Re-cover 9

In Re-cover halen we oude, eens geliefde jeugdboeken van onder het stof. Wij haalden een paar trucjes uit met de oorspronkelijke cover. Herken over welk boek het gaat, en bezorg jezelf instant warme herinneringen.

Deze keer hebben we er een moeilijke uitgezocht, denken we. Het boek maakte in 1989 een diepe indruk op ons…

recover 8

Ed Franck over poëzie

Het wordt stilaan een traditie: naar aanleiding van Gedichtendag vroegen we auteur Ed Franck naar zijn favoriete gedicht.

*

edfranckWat je favoriete gedicht is, verschuift naargelang je leeftijd. Ik heb dus geen favoriete gedicht, maar ik ken wel een aantal citaten uit mijn hoofd. Nu ik zeventig ben geworden, flitst regelmatig het volgende poëziefragment door mijn hoofd, ik denk dat het van Jacques Bloem is, maar het kan ook van iemand anders zijn:

Het leven:
het is even
tussen twee stiltes
luid geweest.

Kan het nog kernachtiger?
Ik bedoel: je bent jong, je droomt je dromen, je wil van alles, je streeft en je maakt je moe. Je denkt dat je het centrum van het heelal bent. Je kwekt en je kwaakt, je wroet en je wriemelt. Je gilt naar iedereen: ‘Kijk, hier, ik besta!’
Maar naargelang de jaren verglijden, begin je te beseffen: vóór mij was er een eindeloze leegte, na mij volgt een eindeloze leegte. Daartussenin liep ik, heel even, lawaaierig te doen. Nutteloos natuurlijk, maar je kunt niet anders.

Prinsengracht, Amsterdam

Griet Loix ging nog eens naar Amsterdam, met Niets is wat het lijkt van Aidan Chambers in haar handtas. Niet alleen komen daar zeer herkenbare stukken Amsterdam in voor, maar uit goede bron had ze ook vernomen dat Aidan Chambers zich op een bestaand huis van een bekende kinderboekendame had gebaseerd voor onderstaand fragment.

*
Het liefst ging hij even schuilen, uitrusten en wachten tot de bui voorbij was, maar hij zag geen geschikte plek. Toen kwam hij bij een huis met een steile trap van zes treden die naar een zware voordeur in een portiek leidde. Hier was tenminste enige beschutting. (…)

chambers-trapjes

‘Is er iets? Kan ik je helpen?’
Onderaan de trap stond een oude vrouw tegen hem te praten. (…)
‘Wacht hier maar.’
In plaats van de trap op te komen,  zoals hij verwacht had, draaide ze zich om en maakte aanstalten weg te gaan. Jacob vroeg zich af waar ze heen ging en daalde af naar de straat, waar hij nog net haar ronde rug zag verdwijnen tussen de overhangende takken van klimop en rozen die samen met talloze bloempotten vol rode en witte planten een weelderige omlijsting van de ramen van een souterrain vormden. Ze ging het souterrain binnen door het ene kelderraam, dat een deur bleek te zijn met een traliehek ervoor. Net de ingang van een grot of een onderaards hol, vond hij.

chambers-souterrain

(…)
Onder het wachten zag hij een witte rondvaartboot door de gracht glijden.

chambers-boot

Uit: Niets is wat het lijkt / Aidan Chambers (Querido, 2000)

Woord voor woord

Toen nog niet helemaal duidelijk was dat mijn religieuze opvoeding een hopeloze zaak was – dat moet rond 1980 geweest zijn -, kreeg ik Woord voor Woord: Het nieuwe testament cadeau. Niet van mijn ouders (beweren ze nu) – misschien was het een oom die vond dat zijn nichtje in dat net iets te seculiere gezin wel een beetje hulp kon gebruiken?

Ik blader in mijn kinderbijbel van toen en merk dat het vooral de illustraties van Bert Bouman zijn die een beklijvende indruk hebben gemaakt. Niet noodzakelijk om hun stichtende boodschap: de zoenende Maria en Jozef, een akelige blote man (die dan later een knuffel kreeg van Jezus), Talitha die genezen werd (maar er toch een beetje spookachtig bleef uitzien) en een man die ik er vroeger ziek en zielig vond uitzien maar die nu de knecht blijkt te zijn die niks met zijn talenten heeft aangevangen.

zoeners - bloot - opgestaan uit de doden - de derde knecht

De recensies van toen spreken lovend over deze illustraties, over de uitbundige kleuren en speelse lijnen, over hun nuchtere en tegelijkertijd fantasievolle karakter, over de actualiseringen en de humor, en het feit dat ze vaak Nederlands en eigentijds zijn.

Eykman zegt daar in zijn voorwoord zelf over: “[De illustraties] helpen zo om duidelijk te maken wat we hopen met die verhalen. Om een voorbeeld te noemen: op die tekeningen zie je vaak allerlei voorwerpen die je eerder in Holland nu dan in Israël toen zou verwachten. Dat is niet om modern te doen of zo. Dat is omdat we inderdaad hopen dat de verhalen niet van ver weg en lang geleden zijn. We hopen dat die verhalen nu geldig en dichtbij zijn.”

Bijna twintig jaar na het verschijnen van de kinderbijbel schreef Eykman over zijn opzet: “Je kunt een kind met Sinterklaas een kant-en-klaar autootje geven. Dat is mooi. Maar je kunt een kind ook een legodoosje geven met op de buitenkant een foto van een auto en binnenin een gebruiksaanwijzing. Wanneer je precies doet wat op het papiertje staat, krijg je dat autootje dat op die foto staat. Je kunt een kind ook een hele zooi legoblokjes geven en dan zul je verbaasd zijn wat voor soort autootjes er uit tevoorschijn komen. Dat is wat ik met die verhalen wil. Je geeft ze een aantal blokjes mee.”

Precies om deze redenen wordt het verschijnen van deze kinderbijbel in 1976 (samen met een uitgave van het Oude Testament) door kinderbijbelspecialist Willem van der Meiden een sleutelmoment in de geschiedenis van de Nederlandse kinderbijbel genoemd.
Niet eerder werd een kinderbijbel gemaakt waarin zo duidelijk gemikt werd op een publiek dat met Bijbelverhalen onbekend is, zegt de vakliteratuur. Herlezend herken ik dat, in de nuchtere verteltrant bijvoorbeeld, “ontdaan van geur van heiligheid”, volgens Willem van der Meiden. Het is een gewoon verhaal over weliswaar buitengewone gebeurtenissen. Maar de ik-anno-2012, voor wie de kern van een (kinder)bijbel neerkomt op het doorgeven van cultureel erfgoed, mist toch wel een beetje het statige van het Nieuwe Testament in een klassiekere versie. Want de ‘Parabel van de talenten’ heeft hier als hoofdstuktiteltje ‘Het geld dat niet gebruikt werd’, en de talenten zijn in 1976 trouwens guldens geworden.

Of ik dat als kind ook vond? Of was ik juist blij met de begrijpelijkheid van de tekst? Ik heb geen flauw idee. Ik zou best wel even terug naar het verleden willen flitsen om te zien hoe ik met deze kinderbijbel omging. En ook om te zien wanneer ik mijn interesse begon te verliezen. Want om verder te breien op Eykmans mooie analogie met de lego-blokjes: ik was zo’n kind dat even met die legoblokjes speelde, maar ze daarna opzij schoof ten voordele van Playmobil.

(Eva Devos)

Meer lezen? 

‘Zoo heerlijk eenvoudig’ : geschiedenis van de kinderbijbel in Nederland / Willem van der Meiden. – Verloren, 2009

Kinderbijbels zijn aanloopjes, meer niet / Karel Eykman, In: Zo goed als klassiek : bijdragen aan het gelijknamige symposium, gehouden 14 december 1994 aan de Katholieke Universiteit Brabant / Helma van Lierop-Debrauwer. – NBLC Uitgeverij, 1995, p. 31-36

[Dit, en meer, is te vinden in de bibliotheek van Stichting Lezen.]

Groeten uit Gent

Op donderdag 12 januari namen 175 leerkrachten deel aan een studiedag over poëzie – in de aanloop naar Gedichtendag. In de voormiddag stond het basisonderwijs centraal, in de namiddag het secundair. Achttien sprekers gaven tips, gidsten door het aanbod kinder- en jeugdpoëzie en gaven lezingen uit hun werk.

gedichtendagDit knoop ik in m’n oren: wie poëzie in de klas wil schrijven, hoeft niet per se van nul te starten. Vertrekken van bestaande teksten levert verrassende resultaten op. Stiftgedichten uit krantenberichten, stapelgedichten met boekentitels, poëtisch sms’en: mogelijkheden te over. En voor wie het helemaal origineel wil aanpakken, zijn er twaiku’s (haiku’s op Twitter) en flarf (gedichten op basis van online zoekresultaten).

Dit had ik graag allemáál gezien: Flip van Duijn die vertelt over zijn legendarische moeder Annie M.G. Schmidt, Frank Adam die goochelt met gedichten en een zakdoek, de voelpoëzie van Jan Dewitte, Stijn Vranken die een groep muisstil krijgt met wat hij voordraagt uit het hoofd,  hoe Sylvie Marie poëzie maakt met een groep en beoordeelt, wat Geert de Kockere deed met poëzie en QR-codes, en wat Lies van Gasse vertelde over visuele poëzie.

En dit was het mooiste dat ik hoorde: Poëzie, dat is verwondering over het gewone. Het is goed kijken en spelen met taal. En ook al is een gedicht niet meteen te snappen voor een kind – of voor een volwassene: dat is niet erg. Er bestaat zoiets als ‘uitgesteld begrip’. Dankjewel Joke van Leeuwen.

(Sofie Dewulf)