Seven impossible things before breakfast

We moeten er eerlijk in zijn: het kakelbontblog is niet het enige geweldige blog. Geregeld posten anderen in de kinderboekenblogosfeer iets dat we geestig, aanstekelijk of gewoon interessant vinden. Opdat u het zeker niet mist, brengen we dit soort berichten en hun thuisblogs in de rubriek Blogburen onder uw aandacht.

*

Wie op een internationale kinderboekenbeurs rondloopt, of in een Amerikaanse kinderboekenwinkel, is niet noodzakelijk onder de indruk van wat er in het Amerikaanse kinderboekenvak gebeurt. Prentenboeken bijvoorbeeld worden in een stiekeme Europese superioriteitsreflex al gauw plat en commercieel en braaf gevonden. Verhalen over internationale coproducties waarin enkel uierloze koeien acceptabel worden geacht helpen daar natuurlijk niet bij. We vergeten voor het gemak dan wel dat er in de hele grote markt toch ook wel af en toe plaats is voor iets bijzonders. En dat er ook over de plas mensen zijn met een neus voor het mooie, het artistieke en het bijzondere.

Zo is er jeugdbibliothecaris Julie Danielson, die in haar blog Seven impossible things before breakfast (een quote uit Alice in Wonderland) focust op illustraties en prentenboeken. Gevestigd in Tennessee gaat het daarbij in eerste instantie over Amerikaanse boeken, al schroomt ze niet om over de grenzen te kijken. Zo passeerde onlangs bijvoorbeeld Leo Timmers (jawel!) de revue, naast Annette Fienieg, Blexbolex en Marianne Dubuc.

seven-imp1

Op haar blog interviewt ze illustratoren, bespreekt ze occasioneel vakliteratuur, en maakt ze haar lezers warm voor veel, heel veel nieuwe prentenboeken. Zoals Lies, Knives, and Girls in Red Dresses, een Young Adult sprookjesprentenboek van dichter Ron Koertge en illustrator Andrea Deszö. Voorwaar een nicheproduct! Ga gauw kijken naar dat lekkers en geniet ook van de rest van de blog.

André Sollie over 10 jaar Stichting Lezen in 1 herinnering

Stichting Lezen viert deze maand haar tiende verjaardag, maar André Sollie kennen we natuurlijk al veel langer. Voor de rubriek Het Mini-Interview vroegen we dit multitalent -dichter, illustrator, auteur- en goede vriend naar een mooie herinnering uit 10 jaar Stichting Lezen.

*

andreOntelbaar zijn ze, de schoollezingen en schrijfworkshops die ik als ‘gezant’ van Stichting Lezen al die jaren mocht geven. De mooiste herinnering bewaar ik aan die keer toen ik op bezoek was bij een Technische School ergens diep in West-Vlaanderen.

In een ongezellig zaaltje zitten, braaf twee aan twee achter te smalle tafels, de 17 stoere jongens van het derde jaar Houtbewerking me met een soort van norse verlegenheid op te wachten.
‘Hallo,’ zeg ik. Een dichter in het hanenhok.
Het is de bedoeling dat elke leerling één mooie poëtische zin neerschrijft. Een makkie. Nadat ik ze verteld heb hoe fijn het wel is om je gedachten en je gevoelens aan het papier toe te vertrouwen en wat een heerlijk gevoel van vrijheid het geeft, behouden de gezonde koppen hun gegijzelde uitdrukking.
Ik krijg iets volhardends over me. ‘Poëzie, weet je wel. De dingen van een heel andere kant bekijken. Met gewone woorden tóch een bijzondere zin schrijven.’
De jongens kijken elkaar meesmuilend aan. Flauwekul voor meisjes: het staat in grote letters op hun klamme voorhoofden. De leerkracht staat verveeld uit het raam te staren.
‘Hier. Ik geef jullie ieder een woord cadeau,’ zeg ik, de deelnemers een schoenendoos met opgevouwen papiertjes onder de neus duwend. Op elk papiertje een woord vol verlangen.
Op het krijtbord schrijf ik daarna als gek alle woorden die ze me op mijn verzoek lukraak toeroepen. Als het maar ‘warme’ of ‘koude’ woorden zijn: zon, trui, sneeuw, ster, zoen… Dat wil al aardig lukken.
‘Ieder kiest nu om de beurt een woord dat door één van je klasgenoten is bedacht.’ Ik negeer het gemor. ‘Goed zo. Twee woorden heb je al. Gebruik ook woordjes als mijn, jouw, ons… Daar gaan we, jongens. Schrijf een korte zin die zó uit een gedicht zou kunnen komen. Gebruik je verbeelding. En wees niet bang voor emotie. Schrijf iets moois waarmee je de anderen omverblaast. Pen en papier, je hart op een kier!
Opeens komt er een vreemd soort concentratie in het lokaal hangen. De stilte verraad onverhoopt inzet en gezonde naijver.
‘Neem je tijd,’ fluister ik nog, terwijl ik hulpvaardig langs de tafels loop. Overbodig, merk ik aan de gebogen ruggen en de peinzende blikken. Ik ben plots – hallelujah – een stoorzender geworden. Ik hou mijn mond. Ze schrijven.

Dan komt het grote moment: de jongens lezen het resultaat van hun schrijfwerk hardop voor…
Laten die kerels nou zinnen hebben geschreven als Daarboven, een meer van sterren staat op mij te wachten. En Jouw vuurwerk blies de weg naar mijn dromen op.
Met elke regel die wordt voorgelezen, stijgt de verbazing. Bij henzelf, bij mij, bij de leerkracht. Dat zijn potige houtbewerkers ook tot poëtische ontboezemingen in staat blijken, dat had hij nooit vermoed.
Zo meteen zal ik waarderende woorden spreken, maar eerst ga ik enthousiast mijn ontroering iets minder zichtbaar staan klappen.
We nemen afscheid. Apetrots lopen de jongens naar de praktijkles Meubelconstructie. Met blozende wangen. Ook ik gloei nog een lange treinreis na.

10 jaar Stichting Lezen: feest!

Er is er één jarig, hoera, hoera! Stichting Lezen is 10 jaar geworden en dat moest gevierd. We hielden ons partijtje op maandag 17 september, met bloemen, taart, traktaties en een heleboel mooie mensen.

guus

Guus Kuijer was er bijvoorbeeld. Het was een eer en een groot genoegen hem te horen spreken. We kunnen zijn woorden helaas niet letterlijk nalezen (zijn toespraak is er één om te beluisteren en niet om te lezen, zegt hij zelf), maar een dag later noteren we om niet te vergeten:

(*) Dat hij in musea verrast wil worden en iets wil leren. Dat dat een inspanning vraagt, maar dat dat niet erg is. Want daar groeien mensen van.
(*) Dat kunst een gids in het leven is. Zie het museum en hoe hij verwacht dat een museum hem anders leert kijken. Dat dat ook voor lezen geldt.
(*) Dat veel schrijvers en uitgevers boeken en literatuur als louter vermaak zien. En hoe jammer het is als een boek geen nieuwe ervaringen geeft en geen nieuwe inzichten biedt. Als het je niets leert, als het geen inspanning vraagt.
(*) Dat je door te lezen merkt dat je eigen waarheid niet de enige en niet de ultieme waarheid is.
(*) Dat een mens een leven lang leerling is.
(*) Dat er een kloof gaapt tussen leerling en leraar en dat dat zo hoort. De leraar bezit kennis, de leerling nog niet. En dat die kloof erkend dient te worden, zodat hij daarna overbrugd kan worden.
(*) Dat alles elitair is als je niet wil leren. Dat bijvoorbeeld een rammelaar elitair is voor een baby, voor wie de hele wijde wereld en alles wat daarbij hoort nieuw en onbekend is. Maar dat houdt niemand tegen een uk zo’n elitaire rammelaar aan te bieden.

En we hebben voortaan als mantra: lezen is leren, en leren is leven. Het applaus kon niet warm en lang genoeg zijn. (Om toch iets na te kunnen lezen: de ideeën in Kuijers toespraak staan ook in zijn zelfhulpboek Hoe word ik gelukkig?)

panel

Met minister Joke Schauvliege en voorzitter Koen Jaspaert keken we zowel terug als vooruit. Er komt een nauwere samenwerking met het Vlaams Fonds voor de Letteren, en de nadruk zal sterker komen te liggen op het bereiken van kwetsbare groepen in de samenleving. Gerlinde de Bruycker, Michèle van Elslander en Alida Pierards vertelden op welke manier ze dagelijks werken met projecten en ideeën van Stichting Lezen, hetzij bij Metro, hetzij met Boekbaby’s, hetzij in de lerarenopleiding. Verder deden Gerda Dendooven, Bert Anciaux en Ronald Soetaert datgene wat we eigenlijk nog het liefst van al doen: praten over onze liefste boeken.

taart1

In al het feestgedruis merkten we overigens dat we die maandagmiddag niet alleen Stichting Lezen vierden, maar alle aanwezigen en ook een heleboel mensen die er niet bij konden zijn – iedereen die het gedachtegoed van Stichting Lezen elke dag weer in daden omzet. Dank daarvoor, en: hoera, hoera!

Beijing

Elise Vanoosthuyse, projectmedewerker buitenland van het Vlaams Fonds voor de Letteren, bezocht onlangs de Internationale Boekenbeurs van Beijing in China. Ze brengt voor ons verslag uit van haar verblijf daar.

*

Op 26 augustus zetten mijn collega’s en ik voet op Chinese bodem. Drie dagen later begint hier de Beijing International Book Fair – de vierde grootste professionele boekenbeurs ter wereld. Met de recentste titels in onze koffers en een druk afsprakenschema op zak, zijn we klaar om China te overtuigen nog meer Vlaamse literatuur uit te brengen. Zodra we de douane passeren, laten we ‘Koen’, ‘Michiel’ en ‘Elise’ achter en worden we voor een week Bo Shiqun (‘Meester Bo die de volksmassa’s opvoedt’), Xia Meihe (‘Mooie Vrede’) en Fan Aili (‘houdt van schoonheid’).

De opbouw en inrichting van onze stand verloopt vlot – alle boekendozen zijn de strenge douane gepasseerd, onze Chinese brochure ziet er perfect uit en de Chinese tekens boven onze stand blijken ook echt ‘Flanders, region of Belgium’ te betekenen. We krijgen meteen de waarschuwing de eerste dag ruim op tijd naar de beurs te komen omdat de minister van propaganda de beurs zal bezoeken, wat met grote veiligheidsvoorschriften gepaard gaat. De ervaring van het jaar voordien staat nog in ons geheugen gegrift: toen werden de beurshallen ontruimd en lag alles een namiddag stil. En effectief: wie die dag iets na 9 aan het beursgebouw aankomt, kan een tweetal uur buiten in de verzengende hitte wachten en mist zijn afspraken.  Onbegrijpelijk voor ons – normaal voor de Chinezen.

stand-vfl_400

Net zoals op andere beurzen, hebben we er elk half uur een afspraak met een uitgever en stellen we boeken voor die in hun fonds zouden kunnen passen. We laten hen kennis maken met alle genres: proza, non-fictie, prentenboeken, jeugdromans, graphic novels en poëzie. Vaak zoeken ze iets heel concreets: van prentenboeken met dieren of over families, liefdesverhalen voor volwassenen, ‘picture books for office ladies’ (‘want die hebben niet veel tijd om te lezen’) tot de grote klassiekers of biografieën over schilders à la Rubens. Daarbij voegen ze er nog aan toe dat het boek liefst ook een bestseller moet zijn, een prijswinnaar en deel van een serie.

Op de beurs van Peking gaat het er iets chaotischer aan toe dan op andere beurzen: heel veel uitgevers komen spontaan langs, omdat ze een titel in onze brochure ontdekten die hen interessant lijkt, of omdat ze op onze boekenplanken een boek vinden dat hen fascineert. Geruchten over de kwaliteit van onze Vlaamse illustratoren gingen als een lopend vuurtje door de beurs, waardoor heel wat uitgevers in onze prentenboeken kwamen bladeren en meteen wilden onderhandelen over de rechten. In China gaat het echt wel hard: sinds onze terugkeer begin september zijn er al verschillende prentenboeken verkocht, en is er een deal om Plunk, een tekstloze gagreeks  van Cromheecke & Letzer, in een jongerentijdschrift te publiceren.

Onze tolken maken van de beurs ook een aparte ervaring. Na enkele gesprekken kunnen ze perfect de inhoud van een boek vertellen en het is best bijzonder om vast te stellen dat ze bij prentenboeken op precies dezelfde dingen wijst die je zelf in een eerder gesprek aanhaalde, terwijl ze van de Nederlandstalige tekst geen jota begrijpen. Helemaal vreemd werd het toen een Koreaanse uitgeefster haar tolk meebracht, en het gesprek van het Engels naar het Chinees, en van het Chinees naar het Koreaans vertaald moest worden. Voor mij was het sowieso allemaal Chinees…

tolken-en-vfl_400

Op vraag van een Chinese uitgeverij vertaalden onze tolken ook nog de inhoudstafel van de Beethovenbiografie van Jan Caeyers. Een grote uitdaging voor hen – we hopen dan ook dat hun inspanning een uitgeverij kan overtuigen het hele boek te vertalen, het ziet er alvast naar uit van wel.

chinese-vertaling-van-de-beethoveninhoudsopgave_400

Chinezen verschillen behoorlijk van ons. Ze zijn heel direct: van ‘you have a handsome colleague’ tot ‘I like your dress, where did you buy it?’.  Op een beurs hebben we ook nooit eerder zo vaak moeten poseren voor een foto. En dan had ik het nog niet over hun opvattingen over mode (lees: mannen van alle leeftijden en gewicht lopen graag met hun buik bloot). En toch zijn de verschillen vaak ook miniem: in 2014 lezen ze daar ook ‘Het verdriet van België’ van Hugo Claus en Chinese en Vlaamse kinderen houden duidelijk van dezelfde boeken.

chineesje-leest-de-zesde-dag_400

Edelsteentrilogie

In de maandelijkse rubriek In de vitrine tipt een boekhandelaar een opmerkelijk boek. Deze maand de keuze van Sofie Van der Ven van ‘t Stad Leest in Antwerpen.

*

untitled

Dit is een heerlijke reeks voor meisjes van 13 tot 33. De reeks is prachtig uitgegeven, alleen al van de covers wordt je blij!

De reeks vertelt het wonderlijke verhaal van de 16 jarige Gwendolyn  Shepherd.  Haar familie is op z’n minst gezegd eigenaardig. Met z’n allen  wonen ze in het statige herenhuis van haar grootmoeder, Lady Arista, in Londen. Om de zoveel  jaar wordt er in Gwendolyn’s familie iemand geboren met het “tijdreizigersgen”. De hele familie gaat er al 16 jaar vanuit dat Gwendolyns nichtje, de akelig perfecte Charlotte, de nieuwe tijdreiziger van de familie is. Van kinds af aan heeft Charlotte zich moeten voorbereiden op haar eerste tijdssprong: lessen in etiquette, schermen, talen, geschiedenis… Groot is dan ook de verwarring wanneer het Gwendolyn is die plots, en geheel onvoorbereid, in 1899 belandt. Of is het 1923? Charlotte zou zoiets vast wel geweten hebben!

Vanaf dan staat Gwendolyn’s leven helemaal op z’n kop. Het wordt als snel duidelijk dat haar familie nog veel vreemder is dan ze ooit had kunnen vermoeden. Een heleboel geheimen wachten op ontrafeling en uiteindelijk blijkt Gwendolyn zelf het grootste geheim van allemaal te zijn. Samen met haar beste vriendin Leslie probeert Gwen antwoorden op al haar vragen te vinden. Ondertussen wordt ze ondergedompeld in de wervelende wereld van het tijdreizen, prachtige kostuums, geheime genootschappen, een onbetrouwbare graaf en, om het allemaal nog ingewikkelder te maken, de superknappe collega-tijdreiziger Gideon.

Léés dit boek als je dol bent op geschiedenis, op Londen, op mysterieuze oude huizen… en als je in het bezit bent van grenzeloze fantasie en een stevig gevoel voor kurkdroge humor! Spannende scènes in het verleden worden afgewisseld met grappig en herkenbare situaties op de middelbare school. En bovendien is het ook nog eens heel romantisch!

Gwendolyn is een échte heldin, een sympathieke underdog waarin veel meer schuilt dan ze ooit van zichzelf had gedacht. Met haar snedige humor, haar maffe fantasie, haar grote hart en gezond verstand is ze een prachtig voorbeeld voor jonge en minder jonge meisjes. En het best van al is misschien nog dat haar avonturen maar liefst 3 delen lang duren.

Edelsteentrilogie: Robijnrood (deel 1), Saffierblauw (deel 2) en Smaragdgroen (deel 3) / Kerstin Gier (Blossom Books/Abimo, 2011-2012) ISBN 9789020679038, 9789020679045 en 9789020679052