Maastricht, Nederland

Kyra Fastenau behaalde een BA Engels en een onderzoeksmaster Kunst en Literatuur, beide aan de Universiteit Leiden. Door een stage kwam ze terecht bij De Leeswelp in Antwerpen, waar ze nu redacteur is.

*

kyraVan 10 tot en met 14 augustus mocht ik het Vlaamse tijdschrift De Leeswelp vertegenwoordigen op het tweejaarlijkse congres van de International Research Society for Children’s Literature in Maastricht. Eigenlijk was dit voor mij als Nederlandse geen tripje over de grens, maar toch heb ik me vijf dagen lang in het buitenland gewaand, deels door de internationale sfeer en deels door het zonnige on-Hollandse aandoende Limburg.

Het doel van mijn verblijf: inspiratie opdoen voor onze nieuwe jaargang en mijn visitekaartje in de handen van zoveel mogelijk potentiële auteurs drukken. Het thema van het congres, ‘Children’s Literature and Media Cultures’, sloot daar goed bij aan: De Leeswelp is van plan om een dossier over digitale prentenboeken te publiceren en dit onderwerp kwam veelvuldig aan bod. Als voorstander van het gedrukte boek en ware digibeet – mijn vrienden zeuren al jaren dat ik moet overgaan op de smartphone, zodat ze me kunnen whatsappen – kon ik hier nog het een en ander van opsteken.

Daarnaast was het congres voor mij een mooie kans om contacten op te doen in de academische wereld. Stiekem vond ik dat wel spannend, want er liepen heel wat grote namen rond: Sandra Beckett, Philip Nel, Lydia Kokkola… Best een gek gevoel om de wetenschappers die je tijdens je studie uitgebreid geciteerd hebt in je scriptie en papers eens in het echt te zien. Gelukkig bleek iedereen heel open en geïnteresseerd: tijdens mijn aankomst werd ik hartelijk verwelkomd door een groepje Australische PhD-studenten die in de lounge hun jetlag probeerden te verdrinken met sloten koffie, en toen mijn collega Marloes Schrijvers en ik op de laatste dag buiten ons lunchpakket opaten, zei John Stephens himself ons persoonlijk gedag!

De eerste congresdag begon vrij ontspannen, met een welkomstwoord van de organisatie, een lezing van Jackie Marsh over de invloed van nieuwe media op het speelgedrag van Engelse kinderen en een borrel. Nog wat onwennig – het was immers mijn eerste congres ooit – bleef ik die eerste dag vooral bij de Nederlanders en Vlamingen hangen. Helemaal niet erg, want ik ontmoette hier ook veel van mijn collega-recensenten voor het eerst in persoon. Ik besloot de dag met een Albert Heijn-maaltijdsalade op de kaaien van de Maas, genietend van de laatste zonnestralen. Terug in mijn hostelkamer bleek ik gezelschap gekregen te hebben van twee PhD-studenten die ook naar het congres gingen: de Duitse Minu en Sharon uit Noord-Ierland.

De volgende dag zagen we bij het ontbijt nog meer zwarte congrestasjes en zo ontstond algauw een vast clubje. Het was voor mij de drukste en ook de leukste congresdag, met interessante presentaties van Junko Yokota, Lydia Kokkola en Sandra Beckett, en als kers op de taart een inspirerende lezing van Bart Moeyaert in de tot boekwinkel verbouwde Dominicanenkerk, gevolgd door een walking dinner. Hoewel ik als vegetariër niet van al het lekkers kon meeproeven, heb ik me goed laten gaan bij het kaasplankje. Ook wat betreft de boeken kon ik me niet inhouden en ging ik naar huis met een graphic novel van Allen Ginsberg’s Howl.

Tijdens de daaropvolgende congresdagen stonden er wederom heel wat boeiende dingen op het programma, onder meer lezingen van Gudrun Marci-Boehncke, Kerry Malan en Adriana Bus en een paar leerzame panel sessies. Persoonlijk vond ik vooral die over academische tijdschriften en open access de moeite: niet alleen nuttig voor mijn werk bij De Leeswelp, maar ook omdat ik zelf mijn masterscriptie hoop te publiceren.

Daarnaast probeerde ik deze dagen zoveel mogelijk te netwerken in de pauzes. Toen ik me eenmaal over mijn schroom heen gezet had, ging dat best aardig en wist ik een aantal potentiële auteurs te strikken, onder meer voor ons dossier ‘Reis rond de wereld’, waarin we jeugdliteratuur uit andere landen bespreken. In 2014 komen waarschijnlijk Zwitserland en Zuid-Afrika aan bod!

Maar het meest leerzaam vond ik toch de keynote lectures over digitalisering, omdat ik daar van tevoren zo weinig over wist. Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat we er niet aan ontkomen om onze kinderen te introduceren in de wereld van de nieuwe media, maar ik denk wel dat het belangrijk is om daarnaast ook gedrukte prentenboeken te blijven voorlezen. Apps en e-books kunnen taal-, lees- en tal van andere vaardigheden stimuleren, maar literaire competenties verwerf je denk ik alleen via boeken. Ouders en opvoeders moeten die twee naast elkaar laten bestaan.

Dat laatste geldt trouwens ook voor mijzelf: als recensent kan ik niet langer blijven vasthouden aan gedrukte media alleen. Daarom heb ik besloten dat mijn nieuwe telefoon een smartphone wordt. En de eerste app die ik zal downloaden, is het door Junko Yokota gepresenteerde The Monster at the End of This Book.

Voor een uitgebreider verslag van het IRSCL congres, zie het septembernummer van De Leeswelp of onze website.

Siri Kolu

Door het sleutelgat ging op reis deze zomer en keek binnen bij de Finse Siri Kolu, die Ik en de Rovers en Ik en de Rovers zingen karaoke (Gottmer) schreef. Altijd leuk, zo’n buitenlands bezoekje!

*

siri meermin

Deze schilderijtjes zijn belangrijk voor mij – ik zie ze voortdurend als ik aan het schrijven ben. Ik kocht ze in Engeland, waar ik een cursus Creative writing volgde in 2000. Ze zijn gemaakt door een oude man die blind aan het worden was. Al zijn schilderijen maakte hij op stukjes hout die op het strand aanspoelden. Prachtig toch, van een stukje afval zoiets moois maken?

 

siri layers of life

Schoon en leeg werkt niet voor mij. Ik ben een verzamelaar. En als ik schrijf moet ik spulletjes ter inspiratie rondom mij hebben. :)
I droeg die vintage hoge hoed met een steampunk kostuum op Finncon Helsinki, een fantasy & scifi conventie in juli 2013. Ik was er om promotie te maken voor een young adult boek dat verschijnt in augustus.
Als het herfstig wordt, steek ik de kaarsjes in het kaarsenhuisje aan en schrijf ik in hun zachte licht.

 

siri keys

De sleutel tot alle geheimen: Alle Ik en de Rovers-boeken zijn planmatig uitgewerkt in dit notaboekje. Ik ben dol op dramaturgische tijdslijnen, en mijn notaboekje staat dan ook vol tabellen, kaartjes en modellen. Hierbij een pagina over boek 3 over de Rovers.

 

siri do

Dit is waar ik naar kijk terwijl ik schrijf. Het landschap. En een boodschap aan mezelf.
DO heeft twee betekenissen.
Het betekent: doe, werk, niet lummelen, verzin, schrijf!
Maar het betekent ook Do zoals in do-re-mi.
Elke dag starten we met do, het begin.
en niemand is er ooit klaar voor.

 

siri dream

Ik heb een drukke zomer gehad. Meer dan ooit geschreven. In verschillende landen over de Rovers gaan praten. Ik heb een heleboel lezers en ik heb genoten van de gesprekken die ik met hen had.
Ik deed mezelf een tekst cadeau om naar te kijken:
Dit is waarom ik ben beginnen schrijven.
Dit wens ik iedereen toe.

De pen van Aline

In de rubriek Het ding en ik laten we auteurs en illustratoren aan het woord over hun relatie met één voorwerp dat een belangrijke rol heeft gespeeld in hun leven of werk. Aline Sax verloor haar hart aan De Vulpen.

*

Ik hou van schrijven.
Niet van het schrijven van boeken of verhalen, daar kan ik soms erg de pest aan hebben. Ik hou van het gevoel  van een pen op papier. Van de bewegingen die inkt doen vloeien. Ik schrijf dan ook met een pen. Een échte vulpen. Niet alleen voor verhalen of ideeën, maar zelfs voor boodschappenlijstjes neem ik mijn pen ter hand.
Net zoals er verschillende types lezers zijn, zijn er ook verschillende types schrijvers. Ik ben geen krasser. Ik hou  van dikke pennenstreken en glad papier. Hoe zachter mijn pen glijdt, hoe liever ik het heb. Mijn pen wordt met zorg uitgekozen. Maanden kijk ik ernaar uit. En ik doe er dan ook een hele tijd over om een pen te kopen. Eerst kies ik op uiterlijk. De vorm, de kleur. Strak, modern, maar niet te koud. Dan houd ik ze vast en wik en weeg welke pen het best in mijn hand ligt. Niet te zwaar, niet te licht, een juist evenwichtspunt. En dan komt de kroon op het werk, de punt op de pen. Op mijn gekozen pen worden één voor één nieuwe punten gezet die ik in versregels uitprobeer. Een gouden B-punt, dat is mijn favoriet. Want goud wordt zachter met elke streep die je ermee trekt. Het is geen snobisme. Het is geen verkooptruc. Het is de liefde voor het schrijven.
Ik schrijf met blauwe inkt, klassiek, warm blauw. Het liefst zou ik mijn pen in de inktpot dopen om te schrijven. Maar dat is te onhandig en te vlekkerig. Maar ik gebruik geen voorgevulde vullingen. Ik houd er aan om mijn pen te vullen met een inktpot. Als een ritueel voor het schrijven.
Mijn pen is niet zomaar een gewoonte. Het is een verworven recht. Ik weet nog precies wanneer ik ermee mocht –ja mócht!- schrijven. In de eerste twee jaren van de lagere school waren we veroordeeld tot balpennen. Toen we in het derde leerjaar kwamen, beloofde de juf ons dat we dit jaar met pen zouden mogen schrijven. Als … een belangrijke áls … ons handschrift mooi genoeg was. De juf kwam bij elke leerling kijken of ze persoonlijke toestemming kon geven. Een voor een begonnen mijn klasgenootjes met een ‘echte vulpen’ te schrijven. Mijn lessenaar werd telkens overgeslagen. In een linkshandige had de juf geen vertrouwen. Tot ze op het einde van het schooljaar, uit puur medelijden, zei: ‘Allez, Aline, doe jij dan ook maar.’ Ik heb mijn pen genomen en ze nooit meer losgelaten.

vulpen

Posted in Uncategorized | 1 Reply

Pellicule XXXII

Op 29 juli was het alweer 15 jaar geleden dat Gregie de Maeyer stierf, volkomen onverwacht. Iedereen die toen al in de jeugdliteratuurwereld zat, weet wat de man betekend heeft voor het vak, en de anderen zouden het moeten weten. We tonen een montage van super 8-filmpjes van Gregie en zijn vrienden en familie.

[youtube]XqTJ_zQpL6c[/youtube]