en nu iets geheel anders,

Of toch bijna.
Ik rij op de ring rond Gent, ik passeer een scherm met een rode 49 erop. Ik weet dat ik maar 50 km mag rijden dus ik denk: Goed gedaan, er net onder.
Tot ik dichterbij kom en meen te lezen dat onder die 49
de toelichting: ‘…dagen voor de arrivé’ staat. Misschien heb ik dit niet goed gezien en stond er iets anders. Ik moet er nog eens langs.
Verder langs de ring zie ik huizen met vlaggetjes. Vlaggensnoeren. Bij het eerste huis denk ik nog aan een kinderfeestje of pas getrouwd, bij het derde huis denk ik aan restjes van de feestvreugde omwille van die Tour de France. Het is vandaag de voorlaatste etappe. Wij zullen deze Tour herinneren als die keer dat hij in Gent passeerde en Tom Boonen niet won. Die keer toen het zo’n slechte zomer was, die keer toen de journalisten in staking gingen wegens de dopingschandalen. Maar alleen de slechte zomer en de passage in Gent zullen we ons nog herinneren.
Niet die Ecuadoriaanse moeder en haar dochter.
Overmorgen vliegen ze weer naar huis. Welk huis?
Zij zullen maandag aanschuiven aan de loketten in de luchthaven, tussen de toeristen die vrijwillig de lucht in gaan. Voor een tijdelijk verblijf. Zullen die overmorgen in een vrolijk straatje van het wonderlijke Djerba of Kreta gecontroleerd worden op hun echtheid? Of is een gebloemde short en fototoestel voldoende om credibiliteit te verwerven, getolereerd te worden. Een gevulde beurs doet alle poorten opengaan.
Dikke pech voor wie in België rondloopt met een een gebloemde tuniek en zonder vette portefeuille op zak, of één waar niet de juiste papieren inzitten.
Wat proberen wij hier te beschermen, welke verworven rijkdommen, welke welstand? Waarom kijken wij op een mondje meer?
Iemand die zijn hebben en houden achterlaat doet dit meestal niet zonder de pijn van ontheemding.
Niemand gaat weg als hij het er goed heeft tenzij om het nog beter te hebben zoals onze zonen en dochters die nog meer fortuin vergaren in het buitenland dan dat ze kunnen in eigen land al kunnen.
Zelfs zij voelen zich ontheemd ook al hebben zij het geluk gevraagd te worden.
Helaas, iemand die ongevraagd ons tuinpad oploopt in de hoop beter leven te vinden in ons keurige, royale voortuin, wordt verdelgd als een parasiet
Het lot zal je maar zo ongunstig zijn dat het je eerst dwingt te vertrekken, je hele geschiedenis achter te laten om je dan in het land van de nieuwe vooruitzichten als een lotje uit de loterij in de handen van politie te doen rollen die er een erezaak van maakt dit onrecht te bestraffen. Welke genoegdoening geeft dit de ambtenaren van vreemdelingenzaken? Hoe leuk is het iemands hoop weg te slaan. Een toekomst de nek om te draaien.
Misschien worden er morgen zelfs premies uitgereikt voor de ijverige controleur die de meeste koppen verzamelt.
Is dit het België waar ik wil wonen?
Waarom is deze vrouw nooit eerder een procedure gestart? Waarom wordt ze een maand opgesloten, welke misdaad heeft ze begaan? Waarom haar nog dezelfde dag van de uitwijzing een retourticket boeken? Waar komt deze vrouw, dat kind terecht? En al die anderen die de vreselijke misdaad begaan te ‘zijn’ in onze straat, in onze staat. Als wij hen nu eens meteen tegen de muur zetten en neerknalden? Wat zou het voor hen uitmaken? Ons goed fatsoen dwingt ons hen nog een kans te geven! De vreselijke kans waarvoor ze gevlucht zijn.
Een tiende van het geld dat de Tour de France de stad Gent heeft gekost, zou deze vrouw, of een andere, jaren vooruit helpen. En haar enige ‘criminele’ doel in haar leven: haar kind een betere toekomst te geven, helpen verlichten.
Ondertussen heb ik me geparkeerd in dorpsstraat van de vrolijke residentiële gemeente waar ik moet zijn.
Ik haal de fiets van mijn dochter uit de auto, breng hem naar de overkant van de straat bij de winkel waar ze een vakantiejob doet. Wat centjes vergaren voor leukigheidjes, begrijpt u. En wanneer ik na welgeteld drie minuten terug naar mijn auto loop zie ik er een parkeerwachter naast staan.
Ik roep: ‘Ik kom.’ Hij kijk op, ziet me en drukt klikklik zijn fototoestel af.
‘Te laat,’ zegt hij, ‘je staat erop. Wegens geen blauwe zonekaart.’
Weet ik veel, nergens heb ik een bord gezien.
‘In de hele gemeente geldt blauwe zone,’ triomfeert de man.
Dat wist ik niet, ik ben een vreemde.
Ik weet alleen dat ik 25 euro parkeerboete heb,
wegens niet opgelet, niemand gehinderd, niemand aangereden, voor niemands poort gestaan, niet dubbel geparkeerd, netjes in een vak, niet op de stoep dus, en toch drie minuten te lang zonder bewijs in deze gemeente aanwezig ben geweest.
Hij geeft me de bon, en loopt naar de volgende auto.
Klik, doet hij en denkt, yes weer een. Ik ben een toegewijde kracht.
Gefeliciteerd.

28 juli 2007, en geen fotootjes meer

One thought on “en nu iets geheel anders,

  1. Dag Gerda,

    Fotootjes zijn vaak leuk en/of verhelderend, maar ik wacht vooral op je schrijfsels. Dus bloggen maar zou ik zeggen en laat ons, lezers, weer genieten.

    Groetjes,
    Vera

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>