Operation Alphabet

op_alphaCharlie Foxtrot is een dromer. Ook als hij op school zit. Opletten is dan ook niet zijn sterkste kant. Paniek slaat toe als hij tussen twee dagdromen door de juf plots een test over het alfabet hoort aankondigen. Terug thuis bijt hij zijn tanden stuk op al die onbegrijpelijke tekens. Helaas zonder resultaat! Gelukkig krijgt het geheime Ministerie van Letters lucht van Charlie’s probleem en richten ze een special task force in om Charlie uit de alphabetaheebeegeebees-nood te helpen.

De makers van het boek zijn verbonden aan Mother, een prestigieus creative agency, en hebben nog een heleboel plannen om het alfabet tot leven te brengen – met boeken, maar ook met apps en een roadshow… Op de site van het Ministry geven ze niet alleen tips aan leerkrachten om motiverende leeromgevingen te creëren, maar geven ze ook hun manifest.

Dit boek is alvast – in woord én beeld – een ode aan ‘the wonder of words and the magic of reading’. De illustraties zijn gemaakt in een beperkt, retro-achtig kleurenpalet, in een soort onstuimige, naïeve stijl waarin verschillende materialen en technieken harmonieus samengaan. Kijk maar:

_001

Het Ministerie van Letters is gehuisvest op een geheime locatie: een rode postbus in de schaduw van de Big Ben (SHHHT, niet doorvertellen!)

_002

Eén en al bedrijvigheid binnenin het Ministerie van Letters.

_005

De special task force die Charlie Foxtrot te hulp moet snellen…

2063_003

… en een hele weg moet afleggen voor ze hem kunnen bereiken.

_007

De letters halen werkelijk alles uit de kast: liedjes, moppen, magische trucs, acrobatische stunts en een grote optocht.

_008

Charlie kan maar niet genoeg krijgen van dit entertainment en smeekt om nog één laatste liedje.

operation_alphabet_illustration

Mission Accomplished!

Operation Alphabet (met alfabetposter op de achterkant van de wikkel!)
Al MacCuish, Luciano Lozano (ill.) & Jim Bletsas (des.)
Thames & Hudson, 2011 – ISBN 9780500515846

(Griet Loix)

Groeten uit Antwerpen

Zaterdag 21 september ontmoetten een 100-tal begeleiders van de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen (KJV) elkaar in bibliotheek Permeke in Antwerpen. Dat we elkaar in Permeke zagen, was geen toeval: nog tot 29 september loopt daar de kleine maar bijzonder fijne tentoonstelling Illustratoren op pootjesRasa zette de tentoonstelling op – euh – poten en vertelde de KJV-begeleiders over hun werk en over hoe zij met kinderen praten over beeldende kunst (wat niet altijd helemaal anders is dan hoe we bij de KJV met kinderen praten over boeken).

In “ontmoetingsdag” zit natuurlijk het woord “ontmoeting”, dus gingen we na de openingslezing in kleinere groepen samen zitten om het over allerlei KJV-kwesties te hebben. Wij kwamen alvast buiten met een grote tas vol ideeën en gedachten – en we hopen van de KJV-begeleiders hetzelfde.

praatcafe
Een (niet zo) klein groepje praat over praten over boeken.

Wat ons in eerste instantie bijblijft, is dat begeleiders en coördinatoren met ongelooflijk veel energie en creativiteit aan de slag gaan met de KJV, om het zo goed mogelijk te doen passen in hun specifieke situatie. (En daar worden wij gelukkig van, eigenlijk.)

ateliermetkast

Aan creativiteit geen gebrek tijdens het Illustratoren op pootjes-atelier, met op de achtergrond de tentoonstellingskast.

Maar we onthouden ook:

  • Dat er kinderliteratuur, kinderpoëzie, kinderliedjes en kindertelevisie bestaat, maar geen kinderkunst.
  • Dat niet iedereen tijdens de leesgroep-bijeenkomsten boek na boek uitspit. Dat er veel redenen zijn waarom niet alle juryleden op hetzelfde moment hetzelfde boek lezen. En dat er goede manieren zijn om ook op deze manier diepgaand over de KJV-boeken en over lezen te praten.
  • Dat kunst, zoals Gerd Dierckx van Rasa in haar lezing zei, en bij uitbreiding literatuur (bijvoorbeeld via de KJV) een verbinding tot stand brengt en mensen bij elkaar brengt.
  • Dat er geen betere reclame voor de KJV is dan een jurylid dat reclame maakt bij andere kinderen.
  • Dat de KJV geen verplicht klassikaal nummertje mag zijn, maar dat scholen kinderen die wel graag lezen maar die niet naar de bib gaan, toch de kans kunnen geven mee te lezen.
  • Dat de smiley gekomen is om te blijven.
  • Dat ook grote mensen flink kunnen knippen en plakken.
  • Dat de begeleiders duizenden creatieve ideeën hebben om rond een boek te werken en dat de werkmodellen daarbij helpen.
  • Dat ‘auteur’ en ‘illustrator’ geen moeilijke woorden zijn voor kinderen van acht, als je ze als begeleider vlot gebruikt.
  • Dat leesgroepen van 8 à 10 kinderen ideaal zijn.
  • Dat KJV en multiculti geen twee verschillende werelden zijn.
  • Dat er in de leesgroepen van groep 5 en 6 veel praters zitten, maar ook veel schrijvers. En dat die als schrijvend kunnen praten (via een zelf geschreven recensie, bijvoorbeeld.)

(Tine Kuypers, Fieke Vander Gucht, Griet Loix en An Stessens)

De helden van Jurgen Walschot

Voor deze editie van het Mini-interview vroegen we aan illustrator Jurgen Walschot naar welke illustrator hij opkijkt en waarom.

***

Terwijl ik naar huis fiets denk ik na over wat ik op deze vraag kan antwoorden. Ik héb geen topfavoriet. Er zijn zoveel illustratoren en tekenaars waar ik naar (op-)kijk. Ik fiets verder door Brussel en bijna overal waar ik kijk duiken beelden op, affiches, stripmuren,… De graffiti van Bonom vallen me steeds weer op. De stickers met kleurige kwallen van Olo vrolijken de stad op, ze zetten me aan het dromen… Opgepast daar komen ongelukken van, ogen op de baan!

01BONOM

02OLO

03stripmuur

Best wel een luxe die overvloed aan beelden. Ik word zowel door de kleinste krabbels van mijn kindjes als door het tekenwerk van kunstenaars in vervoering gebracht. Het grafisch werk van Picasso, Klee, Dix, Groz, Rodin, Klimt, Schiele, de virtuoze pentekeningen van Van Gogh de (kleur-)potloodtekeningen van Hockney, de knipsels en tekeningen van Matisse, Ellsworth Kelly, … om er maar enkelen te noemen! Neen zo ga ik er niet komen.

Ik fiets voorbij een beeld van Guust Flater van Franquin, de virtuoze zwierige tekenaar.

04Guust

Als kind groeide ik op met strips. Ook vandaag lees ik nog regelmatig strips of graphic novels. Maar het zijn toch vooral gestileerde prenten die me aanspreken, de realistische strip heeft me nooit echt kunnen boeien. Ik herinner me nog steeds het moment waarop ik ‘De schat van Scharlaken Rackham’ van Hergé in handen kreeg.

05Herge

Wegdromen… Het blijft een heerlijke cover met centraal Kuifje in een onderzeeër, het vele blauw en groen van het water en het rode kleuraccent van de vissen maken het af. Het spreekt voor zich dat de klare lijn van Hergé me mee gevormd heeft. Ik hou wel van strakke, uitgepuurde prenten. Ik kan het tekenwerk van Loustal, Stassen, Dupuy & Berberian, Avril, Tardi, Ever Meulen, Van Der Veken en zoveel anderen dus wel smaken. Met een voorliefde voor pentekeningen kom ik ook bij het werk van Sempé uit. Maar ook het wat grafischer werk van Mattotti, Eric Lambé, Benoit Jacques of de absurde donkere tekeningen van Edward Gorey kunnen me bekoren.

07Gorey_Mattotti

Met een zoontje dat het ene boek van Roald Dahl na het ander verslindt mag ik ook meegenieten van de wervelende prenten van Quentin Blake. Nog een fijne reeks zijn de ‘verschrikkelijke verhalen’ van Chris Priestley geïllustreerd door David Roberts.

06David_Roberts

De prenten zijn net als bij Gorey opgebouwd uit fijne zwart wit arceringen, ze ademen ook een retrosfeertje uit. Het werk van Carson Ellis ligt daar wat betreft sfeer dichtbij, maar zij maakt gebruik van een contrastrijk kleurenpalet. Bij het woord retro moet ik ook denken aan de reisverslagen van Sasek en last but not least Saul Steinberg. Bij hem ziet het er allemaal heel speels uit, maar schijn bedriegt. Hij slaagt erin de kijker aan het denken te zetten… Ja, misschien moet ik wel iets over hem gaan schrijven. Goed dat ik tijdens het fietsen de tijd heb om alles op een rijtje te zetten… Als ik straks thuiskom zet ik wel het een en ander op papier, en dan loopt het wel vanzelf… Maar nu voor de regenbui thuis geraken.

Pellicule XXIIX

Afgelopen dinsdag lanceerden we ons nieuwe project O Mundo: een kleine Wereldbibliotheek, een project dat de mooiste prentenboeken uit de hele wereld wil binnen brengen in multiculturele klassen.

Kinderen uit veel verschillende culturen komen in Vlaamse kleuter- en lagere schoolklassen terecht.
Bij aankomst in Vlaanderen worden zij ondergedompeld in onze taal en gewoontes, in onze cultuur en – in het beste geval ook – onze boeken. Met dit project wil Stichting Lezen deze kinderen de kans geven om iets over zichzelf en hun eigen achtergrond te vertellen in hun Vlaamse klas. Door de culturele bagage te belichten die zij meebrengen uit hun thuisland willen wij hen welkom heten, waardering uitdrukken voor de rijkdom van hun cultuur en hun zelfbeeld positief stimuleren. En tegelijk hopen we natuurlijk het blikveld te verruimen van alle kinderen door de ontdekking van cultuuruitingen uit andere landen.

Gisteren werden de boeken uitgepakt in een van de pilootscholen die dit project testen. Wij waren erbij en Karrewiet ook en we zagen allemaal dat het goed was.

karrewiet

De vijand

In de rubriek In de vitrine tipt een boekhandelaar een opmerkelijk boek. Deze maand de keuze van Els Meulemans van Boekhandel Duimelot in Leuven.

*

Hoe moet je het met kinderen over oorlog hebben?
devijandIn het boek De vijand wordt het thema zonder omwegen aangebracht: op de cover één generaal, behangen met indrukwekkende  eretekens, met een akelig brede lach op zijn gezicht en bloed aan zijn handen. Op de schutbladen volgen de soldaten: ze vullen de bladzijden, opgesteld in rijen en rijen, ze kijken nors. Of bang? Berustend? Allemaal zien ze er hetzelfde uit. Of toch niet?
En dan is er geen ontsnappen meer aan: op een pikzwarte achtergrond  krijgen we drie woorden in het gezicht geslingerd, ‘Het is oorlog’.
Deze oorlog speelt zich af in een woestijn, met twee putten, in elke put zit één soldaat. En, laat daar geen misverstanden over bestaan, het zijn VIJANDEN, zo wordt ons in grote rode letters verteld.
De sublieme illustraties van Serge Bloch, voornamelijk zwart/wit met af en toe een betekenisvol rood accent, laten ons het leven in die put zien. De soldaat zit te wachten, heeft honger, is eenzaam (‘Soms denk ik dat de wereld niet meer bestaat’). Hij denkt voortdurend aan zijn vijand die verderop in een zelfde put zit, en wat hij over die vijand moet weten heeft hij geleerd uit het handboek dat hij op de eerste dag van de oorlog heeft gekregen. ‘Het handboek vertelt alles over de vijand: Het zegt dat we hem moeten doden voor hij de kans krijgt om ons te doden, want de vijand is wreedaardig en kent geen medelijden. En als hij ons doodt, zal hij ook onze families doden. Maar dat is niet genoeg voor hem. Hij zal ook de handen doden, en daarna alle dieren, hij zal de bossen verbranden, hij zal het water vergiftigen. De vijand is geen menselijk wezen.’
Maar ’s nachts, onder de sterrenhemel, laat zijn handboek hem in de steek. ‘Af en toe denk ik aan wat de vijand denkt. Kijkt hij ook naar de sterren? Als hij naar de sterren kijkt, zal hij misschien inzien dat deze oorlog tot niets leidt, en dat hij moet stoppen’.
Op zo’n nacht verlaat de soldaat zijn put en sluipt in camouflagepak naar de put van de vijand. De aandachtige lezer ziet een bijzondere ‘leeuw’ de tegenovergestelde kant op sluipen. De soldaat vindt een lege put zonder vijand, maar met heel herkenbare spullen: gedroogd vlees, snoeprepen, foto’s van een gezin, een handboek…  Bij het aanbreken van de dag, beseft hij dat de vijand in zijn put zit. En dat er geen wezenlijk verschil is tussen hen: ‘De vijand is uitgeput, ik weet het zeker. Ik weet dat hij een gezin heeft dat op hem wacht. Als deze oorlog afgelopen is, kunnen we weer naar ons huis, elk naar ons eigen huis.’  Op de laatste bladzijde zien we de twee putten en kruisen twee flessen-met-boodschap elkaar in de lucht met een simpel zinnetje erbij ‘Hopelijk valt mijn fles in zijn put’.
Op de achterste schutbladen staan dezelfde rijen soldaten opgesteld maar nu met twee lege plekken…
Dit poëtisch prentenboek nodigt uit om samen met kinderen na te denken over de zinloosheid van oorlog en geweld. Illustrator Serge Bloch kan met enkele inktlijnen de verschillende emoties raak neerzetten. De impact van de eenvoudige tekeningen op de witte bladzijden wordt nog versterkt door het grote formaat van het boek. Ook de tekst, prachtig bewerkt door Wim Opbrouck, is eenvoudig en raak. Een tijdloos boek over een fenomeen van -helaas- alle tijden, maar niet zonder een sprankje hoop.

De vijand / Davide Cali, ill. Serge Bloch, bewerking Wim Opbrouck (Davidsfonds Infodok, 2012) ISBN 9789059084551