Tom Marien over lezen en schrijven

We vroegen auteur Tom Marien, die in 2008 debuteerde met Vlucht (Manteau), en sindsdien ook Vuist (Manteau, 2010) publiceerde: ‘Leest u op een andere manier sinds u zelf schrijft?’ Dit is zijn antwoord.
*
copyright: kwestion.beOp een wel erg wisselvallige dag ontving een jonge schrijver een bijzondere vraag in zijn mailbox: ‘Leest u boeken op een andere manier sinds u zelf schrijft?’
‘Natuurlijk! riep hij uit en hij had bijna dat ene woord als antwoord gestuurd, omdat hij aan sommige zaken niet graag veel woorden vuil maakte. Zuinigheid, daar draaide het om, volgens hem. Niet alleen in het schrijven, maar in zovele zaken. Woord- en andere vervuiling was er al genoeg. Toen bedacht hij dat zijn repliek te kort van stof was. De meeste instanties ter bevordering van het lezen laten zich niet met zo weinig woorden afschepen.
Er schoof een donkere wolk voor de zon. De schrijver verliet zijn bureau en daalde de trap af om een kop koffie te halen. Dat deed hij altijd wanneer donkere wolken hem zijn klare kijk ontnamen. Met zijn koffie plofte hij neer in de zetel. ‘Uiteraard,’ prevelde hij. ‘En ik let vooral op vorm, meer dan op de inhoud. Ik ben nogal tuk op techniek en stijl, en dat is heerlijk om al lezend te ontrafelen en te ontdekken.’ En hij dacht aan zijn helden van het witte blad, en aan zijn schriftje vol citaten dat hij op blauwe uren wel eens boven durfde halen. Verder dacht hij aan een interview met een slagerszoon met een brilletje. Die zoon zei dat alleen maar goede boeken lezen gevaarlijk is. Een schrijver moet ook af en toe een boek lezen waarvan hij denkt: ‘Dat kan ik ook. Of sterker nog, dat kan ik beter.’ Toen keek de jonge schrijver naar zijn twee eigen werkjes en schudde zo heftig met het hoofd dat hij enkele druppels koffie morste op zijn ribfluwelen broek. De vlek deerde hem niet. Enkele vragen kwamen in hem op. Waarom zijn sommige boeken goed en andere niet? En wie of wat bepaalt dat? En vanaf wanneer ben je schrijver? Vanaf je debuut bij een uitgever? Vanaf je eerste publicatie in een tijdschrift? Vanaf je eerste eigen gedicht op school? Vanaf het ogenblik dat je je eigen naam kan schrijven misschien? Te veel vragen spookten door zijn hoofd dat wel erg zwaar begon te wegen. Opnieuw zag hij de koffievlek op zijn broek die nu veel groter was geworden. ‘Eureka!’ schreeuwde hij en hij veerde overeind als uit een doosje. ‘Alles begint altijd klein.’ Hij stoof de trap op en begon als een gek op zijn toetsenbord te rammen, want de fase van schrijven met vulpen was hij ondertussen voorbij. En hij schreef en hij schrapte, hij schaafde en herschreef tot de zon onderging. En die nacht las hij nog meer boeken en zo anders als hij maar kon.

Re-cover 10

In Re-cover halen we oude, eens geliefde jeugdboeken van onder het stof. Wij haalden een paar trucjes uit met de oorspronkelijke cover. Herken over welk boek het gaat, en bezorg jezelf instant warme herinneringen.

Deze kan niet moeilijk zijn!

*

recover 10

Keukentjes, of Haal enkel spullen in huis waarvan je vrolijk wordt

In deze rubriek laten we kinderboekenmensen aan het woord. Nee, niet over hun vak. Wel over hun Bijzondere Bezigheden: verborgen talenten, obscure gewoonten, vreemde hobby’s. Hoe gepassioneerd ze ook bezig zijn met hun vak, heel wat auteurs en illustratoren hebben namelijk nog andere liefdes in hun leven. Vandaag is het de beurt aan illustrator Ann de Bode.

*

Als illustrator houd ik me veel bezig met het uiterlijk van spullen en de sfeer die ze oproepen. Ze kunnen kleurrijk zijn, sprankelend of origineel; zolang ik er maar vrolijk van word.
Zo verzamel ik allerlei voorwerpen die mijn woning opfleuren.
Op een of andere manier hebben veel van die voorwerpen te maken met mijn kindertijd. Speelgoed werd toen nog degelijk gemaakt. Dikwijls werd er metaal in verwerkt dat dan bedrukt werd. Ondenkbaar de dag van vandaag omwille van mogelijk kinderkwetsuur.

Enkele jaren geleden zag ik ergens een speelgoedkeukentje net zoals ik er ooit een had toen ik een jaar of acht was.
De pasteltinten, de vormgeving van de kastjes, het warmboilerke, het aanrecht, het stopje voor de wasbak; het was allemaal zoals ik me herinnerde.
Ik heb niet getwijfeld en heb het keukentje onmiddellijk gekocht.

Dat was de start van mijn verzameling. Ik zoek de keukentjes in alle maten en kleuren. Ze moeten wel uit dezelfde periode stammen, namelijk de eerste helft van de jaren zestig.

Sommige zijn eenvoudig en klein maar ook meer blitse modellen behoren tot mijn verzameling, opgepimpt naar het voorbeeld van de toen gangbare Amerikaanse keukens.

Leuk is dat je zo de mode van de tijd ziet veranderen. De kleuren evolueren, er is de uitvinding en de toepassing van formica met zijn typische motieven.

Het leukste is de verrassing die me wacht bij iedere nieuwe aankoop. Dat kan een kip zijn of een borstel, soms wat potjes, kannen of emmers. Iedere keer krijg ik er wat anders bij, alles ook steeds in miniformaat.

Bij de oven en het fornuis hoorden brandbare steentjes zodat je écht een potje kon koken. Vulde je het boilerke dan liep er echt water uit het kraantje in de wasbak die je met een heus stopje kon afsluiten.

Dikwijls heb ik toen echte mama’s bewonderd, omwille van het spannende vuur en omdat hun keukens tenminste droog en warm bleven, na het koken was mijn kamer dikwijls nat…

Het stoort me niet dat hier en daar een deurtje moeilijk sluit of dat het vocht roest achterliet. Zelfs heuse brandresten in een oventje doen me niets. Ooit kwam dit keukentje voor in de dromen en fantasieën van een meisje.
Ik zie dan steeds dat meisje voor me.
In een kleedje van vichy.
Op de knietjes.
Met vlechtjes in het haar.
Pop en beer kijken toe van aan de kant.
Ze gaat helemaal op in haar rol.
Ze glimlacht.
En daar word ik vrolijk van.

keuken2

keuken1

keuken3

keuken5

keuken6 

keuken7

Wie de wereld van Ann verder wil ontdekken, kan nog tot 28 april terecht in de bibliotheek van Genk.

The Curious Garden

thecuriousgardenSoms zoekt een mens excuses om zich een boek aan te schaffen. Voor mezelf leg ik graag prentenboekenverzamelingen aan – als een boek past in één van mijn collecties, is het gepermitteerd om het aan te kopen. En als dat niet het geval is, vind ik meestal wel een thema waarrond ik een nieuwe verzameling kan beginnen. The Curious Garden, dat ik vorig jaar in Bologna tegenkwam, paste wonderwel in drie verzamelingen: die rond ecologie, die rond stadsvernieuwing en die rond New York. Meer redenen heb ik echt niet nodig om mijn portefeuille boven te halen.

Peter Brown vertelt in The Curious Garden het verhaal van een jongetje dat in een grijze, grauwe stad per toeval ontdekt dat tussen de verwaarloosde sporen van een ongebruikte, verhoogde spoorweglijn een plantje groeit.

curiousgarden1

Armtierig, dat wel, maar het is groen en het leeft. Het jongetje ontfermt zich over het plantje, en met vallen en opstaan ontwikkelt hij zich tot een echte tuinier. Naarmate hij bedrevener raakt in het verzorgen van planten, groeit zijn tuin. Nieuwsgierig kruipt het groen steeds verder.

curiousgarden2

 

curiousgarden3

Het overwoekert de hele spoorlijn, en later ook steeds meer stukken van de stad – al dan niet met behulp van de kleine tuinman.

curiousgarden4

curiousgarden5

The Curious Garden is een verhaal met een boodschap, dat geef ik meteen toe. Al ligt die boodschap er niet overdreven dik op. Dat maakt het een charmant verhaal over optimisme, hoop, en groene vingers, verzorgd vormgegeven in een Amerikaanse retro-look. De auteur/illustrator liet zich overigens voor dit boek inspireren op het High Line Park in Manhattan, een heerlijk park met een boeiende geschiedenis, dat een absolute must is voor elke NY-bezoeker.

Weet u, zodra de temperatuur na de winter enigszins begint te stijgen, beginnen mijn vingers te jeuken om van mijn grijze stadsterras van 10 m² een weelderig groene oase te maken. Dat blijft, met slechts enkele potten en niet zo’n bijster grote kunde, grotendeels een fantasie – maar een boek als The Curious Garden doet me altijd hopen dat het wel kan. Ooit.

The Curious Garden
Peter Brown
Little, Brown Books for Young Readers, 2009

(Eva Devos)

Judith van Istendael

Judith van Istendael, striptekenares en illustrator van onder andere de Rosie en Moussa-reeks van auteur Michael de Cock (Querido), laat ons binnengluren in het atelier dat ze deelt met andere creatieve zielen.

*

judith1

Ik werk in het Atelier De Geslepen Potloden. Wij zijn een mengeling van schrijvers, architecten, kunstenaars en tekenaars.
Dit is onze voordeur.

 

judith2

En dit zijn wij.

 

judith3

judith4

We zijn allemaal nogal slordig, want we vinden dat creativiteit voorkomt uit chaos. Zoals je kunt zien doen we goed ons best om zo creatief mogelijk te zijn!

 

judith5

Verder vinden we ook prijzen heel belangrijk! We hebben ze graag zo raar mogelijk. We verzamelen ze op onze trofeeënkast. Nieuwe prijzen zijn altijd welkom.

 

judith6

En dit is mijn plekje in het atelier.