Gastblogger

De maand maart is traditioneel Jeugdboekenweekmaand, en in 2012 op dit blog ook gastbloggermaand. Vanaf morgen heerst Jan Paul Schutten één maand lang over dit blog. Jan Paul is een gerenommeerd kinderboekenschrijver, vooral van non-fictie, en met een bijzondere interesse in dieren; een geroutineerd bezoeker van de Kinderboekenbeurs in Bologna, die deze maand plaatsvindt; en een fervent blogger. Welkom Jan Paul!

Maarten Jagermeester over zijn beest-bij-voorkeur.

Naar aanleiding van de Jeugdboekenweek – dit jaar rond het thema ‘dieren’ – vroegen we dierenarts/auteur Maarten Jagermeester: Over welk dier schrijft u het liefst en waarom?

*

maartenmetkatIk schrijf het liefst over katten want ik ben een kattenfreak. Van kindsbeen af ben ik al gefascineerd door dit gracieuze dier.  Op de boerderij waar ik mijn jeugd heb doorgebracht ontfermde ik me wel over twintig katten wat voor de buren de aanleiding was om me de naam ‘kattenpastoor’ te geven. Momenteel heeft ons gezin zes katten in de huiskamer lopen of liever gezegd liggen. Onze katten  behoren allemaal zonder uitzondering tot het oersterke vuilnisbakkenras. De meeste heb ik geadopteerd toen ze al volwassen waren. Dikwijls waren het slachtoffers van auto-ongevallen die door toevallige voorbijgangers in mijn dierenartsenpraktijk werden binnengebracht. Wanneer de kat hersteld was en de eigenaar niet was komen opdagen, bleef de kat bij mij. Het was dat of het asiel en als je weet dat mijn twee dochters, ook kattenvrienden, hierin meestal het laatste woord hadden, was de keuze vlug gemaakt. Ook kittens werden gewoon aan de deur van de praktijk gedumpt en sommige mochten blijven. Jammer genoeg is het niet mogelijk om elke kat in onze dierenherberg op te nemen, anders konden we beter een asiel beginnen.
Ik heb er altijd van versteld gestaan hoe een kat, zelfs een oude, zich aanpaste aan haar nieuwe omgeving en andere baasjes.   Onze katten liggen bijna de hele dag op hun luie kont ergens op een leuk plaatsje te maffen. Ze nemen daarvoor allerlei houdingen aan: uitgestrekt op de rug, in een bolletje, of plat op de buik. Als ik ’s avonds een boek wil lezen in een luie zetel is mijn plaats meestal ingenomen door een van onze poezen. Maar als ik de ijskast open of een blikopener vast neem, staan ze een seconde later in de keuken. Katten zijn ontzettend mooie, lieve wezens. Ze hebben iets mysterieus, een charme, een gratie en een uitstraling die een hond niet heeft. Een kat is een onafhankelijk dier dat altijd zijn zin doet. Ze leidt haar eigen leven en is nooit de slaaf van de mens.
In tegenstelling tot onze honden moet ik met mijn katten geen avondwandelingen maken, wat voor een mens met een druk bestaan als ik een meevaller is.  Een kat zorgt immers voor zichzelf, ze is zindelijk en laat zich via een kattenluikje zelf uit. Kortom katten zijn schone beesten die bovendien de stoepen niet bevuilen. Tegenwoordig zijn katten in, ze zijn trendy. Ze zijn ongetwijfeld op weg om de hond te verdringen van de ‘Top-1-plaats’ in de hitparade van populaire huisdieren.
Ik mijn jeugdboeken laat ik allerlei diersoorten de hoofdrol spelen, maar natuurlijk hebben katten een pootje voor.
Om af te sluiten wil ik twee mensen citeren. De beroemde Albert Schweitzer (arts, theoloog,filosoof en musicus) zei het volgende: ’ Er bestaan maar twee manieren om te ontsnappen aan de triestheid van het bestaan: muziek en katten.’
En wat vind je van deze: ‘Katten vinden mensen nuttige huisdieren’ (auteur George Mikes).
Ik moet de beide heren volmondig bijtreden.

Picturebooks in ELT

We moeten er eerlijk in zijn: het kakelbontblog is niet het enige geweldige blog. Geregeld posten anderen in de kinderboekenblogosfeer iets dat we geestig, aanstekelijk of gewoon uitermate interessant vinden. Opdat u het zeker niet mist, brengen we dit soort berichten en hun thuisblogs in de rubriek Blogburen onder uw aandacht.

*

Picturebooks in ELT (ELT is English Language Teaching) is het blog van Sandie Mourão, die freelance Engelse les geeft en daarvoor vaak prentenboeken inschakelt. Op haar blog stelt ze deze prentenboeken voor. Ze bladert als het ware door het boek, beschrijft uitvoerig en met grote nauwkeurigheid cover, schutbladen, colofon, en het verhaal en de prenten zelf. Tussendoor suggereert ze interpretaties en vestigt ze je aandacht op details die je anders waren ontsnapt. Dat is meteen het fijne aan dit blog – niet alleen ontdek je (Engelstalige) prentenboeken die je nog niet kende, maar zelfs bij de prentenboeken die je al wel kende, ontdek je dingen waar je eerst had overgekeken. In deze blogpost bespreekt Sandie het boek Whatever van William Bee (Walker Books, 2005).

elt

Lieve, lange Sarah (en ook een beetje Eindelijk Michiel en Snippers)

Heel lang geleden waren er twee soorten boeken. Er waren (1) de boeken van Astrid Lindgren, over kinderen in velden, in hooibalen, in riviertjes, in het grote avontuur. Dat leven wou ik zelf leiden. En er waren (2) de boeken van Patricia MacLachlan, over kinderen die op een vensterbank over moeilijke dingen zaten na te denken. Kinderen voor wie het grote avontuur eigenlijk heel klein was. Die boeken wou ik zelf schrijven. Eindelijk Michiel is mijn favoriet (denk ik), met op de cover die jongen in de vensterbank en een kip op schoot. Snippers komt tweede plaats (denk ik), met die eerste zin over die opa die een foto probeert te maken van een koeienvlaai. En Lieve, lange Sarah zweeft overal tussen en rond – maar geraakt in mijn wereld niet op de voorgrond. Ook niet na al die jaren. Als ik het nu herlees  vind ik zelfs nogal opzichtig (dat vind ik niet van Michiel en Snippers). Maar let u vooral niet op mij: met Sarah, plain and tall (hoeveel minder plain klinkt dat dan Lieve, lange Sarah?) zette Patricia MacLachlan zich in 1985 resoluut op de kinderboekenkaart.

drie maal patricia maclachlan

Ze had al een aantal prentenboeken geschreven en – “she had too much to say to be confined by the 32-page picture book” (Russell, p. 8 ) – een handvol langere verhalen. Ze had al prijzen gewonnen en ze had al respect afgedwongen, maar met Sarah, plain and tall won ze de Newbery Medal en werd ze een ster. De roem werd compleet met de verfilming in 1991, met Glenn Close en Christopher Walken in de hoofdrollen. Patricia MacLachlan schreef het script zelf en paste haar verhaal aan aan een publiek van kinderen én volwassenen – en kreeg er meteen de smaak van screenplay writing mee te pakken.

Sarah, plain and tall was haar eerste boek dat in 1987 in het Nederlands vertaald werd (er zouden er nog acht volgen). En ook in onze lage landen waren recensenten (inclusief de Boekenleeuw-jury) weg van het verhaal over de lieve lange Sarah die vanuit Maine (aan zee) naar de prairie (diep in het binnenland) komt om er een nieuwe moeder te worden voor Anna en Caleb en een nieuwe vrouw voor hun vader. Jaak Dreesen roemde in De Bond de literaire kwaliteiten van het boek: “Ik hou veel van de korte, heldere zinnen van dit boek. Me dunkt, er staat geen woord te veel in. Het zit vol kort, scherpe observaties, en is heel beeldend geschreven.” En hij voegt toe: “Kinderboeken [worden] bij ons zelden of nooit met literaire maatstaven gemeten. Toch moet dat, want een boek is een literair product.” (Twee jaar later zou Eindelijk Michiel, de vertaling van Arthur, for the very first time, als vervolgverhaal in De Bond verschijnen.) In De Standaard was Tilly Stuckens formeel: “Lees dit boek. Het is uniek. Niet alleen vanwege zijn wat ongewone inhoud, of vanwege de vanzelfsprekendheid waarmee de huwelijksadvertentie aan bod komt, of vanwege de fijne toetsen waarmee heel intieme en verwarrende gevoelens worden beschreven… Maar ook vanwege de met groot literair talent weergegeven aangrijpende sfeer van de verafgelegen boerderij en de velden errond.”

Speaking of boerderijen en velden: volgens David L. Russell is Sarah, plain en tall een resolute terugkeer naar MacLachlans roots in Wyoming. Aukje Holtrop was in Vrij Nederland weg van “de geur van pasgemaaid gras, koeiepoep en versgeplukte aardbeien” die ze voelt opstijgen uit Lieve, lange Sarah en Eindelijk Michiel. Sowieso zijn plaatsen en locaties belangrijk in MacLachlans boeken. En dat gaat verder dan het beschrijven van aardige boerenmensen in een uitgestrekt landschap: “All of her writings carry a deep sense of place, of belonging somewhere.” Of hoe Tim in Snippers moet uitzoeken waar zijn plaats in de wereld ligt, met een vader die niet bestaat en een moeder die vertrokken is. En hoe Michiel wat van rust en vrede vindt op de boerderij van zijn oudoom en –tante. Patricia MacLachlan legt echter zelf nog de meest boeiende en veelzeggende link tussen haar roots en haar schrijven: “I think what happens is you write how you grew up. And I was born on the prairie and so everything is kind of spare on the prairie. And so I’m just used to writing in that way. [… ] I like writing small pieces. Somehow it just suits me.”

Lieve, lange Sarah, Eindelijk Michiel, Snippers… zijn zogenaamd kleine verhalen. Het zijn verhalen waar de spanning tussen de regels zit – of zoals Tilly Stuckens schreef over Lieve, lange Sarah: “de spanning is aanwezig in kleine, maar herkenbare nuances en zindert het hele boek door”.  Patricia MacLachlan is van het soort auteur dat een leven lang kijkt en observeert. Soms vertaalt ze letterlijk wat ze ziet. Het verhaal van post-orderbruid Sarah is er bijvoorbeeld een uit haar eigen familie. Sarah kreeg al een bijzin in Arthur, for the very first time (dat in Amerika 5 jaar vóór Sarah, plain and tall verscheen), maar ze was “a character that haunted, nagged, or begged MacLachlan to tell her story” (Russell p. 65). Maar vooral weet MacLachlan met al dat kijken en observeren de kleine radartjes in het grote geheel te onderscheiden, “absorbing the experiences and personalities, making the connections, and discovering the relationships.” (Russell p. 1)

De ik van heel lang gelden las in deze kleine verhalen graag een ernst en een droefenis en een eenzaamheid en een groot gevoel voor detail. De ik van vandaag haalt Eindelijk Michiel en Snippers af en toe nog uit te kast om verhalen te vinden die niet altijd gelukkig zijn en soms misschien een tikkeltje achterhaald, maar die heerlijk ruiken naar koeienpoep en kippenstront en die zelfs een vermoeid volwassen hoofd tot rust kunnen brengen.

(An Stessens)

Meer lezen?
Documentatiemap Patricia MacLachlan
Patricia MacLachlan / David L. Russell. – Twayne Publishers, 1997
Lieve Sarah, ‘t is mooi geweest / Karin van Camp. In: Leesidee Jeugdliteratuur 1 (1995), nr. 4, p. 116
Patricia MacLachlan / Marita de Sterck. In: Jeugdboekengids 34 (1992), nr. 9
http://www.publishersweekly.com/pw/by-topic/authors/interviews/article/43625-q–a-with-patricia-maclachlan.html

[Dit, en meer, is te vinden in de bibliotheek van Stichting Lezen.]

Parijs

Enkele jaren geleden bezocht ik een tentoonstelling de Nationale Bibliotheek François Mitterand in Parijs. Ik was erg onder de indruk van de gigantische site die in 1996 opengesteld werd voor het publiek: een rechthoekig plein van ongeveer 60.000 m², waarvan de hoeken worden gevormd door vier L-vormige torengebouwen, met middenin, in de diepte, een park van zo’n 12.000 m². In de (kritische) volksmond wordt deze bibliotheek trouwens ‘la TGB’ genoemd: la Très Grande Bibliothèque, naar analogie met de TGV, en dat verbaast me niet. De vier torens symboliseren elk een opengeslagen boek. Ook de publieksruimten die ik toen bezocht hadden een grandeur en een uitstraling die volledig in lijn lag met de verwachtingen over Mitterands laatste prestigeproject.

Copyright: Alain Goustard/BnF

Copyright: Alain Goustard/BnF

Toen de afgevaardigde van IBBY-Frankrijk me onlangs op een internationale IBBY-bijeenkomst uitnodigde om een bezoek achter de schermen van de Bibliothèque Nationale de France, hoefde ik niet lang na te denken. Alle redenen om een citytripje naar Parijs te boeken zijn goed genoeg en dit was een uitstékende reden.

Op een ijzige winterochtend werden we verwacht bij een dienstingang van één van de vier boekentorens. We steken de grote esplanade over: het is er tochtig, glad en koud. Bij het binnenkomen valt meteen op hoezeer de sobere inrichting van de personeelsafdelingen afsteekt tegen de prestigieuze inrichting van de publieksgedeelten. Een smal gangetje, een nog smaller tafeltje, en een portier/veiligheidsdame die onze identiteitskaarten opvraagt. De afwerking van het interieur neigt naar casco – uiterlijk vertoon is hier niet aan de orde, maar wellicht lag het kostenplaatje voor deze TGB al hoog genoeg. Al gauw komt onze gastvrouw, Hasmig Chaninian, ons bij het onthaal oppikken voor een rondleiding doorheen de bibliotheek, en in het bijzonder langs het Centre nationale de la littérature pour la jeunesse: la Joie par les Livres.

Copyright: David Paul Carr BnF

La Joie par les Livres bestaat al sinds 1965 maar werd in 2008 geïntegreerd in de Bibliothèque Nationale de France. Ze behielden daarbij hun zelfstandig functioneren, maar wonnen aan bestaanszekerheid en alle voordelen die een grotere structuur biedt – en een ambtenarenstatuut voor het personeel.
Hasmig stelt ons voor aan haar ruim 20 collega’s, die instaan voor de waaier aan functies en taken van La Joie par les Livres. De organisatie verzorgt publicaties over jeugdliteratuur (waarvan het tijdschrift La Revue des Livres pour Enfants wellicht het bekendste is) en organiseert allerhande vormingen. Er wordt een stevig buitenlands netwerk onderhouden: La joie par les livres is tegelijkertijd de Franse afdeling van de International Board on Books for Young people en van de IFLA sectie Libraries for Children and Young Adults. Ik begroet oude bekenden, nieuwe mensen en mensen die ik alleen van naam ken. Het valt me op dat alle kantoren van kinderboekenmensen er fundamenteel hetzelfde uit zien: affiches en illustraties verdringen elkaar tegen de muur en op kastdeuren, postkaartjes kleven tegen computerschermen, en overal heerlijke stapels boeken. Zoveel verschil is er dus niet tussen Parijs en Antwerpen, wat dat betreft.

We dwalen verder door de publieksruimten en de personeelsruimten van de BNF. Langs de sport- en fitnesszaal, die alle personeelsleden mogen gebruiken, maar verplicht wordt bezocht door de 52 brandweerlieden die permanent zijn gestationeerd in één van de vier torens. Langs de Globes van de Zonnekoning. De ene stelt de aarde voor, de andere de hemellichamen en beide zijn ze adembenemend. Sinds 2006 staan ze hier gratis en voor niks te kijk voor iedereen die de bibliotheek bezoekt. (Alleen al daarom zou de BNF bij uw volgende Parijsbezoek een verplichte stop moeten zijn.)

En dan hebben ze ook nog hun bibliotheek. Meer dan 250 000 banden, waaronder de volledige Franse kinderboekenproductie sinds de jaren zestig, een representatieve keuze van de Franstalige productie uit Zwart Afrika en de Arabische wereld, een collectie vakliteratuur, en een collectie preciosa. We struinen door het gigantische magazijn met zijn volgestouwde compactussen. Indrukwekkend, maar niet half zo indrukwekkend als de prachtige leeszaal. De leeszaal… als ik niet zoveel zelfbeheersing had zou ik er stikjaloers van worden. Eén van de 10 leeszalen van de Bibliothèque Nationale (die samen in 1500 werkstations voorzien) is volledig gewijd aan kinder- en jeugdliteratuur. Een bewijs dat de kinder- en jeugdliteratuur dankzij La Joie par les Livres een onmiskenbaar respectabele positie heeft verworven in de BNF.

Copyright: JPL

Copyright: Patrick TOURNEBOEUF-Metis/BnF

De enorme, rustige, lichte ruimte, met 56 zitplaatsen herbergt een stevige collectie vakliteratuur, een zeer uitgebreide collectie hedendaagse Franstalige jeugdliteratuur en een behoorlijke collectie in andere talen. Daarnaast is er onder meer nog een bijzondere collectie met sprookjes en volksverhalen uit alle werelddelen, en wat mijn hart sneller deed slaan: ‘de ideale bibliotheek’, een uitgelezen selectie van zo’n 3600 boeken die de mensen van La Joie par les Livres essentieel vinden voor elke openbare bibliotheek en die trots apart staat opgesteld. Er zijn kleine thema-etalages die een stukje van de collectie in de kijker zetten en op gezette tijden wordt de statige leeszaal opengesteld voor kinderen en hun ouders.

Copyright: JPL

Ik kijk rond en geniet. Zelfs de stoelen zijn volledig in stijl met de rest van de inrichting. Hasmig beaamt dat de interieurarchitect de gehele ruimte (en overigens alle leeszalen) onder handen heeft genomen, met soms ook minder handige gevolgen: als een van de mooie, speciaal ontworpen stoelen het begeeft, moet er gewacht worden op een nieuw exemplaar, want het is strikt verboden om een willekeurige stoel in de plaats te zetten. Dat design niet altijd even handig is in de praktijk, bleek ook die keer dat het sneeuwde en de esplanade herschapen werd in een spekgladde ijspiste, en de geleidelijk aflopende ramp naar de ingang van de bibliotheek in een levensgevaarlijke glijbaan, verklapt Hasmig. Ach ja, het is overal wel wat.

(Eva Devos)