Gastblogger in aantocht

In juli verhuren we de villa aan illustrator Pieter van Eenoge. Pieter werkte onder meer samen met Brigitte Minne voor De poppen van oma en met Edward van de Vendel voor De dokter en het leger van Davy. Maar hij maakt net zo zeer affiches (de Boekenbeursaffiche van 2011, bijvoorbeeld) en illustraties voor tijdschriften zoals Humo en Vrij Nederland. Vanaf maandag horen en lezen we hoe zijn zomer eruit ziet. Benieuwd!

Greet Pauwelijn over winters leesvoer

Traditiegetrouw zochten we voor Het Mini-Interview iemand die ons inzage wilde geven in zijn of haar zomerlectuur, maar het draaide anders uit. Uitgeefster en vertaalster Greet Pauwelijn vertrekt aan het begin van onze zomervakantie immers na haar jaarlijkse bezoek aan België terug naar Nieuw-Zeeland, en daar is het officieel winter.

*

GreetStraks keer ik met een koffer vol boeken terug naar de thuishaven van uitgeverij Book Island, waar ik deze bedroevend kille en grauwe Belgische lente zonder morren zal inruilen voor een hopelijk milde en zonnige Nieuw-Zeelandse winter.
Tijdens mijn verblijf in België heb ik de voorbije drie maanden als een uitgehongerde hamster mijn boekenvoorraad voor de rest van het jaar bijeengezocht. Omdat we met ons gezin in totaal slechts 120 kg bagage mogen meenemen op het vliegtuig moet ik mijn boeken altijd heel streng selecteren.
Op de boekenbeurzen van Bologna en Londen heb ik tal van prachtige prentenboeken ontdekt. Die gaan zeker mee in onze koffers, ook al hebben we ze hier al allemaal verslonden. De komende maanden zal ik ze herkauwen en uittesten op de Nieuw-Zeelandse lezers. Er zit heel wat nieuw werk bij, maar ook klassiekers, zoals het werk van Annie M.G. Schmidt, Janosch en Julian Tuwim.
Voor mezelf heb ik het volgende boekenpakket samengesteld:
Over het doppen van bonen van Wiesław Myśliwski: een lijvig boek dat tijd vraagt om gelezen te worden en waarmee ik zeker een paar weken zoet zal zijn (trouwens meesterlijk vertaald uit het Pools door mijn collega Karol Lesman).
Ook daar valt het licht van Miriam van Hee: ik heb de boekvoorstelling gemist en ben heel benieuwd naar de nieuwste dichtbundel van Miriam, waar we wel 6 jaar op hebben moeten wachten.
Tonio van A.F.Th. van der Heijden: na alle recensies die ik over dit boek gelezen heb, wil ik er nu echt eens tijd voor maken.
Galgenmeid van Jean-Claude Rijckeghem en Pat van Beirs : Jonkvrouw, het debuut van dit schrijversduo, heb ik vorig jaar in een ruk uitgelezen, waardoor ik deze historische jeugdroman vast ook wel kunnen smaken.

 

Verder sleuren we ook telkens een hele stapel voorleesboeken mee voor onze zonen van nu 5 en 7. Met o.a. deze titels zullen we het tot maart 2014 moeten uithouden:
De dertig mooiste verhalen van de sprookjesverteller van Thé Tjong-Khing: wat ik sterk vind aan dit boek is dat de sprookjes op een niet al te ingewikkelde manier worden verteld waardoor ze gemakkelijk kunnen worden voorgelezen. In sprookjesboeken worden vaak onnodig veel archaïsche woorden gebruikt, waar onze kinderen geen snars van begrijpen.
Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn van Toon Tellegen: dit boek verschaft ons zeker 10 maanden voorleesplezier.
We nemen ook heel wat luisterverhalen mee, zoals Matilda van Roald Dahl, Floddertje van Annie M.G. Schmidt en Pippi Langkous.

 

Persoonlijk vind ik niets leuker dan voor de kachel of in bed een boek te zitten lezen. Laat die winter dus maar komen! Jullie wens ik alvast een zonnige zomer toe.

Wrocław, Polen

De Erasmus Leerstoel voor Nederlandse Filologie en het Centrum voor Cultuur van de Lage Landen in WrocÅ‚aw (Polen) organiseerden in april 2013 een Festival van de Cultuur uit de Lage Landen. Het festival werd opgezet om het Wroclawse publiek in contact te brengen met Nederland en Vlaanderen. Er was veel aandacht voor de jeugd- en kinderliteratuur: zo nodigde men Anne Provoost, Bibi Dumon Tak en Joke van Leeuwen uit. Verder werden er sessies gewijd aan poëzie, en was er een thema-avond rond democratische processen en nieuwe culturen van inspraak. Hiervoor waren de genodigden Joke van Leeuwen, Menno Wigman, Luuk Gruwez, Annemarth Idenburg en Manu Claeys.

Anne Provoost liet ons meekijken in haar fotoalbum.

 

polen affiche

De affiche met een Nederlandse tulp (en klompen) en een Vlaamse leeuw.

 

polen bibi

Bibi Dumon Tak op schoolbezoek in het Gimnazjum Kraińskiego.

 

polen drie dames

Drie dames op een rij, luisterend naar vragen.

 

polen signeren

Drie dames op een rij, druk aan het signeren.

 

polen joke over stadburgerschap

Joke van Leeuwen praat over stadsdichterschap in een paneldiscussie over burgerinspraak in Muzeum WspóÅ‚czesne.

 

polen springdag in de bib

Voorlezing van Springdag in Poolse vertaling in de Miejska Biblioteka Publiczna.

 

polen joke in de bib

Joke van Leeuwen houdt een bij wijlen hilarische voorleessessie in dezelfde bibliotheek.

 

polen visie film

Aan de universiteit van Wrocław wordt op Uniwersytecka de verfilming vertoond van Falling van Hans Herbots, met inleiding en nabespreking met Anne Provoost.

Joe Biljoen

In de maandelijkse rubriek In de vitrine tipt een boekhandelaar een opmerkelijk boek. Deze maand de keuze van Sofie Van der Ven van ‘t Stad Leest in Antwerpen.

*

joebiljoenJoe Biljoen is het derde boek van de Britse auteur en komiek David Walliams. Het vertelt het verhaal van Joe Prop, een jongen wiens leven van dag op dag helemaal veranderd is sinds zijn vader met een uitvinding, het Bipsfris toiletpapier wereldberoemd en schatrijk is geworden. Joe’s ouders zijn sinds die tijd gescheiden en Joe en zijn vader verhuisden van hun armzalige flatje naar het Bipsfris Kasteel. Joe heeft sindsdien werkelijk àlles, 120000 euro zakgeld per week, een levende haai in een aquarium, een popcornautomaat, een achtbaan in de achtertuin, … en dat zijn nog maar een páár voorbeelden. Als Joe twaalf jaar wordt vraagt hij zijn vader of hij bovenop de cheque van twee miljoen ook nog een écht cadeau kan krijgen. Iets wat hij heel graag wil, iets wat hij heel erg mist en zowat het enige dat hij nog niet heeft in zijn leven: een vriend.
Joe verlaat de hele dure, chique school waar hij gepest wordt omdat zijn vader toiletpapier fabriceert en gaat naar de gewone school in het dorp waar niemand weet wie hij is en niemand weet dat hij rijk is, waar hij met een schone lei kan beginnen… En hopelijk een vriend kan vinden.
Op dag één al leert Joe Bob kennen, maar voor ze échte vrienden kunnen worden worden ze danig op de proef gesteld, door het gepest van de akelige tweeling Dave en Sue Larf, Joe’s verliefdheid op de mysterieuze Lauren en door Joe’s geld … want al die miljoenen  hou je natuurlijk niet zomaar geheim, zeker niet als je vader je vergeten huiswerk met de helikopter komt afleveren op de speelplaats!
Joe Biljoen zit weer net zo boordevol humor als De jongen in de jurk en Meneer Stink en ook nu wordt de vlot leesbare tekst afgewisseld met gekke lijstjes en leuke tekeningen (ditmaal van Tony Ross).
Dit is een heel fijn boek voor kinderen van ongeveer 8 tot 12 jaar.
Enkele leuke citaten om vooraf te watertanden:

De nieuwe leraar, Peter Selie had de grootste blunder gemaakt die een leerkracht kan maken: hij had een gekke naam. Dat is een ernstige zaak. Als je naam in de volgende lijst voorkomt, is het heel, heel erg belangrijk dat je niet gaat lesgeven: Kees Croquette, Riet Suiker, … ”

De chique jongens op St Cuthbert hadden namen als Nathaniel Septimus Ernest Bertram Lysander Tybalt Zacharias Edmund Alexander Humphrey Percy Quentin Tristan Augustus Bartholomeus Tarquin Imogen Sebastiaan Theodoor Clarence Smythe. Dat was maar één jongen.”

 

Joe Biljoen / David Walliams en Tony Ross (ill.) (Clavis, 2013) ISBN 9789044819526

Citatenquiz XXXIII

Geen medailles, geen geldprijzen, geen lauwerkransen – met deze quiz doe je mee voor de eer. En voor de leestips die je in één moeite door krijgt. Want wie de gezochte boeken nog niet las, moet dat zeker doen. De opzet is simpel: uit welk jeugdboek komen onderstaand citaat en coverfragment? Na één week zetten we het juiste antwoord in de comments.

*

Ik was door de baas aan het spelden tellen gezet. Een volkomen nutteloos karweitje waarbij je ervoor zorgde dat elk speldenkussen exact vijfendertig spelden had en dat geen ander doel had dan je bezig te houden. Ik was net aan speldenkussen nummer vier begonnen, toen ik aan Paddy’s adem hoorde dat er iets te gebeuren stond. Hij was een luidruchtige mondademer, wat vooral ‘s nachts behoorlijk irritant was, en elke keer als er iets gebeurde dat afleiding kon brengen in ons oersaaie winkelbestaan, maakte hij een soort slurpend geluid, waardoor we meteen paraat waren.

Ik keek op en zag de dikste man die ik ooit gezien had, onze zaak binnenkomen. Het was een mirakel dat hij door de deur kon, maar hij deed het en waggelde nu, een en al lillend vlees, naar de toonbank. Voor Marcel of ik ook maar ‘goedemorgen’ had kunnen zeggen, had Procopius zich al voor hem geworpen, alsof hij verwachtte dat het eerste wat uit onze mond zou komen een grove belediging zou zijn.

 

detail33