tot slot een lijstje

De laatste dag van een boeiende maand.
Tijd om eens wat dingen op een rij te zetten.
Een collega uit NL zei: jullie daar, in Vlaanderen,
laat niet zo op jullie kop zitten.
Misschien bedoelde hij dit:

Kinderboekenprijzen (nationaal) in Nederland:
– De Griffels. (Gouden Griffel €1500)
– De Penselen.
– Vlag en Wimpels.
– De Nederlandse Kinderjury.
– De prijs van de jonge jury.
– De Gouden Lijst.
– De Max Velthuijsprijs (€60 000)
– De Thea Beckman-prijs. (€1000)
– De Theo Thijssenprijs. (€60 000)
– De Woutertje Pieterseprijs. (€15 000)
– Prentenboek van het jaar.
– Kiddo Leespluim van de maand.
– De kinderboekenwinkelprijs.

In Vlaanderen:
– De boekenleeuw- en welpen. (€10 000)
– De boekenpauw (€10 000)
– De KinderJury Vlaanderen.
– Kinderpoëzieprijs.
– Vlaamse cultuurprijs voor Letteren. (kan ook voor jeugdliteratuur)

Het ontbreekt aan tijd en goesting en middelen
om de media-aandacht voor al die prijzen te meten.
Of dat belangrijk is?
Het geeft toch wat meer cachet als ‘men’ weet heeft
van zo’n prijs. Wie maalt er om een stille bekroning?
Bovendien zegt zo’n prijs ook iets over de rest van
het gezelschap, dat het hier gaat om een sector die er
toe doet.

Dit alles om te zeggen dat het wat mij betreft terug
de andere kant uit mag. De voorbije jaren werd het
almaar minder. Kinderboekenprijzen werden hervormd
en kregen te weinig weerklank, de jeugdboekenweek en de boekenweek
liepen mekaar voor de voeten, er vielen kinderboekenfeesten
weg, de bekroningen van de KJV werd hervormd.
We kunnen niet beweren dat we kinderboeken
belangrijk vinden en er tegelijk minder moeite voor doen.
Dus bij deze een verlanglijstje:
– Een sterke en opvallende jeugdboekenweek.
– Véél aandacht voor de boekenleeuw- en pauw. (liefst met een ruimere selectie)
– Een kinderboekendag?
– De KJV-winnaars met de nodige grandeur behandelen.
– Elk jaar minstens één groot kinderboekenfeest.
– Een oeuvreprijs installeren.
– …

Bij deze.
Wees gegroet.


 

Tijd zat

Maandag rustdag. Tijd zat.
Tenminste, er is niks wat dringend is.
Geen deadlines en geen afspraken, geen plot
die dringend om een ontknoping vraagt. Ook schijnt de zon.
O ja, er is het ongemak van een nog enigszins stramme onderrug.
Niet verwonderlijk na de bike bike run van eergisteren. 82 kilometer
lopend en fietsend om Brussel heen. Op een dieet van rozijnen, partjes appelsien,
pure chocolade, mueslikoeken, energierepen, sportdrankjes en flauwe grapjes.
Onderweg passeerden we ultra-lopers; mensen die de lange
afstand solo en in looppas afleggen. Eenzamer kan een zaterdag niet zijn.
Soms vragen mensen dat; is dat niet vervelend om als
schrijver altijd alleen te werken? Word je jezelf niet beu?
Soms wel, natuurlijk.
Daarnaast is er Hier waakt oma.
Niet het boek, maar ook de voorstelling die we ervan gemaakt hebben.
Op zondag speelden we de eerste voorstelling van het nieuwe seizoen.
In het verre en jarige (775 jaar) Eeklo.
Opbouwen, eten, doorloop doen, flauwe grapjes, omkleden, wachten.
Licht uit, spots aan.
Lange tanden, koude ogen, dikke poten, slijmneus.
(…)
Applaus.
Ergens in de voorstelling mag ik iets doen wat op dansen lijkt.
Om de vrolijkheid en variatie te vieren van de ijsjes die
Helga met de groene tanden serveert.
Bovendien is dat (soepele) bewegen goed voor mijn onderrug.
En zo komt alles samen, haakt de ene herinnering
altijd aan de andere.
Precies één week geleden zat ik mijn tijd te verdoen in Heathrow.
Omdat ik mijn aansluitingsvlucht nipt gemist had. Of hoe vijf minuten
opeens vijf lange lange uren werden.
Gevloekt in minstens drie talen, niet dat het hielp.
Ik had ook kunnen denken: tijd zat.
Maar zo was het niet.

Wie is?

Wie is Stefan Boonen?
Het klinkt als het begin van een lange nacht
of als het einde van een therapeutische sessie.
Het is gelukkig geen van beide.
Want het is een juf die me de vraag stelt.
Plaats van handeling: Someren, een plaatsje in het Nederlandse Brabant.
Vooraan in de klas zitten drie kinderen die allemaal beweren dat
ze Stefan Boonen zijn.
De rest van de klas mag een aantal vragen stellen
(hoeveel boeken, vertalingen, kinderen?)
en dan raden wie van de drie de echte is.
Ongeveer de helft van de kinderen raadt het juist en het
is voor de eerste keer dat ik een meisje ben.
En zo start de allereerste lezing van het nieuwe schooljaar.
Overigens hoog tijd dat we daar een nieuwe naam voor bedenken.
Lezing, dat klinkt als pupiters en wijdlopend en veel te ernstig.
We moeten iets bedenken dat zo’n bezoek van een auteur of illustrator
zo goed mogelijk vat.
Een woord (of begrip) dat doet denken aan verhalen en performance,
aan beelden en emotie, aan taal en inzicht, aan boeken en plezier.
Klasbezoek. In concert. Stefan Boonen* Live! Schrijver onderweg! Optreden.
Voordracht. Boekenspektakel. Verhalenshow. Leeslive, …?
(Suggesties zijn welkom. *is een voorbeeld.)

Een uur later gaan mijn boeken terug het koffertje in. Nog
één keer zwaaien, de trap af, de auto in, op weg naar
de volgende school.
Ja, het hoort bij dit vak om vaak onderweg te zijn.
Wat niet wil zeggen dat elke reis even boeiend is.
Soms zijn kilometers gewoon kilometers. Die zijn dan weer ideaal om
een een theatertekst te herhalen. En zo is het altijd wat.

Het echte leven

Terug thuis.
Met een reiskoffer die nog stinkt naar braai.
Ook zijn er foto’s, souvenirs, foto’s.
Herinneringen die eigenlijk niet na te vertellen zijn.
Wegens onbeschrijfbaar.
Wegens ongrijpbaar.
Wegens niet geschikt voor gevoelige lezers.
En mails natuurlijk.
Wat stapelen er zich snel veel te veel vragen op.
Van mijn boekhouder, van scholen en bibliotheken, van de uitgever.
Van organisatie zus en zo.

Gelukkig is er ook een pakketje.
Twee pakketjes.
Eentje met – op extra groot formaat – exemplaren van
het prentenboek ‘Wat nu, Keizar.’ Een uitgave van Zwijsen,
met prachtige illustraties door Jan Van Lierde.
In het tweede pakket: Met opa naar de Sint, met illustraties door Marja Meijer.
Het zesde boek al in de reeks over opa en zijn kleinkinderen.
Kinderen die de namen hebben van de kinderen uit mijn familie
en er uitzien als de kinderen uit Marja’s familie.
Eén van hen luistert (soms) naar de naam Isa.
In de opa-boeken is ze voor eeuwig negen.
In het echt is ze ondertussen eerstejaars studente in Leuven.
Zo gaat dat met verhalen.
Eens geschreven staat de tijd er altijd stil.

PS op www.tedvanlieshout.nu vind je een uitgebreid verslag van de Zuid-Afrika-reis.

 

Riemvasmaak

De laatste school die we bezoeken ligt in een plaatsje
met de sinistere naam Pofadder.
Aan de school is ook een weeshuis verbonden. Hoeveel leerlingen
er dan ouderloos zijn, is niet duidelijk. Wellicht meer dan 22.
Ik moet het deze keer zonder Elias Nel stellen, dus niemand die lastige
woorden vertaalt.
Nog stadiger praten.
Met gebaren en herhaling duidelijk maken wat ik bedoel.
En dan vragen of er leerlingen zijn die mij een verhaal willen vertellen.
Uitwisseling, daar gaat dit storytelling ook over.
Je vertelt iets.
Je krijgt iets terug.
Verhalen en ervaringen.
Dingen om mee naar huis te nemen.

Achteraf vraagt de directeur of het mogelijk is dat zijn school
contact legt met een school in Vlaanderen?
Als het taalverschil dan toch zo overbrugbaar is?
En dat de leerlingen dan met elkaar kunnen corresponderen.
Mail, filmpjes, foto’s.
Beelden uit uiteenlopende werelden.
Dat kan zeker, zeg ik.

Van Pofadder rijden we door naar het zeer afgelegen Riemvasmaak.
In een kloof liggen een handvol aantal chalets.
Ook is er sprake van een spuwende gele cobra die jacht maak op
schrijvers en vertellers.
Slecht voor de nachtrust is dat.