Pellicule XXIII

Van 23 tot 26 augustus namen we als IBBY-Vlaanderen deel aan het 33ste internationale IBBY Congres in Londen, rond het thema Crossing boundaries: translations and migrations. Daar kon u al eerder hier meer over lezen.
Sinds kort kunt u een heleboel van de key note lectures, panelgesprekken en optredens van dit congres on line en in hun geheel bekijken.

Aanraders zijn zeker de allereerste children’s laureate Michael Morpurgo, Shaun Tan over kolonisering, migratie en cultuurverschillen of het trio van verhalenvertellers in het Welsh, Arabisch en Mongools.
Maar waar wij misschien wel het meest van genoten is de lezing van Michael Rosen. Opgegroeid in een Joodse traditie, maakt Michael Rosen zelf deel uit van een minderheid. Aan de hand van poëzie en proza vertelt hij treffende verhalen over zijn eigen ervaringen met minderheden, migratie en multiculturalisme.

[youtube]EjPxB0nmj5M&[/youtube]

Mieke Versyp over een kinderboekengast aan de feestdis

Nu iedereen al bijna in feestmodus staat, vroegen we voor Het Mini-Interview aan auteur en dramaturge Mieke Versyp: Welk kinderboekenpersonage zou je uitnodigen voor het kerstdiner? En welk gerecht zou je hem of haar voorschotelen? We werden helemaal warm vanbinnen van haar antwoord…

*

mieke-2011Er is geen gezin waarbij ik meer wilde horen dan de familie Stamper uit ‘Pluk van de Petteflet’ van Annie M.G. Schmidt. Ik kreeg het boek cadeau van mijn moeder toen ik zes was, en het heeft me nooit meer losgelaten. Door dit boek leerde ik niet alleen lezen, ik leerde ook graag lezen. Pluk zit in mijn bloed, en met hem alle wezens – mensen en dieren – uit het boek die zijn pad kruisten. Maar als er iemand is die me nauw aan het hart ligt, dan is het vader Stamper. Hem nodig ik uit op het kerstdiner. Niet omdat ik hem een mooie man vind – te vormeloos naar mijn smaak en ook te veel snor. Ook niet omdat hij een briljante gesprekspartner is die me het hele diner lang, van soep tot stronk, zal onderhouden met intelligent gekeuvel. Eerlijk gezegd denk ik niet dat vader Stamper erg spraakzaam is, daar is hij veel te verlegen voor. Waarom dan wel? Hij excuseert zich omdat hij een half uur te laat is, en mompelt met een rode kop dat er tussen zijn zes jongens een onenigheidje was over wie nu met de cavia mocht slapen. Dat ontroert me. Bij de Stampertjes mag bijna alles, en toch loopt het er nooit uit de hand want vader heerst met een allerzachtste strengheid en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Terwijl ik zijn jas aanneem, die verkeerd is geknoopt, en hem omhels – wat een omvang, wat een weelde! – ruik ik doorheen de brillantine waarmee hij zijn wilde, zwarte haren tracht te temmen de geur van frieten. ‘U past perfect bij het menu’, zegt ik, want ik heb frieten met saus klaargemaakt. Ik weet dat hij dit graag lust. Het is ook het enige dat hij lust, maar dat zeg ik er niet bij. Ik schep er soms genoegen in om mensen met hun onhebbelijkheden te confronteren, maar niet deze man, dit grote kind.
Hij zegt inderdaad niet zoveel. Hij zegt ‘lekker’ telkens ik hem een glas wijn inschenk. De drank maakt zijn tong niet los; de drank doet hem dromen. Hij kijkt naar de sneeuwvlokken, vaalgeel in het schijnsel van de langzaam heen en weer wiegende straatlamp, en zegt ‘mooi is dat’. Hij luistert naar de kerstmuziek op de radio en neuriet af en toe een stukje mee, onachtzaam. Hij vraagt hoe ik mijn woning zo schoon houd en verzucht hoe rustig het toch is, zo zonder rommel. Hij beseft maar half hoe rustig hij me maakt. Ook dat ontroert me.
De frieten vindt hij lekker, maar niet zo lekker als de zijne, want dat zijn de lekkerste frieten van de hele stad. Hij leeft op tijdens het eten. Hij knort zachte, korte knorretjes van genot. Hij likt zijn vingers af. Hij luistert onderwijl aandachtig naar wat ik vertel. Soms onderbreekt hij me met ‘Onzin!’ of ‘Getver!’, want vader Stamper is een echte Hollander. En hij morst. Er is niemand die zo uitbundig morst als hij. Saus op zijn overhemd, ketchup in zijn haar. Hij zegt sorry met een hondenblik, maar ik weet dat het hem niets kan schelen. En mij ook niet. We worden er een beetje lacherig van. Ik zeg dat ik geen cadeau voor hem heb, maar dat ik, als dat tenminste niet te vrijpostig is, mezelf gerust wil wegschenken. Want dat is wat ik het liefste wil: één van de Stampertjes worden. Alle dagen vuil, alle dagen spelen.

New York

Auteurs verblijven wel meer in het buitenland, zagen we al in deze rubriek, om schoollezingen te geven, congressen bij te wonen … Anna Woltz sprong in het diepe en vertrok drie maanden naar the Big Apple op zoek naar een boek.

*

Deze herfst woonde ik drie maanden in New York.
‘Wat stoer,’ zeiden mijn vrienden, toen ze een jaar geleden van mijn plannen hoorden. ‘Dat wil ik ook!’ riepen ze, toen ik een appartementje vond in Downtown Manhattan.
Maar toen, ongeveer een week voor mijn vertrek, begonnen ze opeens vragen te stellen. Of eigenlijk was het maar één vraag.
‘Wat ga je daar eigenlijk doen? In je eentje? Drie maanden lang?’
Leven, zei ik. De stad leren kennen. Rondlopen. Eens even níet achter de computer zitten. Dingen meemaken. En een verhaal verzinnen voor mijn nieuwe boek.
Mijn vrienden knikten, maar ik wist dat ze het een onbevredigend antwoord vonden. En zelf had ik stiekem ook mijn twijfels. Dat nieuwe boek wilde ik in New York laten spelen, maar verder had ik geen enkel idee waar het over zou gaan. ‘Ik wil me nog niet vastleggen,’ zei ik dan maar. ‘Ik hoop ergens tegenaan te lopen.’ Ik geloofde het zelf maar half, maar mijn ticket was geboekt, en begin september vertrok ik.

ny

Nu ben ik weer terug in Nederland en kan ik volmondig zeggen: het is gelukt! Ik heb geleefd. Ik heb dagenlang door Central Park gedwaald. Beroemde schrijvers horen voorlezen. Langs de Hudson gefietst. De grote en de kleine musea bezocht – het Metropolitan Museum zelfs zes keer. Drop me ergens op Manhattan (of in Brooklyn) en ik leid je zo naar de beste coffee place en de lekkerste bagels.
En ik heb mijn verhaal gevonden. Of eigenlijk: mijn verhaal vond mij – het blies me bijna omver.
Eerst leek het niet te gaan lukken. Het was fantastisch om in elk museum te kunnen denken: hmm, zal ik hier eens een boek over gaan schrijven? Maar ik werd nooit écht gegrepen – en dat is nodig, wanneer je daarna minstens een half jaar dag in dag uit met zo’n verhaal gaat leven. Even dacht ik mijn onderwerp gevonden te hebben in het Tenement Museum, dat het verhaal vertelt van de immigranten die in de negentiende en twintigste eeuw naar New York zijn gekomen.
Het is een prachtig, aangrijpend verhaal, dat begint met een bootreis en het Vrijheidsbeeld, maar het is ook een ingewikkeld verhaal. Veel eerder in de geschiedenis reisden er Nederlanders en Vlamingen naar New York, maar in de periode die ik wilde beschrijven, kwamen de immigranten vooral uit Oost-Europa en Italië.
En een verhaal over een joods kind dat vanuit Rusland immigreert naar NYC’s Lower East Side, dat eerst jiddisch spreekt en daarna Amerikaans – het leek me allemaal te ingewikkeld voor moderne tienjarigen. Natuurlijk is zo’n verhaal mogelijk, maar ik was bang dat ik teveel zou verliezen, dat ik teveel zou moeten opofferen om het verhaal begrijpelijk te maken.

Twee maanden lang was ik dus gelukkig in New York, maar een verhaal vond ik niet. En toen kwam orkaan Sandy.
Maandag 29 oktober zou Sandy New York bereiken, dus op zondag sloeg ik samen met de rest van de stad voorraden in. De rijen in de supermarkten waren langer dan ik ooit had gezien en de schappen raakten leeg, maar verder deden de New Yorkers nogal lacherig over de naderende orkaan. Vorig jaar was het ook meegevallen met Irene, dus de media moesten gewoon niet zo overdrijven…

sandy-1

Maar het viel niet mee. Een deel van Manhattan overstroomde, half Manhattan kwam zonder elektriciteit te zitten, en andere delen van New York City werden nog veel harder getroffen: huizen werden weggeslagen, een volledige wijk brandde plat en miljoenen mensen hadden opeens geen elektriciteit en water meer.
Ik behoorde tot de semi-gelukkigen: ik had wel nog water, en ik heb maar vier dagen zonder stroom gezeten. Maar ook vier dagen is láng, wanneer je in de eentje in een vreemde stad woont. Elke ochtend liep ik veertig blokken naar het noorden, op zoek naar licht en warmte en bereik voor mijn mobieltje. En elke avond liep ik veertig blokken naar het zuiden, door een pikdonkere stad.
Ik heb Manhattan op een uitzonderlijke manier leren kennen, en de black out heeft diepe indruk op me gemaakt. Terwijl het gaande was, dacht ik helemaal niet na over een eventueel boek. Ik wilde dat het zo snel mogelijk voorbij was, want aan het einde van de week zou het gaan vriezen, en ik was bang voor de kou. Ik was bang dat mijn water toch nog zou uitvallen, want er was sprake van tekorten. En na een paar gesprekken op straat kreeg ik door dat ik misschien iets te makkelijk en vrolijk door het donker banjerde – nog wat meer naar het zuiden was er al een avondklok ingesteld, om plunderingen tegen te gaan…

sandy-2

Maar zodra er weer licht was, en mijn kamer weer warm was, begon ik wél te denken over mijn boek. Waar kon ik eigenlijk beter over schrijven dan over Sandy? Ik had de orkaan zelf meegemaakt. Een prachtig verhaal had mij bijna omver geblazen. Daar moest ik gebruik van maken.
En dat doe ik dus. Mijn volgende boek zal over Sandy gaan. Ik ben nu weer een week terug in Nederland. Maar de komende maanden mag ik in mijn hoofd nog heerlijk in New York wonen.

ny-2

Re-cover 14

In Re-cover halen we oude, eens geliefde jeugdboeken van onder het stof. Wij haalden een paar trucjes uit met de oorspronkelijke cover. Herken over welk boek het gaat, en bezorg jezelf instant warme herinneringen.

Heel moeilijk kan deze opgave niet zijn; dit boek werd zes jaar geleden nog opnieuw uitgegeven, zelfs met dezelfde cover.

recover14

Montreuil 2012

Heel veel volk op de 28ste editie van het Salon du Livre et de la Presse Jeunesse in Montreuil. Het was vaak rijtje schuiven voor de fijne leeswaren in de standen van uitgevers als Seuil, Rue du Monde, Hélium of Milan. Meer dan 330 standhouders maakten de beursvloer in een grauwe voorstad van Parijs bijzonder kleurrijk. Het beursthema “Avontuur” en zeven “stromen” (Adolescenten, Kunst en Design, Strips, Film, Digitaal, Pers en Theater) zorgden voor wat orde in de chaos. Maar met een overvol programma tentoonstellingen, demonstraties, signeersessies en panelgesprekken met meer dan 200 auteurs, illustratoren en kunstenaars was het toch vooral chaos. In die chaos konden we een drietal trends ontdekken. Deels omdat het onze opdracht was, deels omdat het de andere beursbezoekers ook was opgevallen.

Duistere gothic boeken
Misschien lag het aan het avontuurlijk thema maar duistere prentenboeken die in een gothic-sfeertje baden zijn duidelijk populair. De vampieren zijn precies wel wat naar de achtergrond verdwenen maar heksen, draken en spoken maken tegenwoordig de dienst uit.

Plas- en poepliteratuur
Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft
van Holzwarth is intussen een klassieker geworden. Maar er is stevige concurrentie. De meest primaire behoefte én het favoriete gespreksonderwerp van kleuters is het thema van een karrevracht aan titels en uitgaves. Helaas levert dat niet altijd dezelfde fijne humor en originele aanpak op als die in Over een kleine mol...

Pop-up manie
Laten we hopen dat het plas- en kakthema de makers van pop-up boeken niet onmiddellijk veel inspiratie geeft. Feit is dat Frankrijk altijd al een rijke pop-up traditie gekend heeft. Op de beurs van 2012 zagen we veel voorbeelden van minutieus uitgekiende en extreem complexe vormen, decors en taferelen. Kunstwerken voor jong en oud.

Wil je zelf het Salon du Livre et de la Presse Jeunesse eens bezoeken? Elk jaar begin december organiseert IBBY-Vlaanderen een uitstap voor geïnteresseerden inclusief vervoer naar Montreuil. Hou de site van Stichting Lezen Vlaanderen in de gaten voor praktische informatie.

(Rune Buerman)