Kristien Dieltiens over een zomer vol boeken

Kristien Dieltiens publiceerde onlangs haar vijftigste boek, Kelderkind (De Eenhoorn). Voor de rubriek Het Mini-Interview vroegen we haar welke boeken op haar leeslijst voor deze zomer staan. En dat zijn er heel wat.

*

kristiendieltiensIk ga op reis en neem mee… mijn autokoffer vol met boeken.
Ik koop vaak boeken op rommelmarkten of in een kringloopwinkel en dan maak ik mezelf wijs dat niemand anders dit boek heeft gelezen. Misschien ontdek ik op die manier ongekende parels.
Zo een boek is misschien De miskraam van moedertje Dipenda (Reynaert). Een bloemlezing uit de Nederlandse Kongoletteren, verzameld door Albert van Hoeck en uitgegeven in 1968, het jaar dat ik met een leren riempje om mijn voorhoofd en op blote voeten, zelfs op koude dagen, de wereld trotseerde.
Vanuit mijn interesse naar historische volksverhalen wil ik ook De wonderen van Jezus-Eik: mirakelverhalen uit de 17de eeuw (Bakker) lezen en het boek Verborgen verhalen: betekenissen van Vlaamse en Nederlandse schilderijen 15de – 18de eeuw (Ludion).
Op de boekenbeurs kocht ik bij Erik Vlaminck zijn Brandlucht en als dit even mooi is als Suikerspin zal ik eindigen met een Hallelujakreet. Dit laatste boek zou moeten verfilmd worden, dus ik heb het alvast cadeau gedaan aan mijn zoon Gust Van den Berghe, filmregisseur.
Met een beetje schaamrood (omdat dit nog niet gebeurd is), ga ik ook mijn leeshonger voeden met de trilogie van Tom Lanoye: Het Goddelijke monster (Prometheus) en zijn Sprakeloos (Prometheus).
Ik heb ongelooflijk genoten van Mijn meneer (Querido) van Ted van Lieshout, en ik wil hem zeker een tweede keer lezen. Een zeer moeilijk (autobiografisch) onderwerp, een pedoseksuele liefdesrelatie, die onwaarschijnlijk authentiek en integer werd beschreven door een grootmeester.
Natuurlijk neem ik ook werkmateriaal mee voor mijn volgende roman: Los ninos de la guerra, een verzameling overlevingsverhalen van kinderen die tijdens de Spaanse burgeroorlog naar o.a. ons land werden geëvacueerd. Daarna plan ik een uitstap naar Baskenland.
Omdat ik met de auto ga, kan ik deze keer ook de turf De kinderen van de doden (Querido) van Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek meenemen. (Met Ryanair is dit onmogelijk, hij past niet in een jaszak of onder een pull). Een boek dat je onmogelijk mee naar het strand kunt nemen, wegens te zwaar. Letterlijk en figuurlijk.
Een jeugdboek dat mij werd aangeraden (het ligt al  10 jaar te wachten) is Ysa’s schreeuw van Rita Williams-Garcia (Querido). Het wordt omschreven als: romantiek voor realisten. Mijn categorie dus.
Als geschenk kreeg ik De uilendoders van Karen Maitland, een historische triller met als lokker op de achterflap: Een sinister verhaal over verraad en magie. Tja, tegen een snufje magie zeg ik niet nee, ook al heb ik een beetje wantrouwen in dikke, vertaalde boeken. Vaak kan de helft geschrapt worden en erger ik me mateloos. Toch lees ik ieder boek, hoe vervelend ook, uit.. Een auteur kan tot de laatste pagina iets bewijzen.
En na 10 maanden rust ga ik heel kritisch nog één keer mijn eigen Kelderkind (De Eenhoorn) lezen. Een boek is iets heel anders dan een geprint manuscript. Een saaie opdracht want ik weet hoe het afloopt. En tussen het lezen door zal ik vooral schrijven. Einde juli is mijn deadline voor een waargebeurd verhaal voor Manteau en in augustus schrijf ik aan een Leesleeuw.

Stockholm

Half juni gingen we naar Stockholm. We waren niet alleen: het vliegtuig zat bomvol en voor een groot deel met Vlaamse bibliotheekmedewerkers. We gingen met z’n allen kijken hoe de Zweedse bibliotheken eruit zien.

1. Kungliga Biblioteket
Over het eerste bezoek, aan de Koninklijke Bibliotheek (Kungliga biblioteket) valt helaas weinig te vertellen. Dat er ons niet veel is bijgebleven ligt niet alleen aan de comateuze toestand waarin we ons bevonden op dit late namiddaguur (de meesten van ons waren sinds 5 uur ’s ochtends – euh: ’s nachts – op de been). Wel komt het door een lezing die het niveau van een folder niet oversteeg, en door een rondleiding die gewoon een snelle wandeling door de leeszalen was. Gelukkig waren er kanelbullar. En was er een mooie mini-expo van de mooist vormgegeven Zweedse boeken van 2011: Svensk Bokkonst.

2. Kulturhuset
Het Kulturhus (een Cultuurhuis in de brede zin van het woord, met (foto)tentoonstellingen, bibliotheken, concerten, theater, debat, films voor grote én kleine mensen) stelde vast dat 10- tot 13-jarigen niet in hun vrije tijd naar de bib kwamen. En startte daarop een onderzoek met de universiteit. Dat onderzoek leidde naar de meest bijzondere plek die we tijdens onze reis hebben mogen aanschouwen: een aparte, exclusieve bibliotheek voor kinderen tussen 10 en 13: Tio Tretton. Volwassenen mogen eenvoudigweg niet binnen. De bib wil een refuge zijn, een plek zijn waar kinderen zich kunnen terugtrekken en uitleven op alle mogelijke manieren: lezend, knutselend of slapend, maar ook in de keuken(!) of in een de muziekstudio(!). Bovenal wil de bib een plek zijn waar kinderen op hun gemak zijn.

tio-2

tio

tio-3

Om tegemoet te komen aan het diverse doelpubliek, heeft de ploeg die in Tio Tretton werkt een uiteenlopende achtergrond. Iemand studeerde politieke wetenschappen, een ander journalistiek, nog iemand theater en één persoon bibliotheekwetenschappen. En allemaal hebben ze een andere houding ten opzichte van boeken. Overigens zitten ze niet achter een balie – er is niet eens een balie. Wel zitten ze met de kinderen in de zetels, haken ze wat, lopen ze rond, slaan ze babbeltjes. Wat allemaal veel beter lukt zonder ouders, kleinere en oudere kinderen in de buurt.

We kunnen nog wel een paar dagen door gaan over Tio Tretton. Maar ook in de rest van het Kulturhus zijn er bibliotheken. Die sluiten naadloos aan bij de culturele activiteiten van het huis en gaan resoluut in de diepte, in plaats van in de breedte. Er is een film- en muziekbibliotheek (incl. platenspelers), een Serietek met een volwassen aanbod aan graphic novels en strips, een algemene bibliotheek met een fictie afdeling (in your face aan de ingang van het gebouw en met de boeken op thema geordend) en een non-fictie afdeling over kunst, en tot slot een prachtige kinderbib met dito uitzicht. We kunnen nog wel een paar dagen doorgaan over de bibliotheken in het Kulturhus. Maar het is tijd om naar de stadbibliotheek te gaan.

rumforbarn

rumforbarn-2

 

3. Stadsbiblioteket
Het bezoek van de Stockholms Stadsbibliotek stond vooral in het teken van e-books. We troffen boze medewerkers. De uitgevers bepalen welke e-books de bib beschikbaar kan/mag stellen, en die uitgevers hadden net zomaar en zonder waarschuwing een aantal boeken uit het systeem gehaald. Wat we verder onthouden is dat de bibliotheek € 2 per gedownload e-book betaalt. En dat daarvan € 1 naar de auteur gaat. Dat die dus verhoudingsgewijs meer verdient aan een ontlening van een e-book dan een gedrukt boek. Nu e-books alsmaar populairder worden, is de bibliotheek aan het onderhandelen met de uitgevers over een eigen inbreng in de keuze van de titels en over een vaste jaarlijkse prijs. Niemand kon zeggen hoe het gaat aflopen. Hierna werden we los gelaten in de bibliotheek en vielen onze monden open van ooh en aah:

stadsbib-2

stadsbib

 

4. Östermalms metrobibliotek
De openbare bibliotheek heeft zo’n 40-tal afdelingen in heel Stockholm, waaronder een 4-tal in een metrostation. Die bibliotheken moeten [om] een nieuw publiek aantrekken. Wij bezochten de Sture Bibliotheek aan halte Östermalmstorg: klein, schattig, sympathiek en erg gezellig. We onthouden de T-bags (met een T die verwijst naar de Tunnelbana/metro): zakjes voor de gehaaste pendelaar, met daarin verrassingspakketten naargelang een bepaalde smaak.

5. Riksdagsbiblioteket
We voorspelden grijze kasten met grijze boeken en grijze medewerkers. Niets was evenwel minder waar voor deze bibliotheek van het Zweedse parlement. Niks geen grijze kasten: de bibliotheek is gevestigd in een indrukwekkend gerenoveerd oud bankkantoor. Denk: lichtblauw, lichtgrijs, goud. De bib is open voor iedereen en staat vol statig ingebonden naslagwerken, verslagen en andere politieke documenten. De muren hangen vol karikaturen (een hobby van een vorige bibliothecaris). En niks geen grijze medewerkers, maar twee flukse dames die vrolijk vertelden over hun werk. Dat ze het bijvoorbeeld als hun taak beschouwen om parlementairen in contact te houden met cultuur en literatuur. Dat ze daarom een aparte leeskamer hebben voor parlementariërs, met daarin zowel detectiveboeken als het werk van Nobelprijswinnaars. Dat ze hier auteurslezingen organiseren (bijvoorbeeld en naar goede gewoonte van de ALMA-winnaar) of praatjes van wetenschappers over een hot maar complex item uit de politiek. Overigens is de Riksdagsbibliotek met al zijn rust zo populair onder studenten dat ze de plek het liefst van al geheim houden voor elkaar.

riksdagsbib

 

5. En dan ook nog
We hebben uiteraard niet alleen bibliotheken bekeken. We hebben bijvoorbeeld ook gezien dat retro pilotenbrillen een trend zijn waar we vanzeleveniet in zullen meestappen. We hebben de gewoonte vastgesteld om sportschoenen (nee: geen sneakers) te dragen onder vrolijke jurkjes. Verder kunnen we u voor een lekkere kop koffie naar Drop Coffee sturen. Voor de beste kinderboeken als vanouds naar Bokslukaren. Voor de lekkerste burger naar Morfar Gingko och Papa Ray Ray. Voor het bijzonderste parfum naar Byredo. En voor het heerlijkste logeren naar Långholmen.

(An Stessens en Griet Loix)

Vallen

24 november 1991: een Zwarte Zondag. Ik vier mijn dertiende verjaardag wanneer het Vlaams Blok zijn eerste grote winst boekt. Ik ben aangeslagen zoals alleen een dertienjarige geraakt kan worden: verontwaardigd, op een intuïtieve, volslagen onbeargumenteerde manier. De opkomst van het Vlaams Blok, de discussie rond het cordon sanitaire, rechts-extremisme, het bruine denken… Het is tegen die grotere politieke achtergrond dat de petites histoires van mijn leven als middelbare scholier zich afspelen. Al spreekt hier natuurlijk vooral de terugblikkende dertiger.

vallenHet is rond die verkiezingen dat Anne Provoost aan Vallen begint (het boek verschijnt uiteindelijk in 1994). Op dat ogenblik is er van het extreemrechtse thema waarvoor de adolescentenroman later zal worden geroemd nog geen sprake. In een interview met Tilly Stuckens voor De Standaard vertelt Provoost dat ze zich vaak de gruwelijkste scenario’s inbeeldt, om zo het gevaar te bezweren. De eerste versie van Vallen vertrok van zo’n scenario: “Wat zou ik doen als mijn echtgenoot in een brandende auto zat en ik hem enkel kon bevrijden door hem te verminken?” Verder zat er ook al een verhaallijn over een kleinzoon en zijn overleden grootvader in, maar hoe die twee met elkaar verweven waren, werd toen voor haarzelf niet duidelijk. Haar moeder vond het manuscript bovendien niet goed. Reden genoeg voor Provoost om het op te geven.

Pas een jaar later nam ze de draad weer op. Plots zag ze hoe grootvader en kleinzoon met elkaar verbonden konden worden door een fout oorlogsverleden te koppelen aan de hedendaagse migrantenproblematiek. De grootvader krijgt een naam: Felix Stockx. De vijftienjarige kleinzoon ook: Lucas Beigne.

Die laatste brengt zoals elk jaar, dik tegen zijn zin, met zijn moeder de zomer door in het fictieve Montourin, in het huis van zijn pas overleden grootvader. Het wordt een broeierige zomer die bol staat van geheimen. De onzekere Lucas ontmoet de rechtlijnige, charismatische én neonazistische Benoît en de mooie, zelfbewuste danseres-in-wording Caitlin.

In De Morgen vertelt Provoost dat ze Caitlin  “misschien een klein beetje kunstmatig” als een gezond tegenwicht opvoerde omdat haar redacteur vond dat Benoît (die Lucas met zijn mooipraterij in terroristische activiteiten betrekt) té aannemelijk klonk. Met dat ‘kunstmatige’ valt het wel mee, vond ik, ook bij herlezen. “Niemand is hier helemaal held, helemaal sukkel of helemaal schurk”, zo vat Annemie Leysen het mooi samen in Ons Erfdeel. Ook Helma van Lierop-Debrauwer betoogt in Literatuur zonder Leeftijd dat het om levensechte personages gaat wiens tegenstelling in karakters mooi genuanceerd wordt. Zo wordt Caitlin niet alleen aangetrokken door Lucas’ kwetsbaarheid maar geeft ze ook toe dat ze “geweldig verliefd” op de intelligente Benoît zou kunnen worden.

Vallen omschrijven als een geëngageerd boek met een boodschap zou de roman enorm tekort doen. Dat heeft alles met de stijl te maken (die is van een zinderende zintuiglijkheid waarin aan oren, ogen en reukzin is gedacht) maar vooral ook aan de uitgekiende structuur (die overigens indrukwekkend werd geanalyseerd door Jet Marchau). In Stem der Vrouw vertelt Provoost over haar ervaring met het eerder verschenen Mijn tante is een grindewal, het eerste oorspronkelijk Nederlandstalige jeugdboek over incest. Sommige lezers dachten zich aan het boek te ergeren, terwijl ze zich eigenlijk aan het vreemde hoofdpersonage stoorden.  Alleen diegenen die doorlazen tot het einde zagen Tara’s gedrag verklaard. Dat vond Provoost een euvel: “Er zou in het boek een interne stuwkracht moeten zitten waardoor ook een jongere blijft lezen.”

Daarom opent ze Vallen in het heden met een intrigerende, thrillerachtige teaser. Danseres Caitlin komt terug van het ziekenhuis met een geamputeerde voet en daar heeft Lucas iets mee te maken. Meer details zijn er niet, maar de pionnen zijn uitgezet. Je wil weten hoe ‘schuldig’ Lucas is, wat de gevolgen zijn voor de vriendschap tussen de twee, en begrijpen hoe het zover is kunnen komen.
Zijn verhaal doet Lucas in de ik-vorm, in één lange flashback: “Ik probeer me het allereerste begin te herinneren en ik besef dat ik daarvoor terug moet in de tijd, naar de voorbije winter”. Daarmee verwijst Lucas naar het overlijden van zijn grootvader en hoe hij toen pas merkte hoe geheimzinnig er gedaan werd over diens verleden. Maar gaandeweg ontdekt hij dat het begin veel verder terug in de tijd gaat dan de dood van zijn grootvader. Overigens drukken de daden van Lucas’ grootvader nog steeds hun stempel op het heden en blijkt diens schuld moeilijk in te lossen:

“In Falling, the nature of guilt, both public and private, is intimately tied to the act of remembering and thus to the nature of human relationships formed in the present. The only way to deal with such terrible and complex memories is to translate them into the present and move forward. (…) Provoost suggests that children can certainly take possession of that past and move forward, but that the past defines them just as much as the present.” (Lisa Sainsbury)

Het einde laat min of meer in het midden of Lucas en Caitlin daarin slagen. Ondanks dat onaffe – daar hield ik als zestienjarige niet van – was Vallen een van mijn favoriete boeken. Wellicht omdat het mijn intuïtieve verontwaardiging over Zwarte Zondag beargumenteerde voeding gaf. Zo’n boek op latere leeftijd herlezen, durft dan wel eens tegenvallen. Maar in dit geval niet.

(Fieke Van der Gucht)

Meer lezen?

Documentatiemap Anne Provoost
“Voor Anne Provoost is schrijven een ambacht” / Tilly Stuckens. In: De Standaard, 18 maart 1995
“Elke keuze heeft zijn angel” / Jo Blommaert. In: Stem der Vrouw, juli-augustus 1995
“Een literaire waarschuwing tegen de verleiding van het ‘bruine denken: over Vallen van Anne Provoost’”/ Helma van Lierop-Debrauwer. In: Literatuur zonder Leeftijd 63, p.46-53
“Anne Provoost: de lezer kiest zelf” / EB. In: De Morgen, 2 november 1994
“Volwassen literatuur voor de jeugd: het werk van Anne Provoost” / Annemie Leysen. In: Ons Erfdeel 42 (1999) 5, p. 692-698
“Wegwijzers bij de lectuur van Vallen van Anne Provoost” / Jet Marchau. In: Moritoen vzw. Literaire Werkgemeenschap voor Jongeren, Reeks XXVII (1995-1996, nr. 2)
“Chronotopes and Heritage: Time and Memory in Contemporary Children’s Literature” / Lisa Sainsbury. In: Kimberley Reynolds (ed.), Modern Children’s Literature: an Introduction, Palgrave, 2004, p. 156-172

[Dit, en meer, is te vinden in de bibliotheek van Stichting Lezen.]

Rue de l’Articho

Dit boek kocht ik omdat ik het zo’n geweldig idee vond. Er zijn 16 illustratoren, vormgevers en ontwerpers(*) en er is één winkelstraat (Rue de l’Articho) in een willekeurig dorp (Vinaigrette-sur-Loire). Elke illustrator krijgt een winkel. Op de cover hangt een boodschappenlijst. Dat is voor jou. De bedoeling is dat je hiermee op pad gaat. En zoals dat gaat als je boodschappen doet, kom je ook in deze Rue de l’Articho altijd uit bij dingen die je niet zocht, maar die eigenlijk veel leuker en interessanter zijn.

articho_cover

Er is véél te zien in Rue de l’Articho. De prenten zijn kleurig en druk en zitten vol grapjes en energie. Van een verhaal is amper sprake: je stapt gewoon van het worstenpaleis naar de apotheek, van de moppenwinkel naar de kaasboer, van de bloemenwinkel naar de bazaar, van de bakker…

articho_boulangerie

…naar (uiteraard) de boekhandel.

articho_librairie

De makers drijven hun idee – en dus ook de pret – ver door: het colofon bestaat uit schreeuwerige stickers en de lijst illustratoren heet “l’amicale des commerçants de la rue de l’Articho”. En altijd vliegen de verantwoord vormgegeven aanbiedingen en reclameslogans je om de oren:

articho_fromagereclame

articho_gamesreclame

Het betere shoppen, quoi. Of hoe ik vrolijker word van de Rue de l’Articho in Vinaigrette-sur-Loire dan van de Delhaize aan de Fruithoflaan in Berchem.

PS: Er is ook een Asso Articho: “Kitsch, trash, naïve, populaire, arty, de bon ou mauvais goût… autant de visions différentes se croisent au sein de cette asso dédiée aux images.” En we weten waar die mensen hun komkommers en aspirientjes halen.

(*) Yassine, Arnaud Boutin, Estocafich, Vincent Pianina, Nathalie Lété, Delphine Durand, Lili Scratchy, Postics, Vincent Mathy, Christian Aubrun, Espen Friberg, Benjamin Chaud, Florie Saint-Val, Anouk Ricard, Charles Dutertre en Chamo

Rue de l’Articho
Chamo & Yassine (concept)
Editions Thierry Magnier, 2011

(An Stessens)