Terug naar Bologna

bekins01_bologna08-entrance

Sommige boeken dwalen nadat je ze gelezen hebt nog een tijd door je hoofd. Ze hebben iets intrigerends waar je niet direct de vinger op kunt leggen. Wat maakte het zo bijzonder? Wat wringt er nog? De beurs in Bologna had ook zoiets. Er was een bepaalde sfeer waar ook niet direct de vinger op kon leggen. Maar het voelde ánders.

Ging het dan slecht met de uitgevers? Nee, zeker niet. Er zijn genoeg uitgeverijen die lastige tijden doormaken, maar vele hebben een uitstekende beurs gehad. Bovendien lijkt de internationale markt aan te trekken. Een paar jaar geleden hadden sommige hallen nog grote lege plekken. Nu was de hele ruimte weer gevuld. Wat was er dan? Nu pas weet ik het. Niemand zei het direct, maar het is onzekerheid. Voorzichtigheid. Stilte voor de storm. De storm van een misschien instortende economie, maar ook een storm van e-books, nieuwe media en apps. Wanneer komt die storm? Hoe zwaar wordt hij? Richt hij veel schade aan of zorgt hij juist voor een aangename frisse bries? Wat doet de concurrentie met die storm? Hebben andere landen de wind mee of tegen?

De ontwikkelingen gaan razendsnel. Als je nu besluit om in te zetten op een dure strategie waarin nieuwe media een belangrijke rol spelen heb je de kans dat de technieken al achterhaald zijn voordat de boeken en apps klaar zijn. De concurrentie maakt dan voor minder geld iets mooiers. ‘Kijken, kijken, nog niet instappen…’ lijkt het motto momenteel. Op de stands werden dan ook bijna alleen maar boeken verkocht. Bij de presentaties draaide het veel meer om nieuwe media. Een merkwaardig verschil.

Ik heb inmiddels behoorlijk wat gezien op het gebied van apps en nieuwe media. De grootste uitdaging lijkt me om de warmte van een boek over te brengen op een kille drager als een iPad. Illustraties op papier voelen veel directer, persoonlijker en veel exclusiever aan. Bij mij tenminste. Hoe dat komt weet ik niet. Maar zolang dat verschil blijft hou ik een sterke voorkeur voor het papieren boek. De tekeningen die Mies van Hout me liet zien deden me véél meer dan de spectaculairste apps.

De wraak van het spruitje (2)

spruitje2Het schrijven van De wraak van het spruitje ging volgens een droomscenario. Iedereen wilde meewerken met informatie, van McDonalds, Mars en Coco-Cola tot en met de universiteit van Wageningen en topkoks als Moshik Roth en Pierre Wind. Ik kreeg een stortvloed vol geweldige informatie, die ik alleen nog in een boekje van 96 bladzijden hoefde te proppen. Dat lukte. En wat ook lukte: iets maken van spruitjes waar kinderen net zo gek op zijn als op chips en cola. Beter kon het niet.

Er was alleen één probleem: het omslag. Omdat reclame aan het eind van het boek een belangrijke rol speelt hadden we gekozen voor een reclametekenaar als illustrator. Dat was al een lastige keus, omdat we daarmee zoveel goede kinderboekenillustratoren passeerden. Maar een groter probleem was het omslag dat hij maakte. Daar waren veel mensen niet bepaald over te spreken. Ik was ook niet meteen enthousiast.

Mijn briefing aan Taufiq, de tekenaar, was: ‘ik wil dat het boek er zo uitziet dat het gelezen gaat worden.’ Verder niets. En toen kwam hij met dit. Da’s mooi, dacht ik. Ik laat het gewoon aan honderden kinderen zien (ik had in die periode veel schoolbezoeken) en laat hen het afkeuren. Maar het omgekeerde gebeurde. Kinderen waren razend enthousiast. Mijn mening deed er niet toe. Zij wilden dít omslag. Beter had Taufiq het niet kunnen doen.

Het boek is nooit in België verschenen, maar het is nog overal op internet verkrijgbaar. Wie kennis wil maken met mijn werk zonder zich een buil te vallen aan de kosten kan al een exemplaar voor een euro plus portokosten bestellen. En het zou best wel eens mijn beste boek kunnen zijn.

De wraak van het spruitje (1)

spruitjeDe Gouden Griffel mag dan het mooiste zijn wat mij in mijn carrière is overkomen, maar het schrijven van het Kinderboekenweekgeschenk komt aardig in de buurt. Enkele weken na de Nederlandse Kinderboekenweek in oktober bepaalt de CPNB het thema en de auteur voor het komende jaar. Auteurs zijn meestal helemaal vrij om te bepalen wat ze schrijven, maar in mijn geval moest het non-fictie zijn en moest het over eten en drinken gaan. Nou schrijf ik graag non-fictie en had al plannen om over eten en drinken te schrijven, dus dat was geen enkel probleem.

Ik had ook al een plan. Een boek over de verhalen en herkomst van ons voedsel, in de stijl van de culinaire journalist Johannes van Dam. Met ongeveer drie meter aan culinair researchmateriaal in mijn boekenkast hoefde ik daarvoor het huis niet eens uit. Maar…

Je krijgt maar één keer de kans om voor zo’n groot publiek te schrijven (443.000 exemplaren). Er is iets grondig mis met de kennis van ouders en kinderen over voedsel. Er is ontzettend veel spannends te schrijven over onze manier van consumeren. En de lat mocht wel iets hoger liggen. Kortom, kon ik een leuk en toegankelijk boek maken dat ons land een beetje op zou voeden over de zin en onzin van gezond eten?

Ik gaf mezelf tot eind december om een concept te bedenken dat aan deze eisen voldeed. Maar in de maand november kwam er geen enkel idee. En in de eerste weken van december ook niet. Gelukkig had ik altijd nog een plan achter de hand. Maar eind december kwam uiteindelijk het idee. Een boek rond de vraag: ‘is het mogelijk om iets van spruitjes te maken dat net zo populair is als chips en cola?’

Max en de meesterdief

37__trackrecord

De avond met Max Velthuijs was bijzonder. Hij vertelde uitgebreid over zijn carrière die net als die van mij in de reclame is begonnen. Gedurende de avond viel het me steeds meer op hoeveel Max op zijn character Kikker leek. Ik vroeg hem of hij dat bewust had gedaan, maar hij vertelde dat het heel langzaam vanzelf was gebeurd. Zijn eerste Kikker leek nog niet zo op hem.

Het gaat dus vanzelf. Maar wat zou het proces zijn dat een groene kikker in een roodwit gestreepte broek langzaam maar zeker op zijn tekenaar gaat lijken? En waar zit die gelijkenis precies in? Zijn het de ogen? Is het de vorm van het hoofd? Ja, nee, allemaal, niets. Het is niet echt te omschrijven. Maar het is een universeel verschijnsel dat bij veel tekenaars en hun characters voorkomt. Bij Jet Boeke en Dikkie Dik is exact hetzelfde gebeurd. Haar eerste Dikkie Dik leek op haar kat. Langzaam maar zeker is het dier steeds meer op haar gaan lijken. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden. Fiep Westendorp!

Max had het altijd erg naar zijn zin in Bologna, maar hij had er ook vaak pech. Diverse keren is hij zijn geld kwijtgeraakt. Eén keer was heel bijzonder. Vanwege eerdere ervaringen was hij al gewaarschuwd toen hij met de bus van de stad naar de beurs moest. Hij hield daarom van het begin tot het eind van de rit zijn hand op zijn portemonnee. Maar toen hij later iets wilde betalen bleek dat een buitengewoon professionele zakkenroller toch nog in staat was geweest om alle biljetten één voor één uit zijn portemonnee te vissen.

Bologna

panorama01

Vandaag vertrek ik naar Bologna, naar de jaarlijkse kinderboekenbeurs. Ik kom daar al sinds 2002. Nog voor mijn eerste boek dus. Het manuscript was toen al wel voor een groot deel af, dus ik kon er al veel over vertellen. Dat leverde een kleine triomf op toen ik op een avond met allerlei uitgevers aan tafel zat die mijn boekvoorstel hadden afgewezen. Ineens kwamen er vragen als: ‘Weet je nog naar wie je je idee hebt gestuurd?’, ‘Heb je al getekend bij Querido?’ en ‘Wat stond er precies in onze afwijzingsbrief?’. Het werd een leuk diner.

Bologna is geweldig. Op geen andere beurs zie je zoveel vrolijke gezichten als hier. Het is een klein feestje. Dat komt natuurlijk door de prachtige stad en de belofte van de lente die je daar nu al voelt. Maar het komt ook door de mensen. De kinderboekenwereld is een prettige wereld. En je komt elkaar wel tegen op uitgeversfeestjes en boekenevenementen, maar je spreekt elkaar dan toch altijd maar heel vluchtig. In Bologna kom je elkaar dagenlang tegen. Dat levert altijd weer nieuwe ideeën, inzichten en plannen op.

Tijdens mijn eerste avond in 2002 dineerde ik in een klein gezelschap met Max Velthuijs. Hij was er toen voor de 43e keer, had hij geteld. Het wordt mijn elfde keer, maar ik hoop zijn aantal te overtreffen.