Een dankbaar blogje over niets, alleen: tot ziens

Vandaag heb ik niets te melden.

Geen grote gedachten te delen, geen onrecht aan te klagen.

Ik wil alleen u bedanken. U en u.

U, de lezer van deze blog.

En u, Stichting Lezen.

Dank u, voor het podium, voor het lezen en het leren, voor de dialoog.

Toen ik enkele weken geleden van Stichting Lezen de vraag kreeg om een maand lang te bloggen op jeugdliteratuur.org, aarzelde ik geen moment. Eén à twee keer per week, was de vraag, meer mag ook. Elke dag! dacht ik in mijn enthousiasme. Maar al doende kom je jezelf tegen. Dagelijks bloggen, het bleek niet echt mijn ding. Elke keer dacht ik: waar moet ik nu in godsnaam weer over schrijven? Verhalen verzinnen bleek me beter af te gaan dan mijn eigen gedachten op papier te zetten. Het was intensief werken om ze te ordenen en helder neer te schrijven. Het werd dus één keer per week. En het was goed zo. Want ik kijk met een tevreden gevoel terug naar wat ik geschreven heb.

Ik ben dankbaar dat ik de kans kreeg te ervaren wat bloggen kan betekenen. Een platform om te delen. De zekerheid van een publiek. Stilstaan bij: wat heb ik te vertellen? Iets persoonlijks van jezelf geven, en er iets moois voor terugkrijgen: onverwachte, al even persoonlijke reacties. In spanning zitten wachten op die reacties.

En ook al zal ik niet meteen een eigen blog beginnen (ook dat heb ik hier geleerd), het was een waardevolle, fijne ervaring.

Dus dank u wel, en graag tot ziens.

 

Aag.

Waarin de schrijfster wegens gebrek aan een olifantenvel besluit aan struisvogelpolitiek te doen

Elke keer dat ik een recensie van één van mijn boeken ontdek, begint mijn hart te roffelen. En niet van blijdschap. Nee, vlak voor ik de recensie ga lezen, roffelt mijn hart van angst. De kans bestaat dat het boek in kwestie de hemel in wordt geprezen, wat verslavend en stimulerend is. Maar er is ook een kans dat mijn boekenkind met de grond gelijk gemaakt zal worden.

Neem nu mijn laatste boek, ‘Alle beroemde schrijvers drinken (behalve ik!)’. Mijn lieveling, omdat het mijn persoonlijke, kwetsbare verhaal vertelt.

De eerste recensies klonken veelbelovend, met afsluiters als:

‘Een aanrader.’

‘Een parel van een boek…hoe dan ook.’

‘Een sterke surprise!’

Mijn zelfvertrouwen groeide.

Toen kwam de eerste kritische noot:

‘De verteltrant van Floor is vrij kinderlijk en botst soms met de grote focus in het verhaal op seks.’

Hè? Op seks?

Omdat Floor er af en toe giechelig over doet met haar beste vriendin Lena, net omdat ze er nog niet klaar voor is? Omdat Floors vader aan de slag gaat met condoom en banaan om zijn jonge dochter voor te bereiden op wat ooit komen gaat, terwijl Floor zich te pletter schaamt? Er wordt wel eens gelachen en gegiecheld over seks, maar geen enkele keer komt er ook maar een glimp van seks in het verhaal.

Hoezo dan, grote focus op seks?

Maar de twijfel was gezaaid.

Daarna volgden nog heel wat mooie besprekingen. Hier en daar zat er een stevige uppercut tussen.

Terwijl de ene recensent vond dat Floor helemaal niet evolueert, schreef de andere dat ze op meerdere vlakken een evolutie doormaakt die natuurlijk in het verhaal verweven zit.

De ene recensent vond mijn taal vlak, de andere had het over leuke gedachten-experimentjes en pittige beschrijvingen.

De ene bespreking zei dat de losse scènes en het gebrek aan diepgang empathie in de weg stonden, terwijl anderen er helemaal anders over dachten:

‘Dit kleine, gevoelige verhaal laat niemand onberoerd.’

‘Aag Vernelen weet ontzettend knap de vertroebelde wereld, met de lichte en duistere kanten van een tiener neer te zetten.’

‘Dit boekje is ontroering alom. Boeken hoeven geen kilo’s te wegen om te ontroeren, origineel te zijn en een meisje neer te zetten dat je zonder veel inspanning ziet rondlopen in je eigen straat.’

Wat moet je aan met zoveel verschillende meningen?

Ik kan alleen maar besluiten dat sommige mensen wel, en andere niet geraakt worden door mijn verhaal. Het al dan niet geraakt worden ligt dus niet aan mijn boek, maar aan de mens die het leest zelf. Zo troost ik mezelf.

En toch krijg ik de negatieve recensies niet uit mijn systeem. Ook al heb ik tien positieve recensies om die ene negatieve te counteren (en dan spreek ik nog niet over tientallen persoonlijke reacties van mensen die mijn boek gelezen hebben), ergens in mij zit een mannetje dat zegt: zie je wel, iemand vindt je boek slecht, dus het is slecht.

Een olifantenvel zou zo handig zijn. Helaas heeft mijn vel meer de poreusheid van een vlindervleugel.

Daarom heb ik een besluit genomen. Kop in het zand. Wat niet weet, niet deert. Ik lees alleen nog recensies als ik vooraf weet dat ze positief zijn.

Niet omdat ik niet tegen kritiek kan. Kritiek kan heel opbouwend en stimulerend zijn. Maar recensies lezen doet mijn zelfvertrouwen net dalen, ook al is de balans ruim positief. Het komt mijn schrijven niet te goede. En dat kan niet de bedoeling zijn.

Dus, als je weet waar ik een olifantenvel kan vinden, of als je toevallig een mooie recensie van één van mijn boeken leest, mag je me dat altijd laten weten.

 

Aag Vernelen.

 

Over de vreugde van het formuleren en de eenzaamheid van schrijven

Aan mijn schrijftafel hangt een citaat van Godfried Bomans dat me er elke dag aan herinnert waar het om draait:

‘Wantrouw elke drijfveer tot schrijven, behalve de vreugde van het formuleren.’

BILD2414

Schrijf je om gelezen te worden? Schrijf je voor de roem? Pas dan goed op! Je kunt diep vallen. Schrijven doe je enkel en alleen voor jezelf. Voor het schrijven zelf.

Dat lees ik erin en ervaar ik ook zo.

En toch. De Boekenbeurs is alweer bijna een week voorbij. En zoals elk jaar heb ik met intens genot zitten blinken achter de stand van uitgeverij de Eenhoorn.

BILD2399

Het is iets raars, dat signeren. Ook al komt er twee man en een paardenkop langs, van het moment dat ik daar achter die tafel, in dat rijtje auteurs zit, voel ik me een echte schrijfster. Veel meer dan wanneer ik achter mijn schrijftafel aan het schrijven ben. Ik ga ervan blozen, mijnheer Bomans.

BILD2403

Is het de nabijheid van sympathieke en succesvolle collega’s die het hem doen? Zijn het de duizenden boeken die me omringen? Is het de stralende glimlach van een meisje dat naar huis gaat met een gesigneerd exemplaar van mijn allernieuwste boek? Is het de bewonderende blik van de voorbijgangers die schreeuwt: ‘Wauw! Daar zitten schrijvers!’

Als ik eerlijk ben: dat ook.

Maar er is iets dat nog meer speelt.

Schrijven is een verdomd eenzaam beroep. Waarbij je jezelf telkens opnieuw moet motiveren, een schop onder je kont geven als je eens geen zin hebt. Niemand die na het ontbijt zegt: Komaan, Aag, ga ervoor vandaag. Nee, check die mail nu even niet. Zet Facebook uit. Wat je nu doet, is te belangrijk. Aan het eind van de dag niemand die je beloont: Goed gedaan! Wat heb je weer ijverig volgehouden! En: die passage is werkelijk prachtig. Of: het voelt nu even niet zo, maar je komt er wel, dat weet ik zeker!

Nee, alle lof moet van jezelf komen, en die komt vaak het aller-moeilijkst. Want hebben we niet geleerd dat eigen lof stinkt?

Daarom doet het deugd, zitten blinken tussen collega-auteurs met de vruchten van een jaar hard werken in eenzaamheid voor je uitgestald.

En toch heeft Bomans gelijk. Want hoe vaak mensen me ook komen vertellen hoe mooi ze mijn boek vonden, het is nooit genoeg. Telkens hunker ik naar meer bevestiging. Nog! Nog! En als dan alle drukte van de Boekenbeurs stilvalt, en de rust zachtjes neerdaalt, is er maar één ding dat me echte, blijvende, diepgaande vervulling geeft. En dat is, in alle eenzaamheid achter mijn schrijftafel: de vreugde van het formuleren.

Aag Vernelen

 

Droom je droom

Mijn leven is de laatste dagen wel erg gevarieerd.

Donderdag opstijgen in Spanje…

opstijgen

twee uur later landen in België…

landen

en vrijdag naar de Boekenbeurs !

Ik mocht voor de eerste keer deelnemen aan het Scholenproject.

Ik piekerde me suf :  Wat doe je zo op een kwartiertje met acht groepen van pakweg vijftien kinderen uit het eerste en tweede middelbaar ?

Het antwoord kwam als een dief in de nacht:

Dromen !

Ik liet de kinderen, net als Floor uit het boek ‘Alle beroemde schrijvers drinken (behalve ik !)’, hun allerliefste droom opschrijven.

De dromen werden op kleurige papiertjes neergeschreven.

Even later hingen ze te blinken aan de stand van de Amateurkunsten.

droom je droom

 

Ik werd erg geraakt door het lezen ervan.

Droom mee en geniet :

droom je droom 1

dat ik niemand zal verliezen

de baas over heel de wereld zijn

dat er een teleportatiemachine wordt uitgevonden zodat ik naar mijn papa kan gaan wanneer ik wil

ik droom van veel geluk en dat iedereen dat heeft

dat alles weer goed komt tussen iemand en mij en dat eenhoorns echt zijn

dat ik mijn leven op papier kan voortzetten

dat mijn ouders terug samen zijn

ik hoop dat ik ingenieur word, dan maak ik mijn ouders blij

mijn droom is een speciale droom, een droom zonder einde : nieuwe films van Harry Potter, maar ook een iPhone

een goeie mens worden en ik wil een goeie job

dat we in het verleden kunnen kijken

gelukkig worden met een mooie, slimme, grappige en sportieve vrouw

heel rijk worden zodat ik nooit geen zorgen meer heb

mijn papa eens ontmoeten

geen school voor altijd

dat ik mensen kan inspireren met mijn tekeningen en ideeën

de liefde van mijn leven vinden

droom je droom 2

Aag Vernelen

 

Navalón, Enguera, comunidad Valenciana, 5 november 2014

Ik start met deze gastblog op een heel bijzondere plek : Navalón, een onooglijk dorpje ergens in de Spaanse bergen.  Onooglijk, maar oogstrelend. Glooiende, groene heuvels met olijf-, dennen- en vijgenbomen zo ver je kunt zien. Volmaakte stilte die onze overprikkelde zielen zalft. Een zachte novemberzon die de bladeren en onze huiden een goudbruine glans geeft.

Landschap

Een week lang verbleven we hier met een duidelijk doel : onderzoeken of we hier kunnen en willen wonen. Niet hier, in Navalón (want hier is helaas geen schooltje voor onze twee kinderen) maar wel ergens in deze omgeving, regio Valencia. We hebben al kilometers afgelegd op zoek naar een plek waar het mee ‘klikt’. Het is een nieuwe manier van reizen, je bij elke plek, elk dorpje afvragen:  Zou ik hier kunnen wortelen ? Zouden onze kinderen zich hier thuis voelen ?

Waarom we weg willen uit België ? We voelen een grote nood aan vereenvoudiging. Terug naar de basis : een eenvoudig huis met weinig spullen en een moestuin, zoveel mogelijk buiten leven, genieten van de kleine dingen, een zee van tijd hebben voor onze grote passies : schrijven (ik) en theater (mijn man).

BILD2342

In België lijkt mijn tijd te vervliegen door het organiseren van schrijfworkshops, het geven van lezingen, door goedbetaalde schrijfopdrachten. Op zich leuke dingen om te doen, en ook nodig om in ons levensonderhoud te voorzien, maar ze geven niet dezelfde voldoening als het neerschrijven van mijn eigen verhalen. Om deze verhalen naar buiten te laten is rust, ruimte en tijd nodig. Als het schrijven niet lukt, voel ik me langzaam maar zeker verdorren. Dan word ik lusteloos, knorrig en immens verdrietig.

De verplichte activiteiten op een lager pitje zetten en het vuur van onze eigen creativiteit aanwakkeren lijkt ons zoveel makkelijker hier, waar het leven goedkoper is, het ritme trager, de zon warmer, de mensen goedlachs.

Windmolens

Of onze dromen hier zullen uitkomen? Ik weet het niet. In elk geval heeft Spanje ons hart veroverd en is de zoektocht op zich een heerlijk avontuur dat helemaal juist aanvoelt. Tegelijk komen er elke dag duizend nieuwe vragen bij. Kiezen we voor een huisje dicht bij de kust of in de bergen ? Dichtbij een stad of ver afgelegen ? In een groot dorp of een klein ? We zijn er nog niet uit. Gelukkig hoeven we niet hier en nu te beslissen. We vertrouwen erop dat de klik wel zal komen. En komt die niet, dan wachten we nog. En ondertussen hebben we genoten, volop. Genieten op het strand 1

Morgen vliegen we weer naar huis. Tot één van de volgende dagen, op de boekenbeurs.