Trocoscópio

Soms koop ik prentenboeken omdat ik vermoed dat ik ermee ga scoren bij het leger van logerende kinderen die we over de vloer krijgen. Soms koop ik prentenboeken enkel voor mezelf. Soms blijkt zo’n prentenboek voor mezelf een superhit bij ons bezoek.
Trocoscópio is zo’n boek.

tropocover

Ik kocht het op de boekenbeurs van Bologna. Het is inventief, speels, en daagt uit tot creativiteit. Waarom dacht ik dat het boek voor mij was eigenlijk, en niet voor onze kleine bezoekers?

Want toen het neefje van drie kwam spelen, pikte hij precies dit boek uit de grote stapel prentenboeken die onze zitkamer siert. Lezen! zei hij. Omdat er geen letter in het boek staat, en ik nog niet de tijd had gehad om het boek grondig te bekijken, gingen we samen op ontdekkingstocht.
Een geheimzinnige fabriek bezet de linkerkant van de eerste opengeslagen pagina. Bladzijde na bladzijde wordt de fabriek afgebroken. Het neefje en ik doen zoekspelletjes naar kleuren, vormen, en aantallen. We vinden het jammer dat de vrachtwagen afgebroken wordt – en o nee, nu zijn de schouwen óók al weg.

tropooverzicht

En dan komt de verrassing.

tropoend

Dat die verrassing niet het belangrijkste is, wordt gauw duidelijk, want het boek moet een tweede, derde, vierde keer gelezen worden. We hebben een nieuwe favoriet.

Trocoscópio
Bernardo Carvalho
(Planeta Tangerina, 2010)
ISBN 9789898145253

(ed)

Call me Ishmael

Een antwoordapparaat en een blog. Dat zijn de basiselementen van een van de mooiste boekensites die we de laatste tijd tegenkwamen. Call me Ishmael is, zoals wellicht velen weten, de bekende beginzin van de Grote Amerikaanse Roman Moby Dick. Maar wat – zo bedachten de initiatiefnemers van deze site – zou je zeggen als je Ishmael werkelijk zou bellen?

Hun Ishmael kreeg een antwoordapparaat en stelde daarop één vraag: vertel me iets over een boek waar je van houdt.

Het resultaat zie je op callmeishmael.com: liefdesverklaringen aan boeken, en af en toe een boodschap waar je het koud van krijgt. Want boeken kunnen levensbelangrijk zijn.

 

White Ravens Festival (deel II)

Enkele weken geleden was Toin Duijx aanwezig op het White Ravens Festival in München. Dit is deel 2 van zijn verslag.

*

Een onzekere toekomst

De hele week reisden auteurs door Beieren om ruim negentig lezingen te geven op scholen en bibliotheken. Meer dan 6000 kinderen hebben met een of meer auteurs kennis kunnen maken. Zeer onder de indruk was ik van de lezingen van Fabio Geda (Italie). Van hem is slechts één boek in het Nederlands vertaald (en dan niet als jeugdboek): ‘In de zee zijn krokodillen’ (Arbeiderspers, 2010). Samen met zijn vertaalster vertelde hij de ontstaansgeschiedenis van het boek. Hij leerde een Afghaanse vluchteling kennen die, nadat zijn vader door de Taliban is vermoord, door zijn moeder naar Pakistan wordt gebracht en daar als tienjarige jongen alleen achtergelaten wordt. Dan begint een jarenlange tocht door allerlei landen, waar hij steeds weer het land moet ontvlucht. Na vijf jaar komt hij uiteindelijk in Italie waar hij probeert een nieuwe toekomst op te bouwen. Aan het eind van het verhaal, meer dan acht jaar nadat zijn moeder hem in Pakistan heeft achtergelaten, belt hij met zijn moeder. Een indrukwekkend verhaal dat direct doet denken aan de jeugdroman van Edward van de Vendel & Anoush Elman, ‘De gelukvinder’. Ook deed het verhaal mij denken aan het boek van André Boesberg, ‘Ontsnapt aan de Taliban’ (Lannoo, 2007), waarin Sohail, nadat zijn vader verdacht wordt van ondergrondse werkzaamheden tegen de Taliban, het land moet ontvluchten op zoek naar veiliger oorden.

White Ravens 6          White Ravens 7

Geda vertelde mij dat hij zo onder de indruk was van de verhalen die Enayatollah Akbari hem vertelde, dat hij niet anders kon dan zijn geschiedenis verwerken in een verhaal. In het verhaal wilde hij laten zien wat een enorme veerkracht en vastberadenheid de jongen had tijdens zijn vijf jaar durende reis door allerlei landen, waar hij moest zien te overleven door te werken op het veld of in de bouw. In een ander boek (‘Emils wunderbare Reise’, niet in het Nederlands vertaald) verhaalt hij over de dertienjarige Emil die zonder papieren met zijn vader vanuit Roemenië naar Italië vlucht. Zijn vader wordt echter weer uitgewezen en de enige hoop die Emil nog heeft is het zoeken naar zijn grootvader die hij alleen uit brieven kent en die ergens in Berlijn met een groep artiesten optreedt. Fabio Geda wil in zijn boeken zijn lezers confronteren met leeftijdgenoten die het niet zo goed getroffen hebben en die door allerlei omstandigheden zich een toekomst moeten bevechten. Echt een auteur die echt iets te vertellen heeft, een witte raaf tussen al die andere boeken.

White Ravens 8

 

 

 

 

 

 

 

Ook veel indruk maakte op mij de Zuid-Afrikaanse schrijfster Kagiso Lesego Molope (Zuid Afrika) die vertelde over haar boeken waarin zij beschrijft hoe moeilijk zwarte meisjes het in haar land hadden in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw (en tussen neus en lippen vertelde dat zwarte meisjes het nog steeds moeilijk hebben). Zij las een verhaal voor over de tijd dat Nelson Mandela aan de macht kwam en dat iedereen dacht het snel allemaal veel beter zou gaan. Zij hield veel meisjes een spiegel voor. De zwarte meisjes van die tijd hadden nog een lange weg te gaan. De leerlingen waren erg onder de indruk en stelden veel vragen. Tijdens deze voordracht werd duidelijk hoe belangrijk een goede voorbereiding op school is als men met een klas naar een lezing van een auteur gaat. Deze kinderen wisten naar wie zij gingen luisteren, hadden informatie over haar opgezocht, en fragmenten uit het boek waren voorgelezen, maar ik heb ook lezingen bijgewoond, waarbij zelfs de leerkrachten nog nooit een boek van de auteur hadden gelezen. Je vraagt je dan wel af waarom deze leerkrachten ingetekend hebben voor de lezing van een bepaalde auteur.

White Ravens 9

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tamta Melaschwili (Georgie) beschrijft in haar jeugdboek ‘Gatwla` vanuit twee dertienjarige meisjes het alledaagse oorlogsgeweld in een klein dorp aan het front. In korte hoofdstukken en met zo min mogelijk woorden, weet zij de spanning goed te treffen en de jonge lezer tot nadenken aan te zetten. Het boek kreeg in 2013 de Deutsche Jugendbuchpreis en het is te hopen dat er al aan een Nederlandse vertaling wordt gewerkt. De auteur bracht bij het presenteren van haar boek ook persoonlijke herinneringen naar voren en had de scholieren al snel daarmee gewonnen. Toen zij een fragment uit het boek in haar eigen taal voorlas, kon je een speld horen vallen.

Niet alleen ellende

Dat er ook kinderboeken zijn die niet over ellendige omstandigheden waarin de hoofpersoon opgroeien gaan, werd duidelijk toen de Finse kinderboekenschrijfster Siri Kolu, die een beetje op Pippi Langkous leek, over haar verhalen voor jonge kinderen vertelde. Als een ware toneelspeelster stond zij op het podium om te vertellen over de tienjarige Vilja die als zij onderweg naar haar oma is, wordt gekidnapt uit de auto van haar ouders en gedwongen wordt in de auto van de familie Rover te stappen. In Nederland zijn haar boeken verschenen bij uitgeverij Gottmer en het eerste deel kreeg een Zilveren Griffel in 2012.

En Eva Muszynski en Karsten Teich met hun cowboy-verhalen (geen Nederlandse vertalingen) wisten zo’n 110 kleuters meer dan een uur te amuseren. Geen bijzonder literaire boeken, maar voor beginnende lezers heel geschikt. Een vertaling in het Nederlands lijkt me niet nodig, want we hebben genoeg auteurs die dergelijke verhalen kunnen schrijven (en ik denk eigenlijk zelfs beter). Bij hun optreden met veel zand en beelden viel op dat kleuters als zij in de zaal binnenkomen, zover mogelijk vooraan willen zitten. Middelbare scholieren durven veelal niet vooraan plaats te nemen. Ook was heel bijzonder om een groepje dove en slechthorende kinderen te observeren. Het verhaal werd voor hen in gebarentaal verteld.

White Ravens 10

 

 

 

 

 

 

Tijdens een speciale avond geheel gewijd aan gedichten werd duidelijk hoe internationaal taal is, welke taal dan ook. Arne Rautenberg (Duitsland) en Radek Malý (Tsjechie) lazen gedichten voor kinderen en gedichten voor volwassenen voor. Vaak was er niet een echt onderscheid tussen de gedichten. Malý gaf aan dat volgens hem gedichten voor kinderen gewoon ‘leuk’ moeten zijn, vaak dieren als hoofdpersonage hebben en verder goed moeten rijmen. Met het rijmloze gedicht kon hij, zo vertelde hij, niet echt uit de voeten bij gedichten voor kinderen. Bij zijn gedichten voor volwassenen nam hij meer vrijheid. Rautenberg hield zich in zijn gedichten veel minder vast aan een bepaalde versvorm en werkt graag met het vrije vers. Ook gingen zij in op het vertalen van poëzie. Malý vertelde dat hij bij het vertalen van gedichten voor volwassenen zich veel meer aan de vorm en inhoud van de gedichten houdt (ook omdat de lezer dat van hem verwacht), terwijl je bij het vertalen van gedichten voor kinderen eerder kunt spreken van bewerken van de gedichten.

Een internationaal netwerk

De Internationale Jugendbibliothek kent sinds de jaren zestig van de vorige eeuw een ‘stipendiaten’-programma. Per jaar krijgen er tussen de twaalf en vijftien mensen een beurs om voor enkele maanden naar München te komen om daar in alle rust ongestoord te werken aan een eigen onderzoeksonderwerp. Zij kunnen gebruik maken van de grootste collectie kinder- en jeugdboeken ter wereld, maar ook van een enorme collectie aan vakliteratuur.

Veel ‘stipendiaten’ waren bij het festival aanwezig en lieten daarmee zien hoe belangrijk het is voor de Internationale Jugendbibliothek om een internationaal netwerk te hebben.

White Ravens 11

 

 

 

 

 

 

 

 

Vanessa Joosen was in 2008 een tijdje in München om onderzoek te doen en nu was zij voor een week weer in München, om aan haar onderzoek verder te werken, maar ook om van gedachten te wisselen met onderzoekers vanuit de hele wereld. Ik vroeg naar haar ervaringen als ‘stipendiaat’: ‘Niet alleen vond ik in de bibliotheek talloze sprookjesbewerkingen en een schat aan informatie over Duitse en anderstalige jeugdliteratuur, ik vond er ook de rust om een aantal fundamentele vraagstukken over mijn proefschrift uit te werken. De bibliotheek is een bijzondere, stimulerende omgeving, waar ik nog steeds met veel plezier naar terugkeer. De collectie kinderboeken en vakliteratuur is indrukwekkend, en ook de uitwisseling met de andere internationale bezoekers en de prachtige tentoonstellingen zijn inspirerend.’ En ik mailde Jant van der Weg-Laverman en vroeg naar haar ‘stipendiaten’-tijd in München. ‘Het is al weer wat jaren geleden (1994), maar de herinneringen aan die tijd staan echter nog altijd met goud in mijn geheugen genoteerd. Allereerst vanwege het feit dat je daar in alle rust, zonder door allerlei maatschappelijke verplichtingen te worden gestoord, kon studeren. De wetenschappelijke achtergrondliteratuur over kinderpoëzie die daar ter beschikking stond was minstens zo waardevol. En het contact met vakgenoten uit de hele wereld, in mijn geval uit Franstalig Canada, Rusland, Spanje en uiteraard ook Duitsland, maakte dit verblijf nog eens zo waardevol.’ Ook Sara van den Bossche en Silvie Geerts hebben aan hun proefschrift kunnen werken in de Internationale Jugendbibliothek.

De kinderboekenwereld

Wat  het derde White Ravens Festival ook weer liet zien, was hoe internationaal de wereld van het kinderboek is. Voor de auteurs was het een geweldige kans om met elkaar over hun werk te praten. Kinderen van alle leeftijden hebben kennis kunnen maken met veel auteurs. Volwassenen werd duidelijk dat kinderboeken eigenlijk voor alle leeftijden geschikt zijn. Ik kijk in iedere geval al uit naar het vierde festival, over twee jaar en ben benieuwd welke witte raven, welke boeiende auteurs uit welke landen ik dan zal ontmoeten. Want tussen al die zwarte raven zijn er altijd weer interessante witte raven te vinden.

Meer informatie over de Internationale Jugendbibliothek is te vinden op: www.ijb.de

De foto’s zijn gemaakt door Junko Yokota

Michael Rosen

We moeten er eerlijk in zijn: ons jeugdliteratuurblog is niet het enige geweldige blog. Geregeld posten anderen in de kinderboekenblogosfeer iets dat we geestig, aanstekelijk, interessant of gewoon belangrijk vinden.

*

Onlangs pleitten een heleboel Engelse jeugdauteurs, illustratoren, bibliothecarissen en leerkrachten op initiatief van IBBY UK via een open brief in The Guardian ervoor dat Israel de aanvallen op Gaza staakt en de blokkade van Gaza opheft.

Eén van die ondertekenaars was Michael Rosen, auteur, dichter, voormalig Children’s Laureate en geboren in een joods gezin in Londen. En veel te weinig vertaald naar het Nederlands.
Gelukkig heeft Rosen een blog. Ook daar toont hij voortdurend zijn engagement voor een betere wereld.

rosen

Wij werden helemaal stil van zijn gedichten Don’t name the dead children en Then what?.