Citatenquiz XXXII

Geen medailles, geen geldprijzen, geen lauwerkransen – met deze quiz doe je mee voor de eer. En voor de leestips die je in één moeite door krijgt. Want wie de gezochte boeken nog niet las, moet dat zeker doen. De opzet is simpel: uit welk jeugdboek komen onderstaand citaat en coverfragment? Na één week zetten we het juiste antwoord in de comments.

*

‘Bidden wij voor de zielenrust van eerwaarde pater Claessen, en bidden wij tevens voor de zwaarbeproefde mensen. Dat God hun leed draaglijk moge maken.’
Dat zijn wij. De zwaarbeproefde mensen. Wij buigen onze hoofden, wij bidden alle gebeden mee, onze Jef is dood en hij gaat naar de hemel.

 

detail32

Re-cover 16

In Re-cover halen we oude, eens geliefde jeugdboeken van onder het stof. Wij haalden een paar trucjes uit met de oorspronkelijke cover. Herken over welk boek het gaat, en bezorg jezelf instant warme herinneringen.

Benieuwd bij wie dit debuut uit 1987 nog een belletje doet rinkelen… Wie zonder spieken in de boekenkast ook nog de illustrator weet, mag een kus van de juffrouw en een bank vooruit!

recover16

Het groene koffertje van Pieter

In de nieuwe rubriek Het ding en ik laten we auteurs en illustratoren aan het woord over hun relatie met één voorwerp dat een belangrijke rol heeft gespeeld in hun leven of werk. Pieter Gaudesaboos, verzamelaar bij uitstek, bijt de spits af.

*

Samen met journaliste Annick Lesage maakte ik de (luister)boeken Briek en Herr Luna. Daarin kan je als lezer mee op zoek gaan naar het verdwenen kindsterretje Briek Vierstraete. Zo kom je bij aanvang van het tweede boek toe in de luchthaven van Berlijn, waar je in één van de damestoiletten een groen koffertje vindt met daarop de afbeelding van Briek. In dat koffertje zitten detectivespullen waarmee je verder aan de slag moet.

Annick en ik verbleven twee weken in Berlijn, om er de zoektocht samen te stellen, alle belangrijke plaatsen en voorwerpen te fotograferen en er urenlang geluiden op te nemen. Het sneeuwde onafgebroken en een ijskoude wind kleurde onze neuzen en oren rood. Het koffertje, dat ook verder in het verhaal een belangrijke rol blijft spelen, nam ik overal met me mee. Ik had het een tijd voordien gekocht op een rommelmarkt bij ons in de buurt en spoot er met een graffittispuitbus heel voorzichtig het symbooltje van Briek op. Ik vond het er mooi en mysterieus uitzien, en het bleek daar in Duitsland een water- en sneeuwdichte reisgezel te zijn.

Toen we met het boek klaar waren namen het koffertje en ik afscheid van elkaar. Het werd opnieuw een stuk rommel, een vergeten herinnering ingeklemd tussen dozen op zolder. Ik bewaarde er oude papieren in, met de bedoeling het dan bij een volgende verhuis naar de kringloopwinkel te brengen.

Maar zover is het gelukkig niet gekomen! Sinds een jaar is dat kranige oude koffertje opnieuw mijn vaste reisgezel geworden, op weg naar – en tijdens – workshops en lezingen. Het is net groot genoeg om er al mijn spullen in op te bergen, en kinderen reageren nieuwsgierig als ik er de klas mee binnen kom. Bij het wandelen kraakt het handvat gezellig op het ritme van mijn stappen. En als de slotjes met twee harde tikken openspringen wordt het vanzelf stil.

Laatst hoorde ik op de trein een groepje tienermeiden onhandig luid ‘Briek’ fluisteren en zag ik ze naar mijn koffertje wijzen. Misschien herkende ook de vorige eigenaar zijn oude koffer, als attribuut in een kinderboek of zomaar ergens onderweg, aan de hand van een ander. Ik hou van voorwerpen die een tweede (of derde, of vierde, …) leven krijgen. Als ik mijn koffer niet meer nodig heb, breng ik het toch nog naar de kringloopwinkel. Want wie weet kan het daar beginnen aan een nieuw verhaal.

koffertje

Tine Mortier

Nu we eindelijk aan een nieuw seizoen begonnen lijken te zijn, is het het uitgelezen moment om ook op dit blog met twee nieuwe rubrieken te starten. Vandaag de eerste.

In De dag van… brengt een kinderboekenmens/man/vrouw nauwgezet verslag uit van zijn of haar dag. Tine Mortier, auteur van onder meer Zoeperspin (De Eenhoorn, 2013) maar ook recensente en docente, slaat haar agenda voor ons open en noteert haar dagelijkse bezigheden.

*

6u15 – Mijn interne klok loopt af net voor de wekker van mijn gsm dat doet. Gelukkig maar, want ik heb een hartstochtelijke hekel aan wekkers, ook al is het er eentje met een alleraardigst melodietje. Ik spring strompel het bed uit en plets wat water in mijn gezicht. De kinderen moeten straks weer naar school en ikzelf heb tig dingen te doen. Ik haast me naar mijn bureau, zodat ik nog een uurtje kan werken voor het huis in rep en roer staat.

1b

10u – Klaar. Ik ben een beetje trots op mezelf: pas een kleine vier uur uit bed en al een berg werk verzet. Het huishouden draait (een beetje vierkant af en toe, maar ach), iedereen is tijdig gevoed, gekleed en uitgezwaaid, én mijn recensie van het tamelijk fantastische ‘De regels van drie’ van Marjolijn Hof is verstuurd naar de Leeswelp. Ik overloop mijn lijstje voor de rest van de dag, en besluit dat het tijd is voor een telefoontje naar mijn uitgeefster. Vijf minuten later zit ik met een brede glimlach aan mijn bureau. Door het lijstje van mogelijke illustratoren wordt dat toekomstige prentenboek opeens een stuk tastbaarder.

2b

12u15 – Vandaag alweer geen fancy lunch met literaire vrienden of andere belangwekkende personen – mijn leven ontbeert helaas elke vorm van glamour. Ik eet gezellig thuis, in het gezelschap van mijn gezin. Zodra iedereen weer de deur uit is, ruim ik in spoedtempo de keuken op en vertrek naar mijn ‘schrijfkot’. Omdat het even niet regent, keil ik de laptop in mijn tas en ga te voet.
Het is vijf minuten stappen, en als ik doorstap zelfs iets minder. Maar vandaag stap ik niet door. Ik doe zelfs een ommetje. Onderweg probeer ik een uitweg te vinden voor de impasse waarin mijn verhaal sinds enkele weken is beland. Ik overloop alle mogelijkheden en toets ze tegen elkaar af. Ik praat tegen mezelf – hardop – en hou me voor dat ik het tegen mijn personages heb. Ik ga er net zo lang mee door tot ze antwoorden en mij een oplossing bieden. Daarna rep ik me als een gek naar mijn schrijfkot. De laptop slaat hard heen en weer op mijn rug.

3b

4b

14u30 – Wat een luxe. Ik kan zomaar kiezen tussen comfortabel in de zetel, gedisciplineerd achter de schrijftafel of luierend in de zon. Ik kies uiteraard voor het laatste. Voor het eerst in eeuwen haal ik de tuinstoelen uit het hok en installeer mij op mijn allermooiste, geïmproviseerde schrijfterras. De zonnecrème heb ik niet meegebracht en dat blijkt een misrekening, want na een half uur vlucht ik al naar binnen. Ik heb morgen lezingen in Lichtervelde, en daar wil ik liever niet met een hoofd als een gekookte kreeft aankomen.
Het manuscript vordert traag, maar dat is al een hele verbetering in vergelijking met de voorbije weken. Dankzij de wandeling van deze middag, heb ik eindelijk de cruciale verhaalwending gevonden.

5

18u30 – Ik vertrek naar Kortrijk, waar ik twee avonden per week Literaire Creatie geef. Ik heb bijzonder fijne en getalenteerde cursisten (echt waar!), en die mag ik elke week gedurende drie uur onderhouden over literatuur. Ik geef schrijfopdrachten die we gezamenlijk verbeteren, en we praten of schrijven en lezen.
Af en toe geef ik les op verplaatsing. Dan krijgen de cursisten een observatie-opdracht, waarbij ze een verhaal moeten verzinnen. Vandaag trekken we naar een bruine kroeg, waar de sfeer bijzonder inspirerend werkt. En met een glaasje wijn erbij komt de inspiratie nog zo snel.

Baci

‘Ogni bacio una rivoluzione’ is het motto van dit beeldboek. Een ode aan de kus dus. Goele Dewanckel trekt alle registers open en toont met uiteenlopende materialen en technieken kussen in alle soorten en gewichten.
Tussen jong en oud, mens en dier, man en vrouw, vrouw en vrouw… Sommigen onder hen worden stevig omhelsd, anderen krijgen een vluchtige klapzoen en altijd spreken de blikken tot de verbeelding.

baci

baci_vogel

baci_oud

baci_leeuwen

baci_skelet

Baci is een hulde aan de kus die op geen enkel moment melig wordt (zelfs niet als de vlinders aan het kussen gaan) dankzij de imposante beeldtaal van Goele Dewanckel. Het boek is met zorg uitgegeven: mooi ingebonden, stevig papier en een wikkel die tegelijk ook een poster is.

Goele Dewanckel is geboren in Vlaanderen en doceert nog steeds aan Sint-Lucas in Gent. Daarnaast woont en werkt ze in Frankrijk en publiceert ze dus nu ook in Italië. Jammer genoeg is deze bloemlezing van Dewanckels illustratietalent (nog) niet verkrijgbaar op de Nederlandstalige markt.

Baci
Goele Dewanckel
Orecchio Acerbo, 2013

 

(Griet Loix)