Het leesleven zoals het is, bij mij thuis

Mijn huishouden is het afgelopen jaar ingrijpend veranderd. Mijn leesleven nog veel meer.

Ik kreeg namelijk een zoon.

Vorig jaar las ik volgens Goodreads 153 boeken en dat was voor mij heel gewoon. Niks om bijzonder trots op te zijn – als mensen zich daarover verbaasden, zei ik om te lachen: ja, maar ik heb geen vrienden! Ik keek trouwens ook ontzettend veel tv. En ik zat uren per dag op mijn smartphone.

Maar dus, 2017. Tot pakweg maart liep alles op schema in mijn zelf opgelegde Goodreads-challenge. En dan kwam ineens die zoon er. Tja, denkt u, pampers en slaaptekort, dat doet wat met een leesleven.

Zo ging het niet. De zoon was 24. Hij woonde zelfs niet bij ons, in het begin. Hij was er gewoon vaak en als hij er was, was het veel te gezellig om te gaan lezen. Als hij er niet was, whatsappte ik met hem. Om hem minder eenzaam te doen voelen in zijn container-slaapkamer die hij, ver weg van zijn familie, met drie onbekenden moest delen. En omdat ik hem miste.

Ik probeerde hem wel aan het lezen te krijgen. Dat zijn wij op Iedereen Leest namelijk contractueel verplicht. Hij kreeg van mij een lidmaatschap van de bib en hij leende twee boeken uit: eentje over Nederlandse grammatica in het Pasjtoe, en een leesboek over een ondergedoken meisje tijdens WOII.

Het maakte indruk, dat boek over WOII. Maar toen blokkeerde hij. Ik gaf hem Neeland van Nic Balthazar – hij las het, voor zich uit prevelend, in een mum van tijd tot ongeveer halverwege. Toen stopte hij. Het gaat niet, zei hij, ik word er droevig van.

Vroeger las hij best wel veel, zei hij. Op een uur fietsen van zijn dorp was een stadje waar je boeken kon kopen. Dat deed hij vaak. Nu valt lezen hem zwaar. Het is de taal, jazeker, hoewel hij die al vlot spreekt. Maar schrijftaal is toch moeilijker. En het is de concentratie. Ik ben zo dom, nu, klaagt hij. Vroeger was ik niet zo dom. En de regels in een boek verspringen heel de tijd. En ik krijg hoofdpijn.

Een post-traumatische stressstoornis toont zich op veel manieren, weet ik nu. Ik stopte met boeken aanbieden, erop vertrouwend dat het wel zou komen. Er staan 450 boeken op zijn slaapkamer; als hij zin heeft dan vindt hij ze wel.

Ik stopte zelf ook met lezen, merkte ik tot mijn verbazing. Overdag werd lezen vervangen door lange gesprekken over alles en niets. Wat ik had gezocht in lezen – een nieuwe, onbekende wereld – zat nu ineens in onze huiskamer. En als ik dan toch tijd had om te lezen, voor het slapengaan, ontbrak ook bij mij de concentratie. Maar als het afgelopen jaar me iets geleerd heeft, is het relativeringsvermogen. Van april tot november las ik armzalig weinig. Is dat gênant in mijn vak? Jazeker. Is dat erg? Neuh.

Sinds kort lees ik terug voor het slapengaan. Ik lees de ene detective na de andere. Escapisme, dat klopt, en dat mag van mezelf.

Onlangs las ik een jongetje van 9 de eerste hoofdstukken van Joke van Leeuwens Kukel voor. Ik merkte dat de jongen van 24 meeluisterde terwijl hij op zijn gsm bezig was. De avond nadien nam hij Kukel mee naar boven. De volgende ochtend neuriede hij bij het ontbijt: Koekel heeft zzzzeven zzzzingende zzzzussen.

kukel

*

Deze post werd geschreven door Eva Devos. Bij Iedereen Leest is zij voorzitter van IBBY-Vlaanderen, coördinator van de Boekenzoeker en verantwoordelijk voor de vakbibliotheek.

3 thoughts on “Het leesleven zoals het is, bij mij thuis

  1. Heerlijk geschreven ! Relativeren is de boodschap ! Zo blij voor je dat je minder leest … tot in Maart 2018 !

  2. Jouw enthousiasme werkt aanstekelijk! Ik word er helemaal blij van!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>