Het einde

Maar gelukkig niet van alles. En zeker niet voor altijd.

Vandaag werd Palestina eindelijk door de VN als waarnemende staat erkend (en niet langer als zomaar een ‘entiteit’). En ook voor de schrijvers stond er veel op het spel. Onlangs werd door de regering beslist om de roerende voorheffing op het auteursrecht op te trekken van 15 naar 25 procent, wat voor heel wat commotie zorgde bij collega-kunstenaars. Vanmiddag werd de beslissing gelukkig weer teruggefloten. Ondertussen waren veel illustratoren en auteurs (waaronder ikzelf) druk in de weer om een werkbeurs aan te vragen. De deadline is morgen. Schrijven is geen vetpot, dat bleek de voorbije dagen in de media. En het is goed dat na de verkoopsuccessen op de Boekenbeurs nu die realiteit eens wat uitgebreider werd toegelicht.

Hier in huis is iedereen vol verwachting voor wat komen gaat. We zitten samen aan de keukentafel. Ik schrijf mijn laatste berichtje voor Villa Kakelbont en we drinken van de thee die de kinderen voor de Sint hebben klaargezet. Morgen is het al zover. We hebben een aanvraag ingediend voor een vervroegd Sinterklaasbezoek. En die werd goedgekeurd. Voor het raam staan vier schoenen (twee van elk kind) met evenveel wortels en tekeningen erin, en een zelfgeknutselde stoomboot. In een thermoskan zit heet water en de thee ligt klaar. Op een dienblad heeft Lilith twee mokken, een soepbord met twee zakjes soep, bestek en een bord spruitjes klaargezet. De Sint mag vandaag extra verwend worden, zei ze. En gelijk heeft ze.

Ik was eraan gewend geraakt. Het avondlijke uurtje schrijven aan dit blog. Misschien ga ik het zelfs missen. Er is nog zoveel dat ik had willen vertellen en dat niet werd gezegd. En ik hoop dat ik niet teveel heb gezegd dat ik eigenlijk niet had willen vertellen.

Voor ons wordt het binnenkort een drukke tijd, met het derde kind op komst en een nieuw boek in de maak. En ik hoop voor jullie hetzelfde. Maar dan wel druk van leuke dingen. Van tedere vingers, bijvoorbeeld. Of van heerlijke letters en stilte.

Bloedmaan

Net de dieren gevoederd bij volle maan. De wolken waren wat uit elkaar geschoven en het landschap baadde in een broos en parelmoeren licht. De boom met de tien slapende haantjes. De altijd wakkere eenden. De schapen als grote witte vlekken die prompt hun kop in de voeremmer duwden.

Het is vandaag niet zomaar een volle maan. Vanmiddag was er een gedeeltelijke maansverduistering, al zat die verscholen achter het dichte wolkendek. Volgens de oude tradities werd de volle maan van november ook wel ‘bloedmaan’ genoemd. Ze valt midden in de duistere periode tussen Samhain en Yule (het midwinterfeest op 21 december), waarna de dagen weer gaan lengen. November was vroeger de slachtmaand, het vee werd naar huis gehaald en de overtollige dieren werden gedood. Het vlees werd gerookt of gepekeld en het bloed werd in worsten verwerkt. De bloedmaan stond dan ook voor loslaten, voor het jezelf ontdoen van balast en overbodige gedachten. Maar ook voor overleven, het heelhuids doorkomen van de donkerste dagen van het jaar. Om je zo in stilte voor te bereiden op een nieuw begin.

Deze maan van Marit Törnqvist staat op het omslag van Groter dan een droom. Een echt volle maansboek dus.

droom_38_39k

Sprooksprekers (2)

27 november: Vanavond de eerste bijeenkomst gehad met de Sprooksprekers. We hadden afgesproken in de gebouwen van Leren Ondernemen, een Leuvense organisatie waar armen het woord nemen. Ze hebben er een sociaal restaurant, een kinderwerking, een eigen kruidenier en ze gaan zelfs op pad om energiescans te doen. Het is één van de vele plekken die de voorlezers vanaf februari zullen bezoeken.
Met twintig gedreven jonge mensen tussen 16 en 25 jaar is het een heel mooi team geworden. Ze volgen een langdurig traject met de feestelijke voorleesmiddag van 18 november als opening, gevolgd door vijf coachingsmomenten (rond het ‘pure’ vertellen, voorlezen, stemgebruik en welke boek te kiezen), de voorleessessies zelf, vier intervisiemomenten en nog een gastvoorstelling als afsluiter.

Na een kennismaking en het grondig overlopen van het project, was er nog een uurtje de tijd om samen te lezen. En wellicht was dat het fijnste moment van de avond. In drie groepjes gingen de Sprooksprekers aan de slag met de stapel prentenboeken die ik had meegenomen. Het was wonderlijk om al die vertellende jongeren te zien en hun, vaak heel expressieve, stemmen voor het eerst te horen. De verhalen zwermden uit over de werkruimte: De kar van de koning van Leo Timmers, Heb je mijn zusje gezien? van Joke van Leeuwen, Anton kan toveren van Ole Könnecke, Kleinvader van Edward van de Vendel en Ingrid Godon, Fiet wil rennen van Bibi Dumon Tak en Noëlle Smit, Takkenkind van Gerda Dendooven, Keepvogel. Nachtpannenkoeken van Wouter van Reek en nog wat Vos en Haas en Dikkie Dik.

Ook voor volwassenen is aan elkaar voorlezen een pracht van een methode om voeling te krijgen met boeken. Om te horen wat een verhaal bij jezelf én een ander teweeg kan brengen. Om samen inhoud te ontcijferen of vragen op te werpen. En je leert er elkaar meteen ook een stukje beter door kennen.

Melk

Ook de beelden gezien van de melkspuitende koeienboeren in Brussel? Beetje grappig, maar tegelijk ook heel schrijnend. Om de boeren die hun melk met verlies moeten verkopen, om de zeiknatte politieagenten, en om de verloren melk natuurlijk. Eén boer had in ieder geval gelijk: we moeten terug naar de kleinschalige handel, naar de landbouwer die zijn producten afzet binnen de eigen gemeenschap. Er bestaan intussen al heel wat mooie initiatieven voor thuisverkoop of coöperatieven waarin landbouwers de krachten bundelen en hun waren lokaal vermarkten. Vaak gaat het om biologische producten, waarbij je weet van welk veld je groente komt. En wat voor mij zeker zo belangrijk is: vooral de dieren varen er wel bij. Lange transporten en industriële kooien zijn overbodig; vlees krijgt opnieuw een gezicht (al is dat sowieso niet aan mij besteedt).

Ooit hoorde ik dat een druppeltje melk goed zou zijn tegen prikkende ogen. Daar hebben die politieagenten dan in ieder geval geen last meer van. Of het waar is weet ik niet, maar prikkende ogen heb ik wel. Eigenlijk moet ik een bril, zo kreeg ik onlangs te horen. Zo gaat dat: 40 geworden en dus naar de oogarts. Niet dat ik slecht zie, maar na een hele dag computer zijn mijn ogen uitgeput en het begint te bonken in mijn hoofd. Liefst zou ik mijn ogen de rest van de dag dicht willen houden. Zelfs lezen is er dan teveel aan.

Het voorschrift heb ik al enkele weken op zak. Nu nog de stap om een brillenzaak binnen te gaan. Misschien ben ik gewoon bang. Misschien is het ijdelheid. Of misschien is het het besef dat eens je aan een bril begint, je nooit meer zonder kunt. Zo meteen toch nog even dat drupje melk proberen.

Even nog
en weg is dit

een droom
een ingeduffeld kind
in mijn jaszak weggestopt

en alsmaar praten
over ginds, misschien
over nog verder
tot ik hoor

het is geen kind
maar ik, die in
mijn eigen jaszak zit
en roep en

weg is dit.

(uit: Voor je er bent, De Bezige Bij, 2006)