Too old for toys, too young for boys

In de rubriek “Quote” kijken we naar woorden, zinnen of uitspraken die verband houden met kinder- en jeugdliteratuur. Zo zijn er bijvoorbeeld een heel aantal woorden en gezegden die voor het eerst zijn verschenen in een kinderboek en tot op de dag van vandaag gebruikt worden. Maar er wordt ook heel wat gezegd over kinderliteratuur: in de krant, op Twitter en op tv. Hier lichten we af en toe een voorbeeld toe.

***

Misschien heb je ooit al het woord tween gehoord? Tween is een afkorting van het Engelse woord between en het staat voor iemand die tussen 9 en 13 jaar oud is. In feite gaat het dus om jongeren die net te oud zijn om nog een kind te worden genoemd, maar te jong om al van een tiener (teenager) te spreken. Er wordt soms van gezegd dat ze “too old for toys and too young for boys” zijn.

Het woord tween duikt voor het eerst op in de late jaren ’30, toen Tolkien het gebruikte in zijn boek De reisgenoten (deel I van In de ban van de ring). De zin waarin hij het gebruikte luidt als volgt:

At that time Frodo was still in his tweens, as the hobbits called the irresponsible twenties between childhood and coming of age at thirty-three.

Je zou kunnen zeggen dat hij het in een volledig andere context gebruikte, namelijk voor het beschrijven van twintigers, maar ook hij doelde op een doelgroep die nog ergens tussen kind-zijn en het ontwikkelen naar volwassenheid zweeft. Bij hobbits duurde het duidelijk gewoon langer dan bij kinderen om tot die volwassenheid te komen.

Frodo

Sara is zwart en dat doet er niet toe

In de rubriek Letterlijk duiken we in het verleden. En in onze vakbibliotheek. Omdat wat er vroeger gezegd en geschreven is soms raak, soms hilarisch, soms verbijsterend en soms gewoon nog altijd actueel is.

***

In het boekje Sara is zwart en dat doet er niet toe wordt een onderzoek beschreven naar de boodschap van kinderboeken i.v.m. multiculturaliteit. Het onderzoek is gebaseerd op samenkomsten van oudercommissies. De ouders lezen op voorhand een tweetal boekjes en discussiëren dan over de inhoud ervan: Worden de andere culturen karikaturaal afgebeeld? Heeft dit boek je iets bijgeleerd over een andere cultuur?

Eén van de boekjes die nogal wat stof doet opwaaien is De diddakoi, een verhaal over zigeuners:

Wat wisten degenen, die het boek hebben gelezen vooraf van zigeuners? Er blijkt heel weinig bekend te zijn. Vrijwel alle informatie komt van wat er zo nu en dan in de kranten of op de tv verschijnt, of via horen-zeggen: “Je hoort wel eens wat, dat omwonenden het rot vinden dat er een woonwagenkamp wordt gevestigd.” Niemand weet precies het verschil tussen zigeuners en “gewone” woonwagenbewoners. Als dan wordt verteld dat zigeuners een volk zijn, met een eigen taal en cultuur, herinneren sommigen zich zigeunerkoning Petalo.

Er wordt verder gediscussieerd over zigeuners en de vooroordelen waarmee ze vaak te kampen krijgen. De meeste ouders zijn best begripvol:

Vooroordelen over zigeuners zijn wel bekend. Volgens de overleveringen zijn zigeuners vies en stelen ze. Sommige vooroordelen worden in de praktijk ook wel eens bevestigd, vooral het stelen. Daar is wel enig begrip voor; stelen zal wel een vorm van overleven zijn, en wat moet je ook in een wereld die niets van je wilt weten.

(Pars, Hieke & Van Genderen, Rien, Sara is zwart en dat doet er niet toe: ouders discussiëren over de boodschap van kinderboeken, Werkcentrum Internationale Solidariteit en Migrantenwerk, Rotterdam, 1987, p. 24-25)

Groeten uit Den Haag (2)

Het is altijd fijn om onze Noorderburen te bezoeken, vooral als het gaat om de officiële voorstelling van de nieuwe en langverwachte jeugdliteratuurgeschiedenis Een land van Waan en Wijs.

Unknown

Toen ik me een eeuwigheid geleden in het jeugdboekenvak stortte, was de vorige jeugdliteratuurgeschiedenis al een tweede eeuwigheid geleden op de markt gekomen. Dat was De hele Bibelebontse berg: de geschiedenis van het kinderboek in Nederland & Vlaanderen van de middeleeuwen tot heden, verschenen in 1989. Hoog tijd dus voor een nieuwe jeugdliteratuurgeschiedenis, want sinds 1989 is er behoorlijk wat geëvolueerd.
Alleen al de lijst van medewerkers aan het boek toont een stukje van die evolutie: de oude wijze mannen van 1989 zijn in 2015 grotendeels vervangen door niet zo heel erg oude of zelfs behoorlijk jonge wijze vrouwen en het Vlaamse aandeel is gestegen van haast niets tot een zeer evenwichtige verdeling.

Op 23 januari verzamelden een heleboel genodigden zich in de aula van het Letterkundig Museum in Den Haag.
Uiteraard passen bij zo’n voorstelling welkomstwoorden en een reflectie op het ontstaan van en de gemaakte keuzes in het boek. Maar de organisatoren hadden ook een plaats in de spotlights voorzien voor hen zonder wie deze jeugdliteratuurgeschiedenis niet mogelijk was geweest: de auteurs en illustratoren zelf. Aan enkelen onder hen werd gevraagd terug te blikken op een boek dat in hun jeugd belangrijk was geweest voor hen. (Wat u trouwens ook spontaan zelf gaat doen, als u Een land van Waan en Wijs ter hand neemt.) En elk op hun eigen onnavolgbare manier deden ze dat voortreffelijk.

Edward van de Vendel koos voor Papa is een hond van Guus Kuijer, een bijna apocalyptisch boek uit 1977. Als jonge lezer hij zijn eigen versie van het verhaal gemaakt – als volwassene moest hij bekennen dat hij het boek niet had begrepen… Toch bleef het prachtig. En dat mag u als de moraal van zijn verhaal beschouwen.

Kathleen Vereecken werd even opnieuw een zwijmelende tiener (en de hele zaal met haar) toen ze herinneringen ophaalde aan Schoolidyllen van Top Naeff, dat voor het eerst verscheen in 1900 en dat ze van haar moeder kreeg.

Ook Martine Letterie dook in het verre verleden, met Ot en Sien Jan Ligthart en H. Scheepstra met de prachtige tekeningen van Cornelis Jetses uit 1911. Niet alleen als kind genoot ze van Ot en Sien, ze leerde er ook uit dat er in gewone, alledaagse dingen mooie verhalen kunnen zitten, en – niet onbelangrijk voor Martine als schrijfster – dat een historische setting ook voor jongere kinderen interessant kunnen zijn. “Kinderen beginnen pas met iets niet te snappen als de voorlezende juf haar verhaal voortdurend onderbreekt om te vragen: ‘Jullie snáppen het toch allemaal? Jullie wéten toch wat dit betekent?’”

En tot slot was het de beurt aan Floor Rieder, winnares van het Gouden Penseel 2014, die ons in sneltempo en met veel enthousiasme meenam doorheen haar persoonlijke invloeden in de illustratiekunst.

Wie de voorgeschiedenis van dit boek kent, weet dat samenstellers en initiatiefnemers Rita Ghesquiere, Vanessa Joosen en Helma Van Lierop (ik noem hen in alfabetische volgorde) een huzarenstukje / heksentoer hebben geleverd.
Laten we in tijden als deze, waarin besparingen een rem zetten op cultuur, waarin geen plaats meer lijkt voor de kritische en beschouwende tijdschriften over jeugdliteratuur, waarin het prijzenlandschap blijft verschralen, en waarin de academische plek van jeugdliteratuur terug bediscussieerbaar lijkt te zijn, het verschijnen van dit nieuwe standaardwerk beschouwen als een belangrijk statement. En dat het ook een hoopvol teken moge zijn…

Een land van Waan en Wijs: geschiedenis van de Nederlandse jeugdliteratuur
Vanessa Joosen, Rita Ghesquiere en Helma van Lierop
Atlas Contact, 2014
ISBN 9789045027661

 

(Eva Devos)