Wat boek ik voor 2016


In het voorjaar verschijnen twee nieuwe boeken bij mijn uitgever De Eenhoorn:
- Moppen op een bordje
Kinderen houden van moppen, ook kinderen die lezen niet zo leuk vinden. Richard Verschraagen zorgde voor heel grappige illustraties die de clou wat ondersteunen.
De moppen zijn geschreven op niveau midden tweede leerjaar zodat ook beginnende lezers er kunnen van genieten.
In moppen zit vaak een stukje poëzie, bijvoorbeeld het letterlijk nemen van de taal of spelen met woorden. Bij lezingen beweer ik dat je, om veel te lachen, een knappe kop moet hebben …

- ik kies voor lies en wies
In dit boek worden strips afgewisseld met kortverhalen. Het boek is geschreven op niveau midden eerste leerjaar, dus echt voor prille lezers. Deze doelgroep oefent nog op de leestechniek en kan nog moeilijk een verhaaldraad volgen doorheen een volledig boek. Op een spread staan twee strips rond een bepaald thema en op de volgende spread volgt dan een kortverhaal rond ditzelfde thema. De hoofdpersonages zijn Lies en Wies, een meisje en haar hond. De illustraties zijn van Aimée de Jongh. Aimée is een Nederlandse Illustratrice die gespecialiseerd is in striptekeningen. Haar figuurtjes zijn heel levendig en dansen als het ware over de bladspiegel.

- Sien rijmt op Rien
Voor uitgeverij Davidsfonds schreef ik een groeiboek in opdacht. Dat was nieuw voor mij maar ik vond het heel fijn om te doen. De hoofdpersonages zijn een jongen, een meisje, een rat en een duif. Het verhaal heb ik afgewisseld met taalspel en informatieve stukjes
zodat verschillende literaire genres aan bod komen. En hopelijk dito lezers. Eind maart begint Mattias De Leeuw te illustreren. Het is de eerste keer dat ik met Mattias samenwerk. Ik vind hem een heel knappe illustrator en ik ben benieuwd naar de samenwerking.

Verder zijn er aantal manuscripten die wachten om geïllustreerd te worden.

- op zoek in 1 boek:
Dit is een boek op AVI start, dus enkel met woorden van drie letters en wat poëzie. De illustraties worden verzorgd door Marjolein Pottie en het wordt een intercultureel boek. Marjolein woont in Brussel en weet wat dit betekent. Het was heel moeilijk om Turkse, Marokkaanse, Bulgaarse … namen van drie letters te vinden. In dit zoekboek worden verschillende schoolse situaties belicht en alle woorden zijn terug te vinden op de illustraties.

- het stuur van tuur:
Dit boek is een opvolger van ‘het uur bij tuur’ en is eveneens geschreven op niveau midden eerste leerjaar, met illustraties van Frank Daenen. Dit keer wordt Vik elke dag van school afgehaald door Tuur, telkens met een ander voertuig. Frank Daenen tekent heel gedetailleerd waardoor taal en tekening nagenoeg samen vallen.

- Troon zoekt kroon
Dit wordt een sprookjesboek geschreven op niveau eind eerste leerjaar. De meeste kinderen hebben tot dan toe enkel sprookjes gehoord en kunnen ze nu ook zelf lezen.
De voorkennis van het verhaal helpt om de gelezen tekst sneller te begrijpen.
Het wordt een vrij dik boek met illustraties van Riske Lemmens. Riske heeft een rijke fantasie en houdt zelf ook van sprookjes.

Verder hoop ik op een aantal leuke opdachten. Ik houd van opdrachten met veel beperkingen, dat stimuleert mijn fantasie. Voor uitgeverij Pelckmans schreef ik een aantal tekstjes spelling voor hun nieuwe taalmethode. Het was de bedoeling met een aantal opgelegde woorden een leuke tekst te verzinnen en te werken met verschillende literaire genres.
Wat verder op het programma staat is het verder werken aan mijn poëtisch prentenboek ‘In de rinkel winkel’.
Als nieuw werk wil ik een boek schrijven over dieren op niveau midden eerste leerjaar met fabels, poëzie, grapjes … Ik denk ook na over een poëziebundel over de natuur maar dat idee moet nog verder vorm krijgen.

Rest mij nog om alle lezers van deze blog een poëtisch jaar toe te wensen. Ik doe het hier digitaal maar persoonlijk ben ik een grote voorstander om echte prentbriefkaarten te sturen bij allerlei feestelijke of emotionele aangelegenheden. Elk jaar maken mijn echtgenoot en ik onze eigen wenskaarten: ik zorg voor het concept en het talige, hij zorgt voor de lay-out en praktische uitvoering.

Tot ziens op één of andere warme kinderboeken aangelegenheid!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wandelen in woorden

Altijd al voelde ik mij aangetrokken tot minderheidsgroepen en kinderen met één of ander probleem. Die problematiek zocht ik als kind ook in boeken. Ik verslond de boeken van An Rutgers van der Loef: Rossy, dat krantenkind, Lawines razen, Het licht in je ogen … Heerlijk.
Ook mijn studiekeuze beaamt dit: mijn liefde voor taal in combinatie met kinderen bij wie de ontwikkeling van de talige aspecten niet zo vlotjes verloopt. Ik heb mijn job als logopediste altijd graag gedaan en daar prijs ik mezelf gelukkig om.

in mijn pen zit een zin.
maar hij wil er niet uit.
mijn pen heeft geen zin.

Soms vormen kinderen op zich ook een minderheidsgroep. Op gedichtendag krijgen volwassenen gratis een (grote) poëzieposter met daarop het door het publiek gekozen mooiste gedicht . Dat brengt vast een dichterlijk vleugje taal op muren in koffielokalen, slaapkamers, toiletten …
Vaak heb ik aangeklaagd dat ik dit niet eerlijk vond. Waarom krijgen kinderen geen gratis poster op gedichtendag? Vroeg begonnen is half gewonnen. Het zal wel niet door mijn geklaag zijn (of misschien toch een beetje) maar nu wordt er om de twee jaar, via de scholen, een poëziester toegekend aan een kindergedicht.
Per graad zijn er vijf gedichten. De klas ontvangt de vijf gedichten op A3-formaat en een lesbrief om mee aan de slag te gaan. Op het einde van de gedichtenweek bepalen de kinderen welk gedicht hun favoriet is. Dat gedicht krijgt de poëziester en hopelijk de nodige media-aandacht.
Het concept is dus geboren maar mag nog wat groeien in tijd (jaarlijks?) en ruimte (poster net zo groot als die voor volwassenen?).

In Gent loopt reeds lang een poëzieroute voor volwassenen die start vanuit het Poëziecentrum. Ik vond dat ook kinderen recht hadden op een poëzieroute. Het idee viel in goede aarde bij het Poëziecentrum en werd samen met WOCK (Werken aan Onderwijs, Cultuur en Kunst) verder uitgewerkt. Het is een mooi project geworden dat veel succes kent. De route wordt frequent gelopen door klassen, ouders, grootouders, jeugdbewegingen … Daar er in een stad weinig teksten voor kinderen zijn in de publieke ruimte, vertrok ik van kindgerichte poëtische beelden: een snoepwinkel, een vogelappartement, een stroppendrager waarvan de contouren van zijn piemel zichtbaar zijn door zijn kleed.
De route loopt door het hartje van de oude binnenstad en is veilig voor voetgangers. In het Poëziecentrum kan je gratis een boekje halen waarin de route staat beschreven en waarbij voor elke halte een gedicht van een kinderdichter (Joke van Leeuwen, Edward van de Vedel, André Sollie ..) en een opdracht is voorzien. Een aantal gedichten schreef ik zelf omdat de beelden te specifiek waren.
Wat de opdrachten betreft wou ik kinderen laten spelen met de ambachten van de poëzie: alliteraties, nieuwe woorden verzinnen, rijmen, raadsels, fantasie … In het bijhorende (mooie) boekje is ruimte voorzien om te schrijven en te tekenen.

In het gedicht bij de snoepwinkel komen veel alliteraties voor:

Van lollies likken krijg je lol.
Van bitterkoekjes bijten kijk je bitter.
Van zoethout zuigen blijf je zoet.
Van toffees eten word je tof
en van sjieken word je sjiek.
Ik blijf een heel gewoon kind.
Ik mag niet snoepen.

Als opdracht mogen de kinderen fantaseren hoe ze worden door het eten van bepaalde snoepjes die ze zien in het uitstalraam, al dan niet met alliteraties.

Met gedichten hoef je natuurlijk niet altijd iets te doen, dat zou zonde zijn. Poëzie is ook ideaal taalmateriaal bij feesten, emoties … of gewoon om lekker te lezen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De VAV duikt in het boekenvak

Op maandag 22 december nam ik deel van het congres van de VAV, de Vlaamse Auteursvereniging waar ook veel illustrators zijn bij aangesloten. Het congres ging door in de Singel in Antwerpen, mooie locatie dus en leuk om even bij te kletsen met mensen uit het boekenvak.

Na een plenair openingsdebat volgden drie workshops met telkens een keuzemogelijkheid uit 5 thema’s. De weg naar de locaties leek ietwat op een doolhof met slechts één gids van dienst.
Iedereen luistert met andere oren. Wat mij van het openingsdebat bijbleef, is dat auteurs beter meer promotie eisen dan hogere royalities.
En uitgevers moeten investeren in auteurs en niet in boeken, want de auteurs zijn het kapitaal van een uitgeverij.

Als eerste sessie volgde ik ‘Kritische blik op literaire kritiek’. In het panel zetelden Gudrun De Geyter, Marc Reugebrinc, Joos Kat, Joseph Pearce en Luc Devoldere.
De discussie ging vooral over het verschil tussen recensies in kranten en weekbladen die gericht zijn op de consument, en de echte literaire kritiek die te vinden is in bijvoorbeeld ‘Ons Erfdeel’.
Uit de zaal kwam de stelling dat er ook op het internet veel geschreven wordt over boeken en dat dit leidt tot communicatie tussen de auteur en de lezer. Een lezer die misschien maar een paar boeken per jaar leest is echter iemand anders dan een recensent.

Als tweede sessie koos ik ‘VFL – workshop lezingen: poëzie’ onder leiding van Carmien Michels. We waren slechts met vijf deelnemers, ikzelf de enige auteur van kinderpoëzie. Theo Olthuis, Nederlandse auteur van kinderpoëzie, had afgebeld. Dat vond ik ontzettend jammer.
Het werd vooral een uitwisselen van gedachten en ervaringen want geen van de deelnemers zag het zitten om ‘oefeningen’ te doen.
Poëziebundels worden weinig verkocht maar wanneer poëzie gebracht wordt op een podium is er vaak een stormloop. Bundels met kinderpoëzie lopen iets beter maar dat genre krijgt dan weer veel minder podia.

Als derde workshop koos ik voor ‘Experiment op het podium’ onder leiding van Lies van Gasse en met poëten Kila Van der Starre, Andy Fierens, Philip Meersman en Max Temmerman.
Er werd gesteld dat poëzie een orale traditie heeft maar dat het papieren circuit en het podium circuit dichter naar elkaar toe groeien. Dichters die veel optreden verkopen meer boeken. En dichters die nog geen bundel hebben krijgen minder kansen op een podium.
Het onderwijs had het weerom fout gedaan. In schoolboeken Nederlands is poëzie te weinig divers, naast het boek moet er meer ruimte zijn voor diversiteit binnen dit literaire genre.

Na de workshops volgde een receptie met hapjes die gelukkig feestelijker waren dan de sandwiches ’s middags (sorry VAV). En de prijs voor de Meest Auteursvriendelijke Boekhandel werd dit jaar uitgereikt aan boekhandel Zondvloed uit Mechelen.

 

bezoek

vier kopjes op een rij,
met een keurig koekje erbij
en niet één voor mij.

 één koekje valt op de grond
(dat wil toch niemand meer),
dus ik stop het in mijn mond.

 één koekje verloor een hoek
(het kreeg vast een ongeluk),
dat geef je niet aan bezoek.

één koekje zwemt in het nat
(geen mens die dat nog lust),
als ik dat nou eens opat?

vier kopjes op een rij,
maar één met een koekje erbij.
het is echt geen gezicht,
vast mooier als er niets bij ligt …

Het ontvangen mapje met ‘Gangbare tarieven voor auteurs’ vind ik bijzonder handig en is door zijn felgroene kleur makkelijk terug te vinden tussen andere administratieve papieren. Bedankt VAV!

Een droom van een kerstboom

*

Als
goud
en zilver
slingeren en
zachte klokjes klingelen
als
de lampjes
open vouwen en
cadeautjes torens bouwen
als
in ballen
snoeten blinken
en alle sterretjes pinken
als
de kaarsjes
samen dansen op
een groene jas met kransen
dan staat de kerstboom weer in bloei.