Het favoriete gedicht van Edward van de Vendel

Op Gedichtendag vragen we traditioneel en mini-interview-gewijs naar het favoriete gedicht van een auteur/dichter. Dit keer spraken we Edward van de Vendel, die onlangs nog key note speaker was op de Poëzieweek-studiedag.

*

Er zijn zoveel verzen en is zoveel onbenoembaars wat tóch in beelden gevangen is door de beste dichters, dat ik mijn favoriete gedicht niet kan kiezen. Momenteel lees ik in drie bundels uit 2013, die van Thomas Möhlmann, Antoine de Kom en Mustafa Stitou, en ik ben voortdurend onder de indruk.

Maar als ik een passage moet noemen die me meteen te binnen schiet, dan denk ik toch aan Herman De Conincks ‘Poëzie’ uit een van de eerste bundels die ik las: Met een klank van hobo (1980).

POËZIE
Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuur-mensje, mijn zelfgemaakt verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje legt, zo dun als sneeuw gaat
liggen, en het helpt niet:

zo helpt poëzie.

Noëlla Elpers

Noëlla Elpers schrijft veel historische jeugdromans – de juryleden van de Kinder- en Jeugdjury lezen op dit moment Malou van de mussen, dat zich in het Antwerpse Rockoxhuis afspeelt. Zelf woont Noëlla op een verrassend rustige plek in de Antwerpse binnenstad, zo blijkt althans uit deze Door het sleutelgat.

*

1. Bureau

1 Bureau

Waar is de tijd dat ik nog met pen en papier in mijn zeteltje zat te schrijven? Nu gebeurt het allemaal achter dit bureau. Op het rek staan boeken die ik raadpleeg als ik werk aan mijn historische jeugdromans. Als ik op het klavier van mijn laptop zit te tokkelen, heb ik soms het gevoel dat ik de registers van een orgeltje laat klinken.

2. Voortuin

2 Voortuin

Bij mooi weer zet ik mijn laptop buiten in de voortuin. In de kerk vlakbij hoor ik soms echt iemand spelen op het kerkorgel… Ik verbaas mij er vaak over dat het midden in het historische centrum van Antwerpen toch nog stil kan zijn.

3. Het Kapersnest op de schouw

3 Kapersnest

In 1994 gaf ik voor het eerst een lezing voor het 3de leerjaar en mijn echtgenoot (dichter Peter Holvoet-Hanssen) stapte als Peter Peperkoek uit één van mijn boeken en zette de klas op stelten. Nadien hebben we dat als Het Kapersnest nog dikwijls gedaan om het vuur voor boeken en gedichten aan te wakkeren. Het Kapersnest bestaat dit jaar 20 jaar en dat zal gevierd worden!

4. Because I’m the Cat…

m the Cat

Het ‘Kapersnest’ of het ‘kattennest’? Ik ben de ‘Kaperskapiteine’ en Peter de lichtmatroos, maar onze kat Spooky is de baas! Ze gelooft dat ze een hondje is en bewaakt het huis. Je zal me waarschijnlijk niet geloven als ik zeg dat ze kan blaffen, maar toch is het zo! Ik heb grappige verhalen over onze poezen geschreven en ben van plan om dat in de toekomst opnieuw te doen.

De Filantropijnen over ‘de keus der boeken’

In de rubriek Letterlijk duiken we in het verleden. En in onze vakbibliotheek. Omdat wat er vroeger gezegd en geschreven is soms raak, soms hilarisch, soms verbijsterend en soms gewoon nog altijd actueel is.

*

Het volgende pedagogische advies over het lectuurdieet van kinderen stond in 1789 in het filantropijnse tijdschrift Bijdragen tot het Menschelijk Geluk.

otto_citaat

Ariane Baggerman en Rudolf Dekker wijzen er In De wondere wereld van Otto van Eck (Bert Bakker, 2009) op dat boeken nooit eerder in de geschiedenis zo belangrijk en tegelijk zo gevaarlijk geacht werden voor de kinderlijke ziel. Het lezen moest wel aangemoedigd worden als nuttige en vooral ook plezierige bezigheid, maar tegelijk ook streng opgevolgd worden.

 

Qu’y a-t-il

Weet je wat mooi is? Als een boek in de spreekwoordelijke twee woorden (of twee beelden) een hele wereld toont. Mét alle karakter en persoonlijkheid en chaos die bij zo’n hele wereld hoort. Qu’y a-t-il is zo’n boek. Het is oorspronkelijk Portugees, maar ik vond het in het Frans.

Het concept is poepsimpel: wat zit er in de tas van mama? Wat ligt er in de kast in de gang? In het keukenkastje? In de koelkast? Wat hangt er aan de muur van mijn kamer? Wat zit er in mijn jaszak?  En in de strandtas van oma?

lesacdemaman

Wel, dit bijvoorbeeld:

indetasvanmamaaandemuur

inderegenjas

Zo’n tas van mama vertelt een heel verhaal over die mama, met die gedroogde bloemetjes, de vergeten telefoon en het brandweerwagentje. Een kastdeurtje opentrekken (en daarin een pot ballonnen vinden, een vieze klomp klei, een spel kaarten dat vast niet meer compleet is, en ergens een vergeten telefoon) is gewoon hetzelfde als naar de hele familie gluren.

indekast

Qu’y a-t-il  is eigenlijk een kijkboek vol verhalen en gezichten. En het is ook grappig (of heet dat herkenbaar?), met bijvoorbeeld de boodschappen die gedaan moeten worden en de boter die quelqu’un a oublié de ranger:

indekoelkast

Heeft u ook al in de gaten hoe slim het in elkaar zit? Zoals het ene voorwerp op de ene plek verwijst naar een ander voorwerp op een andere plek. Het restje flan in de koelkast heeft vast iets te maken met het flan-recept in de strandtas van oma. En nee, dat spel kaarten is zeker niet meer compleet want harten drie zit ook in de strandtas van oma, en klaveren aas ligt in de koelkast.

strandtas

Qu’y a-t-il is trouwens ook erg mooi vormgegeven, maar dat heeft u ondertussen zelf ook al lang gezien.

Qu’y a-t-il 
Isabel Minhós Martins en Madalena Matoso
Editions Grains de Sel, 2013

(An Stessens)