Ruilhandel

Natuurlijk koop ik boeken. Maar niet altijd. Ik ruil er ook wel eens. Zo heb ik recentelijk mijn ‘Want een ezel is een voorbeeldig mens!’ geruild tegen ‘De jacht op Jozef Tentelaar’ van Stefaan Boonen en ‘Ga niet naar Canada en andere misverstanden over de liefde’ van Evelien De Vlieger. En vandaag zei Tine Mortier dat ze per se snel mijn ezelboekje wilde lezen. We hebben meteen geruild. Nu ligt haar ‘Min of meer per ongeluk’ op onze salontafel.

Wanneer binnenkort het zonneke zal schijnen en Moniek en ik aan onze vakantie beginnen, zal ik deze drie boeken graag verhuizen naar ons terras om ze daar, bij een glas goed bier, te degusteren.

Het rustige leven …

In mijn familie denkt bijkans iedereen dat Moniek en ik dag in dag uit leven in een welhaast zen-achtige rust. Want een schrijver, die zit toch de godganse dag geduldig voor zich uit te mijmeren om nu en dan eens een tikje tegen het toetsenbord te geven.

‘Frank, jij wordt zo toch minstens honderd jaar?’

Hopelijk wel, en het liefst in treffelijke staat. Maar mijn leven ziet er in het voorjaar enigszins anders uit. Ietsje minder zen. Tussen medio januari en vandaag, 29 mei, ging ik al zo’n honderd keer vertellen in scholen en bibliotheken. Dat is leuk, maar druk. Vaak vroeg op, stevige afstanden, files, wegomleggingen, parkeerproblemen, … Je moet elke keer goed zijn, want dat verwacht iedereen van je. Je moet fit en gezond blijven, altijd bij stem zijn, nooit een mindere dag hebben. Logisch. Dat verwacht ik ook van een zanger als ik naar zijn optreden ga.

Ik doe het graag, die lezingen. Maar nu is het even genoeg geweest. Na vandaag is het weer tijd om alleen maar met het schrijven bezig te zijn. Vanmiddag mag ik nog tweemaal een jeugdig publiek, KJV-juryleden, entertainen, in Bonheiden. En gisteren was ik ’s ochtends aan de slag, ook al voor KJV-juryleden, in Heist-op-den-Berg. ’s Avonds mocht ik, in het Roeselaarse WielerMuseum, Patrick Cornillie live interviewen over zijn nieuwe boek.

WieMu 28 mei 2016

Ik ben gisteren, zaterdag 28 mei, hier in Puyvelde, vertrokken om 7.50h, en ben ’s avonds, moe maar gelukkig, thuisgekomen om 20.20h. Ik had, aldus de boordcomputer van mijn wagen, 4 uur en 39 minuten in de auto gezeten, en 358 kilometer gereden.

Het rustige leven van een jeugdschrijver…

Dio en Noah

‘Er was eens een ezeltje uit Friesland. Het had niet lang meer te leven: het beestje was zo ziek dat het om de drie minuten flauwviel. Toen kwam er een lieve mevrouw die het ezeltje meenam naar België. Het werd er geopereerd aan het hart en leefde nog lang en gelukkig.’

Zo stond het in september 2013 te lezen in Gazet van Antwerpen. Het ezeltje heet Dio, werd opgevangen door de Ezelshoeve in Baarle-Nassau, en nadien door Anegria in Sint-Gillis-Waas. Om een lang verhaal kort te maken: Dio was de eerste ezel ter wereld die een pacemaker ingeplant kreeg, en heeft het niet alleen overleefd, hij heeft ook zijn echte ezelmanieren terug.

Bij Anegria staat momenteel Noah, een ezeltje met hetzelfde probleem als Dio: elke drie minuten valt hij om. Als hij niet snel geholpen wordt, zal hij dit niet overleven. Noah heeft de eerste onderzoeken ondergaan in de dierenkliniek van Merelbeke, waar ook Dio is geholpen, om een pacemaker ingeplant te krijgen. Duimen voor Noah, dus.

Zeggen dat ik iets met ezels heb, is een open deur intrappen. In onze tuin staan al zeven jaar twee ezeltjes, Victor en Henri; ik heb een jeugdboek geschreven onder de titel Want een ezel is een voorbeeldig mens en een dichtbundel I A – de ezeltjes van Anegria in woord en beeld, waarvan de opbrengst integraal naar ezelopvangcentrum Anegria gaat.

En deze zomer verschijnt bij Uitgeverij Die Keure, in de Verrekijkerreeks, een dichtbundeltje voor kinderen: ‘Goed Gezelschap’. Hierin staan gedichten die ik heb geschreven bij foto’s die vaak genomen zijn door vrijwilligers van verenigingen die iets doen voor of met ezels. Eén van die gedichten gaat over… Dio.

Dio (Goed gezelschap) Frank Pollet

Evenveel succes toegewenst!

Het is mij overkomen, zoals mij geregeld een en ander zomaar overkomt. Ik kreeg een telefoontje met de vraag of ik een cursus Literaire Creatie wilde geven aan de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans in Lier. Hoewel we toen in Sinaai woonden en Lier dus niet meteen bij de deur was, heb ik niet lang geaarzeld. Dat was in 1999. Sindsdien heb ik diezelfde cursus met evenzoveel invullingen als er cursisten waren, gegeven in Aalst, Hamme, Harelbeke, Grimbergen en inmiddels al een jaartje of zes in Sint-Niklaas. Mijn grootste frustratie was jarenlang dat er zo weinig cursisten voldoende gedreven bleken dat er ook maar sprake kon zijn van publicatie. Het grootste compliment dat ik ooit van een cursist heb gekregen was eigenlijk een verwijt dat hij me naar het hoofd slingerde: ‘Frank, je bent veel te fanatiek!’ Bovendien keken velen heel vreemd op wanneer ik vroeg of iemand er ooit aan gedacht had om voor kinderen te schrijven. Het zit blijkbaar nog steeds diep, de stupide gedachte dat voor kinderen schrijven minderwaardig is.

Gelukkig heb ik in de loop van de jaren enkele (oud-)cursisten zien publiceren. Met werk dat tijdens de lessen was ontstaan. En jawel, enkelen hebben zelfs de weg naar de kinder- en jeugdboeken gevonden. Het is dan ook niet zonder trots dat ik kan schrijven dat twee van mijn oud-cursisten momenteel genomineerd zijn voor de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen. Danny De Vos publiceerde vorig jaar zijn eerste kinderboek, Hoe Napoleon zijn verjaardag vierde (Manteau), en haalt daarmee meteen al een nominatie binnen. En Reine De Pelseneer verliet de veilige paden van de kinderboeken en wordt nu beloond voor haar eerste youngadultboek dat verscheen onder de titel Is liefde lastig? (De Eenhoorn). Aangezien hun boeken in een verschillende leeftijdscategorie genomineerd zijn, kan ik hen beiden evenveel succes toewensen!