles Palliser geef ik elk jaar wel aan iemand cadeau. Omdat het één van de mooiste romans ooit is. Charles Palliser zou 16 jaar gewerkt hebben aan dit boek over de Dickensiaanse zoektocht van John Huffam naar zijn vader. Een turf (828 pagina’s) die ook sowieso indruk maakt op de trein. En als het tegenvalt, dan haal je er zo nog een aantal kandelaars uit.

Een stil geloof in engelen van R(oger) J(on) Ellory (De Fontein). Een geweldig mooi geschreven literaire thriller die mij aangeraden werd door een boekhandelaar. Joseph Vaughn verliest alles, behalve zijn talent om te schrijven.

Walton Ford: Pancha Tantra, Fantastic menagerie (The sinister majesty of Walton Ford’s wildlife) (Tashen). Een verzameling illustraties in aquarel die in eerste instantie 19de-eeuwse tekeningen lijken, gemaakt door hedendaags kunstenaar Walton Ford. Een antropomorfe wereld die alludeert op traditionele dierenthema’s.

Het grote tekenboek en Het grote tekenboek 2 van Taro Gomi, (Nieuw Amsterdam): even geniaal als eenvoudig. In dezelfde lijn: Auteur-Illustrator Startersbox (Uitgeverij Lebowski). Drie blanco boeken in een box. Op de rug staat: ‘Het is jouw job van deze drie blanco boeken fantastische prentenboeken te maken.’ Blijkt ook uiterst nuttig als je even van de feesttafel weg wil om de kinderen te gaan bijstaan.

Wat ik graag krijg? Zowat elk goed geschreven boek. En zowat elk goed geïllustreerd boek.
Deze lijst bevat enkele titels die ik dringend nodig heb:

Gestameld Liedboek van Erwin Mortier (De Bezige Bij). Omdat het Erwin Mortier is. Meer is niet nodig.

Food rules, an eaters manual van Michael Pollan, met illustraties van Maira Kalman. Ik verzamel zowat alles wat Maira Kalman illustreerde. En ik eet ontzettend graag. Bovendien wil ik nu wel weten of honden eten als ze depressief zijn.

Bonita Avenue van Peter Buwalda (De Bezige Bij). Omdat iedereen me vertelt dat ik dringend Buwalda’s boek moet lezen.

De heksen van Macbeth van Twiggy Bossuyt (De Eenhoorn). Een titel die me intrigeert, van debutante/actrice Twiggy Bossuyt.

Adrian Ghenie van Annette Husch, Jurg Judin en Adrian Ghenie (Hatje Cantz) en Adrian Ghenie van Martin Coomer (Cornerhouse). Het verzameld werk van de Roemeense kunstenaar Adrian Ghenie, die grote indruk op me maakt.

The annotated Peter Pan (the centennial edition) van J.M. Barrie & Maria Tatar (The Annotated Books) en The annotated Wind in the willows van Kenneth Grahame, Annie Gauger & Brian Jacques (W. W. Norton & Company). De enige twee boeken uit de The Annotated Books-reeks die me nog ontbreken. In deze reeks bevatten vooral de boeken van Maria Tatar, professor aan Harvard University, een schat aan contextuele informatie, beelden van iconische illustratoren en alternatieve versies. Bovendien zijn ze echt schitterend uitgegeven.

Mirror mirror on the wall. Nog te verschijnen bij Taschen. Een verzameling van 27 sprookjes van Grimm, bijgestaan door illustraties van Arthur Rackham, Walter Crane, Kay Nielsen e.a.

Mark Ryden, Pinxit, ook bij Taschen. Het verzameld werk van kunstenaar Mark Ryden.
Bij voorkeur de gelimiteerde Art Edition van 4000 euro. Indien die niet meer voorradig is, ben ik ook tevreden met de hardcover editie.

Sophie Swerts Knudsen

Sophie Swerts Knudsen werd in 2011 met Wolf (Clavis, 2009) door de Kinder- en Jeugdjury uitgeroepen tot winnaar van groep 4. Ze is een Vlaamse auteur die in Denemarken woont. Een Door het Deense sleutelgat dus.

*

kandelaar

Dit is een foto van de kandelaar die altijd naast mijn computer staat waar of wanneer ik ook schrijf. De kaars wordt dan aangestoken.

 

schrijftafel

Dit is mijn schrijftafel. Die staat voor een dubbele deur met uitzicht op de tuin. In de zomer gaat de deur open, in de Deense winters laat ik ze liever dicht! Brrr.

 

vuur

Hier zit ik ook soms te schrijven, lekker aan het vuur op de grond, met mijn laptop op schoot. Heel gezellig!

 

sophie-boeken

Mijn boekenkast: een bron van inspiratie!

Groeten uit Antwerpen

Zaterdag 10 december, bibliotheek Permeke. Recensentendag. In het auditorium zitten recensenten voor De Leeswelp, nominatielezers voor de Kinder- en Jeugdjury en enkele auteurs. Het is er koud, maar Majo de Saedeleer (directeur Stichting Lezen) en Jen de Groeve (hoofdredacteur De Leeswelp en De Leeswolf) heten iedereen warm welkom voor een voormiddag rond recenseren en jeugdliteratuur.

‘Wat is een goed kinderboek?’ is de uitgangsvraag van de recensentendag. ‘Dondert niet wat, zolang het maar een leuke leeservaring oplevert voor het kind’, zegt wie eenzijdig de kaart trekt van het kind trekt. Daar lijnrecht tegenover staat wie de vraag beantwoordt met: ‘Alleen die boeken die kwaliteitsvol zijn in de ogen van volwassen recensenten’. Zwart hoeft wit niet altijd uit te sluiten – er zijn kwaliteitsvolle kinderboeken die ook ontzettend populair zijn – en tussen zwart en wit ligt een continuüm aan grijstinten. Vijf sprekers nemen deze recensentendag positie in, vertellen wat een ‘goed boek’, en bij uitbreiding een ‘goede recensie’, voor hen betekent.

Jürgen Peeters (leraar, De Leeswelp-recensent, lid van de KJV-selectieteams en jurylid voor diverse jeugdliteratuurprijzen) bijt de spits af – de volledige tekst leest u hier. Ook hij wijst op de discrepantie tussen het oordeel van leerlingen en dat van leraars Nederlands, tussen het oordeel van jongerenjury’s en dat van volwassenenjury’s, tussen het oordeel van kinderen en jongeren over boeken en dat van de literair recensent. Dat betekent niet dat volwassen recensenten (leraars, juryleden) hun oordeel moeten aanpassen om die kloof te overbruggen. Wel integendeel, het is net hun taak om enkel ‘de allerbeste boeken bij een ruim publiek bekend te maken.’
Voor Jürgen Peeters is een kwaliteitsvol boek eentje met ‘literaire ruggengraat’: narratologisch samenhangend, rijk qua taal en stijl. Een goede recensie belicht de zwaktes en sterktes in de narratologische opbouw van een verhaal (plot en thematiek, vertelinstantie en karakterisering, setting, spanningsopbouw en dialogen) en probeert de stijl in preciezere woorden te vatten dan ‘beeldrijk’, ‘mooi’ of ‘clichématig’.

jurgen

 

Jelle Van Riet neemt het betoog van Jürgen Peeters als uitgangspunt voor het debat. Discussiepartners zijn Nederlanders Jaap Friso (journalist, publicist en radiomaker, bekend van de site www.jaapleest.nl) en Inger Bos (recensent en voormalig verantwoordelijke aanschafinformatie jeugd van NBD/Biblion) en Vlamingen Tine Mortier (auteur en recensent) en Vanessa Joosen (postdoctoraal onderzoeker jeugdliteratuur aan de Universiteit Antwerpen, recensent en jurylid voor diverse jeugdliteratuurprijzen).

Grosso modo zijn de sprekers het met Jürgen Peeters eens, al ontbreekt voor Tine Mortier het belang van een waarachtig en origineel verhaal in zijn betoog. En ze nuanceert: naast kwaliteitsvol moet een boek toch ook voldoende identificatiekansen bieden. Narratologische opbouw, taal en stijl zijn voor haar dan weer net zo belangrijk als voor Peeters. Zelfs bij verhalen voor eerste lezers zijn er auteurs die wonderen met taal verrichten en met een noodgedwongen eenvoudige plot toch weten te verrassen.
Vanessa Joosen wil net zo min toegevingen doen op narratologisch vlak: een goed auteur is iemand ‘met technische kennis enerzijds en erg veel verbeeldingskracht anderzijds’. Wat taalgebruik betreft is ze milder. Taalgebruik mag, maar hoeft niet literair te zijn voor haar. Ook een rechttoe rechtaan geschreven boek, zonder taalfouten of geforceerde beelden, verdient het label kwaliteitsvol als het aan alle andere criteria voldoet. Jaap Friso stemt daar mee in: ook in literaire boeken zitten wel eens clichés en soms staat een uitgepuurde taal een goed verhaal en leesbaarheid in de weg.
Verder maakt Friso een onderscheid tussen genres: voor een sciencefiction- of avonturenverhaal hanteert hij andere normen dan voor een literaire roman. Dat bevestigt Vanessa Joosen: zwart-witportrettering maakt deel uit van het sprookjesgenre bijvoorbeeld, maar een opdeling van personages in ‘goeden’ en ‘slechten’ kan dan weer niet in een realistische roman. Inger Bos recenseert elk genre dan weer op eenzelfde manier: ook ‘paardenboeken’ bestaan er in goede en slechte uitvoeringen.
Los van het feit of ze het taalgebruik in een boek strenger of milder beoordelen, delen de sprekers wel eenzelfde mening over de taal in de recensies zelf: een recensie moet vlot, helder en vlekkeloos geschreven zijn.

panel

Gevraagd naar het doel van een recensie antwoordt Jaap Friso dat het een manier is om zijn hart te luchten – een recensie blíjft een particuliere mening, relativeert hij. Daarnaast zijn recensies een selectiemiddel voor lezers om door de boeken het bos te blijven zien. Daar is Inger Bos het mee eens: met haar recensies voor Biblion informeert ze bibliothecarissen over boeken die op basis van die aanschafinformatie beslissen of ze het boek aankopen of niet. Zelfs met de beperking van 1200 tekens wil ze niet alleen iets kwijt over de korte inhoud van een boek, maar ook echt een oordeel meegeven. Ook Vanessa Joosen is zich er van bewust dat recensies een invloed hebben op het koop- en leesgedrag van lezers. Maar ze wil nog verder gaan: met haar recensies voor De Standaard wil ze ook meebouwen aan een kritisch klimaat. Al beseft ze dat er in een blad als De Leeswelp meer ruimte is om aan literatuureducatie te doen dan in een bondige Biblion-recensie.

Als basis voor hun recensies vallen alle sprekers, of ze nu autodidact zijn of een literair-wetenschappelijke achtergrond hebben, terug op hun eigen leesbagage. Of een boek – in de woorden van Annie M.G. Schmidt – ‘waar is en nergens gelogen, zonder boodschap van bovenaf’, schat je pas goed in als je veel vergelijkend materiaal hebt. Veel gelezen hebben – boeken voor kinderen, jongeren en volwassenen – is de voorwaarde om een nieuw boek goed te kunnen recenseren, om het te plaatsen in een breder kader, om literaire tendensen te kunnen ontdekken, om zowel rode draad als evolutie te kunnen ontdekken binnen het oeuvre van een auteur. De debatdeelnemers beseffen dat dat laatste wel eens in het nadeel kan spelen van een goed auteur. Soms zijn de verwachtingen (te) hoog. In literaire jury’s durft een iets minder (vernieuwend) boek van een gevestigde waarde al eens uit de boot te vallen. Terwijl boeken niet geforceerd vernieuwend hoeven te zijn: een gevestigde waarde mag gerust verder bouwen op zijn of haar sterktes.

De discussie verschuift van het beoordelen van auteurs die al lang in het vak zitten naar debuterende auteurs. Terwijl Tine Mortier echt slechte boeken liever niet recenseert – wie zit er te wachten op een afgekraakt debuut, vraagt ze zich af – doet Jaap Friso dat nét wel. Een boek dat gepubliceerd is, is volgens de uitgeverij het lezen waard. Aan de recensent om uit te maken of hij het met de uitgever eens is. Ook Jürgen Peeters wees er in zijn praatje al op dat je van minder sterke boeken ook wat bijleert door de zwakke elementen ervan bloot te leggen. Vanessa Joosen vindt overigens dat een debuterend auteur de kans moet krijgen om te groeien. Van een debuut met potentieel moeten de mankementen niet verzwegen worden, maar ze mogen wel milder worden beoordeeld.

Pittig gediscussieerd wordt er over het feit of een auteur tegelijkertijd recensent mag zijn. Vanuit het publiek komt de opmerking dat een auteur een ander auteur niet ‘zuiver kan recenseren’: dat je een collega die je kent beoordeelt, maakt je blik minder helder. Mensen moeten keuzes maken, zo luidt het, óf auteur óf recensent zijn. Tine Mortier wijst er echter op dat dat probleem net zo goed opgaat voor recenserende niet-auteurs: het is nooit fijn om een negatieve recensie te schrijven over iemand die je kent. Dus probeert ze te vermijden dat ze bevriende auteurs moet recenseren. ‘Maar als het moet, dan moet het,’ besluit Vanessa Joosen.

(Fieke Van der Gucht)